Eén hapje dan?

Mensen zijn alleseters, maar baby's bepaald niet. Voedingswetenschapper Coraline Barends leerde ze toch (ja, echt) van groente te gaan houden.

Beeld Krista van der Niet

Met een verlekkerde blik drukt een baby een broccolistronk tegen zich aan. Het is de reclamedroom die een potjesvoedingmerk ons voorschotelt. Jong geleerd, oud gedaan, luidt de claim.

Als je maar jong genoeg begint met het geven van veel groente, zullen kinderen er voor altijd van houden. Nooit meer dramatische taferelen waarbij ze alles wat groen is (en niet op een winegum lijkt) wantrouwen of met een gruwelgezicht een verdacht stuk paprika uit de pastasaus vissen. Een groentewalhalla kortom.

Mensen zijn omnivoren, maar dat 'alles eten' doen we helaas niet vanzelf. Kinderen worden geboren met smaakvoor- en afkeuren. Zoet vinden ze lekker, bitter en zuur blieven ze niet. Geef een baby maar eens een hapje witlof of grapefruit; de gelaatsuitdrukking die daarop volgt, spreekt boekdelen. Zelfs rattenbaby's spugen bitter voedsel meteen weer uit, ontdekten wetenschappers.

Giftige stoffen

Deze voorkeuren hebben - het zal 's niet - een evolutionaire achtergrond. In de natuur waarschuwen de smaken bitter en zuur vaak voor giftige stoffen, terwijl zoetheid juist duidt op voedzame suikers. Zelfs onze voorliefde voor zout is deels aangeboren: zout is van belang voor de vochtbalans.

Hoe sterk de voor- en afkeuren blijven, is deels genetisch bepaald, denken sommige wetenschappers. Bepaalde genen zouden gevoeliger maken voor bitter. Volgens een Amerikaans onderzoek uit 2005 in het vakblad Pediatrics zijn de bittere smaakreceptoren van sommige kinderen daardoor scherper afgesteld. Hun misbaar bij een hap aubergine getuigt dus wellicht niet alleen van potentieel toneeltalent.

Wel is de algemene gedachte dat smaak kan worden bijgestuurd. Want behalve kritisch zijn kinderen ook tamelijk flexibel. Althans tot een jaar of 2, wanneer ze de woorden 'nee' en 'zelf doen' hebben ontdekt.

Beeld Volkskrant

Voedsel-neofobie

Er bestaan zelfs studies die aantonen dat het helpt als moeder veel bloemkool, spruiten en andere 'lastige smaken' te eten tijdens de zwangerschap, zodat de ongeboren baby vast kan wennen. Hetzelfde geldt voor de periode van borstvoeding.

Onder de veelzeggende en voor ouders utopische titel Mama, mag ik weer spruitjes? promoveerde voedingswetenschapper Coraline Barends eind juni aan de Wageningen Universiteit op haar onderzoek naar de 'jong geleerd, oud gedaan'-hypothese bij kinderen tot 2 jaar. Niet alleen de meeste kinderen eten onvoldoende groente, ook 80 procent van alle volwassenen haalt de 200 gram per dag niet. Om dat tij te keren, wilde Barends weten of het helpt om de allerjongsten een liefde voor groente aan te leren.

'Vanaf 2 jaar krijgen kinderen last van voedsel-neofobie', zegt Barends: angst om nieuwe, onbekende dingen te eten. Hoewel nieuw snoep met milde argwaan meestal nog wel geprobeerd wordt, zal menig ouder de zin 'dat lust ik niet' geregeld horen bij een voedingsmiddel dat nog nooit is geproefd of dat eerder zelfs nog geliefd was.

Heel verklaarbaar allemaal, vanuit eerdergenoemde evolutionaire gedachte (baby's worden nog gevoerd maar 2-jarigen kunnen zelf op zoek naar voedsel en moeten hun mond niet volproppen met giftige planten). Maar het is uiterst onhandig voor de moderne ouder op groentemissie.

Babytest

Omdat baby's relatief het meest openstaan voor nieuwe smaken, deed Barends een test bij baby's van gemiddeld 5,5 maand die hun eerste hapjes vast voedsel kregen.

Ze deelde de baby's in groente- en fruitgroepen in. De groentegroepen kregen gedurende drie weken alleen groente als bijvoeding naast melk: sperziebonen- en artisjokpuree afgewisseld met bloemkool- en broccolipuree. De kinderen in de fruitgroepen kregen om de dag appel- of pruimpuree en op de tussenliggende dagen peer en banaan.

Na de drie weken aten de groentebaby's meer groente, maar evenveel fruit als de fruitbaby's als hun dit werd voorgeschoteld. Aan groente moesten ze wennen, aan fruit niet.

Toen de kinderen een jaar oud waren, bleken de groentebaby's bijna 40 procent meer groente te eten dan de fruitbaby's. 'Een enorm verschil', volgens Barends. Maar toen de onderzoekster weer een jaar later kwam testen, bleek het effect uitgewerkt.

'Mogelijk kun je het effect vasthouden als je continu blijft aanbieden', zegt Barends. Haar vermoeden wordt gestaafd door ander onderzoek waaruit blijkt dat kinderen sowieso goed smaken kunnen leren waarderen.

Tips bij eetleed

* Belonen van goed eetgedrag mag, met stickers of een verhaaltje, maar niet met toetjes of ander 'lekker' eten

* Blijf variëren en voorkom daarmee verveling

* Zeg nooit: dit is gezond, een kind denkt al snel 'aha, dus dit is niet lekker'

* Hou vol met het aanbieden van ander eten, ook als het kind het weigert te eten

* Dwing je kind niet 'het bord leeg te eten'; dit leert kinderen op termijn af om te reageren op de ingebouwde impuls van vol zitten en kan op latere leeftijd overgewicht tot gevolg hebben

* Probeer niet te stressen over het eetgedrag van je kind; kinderen eten beter bij een ontspannen ouder

* Geef het goede voorbeeld: als ze zien dat jij het eet, is dat aantrekkelijk

* Laat ze kliederen en rotzooien: spelenderwijs leren kinderen het best

* Houd doelen klein en voer gezonde gewoonten stapsgewijs in (voorbeeld: deze week eet mijn kind bij elke maaltijd één hap groente)

Herhaalde blootstelling

Sinds een jaar of twintig is de groentekwestie een geliefd studieobject onder voedingswetenschappers en psychologen. Aan smaken kun je wennen, is de universele gedachte. En gewenning bereik je via wat wetenschappers 'herhaalde blootstelling' noemen. Dat geldt voor alle leeftijden. Bier en koffie vinden we tenslotte ook niet meteen lekker.

Maar de sperzieboon moet wel in de mond belanden om überhaupt gewenning te veroorzaken, en laat dat nu juist het probleem zijn bij veel (oudere) kinderen. Daarom zou Barends elke ouder adviseren om als eerste met groente te beginnen als bijvoeding.

Oermoeder van het voedingsonderzoek bij baby's is de Amerikaanse Leann Birch, tegenwoordig als hoogleraar psychologie verbonden aan de University of Georgia. Zij ontdekte begin jaren tachtig dat herhaalde blootstelling wonderen deed. Ze liet baby's tofu eten, destijds een type voedsel dat niet al te vanzelfsprekend was. Na een keer of negen, tien proberen waren de meeste kinderen gewend aan het rare spul.

Dat getal is mythische proporties gaan aannemen, zegt Remco Havermans. 'Maar het is natuurlijk geen wetmatigheid. Niet elk kind zal bij elke voeding op elke leeftijd aan negen keer proeven voldoende hebben. Soms lukt het pas na twintig keer, en soms is de aversie blijvend.'

Beeld Volkskrant

Lange adem

Havermans is als psycholoog verbonden aan de eetgroep van de Universiteit Maastricht, waar hij vooral onderzoek doet naar eetgedrag bij 4- en 5-jarigen. In zijn vrije tijd houdt hij hierover het blog etenschappelijk.nl bij. 'Hoe vroeger je begint, hoe sneller je baby groente zal leren waarderen of accepteren, maar eigenlijk kan dat aanleren op elke leeftijd', zegt Havermans, zelf vader van drie jonge kinderen.

Voor dat herhaaldelijk blootstellen moet de gemiddelde ouder wel een lange adem hebben. Avond aan avond met een preiprutje klaar zitten voor de neus van een jengelend kind is geen sinecure. Uit de literatuur blijkt dat ouders het vaak na vijf keer opgeven. 'Toch volhouden', zegt de psycholoog. 'Zelfs kijken naar groente heeft al een positief effect.'

Of, zoals voedingswetenschapper Barends zegt, het creëren van een 'positief en vrolijk gevoel' bij groente kan helpen. Dat is ook het idee achter de groentecreaties in leuke vormen (sterren van komkommer, gezichtjes van spinazie) - hoewel nooit wetenschappelijk is bewezen dat dit werkt. 'Er zijn wel studies die suggereren dat plaatjesboeken met bijvoorbeeld broccoli als hoofdpersonage of projecten met groentetuintjes kinderen helpen om sneller groenten te proberen', zegt Barends.

Beeld anp

Contrasteffect

Maar nooit dwingen, want dat werkt op de lange termijn averechts, zeggen de experts. 'Veel trucs werken misschien wel een paar keer, maar na een tijdje keren ze zich tegen de ouder', zegt ook Havermans. Belonen met een toetje bijvoorbeeld. Dan gaat het kind snappen: aha, dus dit is vies en straks krijg ik iets lekkers. Het zogeheten contrasteffect.

Hoewel diverse methoden het zullen verbieden, vindt Havermans het overigens geen probleem als ouders een beetje ketchup of appelmoes bij een bittere groente serveren. 'Maar daar moet je dan wel na een tijdje mee stoppen, anders kan het kind nog niet wennen, omdat de smaak permanent door zoetigheid wordt verbloemd.'

Zowel Havermans als Barends kent de veelgebruikte methode van de Britse baby-eetgoeroe Gill Rapley. In plaats van passief gepureerd voedsel door te slikken moet de baby volgens Rapley actief op ontdekkingstocht met hele stukken wortel of bloemkool. De onderzoekers hebben geen idee of de theorie klopt. 'Er bestaan geen studies naar', zegt Havermans. 'Maar spelenderwijs iets leren klinkt best logisch.' Barends ontdekte dat leren in het begin in elk geval ook prima met puree kan. 'Puree bied je juist eenvoudig aan, dat heeft voordelen, maar iedereen moet het natuurlijk zelf weten.'

Om echt te weten wat werkt, zou je eigenlijk een groep kinderen willen grootbrengen met groente op verschillende manieren en die vergelijken met 'bijvoorbeeld een testgroep die alleen maar frikandellen krijgt', zegt Havermans. Lachend: 'Maar dat zal wel niet langs de ethische commissie komen.'

Beeld anp
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden