Interview Modest dressing

Een gesprek met drie moderne gereformeerde vrouwen over gepaste kleding: ‘Het is een misverstand dat modest dressing onderdrukkend is’

Yolanda van Zwetselaar-Tijssen (23) Beeld Erik Smits

Je kunt ze van een kilometer afstand zien aankomen: gereformeerde vrouwen. Nietwaar? Inderdaad: niet waar. Natuurlijk zijn er grenzen, maar die liggen verder boven de knie dan je zou verwachten. Een gesprek met drie moderne refo-meiden naar aanleiding van een tentoonstelling over mode in de biblebelt.

Je verwacht het niet: je nodigt drie jonge, gereformeerde vrouwen uit om over refomode te praten en de eerste komt aanzetten met blote benen. Niks geen huidkleurige panty: haar gebruinde bovenbenen zijn onbekommerd zichtbaar onder een kort, gebloemd jurkje en aan haar voeten draagt ze stoere Dr. Martens. ‘Bij zo’n korte roklengte zeggen ooms van me wel: moet dat nou?’ lacht Yolanda van Zwetselaar-Tijssen (23, getrouwd, lid van de Gereformeerde Gemeente, zit elke zondag in de kerk in Opheusden). ‘Maar dan zeg ik gewoon: hoezo? Het is toch een jurk?’

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

De tweede, Anne van Blijderveen (24, opgegroeid in gereformeerde kring in Ochten op de biblebelt en nu ‘officieel nog lid van de Hersteld Hervormde kerk’), draagt een hippe maxi-jurk met goudopdruk en sneakers eronder – ook al geen outfit die je direct associeert met de zwartekousenkerk. Tenslotte stapt Janieke Sanders (29) het Utrechtse Museum Catharijneconvent binnen, waar we de lezing Mode op de biblebelt bijwonen om daarna verder te praten over het onderwerp. Janieke (kerkt bij de Gereformeerde Gemeente Nederland in Veenendaal en af en toe ook elders) draagt een blauwe top met een wijde hals waar, bepaald sexy, een knalrood behabandje onderuit piept. De drie vrouwen kennen elkaar via-via een beetje; alle drie brachten ze hun middelbareschooltijd door op het (zwaar) reformatorische Van Lodenstein College in Kesteren en bovendien: ons kent ons op de biblebelt.

Dat blijkt al meteen als we het auditorium binnengaan waar de lezing wordt gehouden. Janieke Sanders herkent Josine Drogendijk-Evers, de modejournaliste achter het katheder, als een voormalig buurtgenote van haar ouders. Ze gaat haar dus even snel begroeten. ‘Ha, wat een kleine wereld is het toch.’

Al snel duikt Deuteronomium 22:5 op in de powerpoint van Drogendijk. ‘Het kleed eens mans zal niet zijn aan een vrouw, en een man zal geen vrouwenkleed aantrekken; want al wie zulks doet, is den HEERE, uw God, een gruwel.’ Er klinkt herkennend gemompel in de zaal, die overigens stampvol is; de tentoonstelling Bij ons op de Biblebelt is een regelrechte hit. Op de lezing zijn voornamelijk vrouwen afgekomen. Van alle leeftijden en in allerlei kledingstijlen, maar wel zijn er veel meer rokken dan broeken – ‘het kleed eens mans’ is nog immer een no-go voor de ruim vertegenwoordigde reformatorische groep vrouwen in de zaal.

Niet dat de rok altijd probleemloos is, zegt Drogendijk, terwijl ze doorklikt naar een volgende dia, van een groepje tienermeisjes. ‘De oudere generatie gereformeerden moppert dat de jeugd tegenwoordig rokken zo klein als zakdoeken draagt.’ Gelach in het auditorium. De geest van de ooms van Yolanda is opeens dichtbij.

De lezing van Josine Droogendijk, die zelf ook opgroeide in de reformatorische gemeenschap en een website over de kledingstijl van koningin Máxima bestiert, staat niet op zich. Modest dressing of modest fashion is momenteel een veelbesproken onderwerp in de modewereld. Modest kun je vertalen als ‘bescheiden, ingetogen’, maar het staat in dit geval ook voor kleding die gebonden is aan religieuze regels – of dat nu christelijke, islamitische of orthodox-joodse regels zijn. Je zou kunnen zeggen: zedige kleding, al heeft dat een bijklank waar menig draagster zich tegen verzet. ‘Het is een wijdverbreide misvatting dat modest clothing onderdrukkend is’ werd in The New York Times een modejournaliste geciteerd die sprak op een symposium genaamd Meeting Through Modesty. ‘Als vrouwen in een vrij land ervoor kiezen hun lichaam te bedekken, is dat hun eigen keus.’ Vrije keus of niet, een feit is dat modest fashion óók een miljardenbusiness is. Van Chanel-draagsters in Arabische oliestaten tot de klanten van het in reformatorische kringen welbekende modehuis Speksnijder in Veenendaal; vrouwen geven veel geld uit aan kleding en dus is er aanbod voor elke gezindte. En nu al helemaal, want het huidige modebeeld is op en top modest. Crop tops eruit, plooirok erin – de look is ladylike komende winter.

Heel prettig, zeggen Anne, Janieke en Yolanda, dat de kleding die zij altijd al droegen, nu zo in de mode is. Janieke: ‘Je merkt echt verschil; vroeger werd ik wel uitgescholden als ik met mijn ouders naar de kerk liep. Dan riepen kinderen: ‘Refo’s! Zwarte kousen!’ Dat hoor ik nu nooit meer. Een lange rok is nu gewoon mode, geen reden om je na te roepen, ook niet de jonge meisjes van nu.’

Anne van Blijderveen (24) Beeld Erik Smits

‘Wat zegt de Bijbel over de modetrends van de 21ste eeuw?’, vraagt Josine Droogendijk op het podium. Weer lacht de zaal: niks natuurlijk. Nee, er staat nergens geschreven dat rode nagellak niet mag, zegt Droogendijk. Mode op de Biblebelt gaat dan ook voornamelijk over ongeschreven regels. Rode nagellak dragen is voor gereformeerde vrouwen nog steeds een kleine daad van rebellie.

Voor advies over specifieke kledingstukken zou je aan de Bijbel nu trouwens toch niet veel meer hebben; ‘het kleed eens mans’ was een jurk toen Deuteronomium werd geschreven. Het gaat dan ook eerder om attitude, zegt Droogendijk. Nederigheid, niet al te veel opsmuk, het besef dat aandacht voor het uiterlijk haaks staat op het beginsel dat de mens zondig is. Waarom een lichaam verfraaien dat toch weer tot stof wederkeert? Over stof gesproken, grapt Droogendijk: ‘Je kuis kleden is niet: kort van stof en diep van inzicht, zoals onze dominee zegt.’ Het gaat er niet om elkaar zoveel mogelijk regeltjes op te leggen, zegt Droogendijk ook. Maar ze zijn er natuurlijk wél en ze schetst er dan ook een aantal: geen broeken dus voor vrouwen, geen spierwitte trouwjurk (want zo rein is de mens niet), een hoed op in de kerk. Plus, al naar gelang de zwaarte van de gemeente: geen spaghettibandjes, geen oorbellen (een mens is immers geschapen zonder gaatjes in de oorlel), geen gekleurd haar, geen blote voeten in sandalen. De legging heeft bijkans tot een heus schisma geleid binnen de gereformeerde kerken: is het een broek, en daarom verboden? Of beenmode, dus toegestaan? Maar het is wél het type beenmode dat leidt tot steeds kortere rokken, dus moest-ie niet toch verbannen worden? ‘Tot in de kerkbladen was er discussie’, vertelt Droogendijk.

‘Discussie? Commotie!’, zegt Anne van Blijderveen als we na afloop van de lezing verder praten bij een drankje in het museumcafé. ‘De legging veroorzaakte complete relletjes.’ Ook Janieke Sanders weet het nog. ‘Op het Lodestein mocht je geen legging dragen, maar van mijn ouders mocht het wel. Dus ik deed toch die legging aan, met halfhoge laarsjes, dan leek het een maillot.’ Anne vult aan: ‘En als ie dan iets gekrompen was in de was, had je een probleem, want dan piepte hij uit je laarsjes. Was dus niet de bedoeling. Ik droeg ’m met een stretchrokje tot net over mijn kont, dat was al helemáál niet de bedoeling. Toen werd ik op school naar boven geroepen en moest ik een schoolrok aan.’

Een schoolrok? Jazeker, vullen Yolanda Van Zwetselaar-Tijssen en Janieke Sanders aan: was je rok te kort op het Lodenstein dan kreeg je een enkellange rok met het schoollogo uitgereikt om de rest van de dag te dragen. ‘Gelukkig is het mij nooit overkomen’, zegt Janieke. ‘Ik zou me geschaamd hebben.’ Zij niet, zegt Anne: ‘Ik vond het wel stoer. Ik rolde hem in de taille op om hem korter te maken en ging ermee op de tafel rondjes staan draaien.’

Anne gaat niet meer, zoals in haar jeugd, naar de kerk op zondag. ‘Dat vinden mijn ouders wel moeilijk, maar ze accepteren het. En het kan best zijn dat ik op een dag wél weer ga, ik zeg niet: nooit meer.’ Ze is verhuisd van Ochten naar Amsterdam, werkt bij het documentairekanaal 2Doc, heeft een vriend die zich, net als zij, losgemaakt heeft van het geloof van thuis. ‘Mijn vriendenkring bestaat voor ongeveer de helft uit mensen die, net als wij, van huis uit reformatorisch zijn. De andere helft heeft een heel andere achtergrond.’

Bij Janieke en Yolanda is die verhouding anders: 80 tot 90 procent van hun vrienden, schatten ze, is reformatorisch. Zij, beide werkzaam in de zorg, wonen nog wel in de biblebelt, Janieke in Renswoude en Yolanda in Ochten, en ze gaan steevast elke zondag naar de kerk. Mét hoed, ja. ‘Ik heb er wel zes’, zegt Janieke. ‘Een witte haarband met een platte schijf die scheef op je hoofd staat. Een gele vilten, die lijkt een beetje op een pet.’ Yolanda: ‘Mijn favoriet is een legergroen dopje, dat draag ik al drie jaar.’

Anne is de enige van hen drie die geregeld broeken draagt; ze loopt vaker in een jeans dan in een rok. Ook daaraan hebben haar ouders leren wennen. ‘Mijn vader vond het zelfs altijd wel leuk dat ik een beetje opstandig was.’ Yolanda draagt af en toe een broek als dat handig uitkomt voor haar werk, maar houdt het doorgaans, net als Janieke, op een rok of een jurk. Maar ook zij lappen al te conservatieve codes af en toe aan de kniehoge laars.

‘Ik zoek de grenzen een beetje op’, zegt Yolanda, terwijl ze op haar jurkje tot halverwege het bovenbeen wijst. ‘Ik vind dit wel kunnen, ik doe hier God geen schade mee. Het is ook allemaal niet zo benauwd als de buitenwereld vaak denkt, hoor.’ Ze steekt haar handen op, toont lichtblauwe nagels. ‘Ik draag ook nagellak. Pastelkleurig, gewoon verzorgd.’

Kan zijn, zegt Anne, maar felroze nagellak moest zij er toch echt afhalen vroeger van haar moeder voordat ze naar de kerk ging. ‘Thuis mocht het wel.’ Zo schipperden ze alle drie geregeld tussen wat er wel en wat er niet kon. ‘Ik heb, op weg naar een vriendin, onder een viaduct een keer stiekem mijn rok voor een broek verwisseld’, vertelt Yolanda. ‘Ik voelde me zo schuldig, ik heb het daarna nooit meer gedaan.’ Janieke zegt dat haar ouders het vroeger ‘niet grappig’ vonden als zij een bikini droeg. ‘Op een gegeven moment kreeg ik er toch een. Een tankini, met een hemdlang bovenstukje. Werd ik in het zwembad nog uitgescholden voor refo terwijl ik eindelijk geen badpak meer droeg.’

Janieke Sanders (29) Beeld Erik Smits

Maar, zegt Janieke dan, nu ligt wel erg de nadruk op alle restricties. ‘Ook in de lezing kwam het over alsof wij aan banden liggen. Zo voel ik dat helemaal niet. Ik draag precies wat ik wil dragen, ik zou niet eens in een trainingsbroek rond wíllen lopen, dat is helemaal niet mijn stijl. Dat ik geen gaatjes in mijn oren heb, is omdat ik zonder geboren ben, maar vooral omdat iedereen ze al heeft. En ook omdat ik zo’n perfectionist ben. Ik zou meteen bij iedere outfit een ander paar oorbellen willen hebben. Ik heb over een paar maanden een bruiloft en ik ben nu al op het obsessieve af bezig met wat ik aan zal doen.’ Ze laat foto’s zien op haar telefoon van de beoogde outfit: een nauwsluitende jurk met een driekwart mouw en grote volants aan één schouder. ‘Ik heb okerkleurige schoenen gezien die er precies bij passen, die draag ik verder waarschijnlijk nooit meer. Een paar schoenen kopen om eenmalig te dragen vind ik wel ver gaan. Maar ik koop ze toch, denk ik.’

Dit, zegt Anne lachend, dit is heel gereformeerd. ‘Refo’s maken nu eenmaal veel werk van hun outfit. Ik heb een zaterdagbaantje bij Zara gehad en daar kwamen ouders die voor een feest een nieuw spijkerbroekje en een T-shirtje uitzochten voor hun kinderen. Daar snapte ik helemaal niks van. Bij ons was het: lakschoenen, bijpassende tasjes, vlinderstrikjes voor de jongens, de hele rataplan. Mooi uitgedost naar de kerk gaan, dat mis ik soms nog wel. Het mag niet om je uiterlijk draaien, maar natuurlijk kijken alle vrouwen als iemand een leuke, nieuwe, rode baret draagt. Juist doordat het kader smaller is, kleden refo’s zich, denk ik, extra creatief.’

Klopt, vindt ook Yolanda. ‘Een joggingpak, dat vind ik zo jammer. Je zou er zoveel leuker uitzien als je verzorgder was. Maar iedereen loopt erin.’ Janieke: ‘En dan met Adidas-slippers eronder en zo’n Gucci-tasje erbij. Waarom? Het is hartstikke duur en het kan zoveel mooier.’

Afzakbroeken, naveltruitjes, stringbikini’s, hotpants, blote stretchjurkjes, lange, felgekleurde gelnagels (niet van God gegeven), lipfillers (idem), neuspiercings en tatoeages, ze laten het allemaal aan zich voorbijgaan. Wat ze wel dragen? ‘Wijde midirokken met hakken eronder’, zegt Janieke. ‘Ik droeg ze altijd al graag, en nu ze in de mode zijn, kan ik ze ook fijn overal kopen.’ Overhemdjurken, zegt Yolanda. Ook: een rok met hakken, ‘ik heb ze van 10, 12 centimeter’. Over haar stoel hangt haar zwarte leren jack met metalen studs; haar stijl, zegt ze, is stoer en vrouwelijk tegelijk. Anne’s favoriete outfit van het moment is een witte jeans met een ruimvallend zwart shirt en Nikes, maar een jurk draagt ze ook nog steeds graag. De rode van vandaag is er zo een die je afgelopen zomer in alle hippe winkels zag hangen – kleren kopen, zeggen ze alle drie, is met het huidige modebeeld voor refo’s geen enkel probleem. Bij de vaste adressen van veel gereformeerde vrouwen – Speksnijder, Simons, College Style, modezaken die hun vestigingen uitsluitend in de biblebelt hebben – komen ze dan ook nauwelijks. ‘Dat is voor de oudere generatie.’ Ze winkelen bij de Bijenkorf, bij Zara, maar vaak ook nog gewoon bij een vertrouwde zaak in de omgeving. In Veenendaal bijvoorbeeld. Yolanda: ‘Veenendaal is voor ons echt dé stad.’

De fotograaf arriveert, in een aangrenzend zaaltje in het museum zet hij een scherm op voor de fotosessie. Ook hij toont zich licht verwonderd: hij had drie vrouwen in degelijke outfits verwacht. Lage pumps, donkerblauwe rok, witte blouse, nul make-up, het haar in een knot – zoiets, min of meer zoals de vrouw op de poster van Bij ons op de biblebelt. Welnee, zeggen Anne, Yolanda en Janieke: je herkent hen niet meer zomaar in het straatbeeld. Zoals zij eruit zien, zó zien veel refovrouwen eruit.

Expositie

De tentoonstelling Bij ons in de bliblebelt is tot 22 september 2019 te zien in Museum Catharijneconvent, Lange Nieuwstraat 38, Utrecht.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden