Zomerliefde

Een experiment van drie maanden: ‘Niemand kon er iets aan doen dat het september werd’

Vanaf het begin is de zakelijke Carolijn duidelijk tegen Peer: één zomer hebben ze samen, daarna is het mooi geweest. Toch hoopt Peer dat hij de uitzondering is die haar van gedachten kan doen veranderen.

Corine Koole
VKM1091 - zomerliefde 4 Beeld Max Kisman
VKM1091 - zomerliefde 4Beeld Max Kisman

Peer (60), Nederlands

‘In de weken dat ik haar leerde kennen en verliefd werd, liet ze weten dat onze verkering niet langer dan één zomer kon duren. Relaties waren niks voor haar. Zij was het soort vrouw dat verhoudingen had met getrouwde mannen, om op een goede dag een reden te hebben ook weer te stoppen. En ik dacht: prima, we zien wel.

Met haar zakelijke, beetje harde uitstraling, de witte bloes, de rode broek en de gelakte nageltjes, was ze niet het type waar ik normaal op viel. Ze had een hoge functie ergens, ik had een eenmanszaak waarin ik vintagefietsen opknapte en koffie en broodjes verkocht. We werden aan elkaar voorgesteld door een gemeenschappelijke vriendin, twee jaar geleden in 2020: die mooie zomer waarin de terrassen gesloten bleven. Avondenlang zaten we samen op haar dak te praten en soms bleef ik slapen.

Zelf was ik ook niet uit op eeuwige liefde. Toen ik een jaar of 30 was, heb ik gehunkerd naar een vrouw die maar niet kon kiezen tussen mij en haar man. Hoewel ze zwoer dat ze van me hield en bij mij wilde zijn, pakte ze soms zomaar ineens haar biezen en woonde dan weer een paar maanden bij haar man. Die krachten van eb en vloed stompten me af en ik nam me voor dit nooit meer te laten gebeuren. Als ik weer verliefd werd, zou ik verliefd worden voor één dag, met hooguit telkens weer een dag erbij. Nooit meer zou ik me zo afhankelijk maken met plannen voor de lange termijn.

Liefhebben zonder grote woorden

Daar heb ik me dertig jaar goed aan gehouden, zonder enige verbittering. Ik merkte dat je goed kunt liefhebben zonder grote woorden en beloften. Liefde wordt niet per se armoediger wanneer je een relativistische houding hebt. Misschien zelfs intenser, omdat je geen gedachten vuilmaakt aan wat volgt. Een keer, toen het weer te slecht was voor haar dakterras, hebben we de hele dag samen in haar bed gelegen. Rond een uur of 11 werden we wakker en opende zij champagne, we aten wat in bed en hadden elkaar lief. Ik zei, en ik weet niet meer of het toen was of op een later moment: ‘Ik hou van je.’ Het waren geen woorden die ik me had voorgenomen uit te spreken. Noch woorden die me plotseling ontglipten of waarvoor ik me schaamde, want ik wist wat haar antwoord zou zijn. Jazeker, dit was een liefde voor één zomer en daar bleef ze bij.

Ik begon haar te missen als we elkaar een tijdje niet zagen. De verliefdheid werd heviger. De nieuwsgierigheid van het begin, de wens die enigszins koele vrouw in haar zakenpakken te doorgronden, veranderde in de loop van juni en juli van aard toen ik onder die ongenaakbaarheid een lieve vrouw ontdekte. Een vrouw die ineens zo’n trek in poffertjes kon hebben dat ik naar de winkel snelde om een pan te kopen en poffertjes te maken. We kookten samen en langzaam begon ik te hopen dat ik de uitzondering was, de man die haar op andere gedachten zou kunnen brengen, de man voor wie ze wel oprechte commitment kon opbrengen. Alle tekenen wezen er immers op. Ruzies hadden we nooit, in onze gesprekken klonken nooit verwijten door, of zelfs maar melancholie over de voortschrijdende zomer. En toen Carolijn me begon voor te stellen aan haar vrienden, hoopte ik er stiekem een herfst en winter bij.

In reservetijd

Het was een vrijdagavond in september 2020, een week na mijn verjaardag. We waren uit eten in het restaurant van onze eerste date en spraken over onderwerpen waarvan ik nu niet meer weet wat ze waren, omdat ze nooit zwaar of ingewikkeld waren, en ineens zei ze: ‘Het is september, we zitten eigenlijk al in reservetijd. Het is mooi geweest.’ En hoewel ik me hier al sinds mei op voorbereidde, kwam het moment zelf toch nog onverwacht. Natuurlijk deed het pijn, maar wat kon ik zeggen? Om een nadere verklaring heb ik dan ook niet gevraagd. Ik kende de verklaring al. Carolijn heeft een drukke baan en een druk sociaal leven en in de minuten daartussen is ze in wezen een einzelgänger.

Haar timing, midden in een restaurant, was wat ongelukkig, maar verder viel haar niks kwalijk te nemen. Zullen we wel vrienden blijven?, vroeg ze. Maar in mijn fietsenwerkplaats met horeca zie ik de hele dag mensen en vrienden heb ik genoeg. We aten verder en bestelden nog een koffie en toen heb ik de rekening gevraagd en ben ik vertrokken.

Het duurde enkele maanden voor de teleurstelling was gezakt, maar intussen heb ik alweer een jaar iemand anders. Als ik Carolijn tegen het lijf loop, geven we elkaar een kus en beloven we ‘snel even een biertje te doen’. Maar dat gebeurt nooit en dat is goed. De zomer van 2020 zal in mijn herinnering altijd een heel bijzondere zomer blijven die ik voor geen goud had willen missen. Dat het september werd, daar kon niemand iets aan doen.’

Carolijn (55), Nederlands

‘Het was de zomer van 2020, in het begin van corona. Niemand had nog een idee wat ons te wachten stond, en ik dacht: hoe ga ik dit doen, met al mijn vrienden, wie kan ik nog blijven zien? Ik hou van de zomers thuis in de stad, wanneer alle forenzen met hun geel-blauwe fietsen zijn verdwenen, ik hou van de warmte op mijn huid, de lichtheid die de zomermaanden met zich meebrengen, en het was precies die lichtheid in combinatie met de beperking die me op de frivole gedachte bracht een relatie te beginnen met de man om de hoek.

Zou mijn leven nog leuker kunnen worden dan het al was? Ik hield me altijd verre van liefdesverbintenissen, maar nu leek de perfecte timing om één zomer lang uit te proberen hoe het was om een relatie te hebben. Een experiment van drie maanden. In september, als het weer zou omslaan, zouden we er weer mee stoppen. Dat stelde ik hem voor. Hij lachte. Misschien dacht hij: wacht jij maar af, in de herfst plakken we er gewoon nog wat maandjes aan vast. Maar dat sprak hij niet uit. Er is zoveel niet uitgesproken die maanden. En dat hoeft ook niet in een driemaandenrelatie.

Geen verwachtingen

Middagenlang zaten we op de brede bank voor zijn fietsenzaak in die roezemoesstraat in het centrum van de stad en dronken we de ene cappuccino na de andere. Dan vroeg ik weleens naar zijn vrienden, ik begreep niet hoe je op het wisselen van slechts enkele woorden dierbare vriendschappen kon baseren, zoals hij leek te doen. Maar dan haalde hij zijn schouders op, en zei iets als: zo ga ik nu eenmaal met die mannen om.

Lange gesprekken deelden we niet, wel lange maaltijden en lange avonden op mijn dakterras. Op een of andere manier ervoer ik zijn aanwezigheid als heilzaam, ik genoot van zijn gezelschap. Hij is een zachtaardige man, een man ook die nooit het achterste van zijn tong laat zien. En misschien was dat precies wat ons bond. De aard van onze relatie, de voorgenomen eindigheid, heeft nooit een seconde ter discussie gestaan of geleid tot ruzies of melancholie, wat ons misschien wel vrijer maakte dan welk ander stel dan ook. Er waren geen verwachtingen, er hoefden geen plannen te worden gemaakt. Het was telkens déze dag, déze week, déze maanden. Gezamenlijke verantwoordelijkheden hadden we niet.

Plezierige cocon

Meestal kwam hij aan het begin van de avond binnen en dronken we wat, soms schoven wat vrienden van me aan, soms gingen we eropuit. Wandelen of met de fiets naar de bioscoop, hij bij mij achterop. Onze actieradius was niet groter dan 5 kilometer. Soms bleef hij slapen, maar seks was niet de reden dat we samen waren, het was de vrolijkheid, de veiligheid samen met de geruststelling van de tijdelijkheid. Het verbaasde me dat ik als verstokte vrijgezel zo kon genieten van elke dag een man op de bank.

Als ik terugdenk aan die maanden kan ik me de afzonderlijke momenten niet meer voor de geest halen, ik herinner me hoogte- noch dieptepunten. Het was een vorm van liefde die nog het meest weg had van een plezierige cocon, en die zeker niet onderdeed voor die eeuwige variant waar iedereen altijd zo hoog over opgeeft. Ja, in mijn huis golden mijn regels, werd gegeten wat ik kookte, ik kan best bazig zijn. Het was niet zo dat ik me in die drie maanden helemaal uitleverde, of dat ik een zomer lang een romantisch plaatje naspeelde. Alles was echt en eerlijk, zowel de warmte als de reserves. Dat een relatie minder beklemmend was dan ik altijd had gedacht, werd mijn inzicht van het jaar.

Ongelovig, maar sportief

Maar getwijfeld heb ik nooit. Toen het september werd en de zon vroeger zakte, begon ik na te denken hoe ik respectvol een einde aan onze liaison kon maken. Ik stelde het uit, want het bleef maar mooi weer, maar toen de voorspellingen slechter werden zei ik op een avond: ‘De zomer is voorbij, je zult wel begrijpen dat het tussen ons ook voorbij is.’ We zaten op een terras. Hij reageerde gelaten, met dezelfde lach als waarmee hij mijn zomerliefdeplan omarmd had. Ongelovig, maar sportief. Hij probeerde me niet op andere gedachten te brengen, werd niet boos, en als hij al verdrietig was, heeft hij dat niet laten zien. We dronken ons glas leeg, praatten nog wat en toen heb ik hem voor de laatste keer achterop genomen en naar huis gebracht. Ik hoop echt dat we elkaar nog eens tegenkomen, en dat we dan herinneringen kunnen ophalen aan hoe fijn het was, die exotische zomer van 2020 in onze provinciestad. Daar kon geen tropisch eiland tegenop.’

De namen Peer en Carolijn zijn op verzoek van de geïnterviewden gefingeerd. Hun echte namen zijn bekend bij de redactie.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden