Een dossier vol vage termen

Kyung Hwa (30) is op haar 4de als adoptiekind uit Zuid-Korea naar Nederland gekomen. Ze is nu vrijwilligster op een kinderboerderij om de jeugd te beleven die ze niet had....

'Een jaar of zeven geleden heb ik mijn voornaam veranderd. Ik heette eigenlijk Monique, maar sinds die tijd laat ik me Kyung Hwa noemen. Dat betekent Vurige Bloem. Dat past beter bij me, vind ik. Mijn achternaam wil ik te zijner tijd ook veranderen, maar dat heeft meer voeten in de aarde. Als je Poepjes of Mussert heet, schijnt het betrekkelijk eenvoudig te zijn, maar als ik terug wil naar mijn oorspronkelijke Koreaanse naam, wordt het een stuk moeilijker. Het kost in elk geval veel geld aan leges en advocaten. Afgezien van het feit dat ik dat geld niet heb, ben ik daar principieel op tegen. Waarom moet ik betalen voor iets wat me toebehoort? Maar voor ik het doe, wil ik me er eerst wat meer in verdiepen, want dan maak ik er een zaak van met een proefproces en de media erbij.

Ik zou op z'n Koreaans Park heten. Dat is mijn werkelijke achternaam overigens ook niet, maar die komt er het dichtste bij. De naam Park staat alleen maar in de adoptiepapieren. Half Korea heet Park, zoals men hier Jansen heet. De directeur van mijn laatste tehuis heette Park. Hij was mijn zogenaamde voogd en omdat ik een naam moest hebben, gaven ze de zijne, anders kon ik niet worden geadopteerd.

De datum van mijn verjaardag heb ik ook veranderd. In mijn paspoort staat 27 december 1969. Dat is een vreselijke dag tussen de feestdagen. Er kwam ook nooit iemand op bezoek. Daarom vier ik mijn verjaardag nu op 21 mei. Dat vind ik een mooie datum, zo kort voor de zomer. Alleen als ik horoscopen lees, kijk ik nog wel in de buurt van december. Dan pik ik datgene eruit waarvan ik denk dat het bij me past. Dat is geen mezelf-voor-de-gek-houden, want ook die 27ste december is niet helemaal zeker. Het kan net zo goed 26, 28 of 29 december zijn. Mijn dossier staat vol vage termen als wellicht, mogelijk, waarschijnlijk, zou kunnen, aangenomen dat, naar schatting. Het zijn twee A4'tjes waar je weinig wijs uit wordt.

Stel je voor dat je niet weet waar je vandaan komt, hoe je heet en wie je ouders zijn. Je bent ergens op de wereld geschopt en vervolgens ben je vier jaar later verplaatst naar de andere kant van die wereld. Dat idee is toch vreselijk? Ik kan me soms geweldig eenzaam voelen en als ik dan diep doordenk, zie ik het leven absoluut niet meer zitten. Ik heb er niet om gevraagd. Mag ik dan alsjeblieft het recht hebben om zelf uit te maken wanneer ik het wil beëindigen?

Ik doe het niet. Althans, ik doe het niet meer. Ik heb twee keer geprobeerd zelfmoord te plegen, waarvan een keer serieus. Maar na die laatste keer heb ik met mezelf afgesproken: hoe klote ik me ook voel, die kant gaan we niet meer op.

Ik weet best dat het voor een deel aan mijn karakter ligt. Mijn twee jaar jongere zus is ook een Koreaans adoptiekind. Het verschil tussen ons is dat zij haar afkomst en het gebrek aan verleden veel minder als een probleem ervaart. Zij wil het liefst gewoon een blank meisje zijn. Laatst zei ze over Michael Jackson dat zij dat verbleken wel zag zitten, als die behandelingen niet zo duur zouden zijn.

Dat wil ik niet. Ik wil mijn eigen identiteit in dit land hebben. Maar wie ben ik? Tegenover de Nederlanders voel ik me het meest een Koreaanse en tegenover de Koreanen het meest een Nederlandse. Er bestaat in Amsterdam een Koreaanse vereniging. Maar daar kom ik weinig, want die club is vrij gesloten. Bovendien spreek ik de taal niet. Ik weet wel veel van Korea uit boeken, uit films en van mensen die er zijn geweest, en ik heb wat tableau vivant-achtige herinneringen aan die eerste vier jaar, maar er blijft toch afstand bestaan. Daar komt bij dat die Koreaanse club vrij conservatief is. Dat past niet bij me. Ik geloof dat ik alle taboes wel een keer heb doorbroken. Ik ben streng katholiek opgevoed, op mijn 17de ben ik het huis uitgeschopt en ik ben lesbisch. Ik heb alleen nog geen tattoo.

Soms denk ik wel eens dat ik gewoon pech heb gehad. Niet omdat ik geadopteerd ben. Dat is voor mij een vaststaand gegeven. Ik denk er bijvoorbeeld nooit aan wat er met mij zou zijn gebeurd als ik niet geadopteerd zou zijn. Het is zinloos te fantaseren dat ik dan gelukkiger zou zijn geweest en dit shitleven niet zou hebben gehad.

Het is wel mijn pech geweest dat ik 26 jaar geleden een van de eerste Koreaanse adoptiekinderen was. Mijn ouders hadden zich daarvoor aangemeld na een soort promotie-uitzending van Mies Bouwman. Dat is geen goede basis geweest. Niet voor hen en niet voor mij. Mijn ouders waren er feitelijk niet aan toe en ze zijn, denk ik, ook niet goed gescreend.

Het klinkt stom en hard, maar ik werd zonder veel omhaal meegegeven. Misschien met de beste bedoelingen, maar alleen liefde is voor een adoptie kind niet genoeg. Er moet ook iets zijn waardoor een kind later kan achterhalen waar het vandaan komt. Ik weet helemaal niets van mijn achtergrond. In Korea hebben ze na tien jaar alle administratie weggegooid. Zo was destijds nu eenmaal de procedure. Na een jaar zoeken liep het spoor dood. Ik had geen enkel aanknopingspunt meer en ben nu in het bezit van twee A4-tjes met louter veronderstellingen over mijn afkomst. Ik ben in drie tehuizen opgevoed. De laatste twee ken ik, maar het eerste, het belangrijkste, niet. Toch heb ik de hoop nog niet helemaal opgegeven. Pas als ik geen hoop meer heb, durf ik naar Korea terug te gaan. Dat duurt nog 1,5 tot 5 jaar, denk ik.

Doordat ik vrijwel niets over mijn afkomst weet, ben ik er ook zo fel op tegen dat spermadonors anoniem blijven. Dat kun je een kind niet aandoen. Elk kind wil weten waar het vandaan komt. Dat is wel het minste, want het heeft niet om zijn geboorte gevraagd. Zijn of haar geboorte heeft de moeder op haar geweten, of hebben de ouders op hun geweten. Een kind nemen is een egoïstische keus, waar je over het algemeen weinig over nadenkt. Meestal is het zo dat het na negen maanden, plop, eruit valt. Bij adoptie gaat dat anders. Dan heb je veel langer de tijd om erover na te denken. Dat verplicht je, vind ik, om veel meer in het belang van het kind te denken.

Ik ben nu 30 en ik heb veel voor mijn kiezen gehad: een ongelukkige jeugd in West-Brabant, je kunt het soms nog horen dat ik daar vandaan kom, en een grotendeels ongelukkige volwassenheid. Op een gegeven moment stond ik voor de keus tussen opname in een inrichting of een dagbehandeling. Ik heb maar voor de dagbehandeling gekozen, omdat ik mijn twee katten niet in de steek wilde laten. Ik ga feitelijk ook liever met dieren om dan met mensen. Dieren bedriegen je niet en je krijgt ook geen ruzie met ze als je ze liefde geeft.

Wat ik van mijn leven tot dusver heb geleerd, is dat ik absoluut geen kinderen wil. Ik heb het, ondanks alle shit, nog aardig gered, maar dat kan ik een eventueel kind niet beloven. Geen kinderen nemen houdt in dat ik, naast geen voorgeschiedenis, geen nageschiedenis heb. Toch houdt het niet op als ik dood ben. Dat weet ik zeker. Ik werk nu als vrijwilliger op een kinderboerderij, omdat ik daar eindelijk mijn jeugd wil beleven, want dat is een gat van vier jaar. Op de kinderboerderij ben ik kind met de kinderen en kan ik ze tegelijkertijd iets leren. Wat? Dat kan ik moeilijk omschrijven. Noem het wijsheid, want ik geloof dat ik dit leven, dat een van mijn laatste levens is, alleen heb kunnen verdragen dankzij een zekere wijsheid.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden