Reportage het verzorgingshuis

Een dief in de nacht stal van mijn opa. Tot we hem op heterdaad betrapten

Diefstal in de zorg is een serieus probleem. Sommige bewoners laten zelfs waarschuwingen achter. Beeld Peter Hermanides

Als de opa (98) van journalist Rhijja Jansen in het verzorgingshuis bestolen wordt van zijn geld, besluit ze op zoek te gaan naar de dader.

Vreemde handen hebben gegraaid in de portemonnee van mijn opa. ‘Zie, helemaal leeg’, zegt mijn oom, terwijl hij de portemonnee geopend voor me houdt. Ik zie een paar euro aan muntstukken, waar een paar dagen ervoor nog briefjes van 20 zaten. ‘Misschien heeft hij de pedicure ervan betaald?’, probeer ik. Mijn oom schudt zijn hoofd. Geen pedicure, geen kapper en er is geen kleinkind langs geweest aan wie mijn opa een extraatje meegaf. Hij heeft het hele weekend niks gedaan, toch is er 40 euro uit zijn portemonnee. Mijn opa is niet dement. Tot zijn 92ste woonde hij zelfstandig, eerst met mijn oma, na haar dood alleen. Tijdens het schillen van de aardappels verloor hij zijn evenwicht en viel hij achterover op de stenen plavuizen. De gebroken heup was niet te repareren, dus belandde mijn opa in een rolstoel en een verzorgingshuis. Dat is nu zes jaar geleden. Elke dinsdag kom ik bij hem lunchen, een lekkerbekje met brood, vaste prik. Vaak ga ik dan even met hem mee naar buiten voor een wandeling of een boodschap. Opa betaalt dan met geld uit zijn portemonnee, een van de weinige zelfstandige handelingen die hij nog kan doen. Maar de laatste tijd zit er geen cash meer in, en gebruik ik zijn pinpas bij de kaasboer en de slagerij. Mijn oom slaat alarm: ‘Ik stop wekelijks 100 euro in zijn portemonnee, waar blijft dat geld?’ Hij denkt dat de verdwijntruc al jaren aan de gang is, misschien zelfs sinds mijn opa in het verzorgingshuis woont. Mijn opa wil er geen ruchtbaarheid aan geven. Als je 98 jaar bent, heb je respect voor mensen met medische kennis, zoals de huisarts, maar ook voor de zorginstelling waarin je woont. Opa wil niet lastig zijn, of opschudding veroorzaken. Maar mijn oom is het zat: er wordt geld gejat en dat moet stoppen.

Mijn opa is niet de enige die dit overkomt. Officiële cijfers zijn niet bekend, maar diefstal in de zorg is een bekend fenomeen. Om die reden werd in 2014 het Waarschuwingsregister Zorg en Welzijn gelanceerd. Dit is een zwarte lijst van zorgmedewerkers die grensoverschrijdend gedrag vertonen, zoals diefstal. Zorginstellingen melden deze medewerkers aan bij het register, zodat ze niet aan de slag kunnen bij een andere zorginstelling. In de detailhandel blijkt zo’n zwarte lijst zeer effectief, maar in de zorg komt het niet goed van de grond omdat slechts een fractie van het aantal zorginstellingen eraan meedoet. Het register is niet landelijk dekkend. Alarmerend, vindt minister Hugo de Jonge van VWS, die deelname van werkgevers in de zorg probeert te bevorderen. Ook werkt hij aan een wetsvoorstel die zorginstellingen verplicht om zich aan te sluiten bij het Waarschuwingsregister. De zwarte lijst blijkt wel enigszins effectief te zijn: van de 22 personen die geregistreerd staan, probeerden 16 bij een andere zorginstelling opnieuw aan de slag te gaan. Dit werd voorkomen dankzij het register.

Mijn oom en ik besluiten om bij mijn opa een verborgen camera te installeren. Ik voel hoe mijn aanvankelijke verbijstering over de diefstal omslaat in woede en strijdlust. Maar hoe kom je eigenlijk aan een verborgen camera? Ik plaats een oproepje in een Facebookgroep, een handige vraagbaak over de meest uiteenlopende onderwerpen. Uit de reacties blijkt opnieuw dat diefstal in de zorg geen zeldzaamheid is. Zo vertelt iemand dat van haar moeder in het verpleeghuis kleding en sieraden gestolen werden. Een ander zag dat de vermiste dure blouse van haar moeder door een vrijwilliger werd gedragen tijdens de herdenking van haar moeder. Mensen attenderen me erop dat een demente medebewoner de dader kan zijn, of dat mijn opa het geld misschien zelf uitgeeft of verstopt. Ook komen er suggesties om het geld beter op te bergen, of geen cash meer in zijn portemonnee te stoppen. Aan deze optie hebben wij ook gedacht, maar we willen dat mijn opa over zijn eigen geld kan beschikken. Hij heeft al zo weinig autonomie. Gelukkig zijn er ook tips: ‘Een vriendin van me gebruikt deze camera bij de babysitter,’ reageert een Amsterdammer. Ik klik op de link, die me bij een webwinkel brengt. De camera is vermomd als gloeilamp, en kun je zelfs in een fitting draaien. Als je het licht aanknipt, begint de camera op te nemen. Zeer incognito dus en maar 50 euro, dus ik bestel hem direct.

Als ik een paar dagen later mijn detective-attribuut verheugd uitpak, barst mijn vriend in lachen uit. De gloeilamp is veel groter dan ik op het plaatje zag. De zwarte lens in het midden valt wel heel erg op bij lamp die helemaal wit is, en die overigens geen licht geeft als ik hem aandoe. Wel gaat er een rood lampje branden als ik hem inschakel, en klinkt er een luide stem met Chinees accent: ‘System operating!’ Er is niets incognito aan deze verborgen camera, ik had net zo goed een cameraploeg in de kamer van mijn opa kunnen zetten. We besluiten om het professioneler aan te pakken: op naar de spyshop in Amsterdam. Even later staan we in de kleine winkel, met tal van beeldschermen om ons heen. De verkoper vertelt ons dat hij regelmatig vragen krijgt over camera’s voor diefstal in de zorg. ‘In de thuiszorg gebeurt het ook vaak. Dan wordt er gejat bij iemand thuis, en komt zijn familie hier langs voor een goede camera. Zodat ze de dader kunnen betrappen’, zegt hij. Binnen tien minuten staan we weer buiten: de goedkoopste camera in de shop kost 400 euro. Er zijn grenzen, we moeten het met onze Chinese bestelling doen.

Een verborgen camera is een beproefde methode voor bedrijfsbeveiligingsbedrijf Hoffmann. Het bedrijf wordt geregeld ingeschakeld door zorginstellingen om diefstal op te lossen. ‘Jaarlijks behandelen we 180 van dit soort zaken,’ vertelt woordvoerder Ron Nieuwendijk, ‘het kan dan gaan om geld, maar ook om sieraden, kleding en medicatie.’ Daders betrapt Nieuwendijk meestal met een verborgen camera. Dit mag niet zomaar: er moet een gegronde reden zijn om de camera te plaatsen, en de cliënt of familie moet akkoord gaan. Met een weids gebaar toont Nieuwendijk de technische ruimte van het bedrijf. Het staat vol met oubollige nachtkastjes, videorecorders, wekkerradio’s en ouderwetse encyclopedieën, die piepkleine verborgen camera’s herbergen. Technicus Martijn installeert de apparatuur en is hier erg bedreven in: ‘Bij mijn oma werden op haar ziekbed de trouwringen van haar vingers gestolen. Zo erg is het soms in de zorg.’

Beeld Peter / Claudie

Ik besluit mijn verborgen camera niet in een lamp te draaien, omdat hij daar met zijn bizarre uiterlijk veel te veel opvalt. In plaats daarvan leg ik hem naast de tv. Hier valt hij niet uit de toon; de camera zou zo kunnen doorgaan voor een hightech antenne of oplader. Via een app kan ik live meekijken met wat de camera filmt. Hij slaat alle beelden een week lang op. Samen met mijn whizzkid-broertje installeer ik het ding in de woonkamer van mijn opa. Na aarzelen heb ik hem ingelicht over de undercover actie. Het is immers toch zijn privacy die geschonden wordt, ook al blijven zijn slaapkamer en badkamer – de plekken waar de zorgmomenten plaatsvinden –buiten beeld. Als ik de verborgen camera aan hem voorleg, wordt mijn opa’s blik een beetje donker. Het verdwijnen van zijn geld is niet zijn favoriete gespreksonderwerp. Maar hij vindt het goed dat we de camera installeren. Terwijl mijn broertje met de camera worstelt, blokkeer ik het zicht voor eventueel binnenstormend personeel, zodat ze ons niet zien prutsen. Aan de ene kant voel ik me krachtig: deze missie moet slagen. Aan de andere kant ben ik als de dood dat we betrapt worden, hoe praat ik me hier in vredesnaam uit?

Thuis open ik de app en het beeld opent met mijn opa in zijn rolstoel, gezien op de rug. Hij ziet er breekbaar uit, met zijn in elkaar gezakte houding en het getik van de klok op de achtergrond. Hij zit op zijn vertrouwde plekje aan de eettafel, met alles wat hij nodig heeft binnen handbereik: de telefoon, zijn krant, de kalender, zijn post, en het eten dat de verzorging voor hem klaarzet. Aan de stoel links van de eettafel hangt zijn tas met de portemonnee. Mijn opa neemt deze altijd mee als hij de deur uitgaat, maar als hij zijn middagdutje doet of ’s nachts slaapt, hangt hij aan de stoel. Het voelt fout om mijn opa zo te begluren, want ik weet bijna zeker dat hij de camera allang vergeten is. Uit respect voor zijn privacy, besluit ik alleen de camerabeelden te checken van de momenten waarop mijn opa slaapt, en zijn tas dus onbewaakt aan de stoel hangt. De camera neemt alles op, maar de app laat met rode gedeeltes in de gefilmde timeline zien waar er actie is. Oftewel: wanneer er beweging in het beeld is, of als er geluid te horen is. Mijn hart slaat over als ik de camerabeelden tijdens zijn middagdutje bekijk. Een lieve zorgmedewerker, die altijd de soep rondbrengt en een praatje maakt, loopt door het beeld. Zonder soep. Ze doet het zonnescherm naar beneden en loopt vervolgens richting de stoel met de tas. En gaat dan, zonder de tas aan te raken, linea recta naar het keukenblok, waar ze de afwas voor mijn opa doet. Direct voel ik me ontzettend lullig en schuldig. Een gevoel dat zich de daaropvolgende weken regelmatig aandient. Ik ben de stiekeme getuige van de liefdevolle zorg die mijn opa krijgt als een verzorgende hem zingend wekt, een cateringmedewerkster haar stem zo hard mogelijk verheft om tot de dove oren van mijn opa door te dringen, of een verzorgende hem liefdevol toespreekt als hij ’s nachts onrustig wakker wordt. Ondertussen hangt de tas onaangeraakt aan de stoel. Van tevoren heb ik een aantal mensen ingelicht over de diefstal. Zoals de vrijwilligster die mijn opa elke donderdag bezoekt en die we als familie beschouwen. Of de oude vriend van mijn opa, die wekelijks een zondagse wandeling met hem maakt. Nu er niks gebeurt, begin ik paranoïde te worden. Misschien bevindt de dader zich niet onder het zorgpersoneel, maar in onze eigen gelederen.

Na een maand is er nog steeds niets gebeurd. De camerabeelden check ik amper meer, want het is een tijdrovende klus en ik voel me niet prettig in de rol van voyeur. Misschien hebben we ons toch vergist. Of heeft de dader er genoeg van gekregen. En dan krijg ik op een maandag een berichtje van mijn moeder: ‘Er is 50 euro uit zijn portemonnee.’ Het geld zat vrijdag nog in zijn portemonnee, de dief moet afgelopen weekend hebben toegeslagen, mijn opa heeft dat geld echt niet stukgeslagen in de kroeg. Met trillende vingers open ik de camera-app. Samen met mijn vriend bekijk ik alleen de videobeelden van de momenten dat mijn opa slaapt. Er gebeurt niets. ‘Straks zien we opeens hoe hij zelf al het geld in een gaatje in de bank stopt,’ grap ik nerveus. Rond middernacht geven we het op. De volgende ochtend bedenk ik moedeloos dat ik alle camerabeelden minutieus zal moeten uitpluizen, als de dief zich niet tijdens de slaapmomenten laat zien. Terwijl ik een cracker eet en met een schuin oog de zondagavond bij mijn opa bekijk, zie ik voor de zoveelste keer lichtschijnsel in zijn woonkamer. Waarschijnlijk heeft hij dorst, of een ongelukje in bed, en doet hij het licht aan vanuit zijn bed. Voordat ik me realiseer waar ik naar kijk, zie ik een schim rechts in beeld verschijnen, die zich regelrecht naar de tas van mijn opa beweegt. Het is een oudere vrouw, die zich voorover buigt naar de tas. Ze haalt in één beweging de portemonnee van mijn opa eruit, staat weer rechtop met haar gezicht naar de camera en rommelt wat in de portefeuille. Ik voel mijn gezicht warm worden en mijn hart in mijn slapen kloppen, alsof ik op dat moment live oog in oog met haar sta. Ze lijkt recht in de camera te kijken, en ook al is het schemerig, haar gezicht is duidelijk te zien. Ik heb deze zorgmedewerker nooit eerder gezien. Dit is iemand die mijn opa op het toilet helpt, zijn medicatie geeft en doucht. En nu graait ze in zijn portemonnee. Als ze de portemonnee terug in de tas stopt, kijkt ze even op als mijn opa in zijn slaap hoest. En dan, zo snel als ze gekomen is, verdwijnt ze uit beeld. Haar actie duurde één minuut.

Een camera verstopt in een drum tabak. Beeld Peter Hermanides

‘IK HEB HAAR!’ roep ik in de telefoon naar mijn moeder: ‘Ze staat herkenbaar op beeld, ik heb haar!’ Ook al wisten we bijna zeker dat mijn opa bestolen werd, het is bizar om het met eigen ogen te zien. We waren niet gek, deze dame die voor mijn opa moet zorgen, hem een veilig en geborgen gevoel moet geven in zijn laatste levensfase, graaide al het briefgeld uit zijn portemonnee. Zonder ook maar iets achter te laten, voor de vorm. Onvoorzichtig, waarschijnlijk omdat ze hier al zo lang ongestraft mee weg komt.

Een paar dagen later zit ik op de kamer van de leidinggevende van de zorgmedewerker. Ik laat haar de beelden zien. Ze reageert minder gechoqueerd dan ik had verwacht, of misschien wel gehoopt. Maar ze laat me een paar dagen later weten dat de zorgmedewerker op de camerabeelden is herkend en op staande voet is ontslagen. Zelf ontkent de verzorgende de diefstal, ook al wordt haar verteld dat het door de camera gefilmd is. Ik doe aangifte bij de politie, die de camerabeelden gebruikt als bewijsmateriaal. ‘Hoeveel geld denk je dat er in totaal gestolen is van je opa?’ vraagt de agent. Dit is lastig te zeggen. Uit een overzicht dat mijn oom maakt, blijkt dat hij in sommige maanden in totaal 600 euro in de portemonnee van mijn opa stopt. Bizarre bedragen, die mijn opa met zijn leefstijl nooit opmaakt. Het is me onduidelijk of de zorginstelling van mijn opa is aangesloten bij het Waarschuwingsregister. De een zegt dat ze ermee bezig zijn, de ander geeft beschaamd toe dat ze het Waarschuwingsregister hadden moeten checken. Want de geruchten gaan dat deze zorgmedewerkster eerder in een andere zorginstelling heeft toegeslagen. Of mijn opa zijn geld terugkrijgt, maakt ons als familie niet veel meer uit. Mijn opa is niet arm, en het belangrijkste is dat ze betrapt is. We hebben ook grotere zorgen: wat als deze dame in een andere zorginstelling weer aan het werk kan? Iets wat in deze tijden van chronisch personeelsgebrek in de zorg geen vreemde gedachte is. Nieuwe zorgmedewerkers worden met open armen ontvangen, en om een Verklaring Omtrent het Gedrag wordt niet altijd gevraagd. We worden door de politie en Slachtofferhulp Nederland op de hoogte gehouden van de zaak, die momenteel bij het Openbaar Ministerie ligt. Het is nog onduidelijk of de dame wordt aangeklaagd en wat haar straf zal zijn. ‘Heeft je opa behoefte aan een luisterend oor?’, vraagt de medewerkster van Slachtofferhulp. Altijd, maar niet als het om de diefstal gaat.

‘Ik was er wel een beetje door van slag’, zegt mijn opa hier nadien over. Hij vindt het ontslag van de zorgmedewerker terecht. En verder wil hij het er niet over hebben. Toch lijkt er iets bij hem te zijn veranderd: de opa die niemand tot last wil zijn en geen gedoe wil, zit wat rechterop en zelfverzekerder in zijn rolstoel. Dan zegt hij opeens: ‘Heb je die camera nog?’ ‘Ja opa, maar ik heb hem weggehaald.’ Mijn opa knikt begrijpend. En zegt dan met een vastberaden blik: ‘Als er weer gestolen wordt, zetten we hem gewoon weer terug.’

Beeld Peter Hermanides

Uiteindelijk is de zorgmedewerker veroordeeld tot een taakstraf en moet zij verplicht in behandeling. Ze bleek al eerder veroordeeld te zijn voor diefstal en inmiddels heeft zij een baan gevonden in de thuiszorg. 

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden