Column Sylvia Witteman

Een beschaafd-chique man neemt het ervan in de drogist. Hop, daar verdwijnt weer een dropje

Omdat iedereen in huis verkouden is liep ik de drogist binnen om de voorraad neusspray aan te vullen. (‘Mevrouw, bent u bekend met het gebruik?’ ‘O, nee, helemaal niet, ik ben namelijk pas 53 en neusspray is voor mij een duister mysterie, dus vertelt u eens?’)

Terwijl ik nog wat treuzelde bij de afgeprijsde shampoo, kwam er een man binnen van mijn leeftijd, een lange, slanke man met een dure herenjas aan en een goed geknipt, staalgrijs, zeer belangrijk fronshoofd. Hij keek verwilderd om zich heen alsof hij voor het eerst een drogisterij van binnen zag (aan hém waren die neusspray-instructies waarschijnlijk wel besteed) en praatte intussen in zijn telefoon. ‘Aspirientjes dus.’ zei hij. ‘Nee? Paracetamol. Dat is toch hetzelfde?’ Terwijl hij luisterde ijsbeerde hij met grote stappen ongeduldig tussen de schappen.

‘Paracetamol dus. En wat zei je dan ook nog meer?’ (...) ‘Vlekkentovenaar? Vlek-ken-to-ve-naar?!’ Hij keek geërgerd op zijn beschaafd-chique horloge. ‘Astrid, ik moet over een kwartier...’ Terwijl er van de andere kant op hem werd ingepraat, ijsbeerde hij voort tot hij op het rek met schepsnoep stuitte, die kinderweelde aan dropjes, balletjes en tumtummetjes in honderd kleuren.

De man hield halt. Zijn frons ontspande, en terwijl hij bleef luisteren dwaalde zijn rechterhand af naar de schuimbanaantjes. Hap, daar verdween er al een in zijn keurig gesaneerde mond. Hij kauwde genietend, terwijl zijn ogen schuins naar de Engelse drop loerden. ‘Ja... ja...’ zei hij. ‘Vlekkentovenaar dus, ik zal het vragen.’ hij greep een blauwe winegum in de vorm van een dolfijn en beet er met smaak in.

‘Meneer!’, riep het kassameisje. Maar hij hoorde het niet, en schoof, nog steeds met de telefoon aan zijn oor, een kaneelkussentje naar binnen. En een biggenkopje van roze schuim. Een paar mintnopjes. Zijn gezicht vertoonde een weerloze glimlach. ‘Goed. Oké. Ja. Doe ik.’ zei hij. ‘Tot vanavond dan, lieverd’ Hij stak zijn telefoon in zijn zak en pakte een vruchtenhartje.

‘Menéér!’, riep het kassameisje weer. ‘Dat is niet de bedoeling hoor!’ Hij keek haar aan alsof hij uit een droom ontwaakte. ‘Goedemorgen’, zei hij. ‘Mijn vrouw zoekt iets dat ‘Vlekkentovenaar’ heet, heeft u dat?’ Het meisje schudde van nee. ‘Dat bestaat niet meer’, antwoordde ze. We hebben wel ‘Vlekkenduivel’. Daar.’ Ze wees.

‘O’, sprak de man onthutst. ‘Dan moet ik opnieuw in conclaaf met mijn vrouw, vrees ik.’ Hij greep zijn telefoon, keek toen op zijn horloge, schrok, en beende haastig de winkel uit.

Buiten wierp hij, in looppas, met een sierlijke boog het vruchtenhartje in zijn mond.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden