'Een Arafat is in Kasjmir helaas nog niet opgestaan'

'Mevrouw! Mevrouw!' Een man rent achter mij aan. Ik heb zojuist politiebureau Kothi Bagh in Srinagar verlaten, waar een van de leiders van de onafhankelijkheidsbeweging van Kasjmir verbleef, en sta op het punt in een autoriksja te stappen....

De hijgende man is van Hurriyet (vrijheid), een forum van partijen die zelfbeschikking voor Kasjmir willen. Hij wil me in contact brengen met een andere Hurriyet-leider. Zo kom ik bij Ghulam Ahmed Gulzar (45), secretaris-generaal van de Jammu & Kashmir People's Conference, deelnemer in Hurriyet. Gulzar is in juli uit de gevangenis ontslagen.

Al sinds 1947, toen de Britten zich terugtrokken uit het Zuid-Aziatische subcontinent, ruziën India en Pakistan om Kasjmir. Twee keer brak er een oorlog uit, deze zomer dreigde een derde oorlog om Kasjmir. Moslimstrijders infiltreerden vanuit Pakistan het Indiase deel van Kasjmir. De bijna-oorlog trok extra de aandacht, omdat beide landen inmiddels officieuze kernwapenmogendheden zijn. De manier waarop de operatie is afgewikkeld, kostte de Pakistaanse premier zijn kop.

Maar het is niet alleen een conflict tussen India en Pakistan over de hoofden van de Kasjmiri's. De bevolking van de Kasjmir-vallei, waar de strijd zich voornamelijk afspeelt, liet zich ook niet onbetuigd. Eind jaren tachtig namen jonge Kasjmiri's de wapens op tegen de Indiase overheersers. De meesten van hen zijn op hun schreden teruggekeerd. Maar het drama-Kasjmir, dat vele tienduizenden het leven heeft gekost, is nog lang niet ten einde.

Hoe het tot een goed einde moet worden gebracht, daarover verschillen ook de Kasjmiri's van mening. Hoofdrolspelers en tegenstrevers in Kasjmir zelf zijn Hurriyet en de partij die de regering van de deelstaat Jammu en Kasjmir (J & K) leidt, de National Conference. J & K is de enige Indiase deelstaat met een moslimmeerderheid.

In een lichtblauwe kamer van vier bij vier zit Hurriyet-man Gulzar op een vloerkleed. Naast hem een telefoon op een krukje, het enige meubelstuk in de kamer. Boven hem een fris schilderij van een rivier met een brug erover en op de achtergrond witte Himalaya-toppen. Gulzar zelf is de maker. Een vredig tafereel.

'Als ze zeggen dat het om een islamitische strijd gaat, is dat buitengewoon ongelukkig. Want de islam betekent geweldloosheid. Dit is een strijd voor zelfbeschikking, het is geen religieuze strijd. Zij die zeggen dat ze heilige strijders voor de islam zijn: dat is hun zaak. Maar wat voor strijders het ook zijn, als ze ons komen helpen dan waarderen wij dat.'

Het is een tegenstrijdige boodschap. Hurriyet is een politiek forum, dat met vreedzame middelen zelfbeschikking wil bereiken. Maar tegelijkertijd staat Hurriyet achter de jongeren die de wapens hebben opgenomen. 'De ideologie is dezelfde, maar de methode is verschillend', verklaart Gulzar.

Dat komt Hurriyet op het verwijt te staan dat ze geen afstand heeft genomen van de gewapende strijd. Hurriyet en de United Jihad Council, een koepel van organisaties van moslimstrijders die opereren vanuit Pakistan: 'dat is één pot nat', vinden de Hurriyet-tegenstanders in de National Conference.

Gulzar ontkent dit. 'Nee, het is niet dezelfde verhouding als tussen Sinn Fein en de IRA. Er is geen coördinatie. Zij voeren hun eigen strijd, Hurriyet heeft daar niets mee te maken.' Zelf behoorde hij in ieder geval niet tot de vechtlustige types. Desondanks bracht hij in de jaren negentig ruim vijf jaar door in de gevangenis. Onlangs nog.

'Ze pasten diverse martelmethodes toe. Naakt bonden ze mij aan armen en benen vast op een plank. Met z'n zessen drukten ze een zware houten roller over mijn benen. Aan beide kanten van mijn buik maakten ze elektriciteitsdraden vast. Ik kreeg elektrische schokken. Ze bonden mijn mond dicht met mijn shirt. Langs het shirt goten ze water in mijn mond.

'Ze zeiden: jij bent de leider van Al-baraq, een militante organisatie. Ze wilden dat ik dat zou bekennen. Maar ik bleef weigeren. Ik ben geen militant, nooit geweest. Ik heb een politieke carrière van zeventien jaar. De beschuldiging sloeg nergens op.'

Het hooggerechtshof van J & K bepaalde uiteindelijk dat Gulzar ten onrechte was gevangengezet. 'Ze zijn erg slordig geweest bij het fabriceren van de aanklacht. Ik zou misdaden hebben gepleegd op tijdstippen dat ik in de cel zat. Zo gaan ze hier dus om met politieke activisten', besluit Gulzar.

In Kasjmir vallen elke maand tientallen, soms honderden doden door de strijd. Tijdens de verkiezingscampagne in september kwam een kandidaat van de Indiase regeringspartij BJP om door een bomaanslag. Vrijheidsstrijders vermoordden in mei twee leden van de National Conference.

G.N. Shaheen (40), vice-voorzitter van de National Conference, woont in een door slagbomen beveiligde wijk in Srinagar, zomerhoofdstad van Jammu & Kasjmir. Ook zijn huis wordt bewaakt, door drie achter zandzakken verschanste agenten. Met krukken komt Shaheen de tuin ingelopen .

Zoals velen hier is Shaheen niet ongeschonden uit de strijd gekomen. Vorig jaar verloor hij een been door een bomaanslag. Hij was op weg naar een vergadering. De bom was aan een fiets bevestigd. Een taxichauffeur kwam om, anderen raakten gewond. De daders waren lid van de Hizbul Mujahedin, een door Pakistan gesteunde organisatie.

'Wij zijn faliekant tegen terrorisme. De terroristen hebben sinds 1989 zeventien parlementariërs gedood. Ze hebben duizenden arbeiders vermoord. Voor 1989 was het criminaliteitscijfer hier nul. Niemand durfde iemand te doden. De mensen hier zijn godsvrezend. In de islam is geen sprake van vernietiging'.

Shaheen schetst de geschiedenis van Kasjmir van voor 1989. 'Delhi beloofde in 1947 dat het zijn troepen zou terugtrekken zodra de toestand weer normaal was. De Kasjmiri's zouden mogen kiezen tussen aansluiting bij India of bij Pakistan, of onafhankelijkheid. Maar de resolutie van de Verenigde Naties van 1949 bevat slechts twee opties, de Kasjmiri's zouden in een referendum alleen mogen kiezen tussen Pakistan of India.' Dat referendum kwam er niet.

Over de strijdmethode zijn de Kasjmiri's het grondig oneens, maar het streven naar zelfbeschikking, in de vorm van een referendum, wordt door veel Kasjmiri's gesteund. Op dit punt vinden zij echter ongeveer heel India tegenover zich.

India beschouwt het referendum als een achterhaald idee. 'De VN-resolutie van 1949 is niet relevant meer', zegt Ashok Jaitley, de hoogste bestuursambtenaar in J & K, geen Kasjmiri. 'Aan veel voorwaarden uit die resolutie is niet voldaan. Pakistan is niet vertrokken uit Pakistan Occupied Kashmir. Als Pakistan steeds aanvalt, kan er van een referendum geen sprake zijn. J & K is deel van India: dat is unaniem aanvaard door het Indiase parlement.'

Ook dr. Manoj Joshi, politiek redacteur van het dagblad The Times of India, memoreert dat aan de voorwaarden voor een referendum niet is voldaan. 'De maharadja heeft de wet van toetreding tot India getekend, dat is een juridisch feit. De claim van Pakistan op Kasjmir heeft geen enkele juridische basis.'

Onafhankelijkheid is volgens Joshi evenmin een optie. 'India heeft er de grootste moeite mee Pakistan uit de Kasjmir-vallei te houden. Zou het een onafhankelijk Kasjmir dan lukken? Nog geen halve dag.'

Joshi publiceerde een boek over Kasjmir: The Lost Rebellion, Kashmir in the Nineties (Penguin Books India, 1999). Daarin gaat hij gedetailleerd in op de bemoeienis van Pakistan met de afscheidingsbewegingen in Kasjmir.

De verkiezingsfraude van 1987 is voor Kasjmierse jongeren een belangrijke aanleiding geweest om hun opstand te beginnen. Joshi: 'Het was niet meer dan een katalysator. Verkiezingsfraude had je overal. Zonder de Pakistanen was het niet tot een gewapende opstand gekomen. De Pakistanen gaven de jongens de wapens. Die voelden zich daardoor enorm gesterkt. Maar het geweer leidt altijd tot rampen. De Pakistanen gebruikten de Kasjmierse jongens.'

Het volk van Kasjmir lijdt het meest, erkent Joshi. 'Maar de militanten zijn niet wijs geweest. Ze hadden toch moeten beseffen dat ze India nooit kunnen verslaan. Hurriyet kan niet doorgaan met de strijd tegen India.'

Geen onafhankelijkheid, geen referendum, wat rest er dan nog voor de Kasjmiri's? Hurriyet-activist Gulzar: 'Wij willen een dialoog, we willen het conflict door onderhandelingen oplossen. En we willen verkiezingen onder toezicht van de VN. Hierover hebben we vele memoranda gestuurd, maar we kregen geen antwoord.'

Shaheen van de Kasjmirse regeringspartij: 'Wij willen een dialoog, maar niet met de militanten, niet met Hurriyet. Hurriyet is nog steeds een militante organisatie. Ze bieden de strijders onderdak, geven hen geld, alles. Wij willen dat Pakistan en India en de drie regio's van Kasjmir (Jammu, de Kasjmir-vallei en Ladakh) gaan praten.'

De Indiase jounalist Joshi: 'Een dialoog, dat is mooi, maar waar moet het over gaan? Hurriyet wil het alleen over de organisatie van een referendum hebben. Pakistan wil alleen maar dat we Kasjmir aan hen overdragen. In Kasjmir zien we helaas nog geen Arafat opstaan. De mentaliteit die nodig is voor succesvol onderhandelen bestaat hier niet.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden