De broers Paul (links) en Leo Blokhuis, domineeszoons. Paul: ‘In de journalistiek en de politiek probeer je met een verhaal mensen enthousiast te krijgen.’ Leo: ‘En dat hebben we van onze vader.’

Dwarsverbanden Popjournalist Leo Blokhuis en staatssecretaris Paul Blokhuis

Een ander levenspad, maar nog altijd domineeszoons

De broers Paul (links) en Leo Blokhuis, domineeszoons. Paul: ‘In de journalistiek en de politiek probeer je met een verhaal mensen enthousiast te krijgen.’ Leo: ‘En dat hebben we van onze vader.’ Beeld Jiri Büller

In dit verhitte tijdsgewricht is de verbinding soms ver te zoeken. De Volkskrant laat deze zomer vrienden en familieleden aan het woord die grote en kleine verschillen overbruggen. Deze week: popjournalist Leo Blokhuis en ChristenUnie-politicus Paul Blokhuis, broers.

Er liep een draadje door de gang in het ouderlijk huis van de familie Blokhuis. Het kwam uit de slaapkamer van grote broers Leo en Jaap, en verdween onder de deur van de kamer van tweeling Fred en Paul. De oudere jongens bezaten een heuse tuner, met versterker en al, de tweeling moest het stellen met één speaker, met de radio verbonden via het draadje in de gang.

Paul: ‘Zij waren áltijd aan het sjoelen met de Top 40 aan. Wij zaten huiswerk te maken terwijl onze cassetterecorder klaar stond vóór die speaker. Als de radio dan wat harder ging, wisten we: dit wordt de moeite waard! En dan dóken we erop om het op te nemen.’

Zo lagen indertijd de verhoudingen, en zo liggen ze nog altijd een beetje. Je ziet het in de manier waarop ze elkaar omhelzen, Leo’s armen boven. Je hoort het in de vaderlijke toon die soms in zijn stem kruipt tijdens het gesprek in een restaurant op het Plein in Den Haag. Paul mag dan inmiddels staatssecretaris zijn en vergezeld gaan van een woordvoerder, Leo blijft de oudste.

Ook de buitenwereld ziet het zo, lacht Paul. ‘Leo is veel bekender dan ik, heeft veel meer volgers op sociale media. Een tijd geleden, toen ik een van mijn lumineuze ideeën de lucht in had geslingerd, schreef iemand: ‘Je bent een nog grotere lul dan je broer Leo, en dat is een hele prestatie, kan ik je verzekeren.’

CV Paul Blokhuis

1963 Geboren 14 november in Zuidhorn

Studie geschiedenis in Leiden

1988 - 1993 voorzitter RPF-jongeren

1990 - 2006 medewerker van de Tweede Kamerfractie van de RPF, later de ChristenUnie, waarin de RPF is opgegaan

2003 - 2006 Statenlid van de provincie Gelderland

2006 - 2017 wethouder in Apeldoorn

2017 - heden staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport

Op het eerste gezicht is het contrast groot: Paul woont in Apeldoorn, waar hij lid is van een kerkgemeenschap. Als staatssecretaris van Volksgezondheid, Welzijn en Sport is hij de architect van het Preventieakkoord, waarmee suikers, roken en alcohol aan banden worden gelegd. Binnenkort moet de ChristenUnie-politicus dit akkoord in de Tweede Kamer verdedigen. Leo is bezeten van popmuziek en verkeert in goddeloze Amsterdamse kringen waar een vrije seksuele moraal, alcohol en drugs hardnekkig in het levenspatroon genesteld zijn. Hetzelfde nest bracht beiden een ander levenspad: wat betekent dat voor hun opvattingen over mens en maatschappij?

‘Doe mij maar een Grimbergen’, zegt Paul als de ober bestellingen opneemt. Maar daar zal het vanavond bij blijven. Als Leo overweegt een ‘Chef’s Burger’ te bestellen, zegt Paul dat dat wel érg vet is, om vervolgens half verontschuldigend op te merken dat hij vanwege het Preventieakkoord nu eenmaal ‘in the mood’ is om boven op dit soort zaken te springen. Leo wijzigt braaf zijn bestelling.

Paul is dichter bij het nest gebleven dan Leo. Ze groeiden op in het Veluwse Wezep, later in Schiedam, in een orthodox christelijk gezin met acht kinderen. Moeder verzorgde de opvoeding, vader was predikant in een gereformeerde kerk, altijd oproepbaar voor zieken, bejaarden en mensen in nood.

Leo: ‘Dat bracht druk met zich mee, en die voelden wij ook. Zeker op de Veluwe leefden we in een glazen koepel. Er kwamen 1300 mensen in de kerk van mijn vader. Iedereen op school wist wie wij waren.’

Paul: ‘De vrouwen in de kerk noemden elkaar Mien en Fenna en zo, maar mijn moeder was Mevrouw. Je was bekend.’

Leo: ‘Maar je had er verder geen voordeel van.’

Ze praten met liefde over ‘pa en ma’, maar ook met afstand en ontzag. Het waren de jaren zestig en zeventig, toen het geloof aan grote veranderingen onderhevig was. Pa Blokhuis liep daarin zeker niet voorop. En dus ma ook niet.

Leo: ‘Het was echt een traditioneel huwelijk, ook wat standpunten betreft ervoer mijn moeder mijn vader als de leidende figuur.’

Paul: ‘Ik denk dat pa ten diepste wel ruimdenkender was. Op een zeker moment, en dat was voor een gereformeerde man heel revolutionair, zei hij: ‘Ik geloof niet dat God een clubje mensen heeft uitgekozen voor het eeuwige leven. Ik denk dat zelfs de grootste boef erbij mag horen.’ Een soort rehabilitatiegedachte. Nou, dat vond mijn moeder heel revolutionair. Dat kon ze niet pakken.’

CV Leo Blokhuis

1961 Geboren 16 oktober in Zevenbergen

Studie Evangelische School voor de Journalistiek in Amersfoort

1986 - 1993 redacteur en later hoofdredacteur van Aktie, jongerentijdschrift van Youth for Christ

1993 Na het radioprogramma Muziekmotief bij de EO volgen De 2 meter sessies bij de VARA en vele andere programma’s.

2003 Met de Popquiz a gogo begint de tv-carrière als popmuziekdeskundige.

2007 - heden muzikale theatervoorstellingen en cd’s met actrice en zangeres Ricky Koole

2012 hertrouwt met Ricky Koole

2016 - heden radioprogramma Blokhuis op radio 2

2017 Achter de dijken, tv-programma over calvinisme in Nederland

In het naoorlogse Nederland sneuvelden oude structuren en levensovertuigingen. Ze lieten een gat achter dat nooit gevuld lijkt. Het beeld is bekend uit de boeken van Maarten ’t Hart, Franca Treur, Jan Siebelink. Leo: ‘Zo zwaar als in Knielen op een bed violen was het bij ons zeker niet, maar toch: ik kreeg dat boek niet uitgelezen.’

De broers herinneren zich haarscherp hoe ze tijdens de eindeloze preken van hun vader alles telden wat er in de kerk maar te tellen viel – de raampjes, de orgelpijpen – en zich bekwaamden in het zo langzaam mogelijk opzuigen van een King-pepermuntje. Toch ging Leo soms wel drie keer op een dag mee met pa. Vanuit een mix van empathie wegens diens zware taak en het bijzondere gevoel eventjes alleen met hem te zijn.

In hun ‘vlegeljaren’ domineerden de kinderen Blokhuis de besturen van de jeugdvereniging van de kerk. Er werd daar stevig gedebatteerd met leeftijdgenoten. Maar net als tijdens de catechisatie, gegeven door pa, zaten de jongens in een dubbele rol. Je valt je vader niet snel af in het openbaar.

Leo: ‘Ik voelde me niet vrij in mijn denken. Als tiener hoorde ik mezelf wel standpunten verdedigen waarvan ik dacht dat mijn vader ze goed zou vinden. Daar heb ik lang last van gehad, en misschien nog steeds wel, omdat ik de boel een beetje heb laten liggen. Ik dacht: ik ga hem niet op andere gedachten brengen, dus scharrel ik er maar een beetje tussendoor. Daarmee heb ik mijn vader en mijzelf echt tekortgedaan.’

Naarmate hij ouder werd, kwam Leo steeds meer in conflict met het geloof. ‘Ik heb hem zien wegglijden’, zegt Paul plagerig. ‘Ik zag dat Leo meer eigen keuzen maakte dan wij. Als je in zo’n groot gezin je mening verkondigt, word je snel weggezet als een brutale snotaap. Ik had de reflex: joh, ik buk wel en succes verder. Terwijl Leo en mijn oudste zus veel eerder zeiden: jongens, allemaal de groeten, wij trekken onze eigen lijn.’

Leo, was de liefde voor popmuziek een belangrijke katalysator in dat proces?

Leo: ‘Zeker. Muziek was voor mij zo groot en belangrijk, ik kon me niet voorstellen hoe ik zou moeten functioneren in een wereld zónder – zélfs niet vanwege God. En dat riep de vraag op: ‘Kun je van twee walletjes eten?’, zoals mijn moeder zou zeggen.’

Paul: ‘Jaja! Twee heren dienen.’

Paul en Leo Blokhuis Beeld Jiri Büller

Een keus voor popmuziek was een keus tegen God?

Leo: ‘Als het aan mijn ouders lag, zeker aan ma, was dat de keus. Ik smokkelde stiekem platen naar mijn kamer, tussen de pagina’s van het Reformatorisch Dagblad.’

Paul: ‘Zo zwart-wit was het niet. Goed, ma vond zelfs Abba dubieus, vanwege die strakke pakken. ‘Zet dat toch uit, stelletje vieze meiden.’ Maar pa maakte zich wat minder druk. Die vond Procol Harum fantastisch. Dan zei ik: pap, u weet dat dit popmuziek is, hè? Maar het was wel zo: wilde je als christen van muziek genieten, dan moest die muziek geen seks en rock-’n-roll promoten.’

Leo: ‘Terwijl: lees Hooglied.’

Paul: ‘Het pikantste bijbelboek! Waarin de lichaamsdelen met verve worden beschreven.’

Leo: ‘Heel mooi, ja. Maar het gaat gewoon over seks. Terwijl ik, als het serieuze jongetje dat ik was, toch echt meekreeg dat rommelen met seks binnen het scala van zonden een van de ergste dingen was. Je lichaam is een tempel van de Heilige Geest. De huiver die mijn ouders voelden voor rock-’n-roll had ook alles te maken met seks.’ Lachend: ‘Dat begreep ik toen niet, maar later wel!’

Dus geen masturbatie…

Paul: ‘Dat woord is nooit gevallen.’

Leo: ‘In de Bijbel staat dat ik weet niet meer wie zijn zaad verspilde op de akker, dat was een zonde.’

Paul: ‘Onan!’

Leo: ‘Onaneren, ja. Nee, op seks werd een zware hypotheek gelegd. Niks voor het huwelijk. Op je 16de een vriendinnetje? Mocht gewoon niet. Het was: haal het niet in je hoofd om met een meisje wat uit te vreten.’

Paul: ‘Dat was ook dat glazen huis.’

Leo: ‘Eén van de ergste dingen die ze zich konden voorstellen, was dat de domineeszoon iemand zwanger zou maken.’

Hebben jullie iets van hun houding geërfd? Is er popmuziek die jullie weigeren te draaien of te luisteren?

Paul: ‘Als de vrouw echt als lustobject wordt neergezet, haak ik af. Volgens mij hoef je daar geen christen voor te zijn, feministen vinden dat ook niet fijn. Maar het is een dun lijntje. Beyoncé heeft ook vaak niet heel veel aan, en toch is dat anders dan een rapper die omringd wordt door schaars geklede vrouwen die tegen hem aan schuren. Dat is mijn perceptie hè?’

Leo: ‘Ik vind wel dat er soms een beetje hysterisch over gedaan wordt.’

Paul: ‘O, dus ik ben hysterisch?’

Leo: ‘Nee, maar in popmuziek wordt ook met zulke ideeën gespeeld. Ik schrik niet zo snel. Goed, sommige muziek is zo vrouw- of homovijandig dat ik er niks mee te maken wil hebben, maar zeker niet elke rapper die het woord bitch gebruikt heeft voor mij afgedaan. En ik draai ook een band als Rammstein, die in hun clips grote, foute Duitse symbolen gebruiken. Dat is een provocatie, een kunstuiting. Dat mág.’

Paul: ‘Ze hebben fans bij de meest linkse fracties in de Tweede Kamer. Peter Kwint, Lisa Westerveld, Esther Ouwehand.’

Leo, jij stemt niet op de ChristenUnie hè?

Paul: ‘Dat hoeft ook niet.’

Leo: ‘Dat heeft te maken met hoe ik tegenover een confessionele omgeving sta. Ik wil niet onder de hypotheek van een soort alwetende, Goddelijke...’

Paul: ‘Aansturing.’

Leo: ‘Dan ga je de bron van je geloof vertalen in een toepasbare politiek voor 2019. Die relatie vind ik niet helder. Het is interessant om elkaar op de bron van je daden te bevragen, maar ik wil beoordeeld worden op wat eruit komt. Ik vind: als je een maatschappelijke organisatie een confessioneel karakter geeft, dan krijgt zo’n club een soort onfeilbaarheid, een soort...’

Paul: ‘Morele superioriteit.’

Leo: ‘Ja!’

Paul: ‘Maar die tijd is geweest natuurlijk. Ik heb best lang gedacht dat een serieus christen moet kiezen voor de christelijke politiek, maar dat vind ik allang niet meer. Je ziet nu ook bij alle partijen in de Tweede Kamer mensen die gelovig zijn. Maar dat de CU een brede beweging van maatschappelijk betrokken christenen is, met het geloof als gemeenschappelijke basis, vind ik van grote toegevoegde waarde. Onze partij heeft als bron iets metafysisch, iets dat we niet kunnen verklaren. Maar ook het liberalisme, bijvoorbeeld, heeft niet alleen de wetenschap als bron. Kijk hoe de liberalen zich opstellen in het vaccinatiedossier. Je móét. Verplíchten. Dat wringt met het liberale gedachtengoed.’

Ook de ChristenUnie is voor vaccineren, maar als staatssecretaris heeft Paul een ‘vaccinatie-alliantie’ opgericht die met zoveel mogelijk betrokkenen probeert ouders te overtuigen hun kinderen te laten inenten, teneinde dwang te vermijden.

Paul: ‘Ik denk dat voor elke politieke stroming geldt dat ze op rationele en niet-rationele argumenten hun ideeën formuleren. Daarin voel ik me niet superieur tegenover anderen.’

Paul en Leo Blokhuis Beeld Jiri Büller

Leo: ‘Paul schenkt redelijk klare wijn. Dat vind ik prettig aan hem. Hij zegt: Ik kom hier vandaan. Heel transparant.’

Paul: ‘En dat mis ik weleens in het politieke debat. Dat mensen niet vertellen vanuit welke gedachte ze tot een standpunt komen. Als ik in een interview zeg: voor mij mag een pakje sigaretten wel 20 euro kosten, dan vinden sommigen dat een nederlaag-strategie, omdat ik ook wel weet dat 20 euro niet meteen gaat lukken. Maar dat zal me worst wezen. Ik zeg: ik kom hiervandaan en we hebben elkaar dáár gevonden. Dat tientje in het Preventieakkoord is een compromis.’

Leo: ‘De ChristenUnie is binnen de coalitie ook de enige partij die helder heeft gezegd: sorry, die dividendbelasting was de meloen die wij moesten slikken. Daar zijn ze eerlijk in.’

De directe aanleiding voor Leo om zich uit te schrijven bij zijn kerkgemeente kwam toen hij net het huis uit was, met een conflict rond een bevriende predikant, die op latere leeftijd van zijn vrouw scheidde en met een man ging samenwonen.

Leo: ‘De gemeente vond dat een probleem. Ik heb me ertegenaan bemoeid, en naar goed kerkelijk gebruik zat ik toen meteen in een commissie. Anderhalf jaar mee bezig geweest, genuanceerd rapport geschreven, gezorgd dat er een andere gemeente was die de verantwoordelijkheid over zou nemen. Alles was gecoverd, maar uiteindelijk werd er twee minuten vergaderd en toen was die man geschorst als predikant. Zo kun je niet met mensen omgaan.’

Paul: ‘Waarschijnlijk is diezelfde gemeente inmiddels heel anders gaan denken.’

Leo: ‘Onze ouders hadden er ook traditionele opvattingen over. En ik weet zeker dat Paul daar ook moeite mee had.’

Paul: ‘Leo was niet de enige die daarin een eigen weg volgde, ik ging ook de confrontatie aan.

‘Over een commissaris van de koningin bijvoorbeeld. Die was homoseksueel, en indertijd was dat voor de SGP reden om tegen zijn benoeming te stemmen. Dat vond ik raar. Kan die man dan minder goed functioneren? Dus ik verdedigde hem, ook tegenover mijn ouders.’

Maar het homohuwelijk wordt door de ChristenUnie niet erkend.

Paul: ‘We hebben ooit tegengestemd, dat klopt, maar dat was twintig jaar geleden of zo. In die tijd was er ook een vrouwelijk raadslid dat een relatie kreeg met een vrouw. Dat was toen gelijk einde oefening, maar nu is ze weer actief als raadslid voor de ChristenUnie. Daarin zie je de emancipatiebeweging. Maar inderdaad, het is weleens op eieren lopen, omdat ik weet dat een deel van mijn achterban er best veel moeite mee heeft.’

Leo: ‘Dat is precies wat ik lastig vind aan een confessionele partij. Ík weet wel wat Paul zijn standpunt over het homohuwelijk is.’

Paul: ‘Dan kun je zeggen: allemaal opzouten, maar ik geloof in een harmoniemodel, waarbij je elkaar probeert te overtuigen.’

Leo: ‘Ik zoutte zelf op.’

Paul: ‘Ja, jij hebt met je voeten gestemd. Maar ik geloof dat je mensen kunt overtuigen en ik zie die beweging ook. Voor de duidelijkheid: die Nashville-verklaring, daar distantieer ik me compleet van. We hébben het homohuwelijk nu, en mijn partij voert geen actief beleid om het af te schaffen.’

Op jullie website staat toch echt dat de partij gelooft in ‘een duurzame verbintenis tussen één man en één vrouw’.

Paul: ‘Dan gaan we daar een keer een prettig gesprek over hebben. Moderne kerkgenootschappen zeggen: een huwelijk tussen man en vrouw is niet hetzelfde als dat tussen hetzelfde geslacht, maar daarmee veroordelen ze het niet.’

Maar wat vind jíj?

Paul: ‘Het is uit de aard van de zaak niet hetzelfde, want een huwelijk tussen mensen van hetzelfde geslacht is niet reproductief.’

Leo duikt er meteen in: ‘Daar zijn oplossingen voor.’

Paul: ‘Hè, jongens, ik was net bij de puntkomma. Ik sta er open in. In mijn portefeuille zit ook het tegengaan van depressie onder lhbti-jongeren en of ze nu christelijk zijn of niet, die hebben allemaal aan mij een goede ambassadeur. Ik ken ook de achterban van de kerken die zich verzetten, maar ik zeg tegen die jongens en meiden: ik nodig jullie uit om uit de kast te komen, ik spring voor jullie in de bres, jullie moeten jezelf kunnen zijn. Dat komt uit mijn hart: ieder mens verdient een plek in onze samenleving, ook als je zegt: ik zit in het verkeerde lijf.’

En vroeger dacht je daar anders over?

Paul: ‘Ja, dertig jaar geleden had ik gezegd: doe effe normaal. Ik vind het echt heel erg dat in de christelijke kerk in de loop der eeuwen veel fouten zijn gemaakt jegens homoseksuelen.’

Leo beschouwt zichzelf nog steeds als gelovig, zegt hij. ‘Maar de manier waarop ik geloof is een vrij delicaat bouwwerk geworden. Meer een zoektocht dan een heldere set do’s en don’ts.’ Dat hij scheidde van zijn eerste vrouw lag gezien zijn achtergrond zeer precair, zijn ouders hadden het er zwaar mee, maar zelf voelde hij geen schuld. ‘Niet ten opzichte van God. Tegenover mijn ex lag dat anders. Het is nooit iets waar je naar streeft.’

Hij vervolgt: ‘Als kind zag ik het geloof als een paspoort naar de hemel. Dat boeit me niet meer. Weet ik veel! Ik doe er alles aan om van deze avond een goede avond te maken, want even lullig gezegd: ik weet niet eens of ik thuiskom.’

Paul: ‘Jullie weten hoe hij rijdt?’

Leo: ‘Het gaat om het hier en nu. Alles wat ik geleerd heb, maar waar ik in het hier en nu niets mee kan, is misschien even niet superbelangrijk. Die tien geboden die ik elke zondag hoorde, waar ‘Gij zult niet echtbreken’ bij hoort, hoe helpen die ons hier en nu verder?’

Paul: ‘Wat Leo nu zegt, is natuurlijk iets fundamenteels wat in het christendom in Nederland over een vrij brede linie is gebeurd. Christenen zijn meer in het hier en nu gaan leven, in plaats van dat alles gericht is op de hemel.’

Leo (lachend): ‘O, nou is het weer over de hele linie!’

Voor Paul is zijn geloof concreter. Het betekent ook houvast, iets dat des te duidelijker is geworden sinds zijn dochter Julia vorig jaar plotseling overleed, waarschijnlijk aan de gevolgen van een auto-immuunziekte.

Paul: ‘Voor mij is het een combinatie: ik wil er hier en nu wat moois van maken, maar het perspectief van een eeuwigheid geeft me veel ontspanning. Ook in relatie tot Julia’s overlijden. Het idee: die ga ik straks een hug geven, dat is mijn beleving.’

Letterlijk? Een hug?

Paul: ‘Ja, echt fysiek. En zo gek als dat klinkt, zo is het ook. Maar het is hetzelfde als dat ik geloof in wonderen. Dat geeft mij veel ontspanning. Ik ervaar het geloof totaal niet als een juk.’

Leo: ‘Als er een hemel is, zou ik het fantastisch vinden. Als niet, tja, dan kan ik er nu niet mee zitten. Maar ik zeg dat, en daar ben ik me pijnlijk bewust van, vanuit de situatie dat mij nooit zoiets is overkomen als het grote drama dat Paul heeft meegemaakt.’

Paul: ‘Ik dacht er voordat het gebeurde hetzelfde over.’

Ondanks zijn bezwaren tegen confessionele partijen is Leo het vaak eens met de ChristenUnie. ‘Op het gebied van duurzaamheid, sociaal beleid en vluchtelingen vind ik het een hele goeie partij. We botsen in de zogenaamde kleine ethiek – abortus, euthanasie. Ik denk dat Paul en ik daar niet eens zo veel in verschillen, al is dat voor hem wat lastiger om te zeggen. Sowieso hebben we allebei een ontwikkeling doorgemaakt van meer rechts naar links. In mijn geval: vrij fel naar links.’

Paul: ‘Ik word door sommigen gezien als de linkervleugel van dit kabinet. Ach, what’s in a name? Ik word ook betuttelaar genoemd.’

Zijn woordvoerder mengt zich in het gesprek: ‘En dat ga je nu even fijn herhalen?!’

Paul: ‘Dat zegt me helemaal niks. Een achterlijk woord, als je 20.000 tabaksdoden per jaar hebt, in een welvarend land, die allemaal voorkomen kunnen worden. Ik ben staatssecretaris van volksgezondheid en zou een sukkel zijn als ik daar niks aan doe. Als je dat betuttelen noemt…’

Leo: ‘Dan ben je aan het framen.’

Paul: ‘Je moet het ook zien in de context van de tijd. Wie in de jaren zeventig zei: autogordels om, werd een enkele reis hel toegewenst. Nu klinkt er gewoon een piepje in de auto.’

Leo en Paul Blokhuis Beeld Jiri Büller

Jullie groeiden op in een gezin waar vader de patriarch was. Hoe kijken jullie aan tegen mannen die zich bedreigd voelen door de feminisering van de maatschappij?

Leo: ‘Dat is uitstekend. Die masculiene samenleving, waar alles vanzelf gaat voor mannen, terwijl vrouwen altijd een stapje harder moeten lopen: het is te hopen dat die aan het afbrokkelen is. Dat betekent dat een deel van de mannen ook echt bedreigd wordt. Die prime seat raken ze zonder meer kwijt.’

Paul: ‘Ik zie in die beweging ook heimwee naar zingeving. Het zoeken naar een diepere bron. Als je het over een boreale samenleving hebt, bied je een groot vergezicht. Huppekee! Dat kan tot heel gek gedrag leiden. Ik denk dat de gemene deler is dat sommige mensen bepaalde tempo’s niet kunnen bijhouden, en elke verandering als een grote bedreiging zien.’

Eerlijk is eerlijk, van huis uit kregen ze hun ‘zachte’ eigenschappen niet mee. Die hebben ze moeten bevechten.

Leo: ‘Van mijn eerste vriendin leerde ik dat mannen moesten praten. Dat was een nieuw concept voor me. Ik bedoel: lullen konden we wel, maar je gevoel uiten…’

Paul: ‘Ik heb erg mijn best gedaan om mijn kinderen geen morele druk op te leggen. Vroeger gaf ik vaak meteen mijn mening, maar ik heb geleerd te vragen: wat denk je zelf? Dat heeft hele mooie gesprekken opgeleverd.’

Binnen de kerkelijke samenleving of erbuiten: hun levenspaden liepen anders, maar de curves vertonen een eender patroon. Ze werden andere mannen dan hun vader. Toch, zo concluderen de broers als het gesprek op zijn einde loopt, zijn ze allebei nog altijd domineeszoons.

Paul: ‘De journalistiek, de politiek: het is eigenlijk hetzelfde type werk. Met een enthousiast verhaal mensen enthousiast proberen te krijgen.’

Leo: ‘En dat hebben we van onze vader.’

Waar Paul benadrukt dat hij als politicus eerder wil ‘verleiden’ dan ‘verbieden’, wil Leo ‘inspireren’ in plaats van ‘doceren’. ‘Ik heb moeten leren dat er niet zoiets bestaat als slechte muziek, wat voor ideeën ik daar zelf ook over heb. Ik voel me niet gelukkig in de rol van muziekpolitie.’ Hij vertelt hoe hij ooit tijdens een theatershow verzoeknummers uit het publiek draaide en iemand om Céline Dion vroeg. ‘De zingende Titanic! Ik kon het niet laten een lullige opmerking te maken. Waarop die vrouw vertelde dat ze net haar zus op dat liedje had begraven. Nou, dan voel je je zo’n lul! Zo’n sukkel!’

Paul: ‘Vorige week heb ik nog tegen ChristenUnie-bestuurders gezegd: als je stuurt op macht heb je wat mij betreft geen moer te zoeken bij onze partij. Ik wil sturen op overtuiging. Dat kan de vorm van verleiden aannemen, maar in elk geval: niet met de knoet.’

Leo: ‘Softies zijn we.’

Paul: ‘Helemáál niet.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden