Interview Eelco Runia

Eelco Runia: ‘De universiteit is twee keer blij met studenten: als ze binnenkomen en als ze hun diploma halen’

Oud-universitair docent en historicus Eelco Runia. Beeld Judith Jockel

De moderne universiteit is in een diepe crisis beland, zegt Eelco Runia. Hij zegde zijn baan op en zet zijn grieven uiteen in het boek Genadezesjes.

Het idee was: geruisloos vertrekken van de universiteit en een nieuw leven als publicist beginnen. Maar toen historicus en psycholoog Eelco Runia (63) zijn studenten en collega’s aan de Rijksuniversiteit Groningen (RUG) vertelde dat hij zou stoppen als universitair docent, bleven de vragen komen.

Hoe hij zo’n riante baan als onderzoeker en docent aan de Letterenfaculteit, een plek waar om gevochten wordt, in vredesnaam op kon zeggen? Hij hoorde zichzelf halfslachtige antwoorden formuleren. Om zijn gedachten te ordenen besloot hij een stuk te schrijven: waarom ik ontslag neem bij de universiteit. Toen het af was stuurde hij het naar de krant.

‘En toen brak de pleuris uit’, zegt Runia, bijna anderhalf jaar later gezeten in de achtertuin van zijn vakantiehuisje in Sint Maartenszee. Zijn stuk belandde op de opiniepagina’s van NRC en leidde in de academische wereld tot verhit debat. Veel studenten en wetenschappers herkenden zich in Runia’s relaas over hoe universiteiten aan marktwerking ten onder gaan. Al waren er ook zoals Carel Stolker, rector magnificus van de Universiteit Leiden, die het een verhaal vol ‘zelfbeklag’ en ‘minachting voor de universiteit’ noemden.

Runia: ‘Aan mijn eigen universiteit gingen ondertussen mails rond waarin mijn oud-collega’s opgedragen werd niet met studenten en journalisten te praten over mijn vertrek.’ In de mails, afkomstig van een leidinggevende en ingezien door de Volkskrant, wordt gerept over ‘damage control’. Er staat ook dat het gaat om een persoonlijke situatie en dat de 'officiële strategie’ van het college van bestuur is niet te reageren. 

‘Een misverstand’, zegt RUG-woordvoerder Jorien Bakker daar bij navraag over. ‘Collega's mochten gewoon met de pers praten. Het was alleen een advies naar ons door te verwijzen.’ 

Over de reden van zijn vertrek werd bij zijn oude werkgever destijds niet inhoudelijk gediscussieerd, zegt Runia. ‘De universiteit was alleen bezig met het beperken van imagoschade.’ Het typeert volgens hem de cultuur van de hedendaagse universiteit, waar het draait om zo veel mogelijk studenten zo snel mogelijk te laten afstuderen en de academische discussie steeds meer naar de achtergrond verdwijnt. Hij schreef er het boek Genadezesjes over, dat dinsdag verschijnt.

In het boek schrijft u: ik wist pas echt waarom ik ontslag had genomen toen mijn boek af was.

‘Ik had het onderbuikgevoel dat ik weg moest aan de universiteit. Ik had zin in een ander bestaan: stukken schrijven, lezingen geven, boeken schrijven. Pas tijdens het schrijven ontdekte ik waar dat onderbuikgevoel vandaan kwam.’

Er doemt een gitzwart beeld op in uw boek. Universiteiten zijn volgens u ‘boulimische’ organisaties die geld opslokken zonder er beter van te worden. Universitair onderwijs is een ‘frustrerend rendez-vous’ van ‘manische docenten en depressieve studenten’. Is het echt zo erg?

‘Er gebeuren natuurlijk nog altijd ontzettend goede dingen aan universiteiten. Maar de hele structuur, de manier waarop universiteiten in Nederland georganiseerd zijn, en vooral de universiteitscultuur, is in een crisis beland.

‘Dat geldt natuurlijk niet voor alle universiteiten en alle faculteiten in dezelfde mate. Ik wil mezelf ook niet als ultieme deskundige opwerpen. Mijn analyse is een extrapolatie van mijn eigen ervaringen. Maar ik heb wel de indruk dat op veel universiteiten, ook buiten Nederland, de teneur vergelijkbaar is.’

Benoem die teneur eens.

‘Universitair onderwijs is een soort chemische industrie geworden, waarbij de input, de studenten, zo snel mogelijk verwerkt moet worden met zo weinig mogelijk lekkage en obstructie in het buizenstelsel. De universiteit is twee keer blij met studenten: als ze binnenkomen en als ze hun diploma halen. Dat zijn de momenten dat er aan ze verdiend wordt. In de tussentijd is het zaak ze zo snel mogelijk naar de uitgang te geleiden.’

Runia schreef zijn boek in briefvorm. Er is een brief aan oud-collega’s, een brief aan bestuurders van universiteiten, een brief aan Kamerleden. In zijn brief aan studenten schrijft hij: ‘Jullie hebben het enerzijds loeizwaar, terwijl het anderzijds bijna onmogelijk is om te zakken.’

Hoe verklaart u die paradox?

‘Universiteiten zijn verschoolst. Studenten hebben het loeizwaar vanwege de overmaat aan toetsjes, tentamens en opdrachtjes. Bij ons was het de laatste jaren heel gewoon dat studenten elke week bij elk werkcollege iets moesten inleveren. De constante plicht om iets te doen, dat wordt als zwaar ervaren. Maar als je alles doet, is het bijna onmogelijk om te zakken. Dat is waar de titel van mijn boek op slaat.’

Genadezesjes bestaan, schrijft u. Hebt u ze zelf uitgedeeld?

‘Ik stond bekend als streng. Dat heeft een zelfselecterend effect. Studenten die zich inschreven voor mijn werkcolleges vonden dat geen probleem. Maar ik heb het wel om me heen gezien en gehoord van collega’s.

‘Bij ons aan de faculteit kreeg je als docent pas uren toebedeeld voor het begeleiden van een scriptie als de scriptie geslaagd was. Dat maakt het aantrekkelijk om bij een twijfelgeval toch een voldoende te geven. Visitatiecommissies zijn om die reden kritisch op zesjes bij scripties, die vissen ze eruit.

‘Aan mijn faculteit wilde de examencommissie dat voor zijn en alle scripties met een zesje alvast controleren. Dat had het paradoxale gevolg dat docenten dan maar geen zesjes maar zevens gingen uitdelen. Het is een van de perverse mechanismen van de moderne universiteit: hoe meer opdrachtjes je moet uitdelen als docent, hoe meer de kwaliteit van de feedback daarvan onder druk komt te staan.’

In uw brief aan bestuurders van universiteiten krijg ik het idee dat u hun het meeste verwijt. Wat gaat er mis, volgens u?

‘De professionaliteit van docenten is volledig om zeep geholpen. Een professional is van oorsprong iemand die zijn eigen autonome beroepsopvatting heeft en zelf de kwaliteit waarborgt. Tegenwoordig ben je aan de universiteit een professional in de mate waarin je in staat bent de door bestuurders gedefinieerde visie van onderwijs tot uitvoer te brengen. 

‘Dat veroorzaakt het gevoel van werkdruk waar docenten last van hebben. Als je voortdurend het idee heb dat je dingen moet doen omdat ze zijn voorgeschreven zonder dat je het nut ervan inziet – zoals het geven van al die kleine opdrachtjes tussendoor – is dat werkdrukverhogend. Universiteiten zijn bovendien ontzettend top-down georganiseerd. Docenten zijn er voor het bestuur, het zou andersom moeten zijn.’

Een van de dingen die bestuurders drijft, schrijft u, is de panische angst studenten te verliezen.

‘Universiteiten staan voor de taak zo veel mogelijk studenten te trekken, omdat dat geld oplevert. Het gevolg is dat ze buitenlandse studenten proberen binnen te halen, die brengen geld in het laatje. Dat leidt tot vreemde situaties. Ik werd bijvoorbeeld geacht college te geven in het Engels terwijl er geen enkele Engelssprekende student in de zaal zat.’

Volgens universiteiten zijn internationale studenten goed voor de onderwijskwaliteit.

‘Dat bestrijd ik. Wellicht dat die studenten bij technische vakken een kwaliteitsimpuls geven. Maar wij kregen veel buitenlandse studenten die het niveau eigenlijk niet aankonden.’

In zijn boek beschrijft Runia een vergadering over een personeelsenquête aan zijn eigen faculteit. Uit de enquête blijkt onder meer dat de docenten zeer ontevreden zijn over de hoeveelheid tijd die ze krijgen voor onderzoek: ze geven er het cijfer 2,6 voor, op een schaal van 10.

U ging naar die vergadering in de veronderstelling dat het faculteitsbestuur het moeilijk zou krijgen, misschien zelfs op zou stappen. Dat liep anders.

‘Iedereen bij die vergadering straalde uit: zo gaat het hier nu eenmaal. Als je in Oklahoma woont heb je met tornado’s te maken, in Australië met bosbranden, en als je aan de faculteit Letteren werkt heb je zo nu en dan met desastreuze personeelsenquêtes te maken. Er werd niet serieus gekeken: wat is er aan de hand en welke consequenties moeten we daaraan verbinden?’

foto: Ivo van der Bent 03-04-2019 Historicus Eelco Runia 180 graden rubriek Beeld Ivo van der Bent

Daaruit kun je ook concluderen: universitaire bestuurders zitten klem tussen wat financieel mogelijk is en wat er van ze wordt verwacht.

‘Zo is het helemaal niet. Als je met zulke uitslagen wordt geconfronteerd, hoe kun je dan blijven zitten? Wat ik probeer te vertellen met die anekdote is dat het gevoel van falen geen realiteitswaarde meer heeft binnen de universiteit. Niemand heeft het gevoel: falen betekent opstappen. Dat is een ernstige zaak.’

Betekent het niet vooral dat er meer geld moet komen voor universiteiten?

‘Geld is niet het hoofdprobleem. Universiteiten zijn boulimische organisaties. Je kunt daar nog zoveel geld in stoppen, essentiële problemen zoals het uithollen van de professionaliteit van docenten los je er niet mee op. Universiteiten kunnen makkelijk bezuinigen. Als je de helft van het bestuur zou ontslaan en alle controlemechanismen die daaraan vastzitten, krijg je een enorme werkdrukvermindering bij je personeel.’

In uw brief aan Tweede Kamerleden schrijft u dat ze Nederlandse universiteiten met een dilemma hebben opgezadeld.

‘Universiteiten zijn voor hun financiering deels afhankelijk van het aantal studenten dat ze binnenhalen. Universiteiten houden daarom voortdurend een hoera-verhaal: het gaat geweldig met ons. Dat leidt ertoe dat er niet meer kritisch over het eigen functioneren gedacht kan worden.’

Wat kan de overheid daaraan doen?

‘Universiteiten hebben naar mijn idee aangetoond dat ze niet tot zelfreflectie in staat zijn, dus moet de politiek het doen. Nu is er een soort gentlemen’s agreement tussen de overheid en universiteiten: wij regelen de randvoorwaarden en jullie zoeken het verder maar uit. Ik hoop dat het effect van mijn boek zal zijn dat de Kamer zich gaat afvragen: zijn we nog wel op de goede weg met universiteiten?’

REACTIES

De bestuurder: Gerry Wakker, decaan faculteit Letteren, Rijksuniversiteit Groningen 

‘Wij hebben als faculteitsbestuur in februari 2018 via een mail aan alle medewerkers en studenten van Letteren uitgebreid gereageerd op Runia’s artikel in NRC. Kern daarvan was dat hij een aantal herkenbare problemen aansneed, maar dat het faculteitsbestuur zijn analyse niet deelde dat alle problemen door marktwerking komen. De aandacht voor werkdruk is onverminderd groot binnen onze universiteit. Het faculteitsbestuur Letteren heeft naar aanleiding van het medewerkersonderzoek waaraan Runia refereert een actieplan opgesteld, inmiddels is dat voor een groot deel uitgevoerd. Docenten krijgen nu onder andere 19 procent meer tijd voor onderwijstaken.’

Het Kamerlid: Paul van Meenen (D66), woordvoerder onderwijs

‘Het is niet zo dat Tweede Kamer toekijkt en niets doet aan de problemen op universiteiten. Ik ben het eens met Runia dat de bekostiging vol perverse prikkels zit. Daar wordt al aan gewerkt, bijvoorbeeld door de commissie-Van Rijn (die afgelopen week met een advies kwam over de bekostiging, red.) Universiteiten worden nu nog te top-down bestuurd, maar ook daar wordt aan gewerkt. Als Kamerlid heb ik ervoor gezorgd dat de positie van medezeggenschapsraden versterkt is. Er is instemmingsrecht op de begroting gekomen. Dat was één van onze eisen voor de invoering van het leenstelsel.’

De student: Tom van den Brink, voorzitter Interstedelijk Studenten Overleg (ISO)

‘Runia heeft volkomen gelijk als hij zegt dat universiteiten steeds meer fabrieken worden door de manier waarop ze gefinancierd zijn. Dat is heel jammer. Daar komt ook de druk vandaan, waar studenten last van hebben. Maar Runia heeft volgens mij geen gelijk als hij zegt dat je als student bijna niet meer kan uitvallen. Studenten krijgen inderdaad steeds meer toetsen en opdrachten, maar dat betekent ook meer barrières en meer momenten waarop je kunt uitvallen.’

Carel Stolker, rector magnificus universiteit Leiden

‘Wat mij boos maakt aan het betoog van Runia is dat hij bestuurders steeds tegenover docenten en wetenschappers plaatst. Ik zie de universiteit als gemeenschap. Als bestuurder ken ik de faculteiten van binnenuit. Ik ben het ook absoluut niet eens met het idee dat het onderwijs slechter wordt, het is er juist op vooruitgegaan. Het idee van de volstrekt autonome docent is bovendien achterhaald. Zo was er in mijn tijd geen opleiding voor docenten. Je werd doorgaans gewoon voor de klas gezet: zie maar. En in de bijna twintig jaar dat ik les gaf aan de Rechtenfaculteit is er nooit iemand komen kijken hoe ik dat deed. Dat zoiets nu niet meer kan, is alleen maar goed.’

Eelco Runia (1955)

2003-2018 Universitair docent Rijksuniversiteit Groningen, tevens gasthoogleraar aan de Stanford University en University of California Berkeley

1999-2003 Eigen praktijk als coach voor huisartsen en medisch specialisten

1984-1999 Psycholoog aan de Erasmus Universiteit Rotterdam.

1972-1984 Studies geschiedenis en psychologie aan de Universiteit Leiden

Runia schreef zes boeken, romans en essaybundels, waaronder een roman over Srebrenica: Inkomend Vuur

Op 22 mei verschijnt Genadezesjes: Over de moderne universiteit bij uitgeverij Atheneum.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden