Echte mannen komen niet meer aan de bak

In het moderne leven, gekenmerkt door concurrentie op basis van vrouwelijke deugden als communicatieve vaardigheden, wordt het steeds moeilijker je als man te bewijzen....

DE LIJST van mogelijke verklaringen in het maatschappelijk debat over 'zinloos geweld' is lang. Een enkele keer wordt geconstateerd dat het vooral jongens en mannen zijn die geweld gebruiken (80 tot 90 procent van alle geregistreerde geweld).

Hoewel jongens en mannen een hogere testosteronspiegel hebben, betekent dit niet dat mannen van nature agressiever zijn dan vrouwen. Geweld moeten we vooral zien als een probleem dat veroorzaakt wordt door maatschappelijke opvattingen over hoe jongens en mannen hun mannelijkheid horen te bewijzen.

Agressie en geweld vormen voor een kleine groep jongens en mannen een teken dat er problemen zijn. Status en actie horen wel, onderschikking, passiviteit, machteloosheid niet tot de dominante ideaalbeelden van mannelijkheid. Een man hoort zijn positie te bevechten en desnoods te verdedigen tegen andere mannen die hem daarin (kunnen) bedreigen.

Ook in de waarneming van agressie en geweld spelen deze normen een rol. Jongens en mannen worden vooral gezien als geweldpleger, maar als het gaat om fysieke kindermishandeling en geweld in de openbare sfeer, vallen er onder hen meer slachtoffers.

Pesten op school blijken meisjes en jongens evenveel te doen. Jongens doen het vaker fysiek, meisjes door buitensluiting; jongens vaker tegen kinderen met wie ze weinig omgaan, meisjes tegen kinderen met wie ze regelmatig omgaan. Deze verschillen maken dat leerkrachten het pesten van meiden minder signaleren en er minder tegen optreden.

Als een meisje geweld gebruikt wordt dit gezien als signaal van onderliggende problemen en denkt men aan hulpverlening. Bij jongens wordt het gewelddadige gedrag zelf als probleem gezien (vooral voor hun omgeving) en bijgevolg met minder begrip gereageerd en sneller bestraft en begrensd.

Jongens worden man door zich normen en waarden over mannelijkheid eigen te maken. Deze coderingen werken als toetssteen voor mannelijk gedrag en eigenwaarde. In veel samenlevingen zijn drie domeinen voor mannen belangrijk: het vaderschap, het kostwinnerschap en loyaliteit aan de groep waartoe men behoort. In onze cultuur is er in alle drie domeinen sprake van een grote verschuiving voor mannen en kunnen we daarom spreken van een crisis van de mannelijkheid.

De moderne samenleving heeft minder behoefte aan fysieke kracht en lichamelijke weerbaarheid, vanouds terreinen waarop mannen zich konden bewijzen. Slimheid, sociale en communicatieve vaardigheden zijn in een economie die voornamelijk draait op dienstverlening veel belangrijker geworden.

Bovendien is de samenleving, door de introductie van marktprincipes in vrijwel alle domeinen competitiever geworden. Het is lastiger geworden om je mannelijkheid te bewijzen. Net als aan vrouwen, worden aan mannen steeds hogere eisen gesteld. We zijn niet meer gericht op wat normaal is, maar op wat ideaal is.

Een man moet tegenwoordig niet alleen de kost verdienen, hij moet ook een liefhebbende echtgenoot zijn, een begripvolle en betrokken vader en een tijger in bed. Vrouwen houden de ideaalbeelden van mannelijkheid mede in stand. Dat zien we bijvoorbeeld impliciet in de partnerkeuze terugkeren. Het hebben van een baan is voor mannen niet alleen belangrijk omdat ze daarmee in de wereld van mannen meetellen, het bepaalt ook hun positie op de relatiemarkt. Vrouwen nemen in meerderheid nog steeds een partner die hoger is opgeleid dan zij; werkloze mannen doen het minder goed op de relatiemarkt.

Mannen worden uitgedaagd te zoeken naar nieuwe ideaalbeelden van mannelijkheid en manieren om hun mannelijkheid te bewijzen. Veel mannen zijn zich van deze 'crisis van de mannelijkheid' bewust, kunnen die redelijk goed verwoorden en zijn in staat om constructieve oplossingen te vinden. Een andere groep mannen voelt zich bedreigd, verzet zich en reageert de spanning af op hun omgeving.

De crisis van de mannelijkheid heeft ook zijn weerslag op jongens. Jongens houden in meerderheid vast aan het kostwinnerschap als toekomstperspectief. Zij denken nog weinig na over hoe werk en ouderschap te combineren. Slechts 20 procent oriënteert zich op een toekomstperspectief van samen werken, samen zorgen.

Juist jongens die laag opgeleid zijn, weinig binding hebben met thuis en school en veel problemen ervaren en veroorzaken, komen uit sterk traditionele gezinnen en hangen traditonele ideaalbeelden van mannelijkheid aan. De jongens met de minste kansen en vaardigheden richten zich zodoende op idealen die voor hen verder weg liggen dan ooit.

Oplossingen hoeven deze jongens niet te verwachten van hun vader. De jongens richten zich bij gebrek aan alternatief op hun leeftijd- en seksegenoten. Daar vinden ze in ieder geval herkenning! Ze zoeken onderling naar manieren om zichzelf te bewijzen (bijvoorbeeld breakdance- en skategroepen, maar ook jeugdbendes). Ze dagen elkaar onderling uit, met bungy jumpen, het gebruik van drugs, vechten tegen andere jongensgroepen. Wie het verste durft te gaan, bewijst daarmee zijn mannelijkheid.

Omdat ze zich vaak afzetten tegen de volwassen, burgerlijke wereld, creëren ze een subcultuur waarin machismo hoogtij viert. Agressie en geweld horen daar bij. Voor sommige jongens en mannen is de druk die zij ervaren om hun mannelijkheid te bewijzen zo groot en hun kansen op een sociaal geaccepteerde weg zo klein dat zij er zelfs een criminele carrière voor over hebben.

Hun leeftijdgenoten kunnen hun wel belonen voor hun gedrag, maar niet met de beloning die normaal ten deel valt aan opname in de wereld van de volwassen mannen: een baan, een vrouw en kinderen. Jongens en mannen die zich snel uitgedaagd voelen en daar met agressie en geweld op reageren, zijn zich vaak niet goed bewust van hun 'zachtere' emoties zoals angst en verdriet. Ook kunnen ze minder goed verwoorden wat er in hen omgaat. De spanningen kunnen dan zo hoog oplopen dat ze tot uitbarsting komen in geweld, zonder dat ze zelf snappen hoe dat nou kan.

De lat wordt steeds hoger gelegd, hetgeen het zelfvertrouwen van jongens en mannen sterk ondermijnt en de wil om zich te bewijzen alleen maar groter maakt. De toenemende agressie en het openbare geweld moeten we dan ook zien als signalen dat jongens en mannen problemen ervaren om zich op een sociaal geaccepteerde wijze te bewijzen als man.

In de aanpak van deze problematiek dienen we daarmee dan ook rekening te houden. Niet alleen door jongens en mannen meer kansen te bieden om zich op traditionele manieren te bewijzen als man (zoals door sport, opleiding en werk), maar ook door alternatieven aan te reiken (zoals creatieve vorming, ontspanning en zelfkennis) en traditionele ideaalbeelden van mannelijkheid (carrière en kostwinnerschap) ter discussie te stellen en te vervangen door meer realistische en eigentijdse ideaalbeelden (deeltijdwerk en betrokken vaderschap).

Nico van Oosten is medewerker van TransAct, het Nederlands centrum voor sekse-specifieke zorgvernieuwing en de bestrijding van seksueel geweld.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.