Zinvol levendominee Marleen Blootens

‘Echte aandacht, dat is waar het grootste gebrek aan is’

Marleen Blootens.Beeld Jitske Schols

Heeft de Volkskrant-lezer wel behoefte aan een interview met een dominee in deze serie? Marleen Blootens heeft erover geaarzeld. Het prikkelt daarom misschien wel des te meer dat God niet voorkomt in haar antwoord op de vraag wat een zinvol leven is.

Enige aarzeling is er wel, na het interviewverzoek: ‘Een deel van de Volkskrant-lezers ziet alleen maar met grote letters ‘God’ op mijn voorhoofd staan en denkt: hopelijk hebben ze volgende week weer een relevant ­iemand.’ Zelf is ze een verklaard ­tegenstander van dat soort ‘wij/zij-denken’, de opdeling van de wereld in gelovigen en niet-gelovigen: ‘In mijn jeugd verweet ik dat mijn eigen kerk. Ik begreep niet waarom er op andersdenkenden werd neergekeken.’ In haar optiek is er vooral sprake van een gedeeld lot: ‘We zijn allemaal mensen die ervaren dat het leven prachtig kan zijn, maar ook dat het lijden en sterven met zich meebrengt. We zitten met dezelfde existentiële vragen. Ik geloof niet dat gelovigen bij God een streepje voor hebben.’

Vrolijk en goedlachs zijn woorden die bij het domineesberoep niet ­direct opkomen, maar ze passen wel bij de 37-jarige Marleen Blootens. Sinds 2018 is ze verantwoordelijk voor de protestantse kerk in de Rotterdamse wijk Overschie. Ze bewoont de pastoriewoning, samen met haar man David en hun bijna 2 jaar oude zoontje. In de woonkamer staat bij de eettafel een vrolijke trouwfoto, genomen op de Amsterdamse Dappermarkt – een kussend stel, zij traditioneel in het wit, te midden van vrouwen met hoofddoekjes die boodschappen doen.

Dat volle leven van de hoofdstad wilde ze met volle teugen ervaren, na een niet onverdeeld gelukkige jeugd in Hengelo. Haar oudste broer was door een verkeersongeluk in een coma geraakt. Twee jaar na haar ­geboorte komt hij te overlijden: ‘Na zijn dood heeft mijn moeder met het leven geworsteld. Ze sprak er zelden over, maar ze is zich de waarom-vraag altijd blijven stellen.’

Als puber richt Blootens haar pijlen niet op haar ouders (‘kinderen uit een gezin waar wat ergs aan de hand is, sparen hun ouders meestal’), maar op de ouderlingen van hun kerk: ‘Ik stelde in vele varianten de waarom-vraag van mijn moeder. Ze heeft die als het ware aan me doorgegeven. Als antwoord kreeg ik steeds: het klopt wat we doen, stel niet van die moeilijke vragen. Ik had grote moeite met de kerk, maar toch voelde ik me loyaal. Dat was vooral loyaliteit aan mijn vader.’

Wanneer haar studie psychologie in Amsterdam uitloopt op een desillusie (‘met vijfhonderd meisjes uit Purmerend wiskunde doen in een aquarium’), kiest ze voor theologie: ‘Met een klein clubje de grote vragen van het leven stellen, dat vond ik fantastisch. Die had ik altijd al gesteld.’ Na een omzwerving langs het leraarschap brengt haar studie haar bij het beroep van predikant; eerst in Amsterdam, later in Rotterdam. In 2017 overkomt haar een serie tegenslagen die haar geloof op de proef stellen. ‘Ik heb affiniteit met de roep: ‘God, waar ben je nu? Wat is dit?’ Die stemmen passen bij mij’.

Wat is voor u een zinvol leven?

‘Zinvol leven gaat niet om mij, maar altijd om de ander. Ik vind aandacht voor de ander heel zinvol, ook als het mensen zijn die ik niet heb gekozen, maar die mij zijn toevertrouwd, zoals de mensen hier in de kerk, maar ook mijn buren en collega’s. Ik geloof dat het aan mij is al die mensen die mijn wegen kruisen lief te hebben en het goede voor hen te zoeken. Dat draait om aandacht hebben, luisteren, betrokken zijn. Dat brengt je bij de essentie van het bestaan.’

God ontbreekt in dit antwoord.

‘Ik denk dat dit is wat God van mij vraagt – hem liefhebben is de ander liefhebben. Dat kan nooit los van elkaar. Als ik zo in het leven sta, met een open hart en open handen, dien ik hem. Jezus leefde altijd met anderen op het oog, nooit voor zichzelf. Zijn ­leven roept een beeld op dat voor mij het karakter van God vormt. Hij is degene die bereid is zichzelf op te offeren voor de ander; degene die in discussie gaat met andersdenkenden; degene die mensen opzoekt die worden genegeerd. Zonder de Bijbel en de christelijke traditie zou ik denk ik niet op dit antwoord zijn uitgekomen.’

Waarom niet?

‘Dan zou ik meer mijn eigen impulsen en behoeften hebben gevolgd. Dan zou ik het leuk en lekker willen hebben, veel reizen willen maken, mijn schaapjes op het droge hebben, op zondagochtend uitslapen. Ik denk dat de christelijke traditie me corrigeert. Ik word erdoor weggeroepen van mijn eerste voorkeur.’

Kunt u dat verder uitleggen?

‘Laat ik het maar eens hardop zeggen: werken in de kerk is niet altijd comfortabel. Het is niet eenvoudig te werken in een traditie die voor de meeste mensen passé is; om een gemeenschap overeind te houden die door velen is verlaten. Wat ook ongemakkelijk is: als je zegt dat je dominee bent, reageren mensen ongemakkelijk, ze weten zich geen houding te ­geven, zeker als de omgeving seculier is. Als dominee voelt het onveilig je daarin te begeven – je bent een rariteit, krijgt te maken met dedain. Vandaar dat veel christenen zich terugtrekken in hun eigen comfortzone, hun bubbel. Dat wil je als predikant juist niet, maar gebeurt wel.’

Wat heeft u tot dit beroep gebracht?

‘Mijn ambitie was niet om te zenden, ik ben niet zo’n preektijger. Een preek zie ik als een uitnodiging tot een dialoog. Ik werd gedreven door een behoefte aan ontmoeting. Ik ben vooral razend nieuwsgierig: wat beweegt mensen? Wat houdt ze bezig, waarom geloven ze wel of niet? Dat soort gesprekken voerde ik als scholier al. Als predikant dacht ik de meeste kans te hebben dat voort te kunnen zetten – gesprekken met mensen, verbinden via de kerk en de bijbelverhalen. Aan luisteren is grote behoefte. Toen ik ­dominee werd was het eerste dat ik dacht: ik hoef alleen maar aandacht te hebben – echte aandacht, dat is waar het grootste gebrek aan is.’

Lukt dat aandacht hebben?

‘In de dagelijkse praktijk krijgen praktische kwesties van de kerk vaak de overhand, waardoor ik te weinig toekom aan het verdiepende gesprek over ‘wat houd je bezig?’. Ik schiet daarin ook tekort, moet ik erbij zeggen. Een gesprek als dit zou ik het liefst met al mijn gemeenteleden voeren, maar daar komen we lang niet altijd aan toe. Al het organiseren dat een kerkgemeenschap vergt, helpt niet. Er is binnen de kerk wel ruimte voor vernieuwing, maar die gaat slechts langzaam. Daarvoor heb ik weinig geduld. Ik merk dat ik ongeduldiger en minder loyaal aan de kerk ben sinds mijn ziekte.’

Leestip De Trooster, Esther Gerritsen

‘Esther Gerritsen heeft een groot talent om de menselijke ziel te peilen, in dit geval die van een conciërge in een klooster. Een buitenbeentje met een scheef gezicht die vriendschap sluit met een flamboyante gast in het klooster. Kwetsbaarheid en kracht, schuld en vergeving, autonomie en verbondenheid komen voorbij in de taal van het christelijk geloof, maar zonder dat het sentimenteel of prekerig wordt.’

Wat is u precies overkomen?

‘Mijn vader was in 2017 overleden, kort daarop bleek dat mijn moeder hulpbehoevend was. Ik had net deze nieuwe baan in Rotterdam, werd zwanger en drie dagen later hoorde ik dat ik een kwaadaardige tumor aan mijn grote teen had – een sarcoom, die had een slechte prognose. Het kwam allemaal op hetzelfde moment. Tot de bevalling was het vooral een kwestie van overleven. Daarna werd ik somber. Toen Joep was geboren, besefte ik wat er op het spel stond. Ik dacht: ‘Nu ga ik vast dood, terwijl ik helemaal niet dood mag gaan.’ Ik heb nog nooit zo erg niet dood mogen gaan. Dat maakte me angstig, ik voelde me heel broos. Tegelijkertijd wilde ik meedoen met het leven om me heen, met de blijdschap die er over de geboorte was. Maar dat lukte niet. Ik had een dode vader, een kwetsbare moeder en kanker.

‘Ik moest met een baby van zeven weken op controle voor uitzaaiingen. Dat vond ik … niet te doen. Maar ik bleek geen chemo of bestraling nodig te hebben, alleen is mijn teen afgezet. Ik zei tegen mensen: ‘Het is maar een teen’, omdat ik mijn broosheid niet wilde laten blijken. Maar kanker blijft een dreiging. Het gevoel dat ik niet meer gezond was, ervoer ik als bedreigend. Het was een heel eenzame ­periode, omdat ik er niet goed over kon praten.’

Hielp uw geloof u?

‘In de loop van die tijd geloofde ik steeds minder in God – ik had altijd gepreekt over ‘God is liefde’ en ‘God is nabij’, maar dat ervoer ik niet meer. Dus ik raakte ook nog in een geloofs­crisis die ik probeerde te ontkennen. Ik zag het einde van mijn verlof­periode naderen, zou de kansel weer op moeten. ‘Lieve God, hoe moet dat?’, vroeg ik me af. Ik ben toch maar weer in die verhalen gedoken. Die gaven enige troost. Maar wie vooral troost gaf, was Joep.

‘Wanneer ik hem in mijn armen had, begreep ik intuïtief: dit is waarom wordt gezegd dat God de schepper van het leven is. Dat valt niet goed uit te leggen, het gaat aan woorden voorbij. Ik besefte dat het leven hier in zijn essentie over gaat: je houdt hoop in je handen en begrijpt er eigenlijk niets van. Dat raakt voor mij aan het ervaren van God.’

Maar u twijfelde ook?

‘Zeker, ik raakte uitgeput en somber. Ik ging ook door een rouwproces: om mijn ouders, om mijn eigen gezondheid. In het begin had ik het gevoel door God verlaten te zijn, later kwam Jezus toch weer dichterbij. Die lijdt als geen ander. Ik zag hoe hij aan de kant staat van de mensen die de klappen krijgen. Het leven deelde mij die uit. Dan staat hij misschien ook wel aan mijn kant, bedacht ik. Met die God kon ik contact maken. Daardoor kon ik toch blijven geloven.

‘Het leven doet soms enorm veel pijn, maar het is ook prachtig. Dat voelde ik in de tijd van de geboorte van Joep – het allermooiste kan zich tegelijk met het zwartste scenario voordoen. Die uitersten, dat is het ­leven.

‘Ik wil graag leven naar de toekomstgedachte van het geloof: dat God iets goed gaat maken, wat nu nog niet goed is. Al weet ik dat het soms helemaal niet meer goed komt en het alleen maar veel pijn doet. Op de vraag naar het waarom van het lot krijg je nooit antwoord – dat kreeg mijn moeder niet en ik ook niet. Wat vooral telt is: hoe kan je ermee omgaan, hoe houd je het uit? Dan draait het om vertrouwen dat het goed komt. Dat er hoop is, omdat er liefde is. Dat is voor mij fundamenteel.’

Na zijn serie over de zin van het leven gaat Fokke Obbema dit jaar in een nieuwe reeks op zoek naar het antwoord op de vraag: wat is voor u een zinvol leven? Op deze overzichtspagina leest u alle voorgaande gesprekken in deze serie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden