Column Thomas van Luyn

Dwars door de Balkan

Allemaal dezelfde taal, dezelfde kutmuziek en allemaal denken ze dat ze gegrild-vlees-op-een-stokje hebben uitgevonden.

Toch maar weer Griekenland gedaan dit jaar. Waarom niet? Zon, zee en geen moeilijk gedoe met etenstijd. Om vijf uur avondeten? Tuurlijk meneer! Hee Stavros! Zet de grill aan! (Alvast een glaasje nagellakremover? Nee, dank u, doe maar een biertje.) En dit keer geen eilandje, maar het vasteland, dus konden we gewoon met de auto. Dwars door de Balkan dus, en iedereen verklaarde ons voor gek. Best vreemd, want vroeger ging heel Nederland naar Joegoslavië op vakantie. Maar toen was het één land, na de oorlog wel vijf. Ik snap er niets van. Allemaal dezelfde taal, dezelfde kutmuziek en allemaal denken ze dat ze gegrild-vlees-op-een-stokje hebben uitgevonden. Je zou denken dat ze goed met elkaar op konden schieten. Maar toen we bij een Kroatisch tankstation vertelden dat we door Servië naar Thessaloniki reden, snapte de pompbediende daar niets van. We konden toch ook gewoon door Kroatië? Was maar zes uur omrijden!

Maar je rijdt dus inderdaad wel even de EU uit, dus heb je file bij de grens (onder vrachtwagenchauffeurs zul je weinig eurosceptici vinden) en daarna veranderen alle nummerborden als bij toverslag van West-Europees naar Slavisch. Als we een Nederlands nummerbord zagen, was het zonder uitzondering een Turks gezin op vakantie naar de roots.

De hele karavaan stopte voor avondeten in dat ene wijkje in Belgrado. Tweehonderd terrasjes op evenveel vierkante meter. En elk terrasje een orkestje. Die gaan niet met de pet rond. Iemand geeft ze een flap geld, en zegt: aan mijn tafel spelen. Nou, en dat doen ze. Balkanriedels, en iedereen zingt mee. We zaten naast een groepje Amerikanen van Servische afkomst, die alle teksten nog kenden. En dus gewoon in de stad zaten die ze twintig jaar geleden nog hadden gebombardeerd. Iedereen blij.

Bij de Macedonische grens kregen we een traditioneel mopje pittoreske corruptie aan onze kont. Een douanier controleerde of ik mijn groene kaart bij me had. Natuurlijk niet, zie ik eruit als een boekhouder? Dus nam hij onze paspoorten in, en wees naar een kantoortje. Eerst verzekering kopen, dan paspoorten terug. Geen pin, contant betalen, geen computer. Da’s makkelijk verdiend. En geef ze eens ongelijk, want geen van die Griekenland- en Turkijegangers blijft in Macedonië om er geld uit te geven. Waarom Macedonië zich zo wil noemen is trouwens een raadsel. Dat is nooit de naam geweest. Ook niet onder het Macedonisch bewind van Alexander de Grote, toen heette het Thracië. Veel mooiere naam. Na lang onderhandelen lijkt het nu dus Noord-Macedonië te worden. Nationalisten aan beide kanden van de grens zijn woedend, dus ik denk dat het een goed compromis is. Ik voorspel overigens dat Noord-Macedonië spoedig tot de EU zal toetreden. Dat maak ik op uit de werkelijk schitterende achtbaanssnelweg die er met Europees geld is aangelegd. Fluweelzacht asfalt, fonkelnieuwe tankstations (met pin), hysterisch schone wc’s. De weg loopt van Servië naar Griekenland, landen waar het asfalt brokkelig is en de wc’s smerig zijn. Hier wordt een statement gemaakt, lijkt het.

En zo eindigden we aan de noord-Griekse kust. Geen Hollanders, Duitsers of Engelsen hier, maar Russen, Roemenen en Bosniërs. Dat zagen we aan de nummerborden. En aan de speedo’s. Oostblokmannen dragen speedo’s. Dat is één van de puntjes die ze moeten verbeteren, voor ze bij de EU mogen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.