Interview Rafael, Ramon en Damiàn van der Vaart

Drie generaties Van der Vaart zijn gek op de bal. Gek hè?

Rafael van der Vaart Beeld Martin Dijkstra

Met een feestelijke wedstrijd tussen Rafaels Hamburger SV Stars en Rafa’s All Stars neemt Rafael van der Vaart zondag in Hamburg afscheid als voetballer. Met zoon Damián en vader Ramon gaat het inderdaad vooral over het voetballeven van de drie generaties Van der Vaart. 

We zijn op weg naar Hamburg als vader Ramon van der Vaart (58) ergens onderin Friesland een onverwachte afslag neemt. Van der Vaart zegt dat hij een herinnering uit zijn jeugd wil delen. Even buiten het dorp Balk, rijdt senior het gehucht Harich binnen en stopt bij een grasperk voor boerderij Welgelegen, aan de Keamerlânswei. Schuin aan de overkant zit een Solex-verhuurbedrijf.

Ramon loopt naar een openbare picknicktafel op het veldje en wrijft met een hand liefkozend over het verweerde blad. ‘Kijk’, zegt hij, en wijst op een paar diepe inkepingen in de tafel. ‘Dat zijn nog zaagsnedes, die m’n vader of een van mijn broers heeft achtergelaten. Deze tafel gebruikten ze als een werkbank. Voor de slijpmachines die ze nodig hadden om onze handelswaar, mechanische weegschalen, honderd procent nauwkeurig te maken.

Hier stonden we begin jaren zeventig altijd, met onze woonwagens, hier heb ik in 1974 naar de WK-finale gekeken. Wat Romario later was voor Rafael, was Johan Neeskens voor mij. Een held. Van een boerderij aan de overkant, die er nu niet meer staat, kregen we water en stroom. Daar betaalden we per woonwagen een tientje in de week voor.’

De ouders van Ramon – de groot­ouders van Rafael – waren kampers in de klassieke betekenis van het woord. Ze trokken in de zomer vijf maanden lang met hun wagens door de Noordoostpolder en Friesland als ‘verkopers en reparateurs van mechanische weegschalen’; tuinders waren hun belangrijkste klanten. ‘Mijn broer was de beste monteur van Nederland’, zegt Ramon. ‘Zelf heb ik dat vak ook opgepakt, totdat ik als scout bij spelersmakelaar Sören Lerby ging werken. Ik mis het soms nog wel, dat leven. Het venten bij de boeren. Maar ja, tegenwoordig zijn die weegschalen allemaal elektronisch, nauwelijks nog mechanisch.’

Soms stonden ze hier met drie woonwagens, vertelt Ramon, maar andere keren ook wel met acht of negen. ‘Ik vond die tripjes naar Friesland, als opgroeiende jongen van een jaar of 13, geweldig. ‘De reis op’, zo noemden we dat; we hadden ons eigen taaltje.’

Hij brabbelt: ‘Span die kemus van die brochum’ en ‘Lou poekelen waar die rakklie bij is.’ Het betekent: ‘kijk die kop eens van die kerel’ en ‘niet praten waar die vrouw bij is’, verduidelijkt Ramon. Slootjespringen, een neefje dat in het weiland door de modder en de stront werd voortgesleept door een koe; de herinneringen komen aan de picknicktafel plots allemaal boven.

‘Als ik m’n ogen dichtdoe zie ik mijn ouders hier nog zitten, als het mooi weer was. Precies op de plek waar wij nu zitten, met een bakkie koffie.’

Hij doet zijn ogen dicht en haalt diep adem. ‘Dit voelt als waar ik vandaan kom.’

Z’n telefoon gaat. Wat volgt is een vertederend gesprek met z’n 2-jarige kleindochter Jesslynn, een ritueel dat zich een paar keer per dag herhaalt. De familie is voor contact vooral aangewezen op Facetime als ze elkaar willen zien: Ramon met zijn vrouw Lolita en broer Fernando in Beverwijk, bellen dan met Damián (13), de zoon van Rafael (36) uit zijn huwelijk met Sylvie Meis die in Hamburg woont, met Rafael en zijn vriendin Estavana Polman en haar dochter Jesslynn in het Deense Esbjerg.

Ramon: ‘FaceTime is de mooiste uitvinding van deze eeuw. Neem nou ­Jesslynn, die kleine meid van Rafael in Denemarken. Als we geen FaceTime hadden, zou ze me niet herkennen als ik op bezoek kom, bij wijze van spreken. Nu zien en spreken we elkaar een paar keer per dag en is het opa voor en opa na. Toen Damián werd geboren, had je dat nog niet.’

Ramon van der Vaart: ‘Als Damiàn met ons het kamp in Heemskerk bezoekt, is ’ie meteen weer een kamper. Alsof hij weet waar zijn roots liggen.’ Beeld Martin Dijkstra

Rafael zal dat later die avond beamen. ‘Het slaat toch nergens op dat we zo ver van elkaar vandaan wonen? Dan is dit een heerlijke oplossing. Het enige nadeel is dat ik altijd het gevoel heb dat ik in de spiegel kijk als ik mijn vader bel. Het is alsof ik de hele tijd word geconfronteerd met hoe ik er straks zelf uit ga zien. Verschrikkelijk. Ik hoop dat Damián een betere toekomst tegemoet gaat wat dat betreft.’

Ramon: ‘Het klopt dat Rafael en ik steeds meer op elkaar gaan lijken. Dat is niet per definitie iets waar Estavana heel erg blij mee moet zijn.’

Hoewel Rafael van der Vaart vorig seizoen al is gestopt met voetballen, kon hij de hem aangeboden afscheidswedstrijd in Hamburg niet weigeren. Damián van der Vaart zal morgenmiddag het voorprogramma verzorgen tijdens het afscheid van zijn vader, samen met zijn ploeggenoten van SC Victoria, in het Volksparkstadion. Rafael: ‘Zo’n afscheidswedstrijd heeft wel iets definitiefs. Ik zie het zelf meer als een voetbalfeest, het moet een groot feest der herkenning worden.’

Ramon: ‘De wedstrijd is een mooi eerbetoon aan mijn zoon. Dan kan hij afscheid nemen van de supporters van HSV, dat vind ik ook belangrijk. Hij is daar twee keer weggegaan en twee keer is dat er niet van gekomen.’

Het zal tot op het laatste moment spannend blijven wie er komen opdraven; de charme van zo’n afscheidswedstrijd. Tot de geïnviteerde gastspelers behoren onder anderen: Edwin van der Sar, Arjen Robben, Wesley Sneijder, Mark van Bommel, Dirk Kuijt, Nigel de Jong, Ruud van Nistelrooij, Robin van Persie Fabio Cannavaro en Clarence Seedorf. Daar valt, samen met spelmaker Rafael van der Vaart, een aardig elftal van te formeren.

We staan in Hamburg langs de lijn bij SC Victoria onder de 14 tegen FC Teutonia ’05 onder de 14. We koesteren onszelf in de laatste najaarszon. De in tegenstelling tot zijn vader rechtsbenige Damián draagt shirtnummer 23, staat opgesteld in de spits, maar duikt vooral op tussen de linies, zoals dat heet. Rafael en Ramon spreken langs de lijn van een ‘wekelijks hoogtepunt’.

‘Dit is echt genieten’, zegt Ramon, handenwrijvend.

Rafael: ‘Ik voel een grote affiniteit met amateurvoetbal. Ik vind een oud stadionnetje al snel mooi. De houten tribune achter ons is bijvoorbeeld de oudste van Hamburg. Prachtig toch? Jammer genoeg wordt de kantine verbouwd. Als ik door Denemarken of Duitsland rij en ik zie ergens een klein stadionnetje liggen, ga ik altijd even kijken. Vind ik leuk.’

Damián en Ramon van der Vaart. Beeld Julius Schrank
Damián van der Vaart. Damian is de zoon van Rafael van der Vaart en Sylvie Meis. Hij leeft met zijn moeder in Hamburg en speelt voetbal bij de club SC Victoria. Beeld Julius Schrank

Tussen de opvoeding van Rafael en Damián zit een wereld van verschil, zegt Ramon terwijl het spel zich nu enigszins voortsleept, het staat nog altijd 0-0. ‘Maar als Damián bij ons ­logeert en we met hem het kamp in Heemskerk bezoeken, dan is hij meteen weer een kamper. Alsof hij weet waar z’n roots liggen. Dat merk je aan alles. Hij is niet erg vatbaar voor luxe. Of ik nou een bal van 6 euro voor hem koop of van 60 euro, dat maakt hem niks uit. Hij is blij met die bal.’

Rafael: ‘Als ik naar Damián kijk, zie ik vooral een lief jochie. Vrij in z’n koppie. Hij heeft veel meegemaakt natuurlijk, vergis je niet, maar als ik zie hoe hij omgaat met z’n zusje, dan herken ik veel van mezelf en mijn broer Fernando.

‘Ik heb nogal de neiging om m’n kinderen te verwennen. Ik kan moeilijk nee zeggen. Maar dat maakt ze nog niet verwend. Damián kent zijn grenzen, hij weet dat een volle boodschappenkar niet vanzelfsprekend is.’

In de wedstrijd tegen FC Teutonia’05 is Damián voortdurend aanspeelbaar, hij verdeelt het spel waar nodig en vertoont zijn brille slechts bij vlagen. Voor het overige blijken de Duitsers hun voetbal behoorlijk serieus te nemen, ook in deze leeftijdscategorie wordt tactisch gespeeld. Pas in de laatste minuten, Damián is dan al gewisseld, wint Victoria de wedstrijd. ‘Dat is wel eens jammer’, verzucht Rafael. ‘Het is toch raar dat zo’n jeugdwedstrijdje helemaal dichtgespijkerd zit en in 1-0 eindigt? Op die leeftijd zou je die jongetjes juist zonder opdrachten het veld in moeten sturen, maar hier worden ze nu al in een tactisch keurslijf geperst.’

Damián maakt er na afloop geen geheim van wat hij wil worden, straks, als hij groot is: beroepsvoetballer natuurlijk. En anders? ‘Anders zou ik het niet weten’, zegt hij. ‘Voetbal is belangrijk voor mij. Ik ben opgegroeid met de bal, zo lang ik me kan herinneren eigenlijk.’

Ramon: ‘Ik heb Damián vroeger nooit met autootjes of zo zien spelen. Altijd met een bal.’

Damián: ‘Ik heb veel gehad aan de trainingen met papa, m’n aannames, m’n traptechniek ook. Het is mijn droom om ooit voor het Nederlands elftal te voetballen. Nee, niet voor Duitsland. Ik ben Nederlander, ook al woon ik in Duitsland.’

Zijn favoriete club is Ajax en Hakim Ziyech zijn idool. Samen met Virgil van Dijk. ‘Virgil presteert eigenlijk altijd goed’, zegt Damián. ‘Ik zou alles over hebben voor zo’n mooie carrière. En het maakt mij niet zoveel uit waar, of bij welke club, ik wil gewoon slagen als prof.’

Rafael: ‘Dat ‘alleen maar willen voetballen’ herken ik wel in mezelf.’

Ramon: ‘De passie is hetzelfde. Natuurlijk hoop ik dat Damián zo ver mogelijk komt, maar het eerste elftal van SC Victoria zou ook mooi zijn Het gaat nu vooral om het plezier en om de beleving.

Damián van der Vaart tijdens een voetbalwedstrijd. Het is zijn droom op een dag voor het Nederlands Elftal te voetballen. Beeld Julius Schrank

‘Grappig wel dat hij Virgil van Dijk noemt, als Damián nou iets niet kan is het wel meeverdedigen. Maar als hij voetballer wil worden, dan steun ik hem daar volledig in. Ik zou het alleen maar prachtig vinden, als hij er maar alles uithaalt. Ik weet, er kan onderweg van alles gebeuren, maar het uitgangspunt is en blijft toch volledige overgave. Vraag het maar aan alle mislukte talenten uit het verleden, uiteindelijk zullen ze toegeven dat ze er niet honderd procent voor zijn gegaan, of hadden ze geen stabiele directe omgeving. We hebben ze allemaal voorbij zien komen, de grote talenten.’

Ramon: ‘Ik zeg altijd dat Damián talent heeft, maar dat Rafael iets verder was op die leeftijd. Rafael was een exceptioneel talent. Damián is een totaal andere speler dan Rafael. Rafael was misschien beter, maar Damián is meer doelgericht. En een stuk sneller ook.’

Damián: ‘Mijn rechterbeen is goed en m’n linker is wel in orde. Dat kan nog iets beter. Het kan altijd beter.’

Rafael: ‘Je moet spelers niet met elkaar willen vergelijken, Damián is rechtsbenig en snel, ik was links en langzaam.’

Rafael: ‘De bal was er altijd, zo lang ik me kan herinneren. Dat geldt voor ons alle drie. Noem het een redmiddel. Een medicijn. Voor mij was het vooral plezier. Tot op de dag van vandaag heb ik altijd een bal bij me in de auto. Als het even kan, gaan we een balletje trappen.’

Ramon: ‘Ik was 21 jaar toen Rafael werd geboren, zelf eigenlijk ook nog een kind. Vanaf dag één lag er een balletje naast hem in de wieg, maar ja, toen wist je nog niet wat het zou worden. Ik was altijd met hem bezig. Als je zo jong bent als ik toen was, wil je het liefste zelf ook de hele dag voetballen. Rafael had als jochie al een bijzondere trap in z’n linker, op z’n 2de beheerste hij de dropkick al. Ik dacht alleen maar: dat kan een leuk spelertje worden, toen ik dat zag.

‘Op z’n 3de zijn we begonnen met bierflesjes schieten. Als ik thuis kwam van mijn werk, stond Rafael al met een bal onder z’n arm te wachten. Twee lege flesjes bier, op een meter of 20, 25 van elkaar en dan omschieten, wie het eerst bij de tien was. Gewoon een spelletje, maar toen Rafael 6 jaar was, kon ik het al niet meer van hem winnen. En als mensen vroegen wat hij later wilde worden, zei hij altijd ‘profvoetballer’. Wat dat betreft is het wel opvallend, dat Damián dat nu ook zo stellig zegt. Ach, je kunt het niet tegenhouden.’

Rafael: ‘Zoals ik nu langs de lijn sta bij Damián, daar ging ik vroeger altijd bij m’n vader kijken bij De Kennemers. Ik hield meestal het scorebord bij. Ik kan me vooral de eindfase van mijn vader zijn carrière goed herinneren, dan kwam-ie er altijd het laatste kwartiertje nog even in. Als een soort superinvaller. Damián heeft het grote voordeel van YouTube, daar kan je bijna al mijn wedstrijden op terugkijken. Dat heb ik met mijn vader weer niet. Ik zou niet weten wat er allemaal naar boven komt als ik zijn naam intoets.’

Rafael van der Vaart: ‘Het allermoeilijkste voor jonge spelers? Normaal blijven doen.’ Beeld Martin Dijkstra

Gaat er een toekomstig trainer schuil in Rafael van der Vaart? Rafael: ‘Een goede trainer is een trainer die je opstelt. Zo denkt een speler.’ Ramon: ‘Ik hoop dat Rafael het een aantrekkelijk idee vindt om door te gaan als trainer. Dat lijkt mij schitterend. Maar wel op zijn eigen, ietwat relativerende manier. Niet dat hij er straks op z’n 50ste uitziet als een man van 65 jaar. Dat moeten we niet hebben.’

Rafael: ‘Als de mogelijkheid zich voordoet wil ik mijn trainersdiploma’s gaan halen, maar ik moet ook eerlijk zijn. Als ik dat doe, dan wil ik er honderd procent voor gaan. En momenteel ben ik met zoveel andere leuke dingen bezig, dat het trainerschap daar nog niet in past. Kijk, mijn vader kan wel zeggen dat ik het in me heb om een trainer te worden met een eigen signatuur, maar misschien word ik op mijn eigen manier wel een hele slechte trainer. Ik ben niet zo van de balans in het elftal en compact voetballen, ik wil gewoon naar voren. Dat was als speler zo, dus dat zal als trainer niet anders zijn. Winnen gaat maar op één manier, dat is aanvallen. Met die visie alleen ben je nog geen goede trainer, als trainer moet je ook met andere belangen rekening houden en dan ga je waarschijnlijk wat zakelijker naar het spel kijken. Nu kan ik gelukkig nog heerlijk romantisch met voetbal bezig zijn.

‘Wat maakt een goede trainer? Je hebt goede trainers en een goed elftal, maar je hebt ook goede trainers met een slecht elftal. Of wordt het nu te Cruijffiaans? Uiteindelijk gaat het er om of je een beetje geluk hebt.

Ramon, de volgende dag op de terugweg, ergens tussen Hamburg en Beverwijk: ‘Wat overheerst is trots. Op de man en de vader die Rafael is geworden en de mens die hij is gebleven. Hoe vaak zie je niet dat die gasten met zo’n carrière naast hun schoenen gaan lopen? Daar is bij hem geen sprake van. Rafael is altijd authentiek gebleven. Ook als analist op televisie, hij zegt wat hij ziet. Hij is geen naprater. Een betere zoon had ik me niet kunnen wensen. En wanneer ik hem zelf bezig zie als vader, dan smelt mijn hart.’

Rafael: ‘Dat is het allermoeilijkst voor jonge spelers, normaal blijven doen. Dat was in mijn tijd al lastig, maar nu helemaal. Mensen zeggen vaak tegen Estavana en mij: goh, jullie zijn zo lekker normaal gebleven. Dat is een compliment tegenwoordig, terwijl het voor mij eigenlijk gewoon de norm is.’

CV Rafael Ferdinand van der Vaart

11 februari 1983 geboren in Heemskerk.

2003 Winnaar Golden Boy Award

Seizoen, club (Aantal wedstrijden/doelpunten)

2000 - 2005 Ajax (156/63)

2001-2013 Nederlands elftal (109/25)

2005 - 2008 Hamburger SV (113/48)

2008 - 2010 Real Madrid (73/12)

2010 - 2012 Tottenham Hotspur (77/28)

2012 - 2015 Hamburger SV (86/18)

2015 - 2016 Real Betis Sevilla (9/0)

2016 - 2018 FC Midtjylland (20/2)

2018 Esbjerg fB (4/0)

Totaal: 647 wedstrijden en 196 doelpunten

CV Ramon van der Vaart

Geboren 9 mei 1961 in Haarlem

1978-1997 Eerste elftal De Kennemers

1979-2002 Handelaar en reparateur van mechanische weegschalen

2002-2008 Scout bij Essel, het voetbalmakelaarskantoor van Søren Lerby.

CV Damián van der Vaart

Geboren 28 mei 2006 in ­Zaandam

Club: SC ­Victoria Hamburg

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden