Reportage Meergeneratiehuizen

Drie generaties in één huis. Hoe houd je dat gezellig?

Drie generaties in een huis. Hoe houd je dat gezellig? Nou, door er met de bouw van de woning al rekening mee te houden.

Rob, Barbara, Tini en Chris voor hun woning, waarvan buurtbewoners aanvankelijk dachten dat het een garage was. Beeld Jaap Scheeren

‘We wilden wel elk een eigen voordeur’

Tussen de retrowoningen in de Pijnackerse nieuwbouwwijk Ackerswoude trekt hij de aandacht: een zwarte stalen doos met een wit blokje erop. Dit is de kersverse kangoeroewoning van Barbara Hendricks (43, werkzaam op het hoofdkantoor van Ahold) en Rob Mulder (48, supermarktmanager), Robs moeder Tini Dijk (74) en haar partner Chris Ales (85); ze zijn er deze zomer in getrokken.

Het idee voor het bijzondere huis – buren dachten aanvankelijk dat het een garage was – ontstond tien jaar geleden toen Rob en Barbara de woning van hun kennissen, architecten Lars en Christa Courage, in Apeldoorn bezochten. ‘Veel glas, staal, modern, het sprak ons enorm aan’, vertelt Rob. Destijds woonde het stel in het verderopgelegen Delfgauw. Toen Rob tijdens een fietstocht een mooie, welstandsvrije bouwkavel zag, nam hij Barbara mee om te kijken en vertelde over het plan dat hij had opgevat: ze konden Tini en Chris, die na hun pensioen van Den Haag naar het Groningse platteland waren verkast, hierheen halen en een extra stuk huis erbij bouwen.

Barbara: ‘Ik zei meteen: ja, leuk!’ Ze had een goede band met Chris en Tini. Ze kwamen vaak in Groningen, bleven er logeren en gingen samen met hen op vakantie. ‘Het idee was ook: makkelijk. Chris had hartproblemen en daarvoor gingen we regelmatig met hem naar het ziekenhuis. Dat is toch steeds tweeënhalf uur heen en terug.’ Rob: ‘Thuiszorg is nu nog niet nodig, maar we zagen wel dat het onderhoud van hun boerderij uit 1910 niet meer te doen was.’

Chris was ‘helemaal ontroerd’ door het aanbod en ook Tini zag het zitten. Al was het even schrikken toen Rob hen meenam om hun droomhuis, dat van de Courages in Apeldoorn te tonen. Rob: ‘Ik zie hun gezicht nog voor me toen ze zagen dat alles zwart was. Tini: ‘Terwijl ik juist van de kleur en fleur ben.’ Maar verderop in de straat hadden de architecten een ander soort stalen woning gebouwd met een wit interieur en een houten vloer. Dat vonden ze alle vier mooi. Om een idee te krijgen van hoe ze samen wilden wonen, ging het viertal ook op excursie naar ’s-Gravenzande, waar familie van Chris een kangoeroewoning bouwde. Rob: ‘Zij hadden een min of meer gezamenlijke voordeur en een tuin zonder afscheiding. Wij wilden meer als buren wonen.’ De senioren wisten meteen dat zij een ‘trapvrije’ woning op de begane grond wilden, terwijl het jongere stel fantaseerde over een vide met entresol. Op hun wensenlijstje stond verder een deur binnendoor, een gezamenlijke logeerkamer en een grote garage.

De architecten ontwierpen een symmetrisch huis met twee voordeuren. Links kom je binnen in de woon-keuken van Rob en Barbara, die een terras aan de achtertuin hebben. Rechts is de voordeur van Chris en Tini, wier huis uitkijkt over de groene Brink. Binnen zie je het verschil in smaak: het interieur van Barbara en Rob is superstrak, met stalen binnenwanden en een vide; bij Chris en Tini zijn de muren traditioneel gestuukt. De woonkamers worden van elkaar gescheiden door een lange gang, met precies op de kruising met de voordeuren de tussendeur, die de huizen onderling verbindt.

Het interieur van Rob en Barbara is strak, dat van Chris en Tini is traditioneler. Beeld Jaap Scheeren

‘We sorteren voor op mantelzorg’

Het begon als een bekend verhaal: Auguste van Oppen (37, architect) kreeg met zijn vrouw Jantien (35, werkzaam bij vakbond FNV) een kind, en daarna nog een, waarop ze uit hun Amsterdamse huurappartement barstten. Jarenlang zochten ze tevergeefs naar een betaalbare gezinswoning in de stad. Totdat Van Oppen zich realiseerde dat hij zélf een huis kon bouwen, hij is immers architect. Over zijn plan met een groep particulieren een vervallen klooster te verbouwen, waren schoonouders Henk (65) en Elly (60) Oving zo enthousiast dat zij mee wilden doen. Toen dat project strandde, besloten ze alsnog hun vrijstaande huis in Broek op Langedijk te verkopen. Met de opbrengst van hun huis en de hypotheek van Auguste en Jantien kochten ze in 2014 gezamenlijk een ruime zelfbouwkavel in Amsterdam-Noord tegen een gunstige prijs – inmiddels liggen de kavelprijzen veertig procent hoger. Drie jaar later zijn ze de gelukkige bewoners van een markant meergeneratiehuis: een streng zwart blok met vierkante ramen – ‘Ik wilde een statement maken tussen de frivole zelfbouwhuizen’, zegt de architect – dat aan de achterkant verrassend anders is, met een volledig glazen gevel en brede balkons.

Vrienden waren vooraf sceptisch over het plan. ‘Hoe vaak ik gehoord heb: dat zou ik dus echt nóóit doen of: word je dan niet gek van elkaar?’ Maar na een jaar kan de familie melden dat het geweldig bevalt. ‘Mensen dachten dat we in een soort Petteflet gingen wonen waar iedereen de deur bij elkaar platloopt, maar het is een pand met twee aparte woningen’, legt hij uit. ‘Wij wonen aan de tuin en slapen daarboven. Mijn schoonouders wilden juist af van de zorg voor een tuin; zij hebben een appartement met de woonkeuken aan het dakterras en daaronder de slaapkamer en twee logeerkamers. Die laatste ruimtes kunnen wij op termijn overkopen, mochten we meer plek nodig hebben.’

Op de bovenste twee verdiepingen wonen Henk en Elly Oving, de schoonouders van architect Auguste van Oppen, die beneden woont met zijn gezin. Beeld Jaap Scheeren

Het huis oogt simpel: rechte hoeken, strakke lijnen, basale materialen als betonsteen. Maar het was een ‘enorme 3D-puzzel’ om de wensen van beide huishoudens te realiseren binnen het bestemmingsplan, vertelt de architect. ‘Welke functie plaats je waar, hoe benut je het uitzicht en creëer je tegelijk privacy?’ De oplossing: twee L-vormige woningen die in elkaar grijpen en van elkaar gescheiden worden door het trappenhuis in het midden, waarin de trappen als wokkels om elkaar draaien. De gezinnen delen de voor- en achterdeur, waardoor je in het portiek komt, vanwaaruit je de woningen betreedt.

Henk en Elly zijn blij met hun keuze voor de stad. Henk: ‘Er is meer te doen dan in een dorp, we gaan naar musea, het theater.’ Ze zijn fit, maar beseffen dat dat over een paar jaar anders kan zijn. ‘Tegenwoordig moet je mantelzorg zelf organiseren, daar sorteren we op voor.’ Om dezelfde reden is het appartement gelijkvloers ontworpen, met een rolstoeltoegankelijke badkamer en lift. Elly ervaart dat het samenwonen ‘meer levensgeluk’ geeft. ‘Er is een sterk gevoel van verbondenheid tussen onze gezinnen, je weet dat je op iemand kunt bouwen.’ Auguste: ‘Maar ook voor ons, met allebei een baan, is het nu we kinderen hebben fijn hulp van familie in te kunnen roepen. Het is een win-winsituatie.’

‘We willen elkaar niet de hele tijd zien’

‘Het voelde als een noodzaak’, zegt Michiel Heidenrijk (45, ondernemer in de zorg) over de keuze om samen met zijn vrouw Isis (38, docent), hun drie kinderen en zijn ouders Anneke (73) en Martin (74) één huis te betrekken. ‘Mijn vader heeft alzheimer en arteriosclerose. Hij is slecht ter been en kan niet meer zelfstandig thuis wonen; mijn moeder is mantelzorger. Ik ben enig kind en beschouw het als mijn verantwoordelijkheid hen te helpen.’ Maar een altruïstische daad is het niet. ‘Het is ook eigenbelang, anders moest ik straks de hele tijd naar mijn ouders in Amstelveen als er iets aan de hand is.’

‘Zelf een huis bouwen was altijd al Michiels droom’, vertelt Isis. ‘Dus toen ik in 2013 in Het Parool las dat in de nieuwbouwwijk Amstelkwartier grote kavels te koop kwamen waarbij je het huis mocht splitsen, heb ik de krant onder zijn neus geduwd.’ Ze besloten deze kans te grijpen en wisten een stuk grond te bemachtigen. ‘Mijn ouders hadden we toen nog niet ingelicht’, zegt Michiel. ‘Ze moesten aan het idee wennen, woonden al 43 jaar in hetzelfde huis. Maar ze vonden het een leuk plan, of ze durfden geen nee te zeggen’, grapt hij.

De woonkamer van Michiel en Isis Heidenrijk, op het balkon Michiels ouders. Beeld Jaap Scheeren

Beide stellen verkochten hun appartement, waarna ze het project samen hebben gefinancierd. Architectenbureau Lilith Ronner Van Hooijdonk werd gevraagd een ontwerp te maken, dat Isis omschrijft als ‘een oester’. Vanaf de straat oogt het huis met zijn bakstenen gevels en kleine ramen gesloten, naar de binnentuin is het open en licht, met grote schuifpuien en wit gestuukte gevels die een mediterrane sfeer oproepen.

Ze houden van mooi design, maar dat stond niet voorop. Michiel: ‘We dachten vooral praktisch: geen drempels, genoeg kinderkamers, allebei een eigen voordeur, voldoende privacy; we willen elkaar niet de hele tijd zien.’ Isis: ‘Ons eerste idee was om zelf op de begane grond aan de tuin te wonen, maar met een rollator is een benedenhuis handiger. Maar we wilden wel voldoende buitenruimte.’ De architect bedacht een bovenwoning, opgetrokken in massief hout, met meerdere terrassen die zo geplaatst zijn dat je geen inkijk in de tuin hebt. De houten wenteltrap is de spil van het pand, daarnaast is er een lift, ‘want we willen dat Anneke en Martin ook bij ons kunnen komen en wij niet alleen bij hen’, legt Isis uit.

Afgelopen winter is het gezin verhuisd, de ouders volgden in de zomer. Het huis functioneert zoals bedacht, constateert Michiel. ‘We hebben onze eigen plek, we horen elkaar niet, en het is zeker niet zo dat we constant bij elkaar in de woonkamer staan. Je kunt veel organiseren met een slimme plattegrond en goede isolatie. Maar wat het emotioneel betekent om een huis te delen, heb ik onderschat. Voorheen was de zorgvraag verder weg, nu zie je het. Dat heeft twee kanten: het is pijnlijk en confronterend. Tegelijk kan ik er de schoonheid van inzien. Daarbij is deze woonvorm erg handig met drie kinderen en twee banen. Op de eerste schooldag moest ik onze oudste ziek van school halen; best fijn dat zij vervolgens bij mijn ouders in bed kon uitzieken.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.