Drank houdt heel wat je lief is

Fransen drinken veel alcohol en hebben het toch relatief minder aan hun hart. Dat is geen verdienste van rode wijn, zoals ze in Frankrijk denken....

MATIG GEBRUIK van alcohol is goed voor het hart, wijzen talloze epidemiologische onderzoeken uit. De verklaring wordt meestal gezocht in het effect dat alcohol heeft op het 'goede' cholesterol; de HDL-cholesterolspiegel in het bloed stijgt door het gebruik van alcohol.

Franse onderzoekers zien het liever een beetje anders. De anti-oxidanten die van nature in rode wijn zitten, zouden ervoor zorgen dat de Fransen ondanks hun vette maaltijden (met bijvoorbeeld ganzenleverpastei) toch betrekkelijk weinig hart- en vaatziekten vertonen - de zogenoemde 'Franse paradox'.

Onderzoekers van TNO Voeding in Zeist en collega's uit Rotterdam, Wageningen en Genève lanceren een nieuwe verklaring voor het gunstige effect van alcohol op het hart, die het midden houdt tussen beide visies. Alcohol verhoogt inderdaad de HDL-spiegel in het bloed en stimuleert het anti-oxiderend vermogen, maar op een andere manier dan de Fransen geneigd zijn te denken.

In het decembernummer van het wetenschappelijke tijdschrift Atherosclerosis (Aderverkalking) doen de onderzoekers verslag van een klein voedingsexperiment met elf gezonde mannelijke vrijwilligers. Centraal in het onderzoek staat het eiwit paraoxonase, een enzym dat van nature in het bloed voorkomt en dat onder meer in staat is organische fosforverbindingen (pesticiden en zenuwgassen) onschadelijk te maken.

Het paraoxonoase-enzym zit in en wordt getransporteerd door de HDL-moleculen. Het eiwit lijkt in staat om vetten op te ruimen die zijn beschadigd door zogenoemde 'vrije radicalen', sterk reactieve zuurstofatomen. Op die manier draagt het ook bij aan het verminderen van geoxideerd LDL-cholesterol (het 'slechte' cholesterol), wat tegenwoordig wordt gezien als een essentiële stap voor het in gang zetten van het proces van aderverkalking.

In het voedingsexperiment gebruikten de elf vrijwilligers drie maanden lang de avondmaaltijd in de kantine van TNO Voeding. Daarbij nuttigden ze drie weken achtereen óf vier glazen bier, of rode wijn, of jenever of spuitwater. Het alcoholgebruik stond gelijk aan veertig gram pure alcohol per dag. Om de drie weken werden kort voor en na de maaltijd bloedmonsters genomen, waarin de HDL-cholesterolspiegel en de paraoxonase-activiteit werden bepaald.

Uit de analyse van de gegevens blijkt dat het gebruik van alcohol, ongeacht of dat bier, rode wijn of jenever was, na drie weken de HDL-cholesterolspiegel met 13,5 procent verhoogt. Ook de paraoxonase-activiteit in het bloed nam toe door alcoholgebruik, met 7 tot 9 procent. Volgens de onderzoekers hangen beide effecten niet automatisch met elkaar samen.

In ieder geval konden de onderzoekers van TNO Voeding en hun collega's vaststellen dat de Franse hypothese over het effect van rode wijn op het hart - volgens de Fransen toe te schrijven aan de polyfenolen die van nature in rode wijn zitten - niet deugt. Ook dranken zonder die polyfenolen, zoals bier en jenever, stuwen immers de paraoxonase-activiteit op.

Het experiment bij TNO Voeding sluit wonderwel aan op een recente observatie van Finse onderzoekers. Die stelden onafhankelijk van hun Nederlandse collega's vast dat de paraoxonase-activiteit in het bloed rechtstreeks van invloed is op het risico op een acuut hartinfarct.

Hun uitgangspunt was enigszins anders. De Finnen keken naar genetisch bepaalde verschillen in de activiteit van het paraoxonase-enzym, die berusten op de verandering van één bouwsteen van het eiwit. Op plaats 54 in het paraoxonase-gen kan óf het aminozuur methionine (M) óf het aminozuur leucine (L) worden gecodeerd. Bij personen met één of twee methionines (ML of MM) in hun paraoxonase-enzym is de enzymactiviteit lager dan bij personen zonder een methionine (LL).

De Finse onderzoekers, onder leiding van de epidemioloog Jukka Salonen van de universiteit van Kuopio, stelden vast dat deze verschillen doorwerken in het risico op een acuut hartinfarct. Mannen van het MM-type blijken een ruim drie maal hogere kans op een hartinfarct te lopen dan LL-mannen, zo bleek uit een analyse van een groep van 2700 Finse mannen (British Medical Journal van 21 augustus).

Salonen en collega's concluderen op grond van hun cijfers dat één op de vijf acute hartinfarcten samenhangt met de genoemde verschillen in het paraoxonase-gen. Hoe hoger de activiteit van het enzym, des te geringer de kans op aderverkalking.

TNO Voeding voegt daar nu aan toe dat alcoholgebruik, naar het zich laat aanzien, de paraoxonase-activiteit stimuleert en zo de kans op hart- en vaatziekten onder matige drinkers reduceert.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden