Down-kind door mutatie

De kans op de geboorte van een kind met het syndroom van Down is mogelijk groter bij vrouwen met een gebrekkige foliumzuur-stofwisseling....

DE KANS om een kind met het syndroom van Down (mongolisme) ter wereld te brengen, stijgt met de leeftijd van de moeder. Hoe ouder de moeder, des te groter die kans, luidt deze lang bekende wetmatigheid. In Nederland krijgen zwangere vrouwen van 36 jaar en ouder daarom een test aangeboden, om vast te stellen of er een kind met Down-syndroom op komst is.

Toch wordt met deze prenatale screening in het gunstigste geval maar 30 procent van de geboortes van kinderen met Down-syndroom voorkomen. Het merendeel (70 procent) van de 'mongooltjes' wordt geboren uit moeders die jonger zijn dan 36.

Waaróm het risico op een kind met het syndroom van Down met de leeftijd toeneemt, en waarom het merendeel van zulke kinderen toch uit jonge(re) moeders wordt geboren, is niet goed bekend. Natuurlijk spelen de grote getallen een rol: de meeste vrouwen krijgen hun (eerste) kind vér voordat ze 36 zijn. Maar waarom dat zo nu en dan een kind met Down-syndroom wordt - de kans daarop bij een 30-jarige vrouw is 1 op 800 - is nog grotendeels een raadsel.

Amerikaanse onderzoekers denken nu een oplossing van dat raadsel te hebben gevonden. Kinderen met Down-syndroom worden vaker geboren uit moeders bij wie sprake is van een genetisch bepaalde stoornis in hun foliumzuur-stofwisseling.

Daardoor verloopt de meiose - de halvering van het aantal chromosomen in de geslachtscellen - niet perfect en kunnen er twee exemplaren van chromosoom 21 in een eicel terechtkomen, in plaats van één, zoals het hoort. Gevolg is dat er een baby met drie chromosomen 21 wordt geboren, hét genetische kenmerk van Down-syndroom.

De onderzoekers, van het Nationaal Centrum voor Toxicologisch Onderzoek van de Food and Drug Administration (FDA) in Jefferson (Arkansas), melden in het oktobernummer van het vaktijdschrift American Journal of Clinical Nutrition dat vrouwen met een gestoorde foliumzuur-stofwisseling een 2,6 maal grotere kans lopen een kind met Down-syndroom te krijgen dan vrouwen met een normale foliumzuur-stofwisseling.

Die foliumzuur-stofwisselingsstoornis berust deels op een mutatie (verandering) in het gen voor het enzym methyleentetrahydrofolaatreductase (Mthfr). De Amerikaanse onderzoekers bepaalden bij 57 vrouwen met een kindje met Down-syndroom en 50 vrouwen met gezonde kinderen hoe vaak de mutatie in het Mthfr-gen aanwezig was.

Tevens maten ze in het bloed de concentraties van homocysteïne en methionine, twee nauwverwante aminozuren die met elkaar in evenwicht verkeren, een evenwicht waarin foliumzuur een essentiële rol vervult. Foliumzuur bewerkstelligt de omzetting van het relatief schadelijke homocysteïne in het onmisbare methionine.

Bij vrouwen met een mongooltje, zo bleek, was de homocysteïneconcentratie in het bloed verhoogd en bleek tevens de genetische mutatie vaker aanwezig te zijn. De onderzoekers concluderen hieruit dat de mutatie voor een deel, maar niet uitsluitend, verantwoordelijk is voor het risico op het krijgen van een kind met Down-syndroom.

De biochemicus dr. H. Blom van de afdeling Kindergeneeskunde van het Academisch Ziekenhuis Nijmegen (AZN), die al jaren onderzoek doet aan homocysteïne, foliumzuur en de Mthfr-mutatie en hun relatie met aangeboren afwijkingen (open ruggetje, anencefalie) of hart-en vaatziekten, noemt de Amerikaanse studie, die hij al vóór publicatie onder ogen kreeg, 'zeer de moeite waard'.

'Dat een gestoorde foliumzuurstofwisseling, op basis van een genetische mutatie, ertoe leidt dat bij de moeder de meiose in de eicel niet perfect verloopt, vind ik een spannende hypothese, die ik graag bevestigd zou zien in ander onderzoek', aldus Blom. Bloms onderzoeksgroep in het AZN toonde al eerder aan dat de Mthfr-mutatie het risico op een kind met een open ruggetje vergroot.

Blom wijst erop dat in de Verenigde Staten sinds twee jaar een interessant 'experiment' loopt. In het kader van de preventie van de geboorte van kinderen met een open ruggetje of zonder grote hersenen wordt daar het dagelijks eten met foliumzuur verrijkt. Sinds 1 januari 1998 moeten voedingsmiddelen als meel, corn flakes en pasta's extra foliumzuur bevatten. Blom: 'Als de hypothese van de FDA-onderzoekers over de oorzaak van het Down-syndroom juist is, zul je moeten kunnen zien dat het aantal kinderen met het syndroom van Down in de VS vanaf 1998 aan het teruglopen is.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden