Het eeuwige leven jan berkhout (1940-2018)

Dorpspastoor van het inferno in het Hemeltje

Jan Berkhout kreeg een late roeping en werd pastoor in vele parochies in Noord-Holland. De emoties rond het Hemeltje leidde tot een burn-out.

Jan Berkhout. Beeld rv

In de nieuwjaarsnacht van 2000 op 2001 zijn in de feestzaal van café De Hemel aan de Volendamse Dijk driehonderd jongeren bij elkaar waar slechts ruimte is voor 72 mensen. Iemand steekt een bos sterretjes aan. Ineens vat de uitgedroogde kerstversiering aan het plafond vlam en ontstaat een brand. Als de hele boel naar beneden komt staat het hele café in lichterlaaie. Omdat er onvoldoende vluchtwegen zijn is er grote paniek. Bezoekers staan in brand of worden vertrapt.

Veertien mensen komen op, meer dan 200 raken zwaar gewond. Jan Berkhout is de dorpspastoor van het katholieke vissersplaatsje. Hij krijgt 1 januari om half acht een telefoontje van de politie. ‘U krijgt hier nog mee te maken.’

Het was een understatement. Hij reed meteen naar het AMC, waar vijftig jongeren lagen. ‘Wat ik zou kunnen doen, wist ik niet. Ik bad of ik God kon ontmoeten in het lijden van deze jongeren, stapte in de auto en ging’, zo vertelde hij. In het AMC zag hij dat ouders hun kinderen niet meer herkennen door de vreselijke brandwonden. Hij reisde langs de ziekenhuizen, sprak op de Stille Tocht, ging talloze keren op huisbezoek en leidde de begrafenissen. Elke keer zag hij er tegenop en vreesde geen woord uit te kunnen brengen. Het rouwproces duurde maanden. ‘In die tijd ontdekte ik opnieuw waarom ik priester ben geworden: om mensen bij te staan in de moeilijkste tijd van hun leven.’

Uiteindelijk sloopte het ook Berkhout zelf. In 2003 voelde hij zich hondsmoe. Hij pakte een hartmeter ‘Het ding sloeg twee keer af; toen gaf het 120 onderdruk en 255 bovendruk aan. Ik dacht dat het apparaat kapot was. Maar ik was zelf stuk. Ik kon en mocht niet meer werken, ik zou dood neer kunnen storten. Een burn-out noemen ze dat, over vuur gesproken.’

Hij schreef het van zich af met het boek Pastoor van Volendam. ‘Niet veertien jongeren waren het slachtoffer, neen veertien keer een jongere, veertien keer een vader en een moeder, veertien keer het hele dorp.’

Na Volendam was hij pastoor in Breezand en Tuitjenhorn in de kop van Noord-Holland. Zijn zus Afra Berkhout: ‘In het laatste geval was hij al met emeritaat. Maar de lokale ondernemer Piet Blankendaal haalde hem over. Die heeft ontzettend veel voor hem gedaan.’ Een verslechterde gezondheid brak hem op. Hij eindigde in een verpleeghuis in Huizen. ‘Dat vond hij heel erg. Net een gevangenis’, zei hij.’ Hij overleed Eerste Kerstdag.

Jan Berkhout werd als zesde geboren in een gezin van tien kinderen in het pittorekse De Rijp. Zijn vader was wegenbouwer, maar het gezin had ook een tabakszaak. Na een jaar Mulo ging hij van school af en werken bij een woninginrichtingszaak in Alkmaar. Dat vond hij niks en besloot te solliciteren bij De Bijenkorf in Amsterdam. Hier zag hij het licht. ‘Het was alsof er iets in me ging branden. Dus ik ging bij God te rade: ‘Wat wilt U van mij? Moet ik, Jan Berkhout, écht priester worden?’.’ Hij deed een vooropleiding in Horst en daarna de Hogere Theologische School in Amsterdam.

In 1973 werd hij tot priester gewijd. Hij was pastoor in Wervershoof, Haarlem, Huizen en Uitgeest, deken in Beverwijk en rector van de priesteropleiding. Als hij moest kiezen tussen de regels van Rome of de noden van het volk, koos hij altijd voor het laatste. Hij hield van nieuwe uitdagingen.

In 1995 werd Volendam zijn standplaats - een gesloten katholiek dorp waar jongeren graag voetballen, muziek maken en feesten. Berkhout deed huwelijken, begrafenissen en de wekelijkse diensten. Totdat de routine werd doorbroken door het inferno dat de rest van zijn leven zou tekenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.