Zin van het leven Christien Brinkgreve

‘Doorgrond je eigen verlangens en angsten’

Christien Brinkgreve Beeld Jitske Schols

Waarom is zelfinzicht belangrijk?, wil Fokke Obbema van socioloog Christien Brinkgreve weten. ‘Omdat in ieder mens zowel vitaliteit als destructiedrang huist.’

Als kind ervoer ze hoe haar moeder met perioden verdween in ‘een gapend ravijn waarin alles wat van waarde was geen houvast meer bood(…), ze leek bezet door een duistere kracht die zich niet liet verjagen’. Socioloog Christien Brinkgreve begint haar laatste boek, Het raadsel van goed en kwaad, met de depressies van haar moeder. Hoe zij zich oprichtte, maar ook weer terugviel – een eindeloze cyclus waarin destructieve en ­vitale krachten om beurten de overhand kregen. Dat herkent ze meer dan haar lief is. ‘Ik heb in aanleg ­dezelfde schommelingen als mijn moeder, al is het wel minder hevig en beter hanteerbaar’, zegt ze aan de ­tafel in haar tuinhuis in Egmond. Drie dagen per week zoekt ze er de stilte op.

Vitaliteit en destructiedrang, goed en kwaad – ze huizen in ieder mens, luidt haar betoog. Het is aan eenieder dat te onderkennen en met behulp van dat zelfinzicht ‘het leven zo in te richten dat de vitale krachten de ruimte krijgen’. Wat op individueel niveau geldt, geldt ook voor de ­samenleving. Het vitale vooruitgangsgeloof uit de jaren zestig en ­zeventig is niet meer; in deze tijd moet ervoor worden gewaakt dat ­‘destructieve krachten’ niet de overhand krijgen.

Om het lot van haar moeder te ontlopen, zette ze vol in op de ratio: ‘Ik dacht: als ik het maar kan begrijpen dan kan ik me wapenen tegen die ­ellendige inzinkingen. Via de wetenschap hoopte ik greep te krijgen op mezelf en de wereld. Dat lukte maar ten dele, al heeft mijn honger naar inzicht me ver gebracht.’

Ze is al haar leven lang gefascineerd door wat mensen bezielt. ‘Dat wil ik begrijpen, ontrafelen. Met veel aandacht voor gevoelens – niet als irrationeel bijverschijnsel, maar als iets wezenlijks. Wie geen oog heeft voor onderliggende verlangens en angsten, begrijpt niets van de wereld.’

Als 18-jarige ontvluchtte ze de beklemmende sfeer thuis door met een dertien jaar oudere architect te trouwen: ‘Hij liet me een andere wereld zien: concerten, lezingen, Italië, de luiken gingen open!’ Haar vroege huwelijk liep vast, ‘doordat ik hem niet langer als vaderfiguur accepteerde’. Na zes jaar scheidde ze en ging ze zes jaar lang dagelijks in psycho­analyse. Aan het eind daarvan ontmoette zij haar huidige man, oud-VPRO-bestuurder Arend-Jan Heerma van Voss. Weer zeven jaar later, 36 inmiddels, kreeg zij haar eerste kind. Tegelijkertijd werd ze hoogleraar vrouwenstudies in Nijmegen, later gevolgd door een hoogleraarschap in Utrecht.

Inmiddels zijn haar zonen Daan en Thomas allebei rond de dertig en bekende schrijvers. Op 69-jarige leeftijd voelt ze zich ‘midden in het leven staan’, al heeft de dood enkele malen in haar ­nabije omgeving toegeslagen. ‘Mijn moeder is 96, mijn oma werd ook stokoud, dus dat geeft een vals gevoel van bescherming. Na mijn pensionering ervaar ik het geluk dat ik kan doen waar ik goed in ben – woorden vinden voor wat er in de samenleving speelt en vakgebieden met elkaar verbinden.’

Wat is de zin van ons leven?

‘Ik heb eerlijk gezegd helemaal geen behoefte aan een hogere bestemming of een bepaald doel. Voor mij is het genoeg een zinvol leven te leiden. Dat houdt in: goed zorgen voor de mensen om me heen, mijn kinderen, familie, vrienden. Maar ook mijn talenten inzetten voor ­zaken die ik belangrijk vind. Je kunt dus zelf zin aan je leven geven, maar ik zie geen evolutionair doel.’

Heeft de vraag naar de zin van het leven een grote rol in uw leven gespeeld?

‘Van jongsaf heb ik existentiële twijfels gehad die gingen over het geen zin hebben van het leven. Dat had ook te maken met mijn gevoel dat ik het leven niet goed aan kon, eerst als middelbare scholier, later als twintiger. Maar gelukkig heb ik ook altijd iets heel vitaals gehad. Ik kan enorm genieten van vriendschappen. Sommige uit mijn studietijd zijn een halve eeuw later nog belangrijk voor me. En ik geniet van muziek en boeken, dat zijn ook een soort vrienden.

‘Van die existentiële twijfels ben ik pas verlost toen ik kinderen kreeg. Dat was een sleutelmoment. Ik was 36 toen Daan werd geboren – een relatief oude moeder, maar eerder kon ik het echt niet aan. De kinderen hebben me van veel basaal gepieker verlost, ook al blijft er genoeg te piekeren over.’

Werd de vraag naar de zin van het ­leven in uw vriendenkring bediscussieerd?

‘Eerlijk gezegd hadden we het er nooit over. ‘We zijn op aarde, want we zijn geboren’, daar hield het ongeveer op. Ik zat in een atheïstische, intellectualistische, sociaal-democratische kring. De zinvraag hoorde voor ons bij het domein van de religie en de metafysica. Dat hadden we juist verlaten. De vraag ‘hoe kun je een zinvol leven leiden?’ speelde wel, hoewel die ook al gauw als hoogdravend werd ervaren.’

Kunt u die aversie tegen de zinvraag uitleggen?

‘Ik denk dat het werd gezien als een vraag die hoorde bij voorgaande generaties. Daar waren we aan voorbij, dachten we. Wij richtten ons op de samenleving als mensenwerk. In de jaren zestig en ­zeventig was het optimisme enorm – de betrokkenheid bij het leed van mensen aan de andere kant van de wereld groeide, er werd positief over de mondialisering gedacht en de secularisering werd als een bevrijding gezien. Als er een geloof was, dan in de wetenschap – vooruitgang werd gezocht in kennis en ­bevrijding van oude structuren.’

Hoe kijkt u erop terug?

‘Mijn generatie heeft lang het idee gehad dat de bevrijding van religie, van het ­paternalisme en de verzuiling, kortom van alle beknellingen, alleen maar positief was. Wat we niet hebben beseft, is hoeveel we daarmee ook aan houvast verloren. We hebben ons enorm verkeken op religie – de gedachte dat de hele wereld het geloof vaarwel zou zeggen, is volkomen onjuist gebleken. Ik herinner me de schok in mijn kennissenkring toen iemand als James Kennedy, hoog­leraar geschiedenis, zelf bleek te geloven en naar de kerk te gaan.’

Is uw opvatting over religie veranderd?

‘Jazeker. Vroeger vond ik het geloof achterhaald en een beetje dom, hoe kon je dat toch allemaal geloven? Daar ben ik echt van teruggekomen. Zonder dat ik mezelf overigens religieus vind. Maar ik zie nu dat het over waarden gaat die ernstig verwaarloosd zijn.’

Welke waarden zijn dat?

‘De waarde van het behoren bij een gemeenschap, bij iets groters dan jezelf. De zorg voor elkaar, voor de aarde, voor de ziel ook, wat iets anders is dan de geest. Ik denk ook aan het verloren gaan van ­rituelen die helpen als je het gevoel hebt dat je er alleen voor staat. We hebben aan gemeenschapsgevoel ingeleverd. We missen ook een element van de zuilen, namelijk de verbinding die zij tussen laag en hoog, arm en rijk, legden. Ik denk dat mijn generatie nu een soort rouw over de schaduwzijde van de bevrijding en het individualisme ervaart, omdat er een erosie aan de gang is van die waarden. Dat hebben we niet gezien of gewild, maar die ­rekening slaat ons nu in het gezicht.’

Is de zinvraag nu wel relevant?

‘Ik denk dat alle vragen over zin of betekenis momenteel nodig zijn als tegenwicht tegen het overwegend materialistische denken – het idee dat het alleen maar over de economie gaat. De vraag naar de zin van het leven is van belang, omdat hij verwijst naar waarden die ons helpen te bepalen: wat doet er echt toe?

‘Je ziet momenteel een grote behoefte aan bezinning. Ik verwacht geen terugkeer van de oude religies, maar de behoefte waarin ze voorzagen, is er nog. Ze boden houvast. Het blinde proces van de evolutie, waarin er geen schepper meer is, is voor veel mensen een onveilig idee. De mens heeft behoefte aan iets groters dan hijzelf dat ergens op is gericht. Het idee van chaos of willekeur is bedreigend.’

Kan de mens zich wellicht aan de vooruitgang vastklampen?

‘Natuurlijk is die er: in de strijd tegen ziekten en armoede, in de afname van het aantal oorlogen. Je ziet ook voortgang op moreel vlak: denk aan de slavernij of de ondergeschikte positie van vrouwen; eeuwenlang vanzelfsprekend, nu ontoelaatbaar. Ook het omarmen van de meritocratische gedachte reken ik tot de vooruitgang: niet door je afkomst, maar door te leren verwerf je een positie.

‘Maar ik zie ook achteruitgang. De volgende generatie moet het bijvoorbeeld met veel minder zekerheid doen, kijk maar naar werk en pensioenen. Het idee dat onze kinderen het beter zouden krijgen, is verdwenen. Ik denk dat de generatie van mijn kinderen het minder goed zal krijgen. Dus ook daar zie je dat er minder houvast is.

‘Bovendien is vooruitgang geen vanzelfsprekende gang van de geschiedenis. Het kan ook keren, het staat niet zo in het plan der schepping geschreven. Mensen zijn helaas in staat alles weer af te breken. Zowel de scheppende als de vernietigende kracht huist in ze.’

U vreest teloorgang van contact – van groepen in de samenleving, maar ook van de mens met zichzelf.

‘Contact is het vitale, dat wat de mens bij het leven brengt. Polarisatie is een vorm van het verbreken van contact. Dat kan veel kwaad doen, omdat het ruimte maakt voor destructieve krachten die het kwaad uitvergroten en het bij anderen leggen. Maar het gaat inderdaad ook om contact met jezelf: inzicht in je eigen verlangens en angsten. Als je dat verliest, is de kans groot dat je de schuld buiten jezelf legt en gaat demoniseren.

‘Ik heb er wel vertrouwen in dat mensen in staat zijn die destructieve processen te keren. Al is dat ingewikkeld, omdat het inzicht vergt in emotionele onderstromen en onbehagen. We zitten nu in mijn ogen in een fase van ontzetting – we dachten dat het voor altijd voorbij was, maar je hoort nu toch weer echo’s die onvermijdelijk aan de jaren dertig doen denken – het verlangen naar een sterke leider, het onbehagen. Mijn impulsieve reactie daarop is die van mijn moeder, die buiten haar depressieve perioden altijd zei: ‘Tel je zegeningen! Maar het gaat er natuurlijk om dat onbehagen te doorgronden. Want anders gaat het nog eens venijnig opspelen.’

Leestip

‘In de ban van de tegenstander van Hans Keilson. Over het projecteren van het kwaad op de ander, met name het verband tussen je eigen angsten en vijanddenken. De psychiater Keilson schreef het met nazi-Duitsland in gedachten, maar zijn boek is nog steeds actueel. In het gepolariseerde debat van vandaag worden gemakkelijk schuldigen aangewezen, wat tot verdere polarisatie leidt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden