Doofpot begon bij leiding Dutchbat

De minister van Defensie beloofde openheid over het (wan)gedrag van Dutchbat in Srebrenica. Onderzoeker Van Kemenade zei vorig jaar dat niets in de doofpot is gestopt....

Dutchbat-commandant T. Karremans ontstak in mei 1995 in grote woede toen 'geruchten' de ronde deden over wangedrag van zijn manschappen in Srebrenica. Vier jaar later blijkt echter dat 'de doofpot' bij Karremans begon.

De belangrijkste bron van de verhalen was hoofd-legeraalmoezenier J. Broeders. Die schreef op 1 mei 1995 een dringende brief aan minister Voorhoeve van Defensie over het in zijn ogen 'excessieve gedrag' van Nederlandse VN-militairen. Twee aalmoezeniers hadden Broeders gemeld dat zowel kader als manschappen van Dutchbat III zich misdroegen.

Gerapporteerd werd onder meer dat met jam besmeerde aanmaakblokjes (die daardoor op snoep leken) in mijnenvelden werden gegooid om Moslim-kinderen te laten 'controleren' of er gevaar was. Moslim-ouders boden jonge dochters aan tegen een pakje sigaretten; sommige Dutchbatters gingen daarop in, aldus de aalmoezeniers.

De loyale Broeders meldde Voorhoeve niet aan te sturen op een juridisch onderzoek. Hij wilde dat meer nadruk werd gelegd op de 'bedrijfsethische vorming' van uit te zenden militairen. 'Humanitaire missies zijn pas echt succesvol als de VN-militair humaan is en blijft', aldus Broeders.

Voorhoeve besloot op advies van de plaatsvervangend landmachtbevelhebber, generaal-majoor A. van Baal, om het Openbaar Ministerie (OM) niet in te schakelen. Dutchbat III mocht zélf in Srebrenica onderzoek doen naar de misstanden. Majoor Franken, de tweede man van het bataljon, kreeg de opdracht.

Juichend schreef Karremans in zijn boek Srebrenica Who cares?: 'Het resultaat laat zich raden: alle veronderstelde wangedragingen worden ontkend. (. . .) Er is überhaupt geen wangedrag aangetoond. (. . .) Het onderzoek is objectief uitgevoerd.' Journalisten die durfden te schrijven dat het onderzoek van Franken wellicht rammelde, kregen er van Karremans flink van langs. De journalisten waren vooringenomen, Franken niet.

Maar nog geen jaar later, begin 1996, beschuldigden enkele ex-Dutchbatters tegenover de Militaire Inlichtingendienst (MID) Karremans en Franken ervan uitgesproken anti-Moslim te zijn geweest. Zij verklaarden dat de twee officieren een rechts-extremistisch groepje in de Bravo-compagnie te veel zijn gang hadden laten gaan. Moslim-vrouwen, kinderen en allochtone Dutchbat-soldaten werden de dupe. De groep bracht de Hitler-groet, gebruikte Duitse legertermen en maakte 'oerwoudgeluiden' bij radiocontact met allochtone medesoldaten.

Majoor De Ruyter, veiligheidsofficier van de landmacht, had al in augustus 1995 verklaard: 'De basis van het probleem ligt bij de opgefokte sfeer onder de BBT'ers (de nieuwe beroepssoldaten, red.) Ze zijn eenvoudiger te manipuleren dan dienstplichtigen. Massaal gestoord, ze doen niets anders dan push-ups. Vooral bij de Bravo-compagnie heerste een macho-sfeertje. In deze sfeer zijn de verhalen over jamblokjes en kinderen in mijnenvelden begrijpelijker.'

Karremans had volgens De Ruyter zijn 'voelhorens' beter moeten uitsteken. De Ruyter klaagde ook dat de Luchtmobiele Brigade, waartoe Dutchbat behoort, 'de vuile was het liefst binnen houdt'.

De ontkenningen van Dutchbat-commandant Karremans over het wangedrag na het bekend worden van het MID-verslag wekken bevreemding. Want het Feitenrelaas, de grondslag voor het in oktober 1995 uitgebrachte Debriefingsrapport, staat er bol van.

Op basis van dat Feitenrelaas onderzoekt het OM nu of tot vervolging moet worden overgegaan wegens negen overrijdingen van Moslims door Dutchbatters. Ook wordt het niet helpen van gewonde Moslims strafrechtelijk getoetst. Als het OM klaar is met dit onderzoek, wordt het relaas openbaar gemaakt .

Volgens ingewijden staat het Feitenrelaas verder vol met niet-vervolgbaar wangedrag. Zo maakten Dutchbat-soldaten gebruik van de diensten van een Moslim-prostituée, met de bijnaam 'de hekslet'. De vrouw gaf orale seks door de afrastering van het terrein van Dutchbat heen. Dit deed zij voor een pot pindakaas. Andere Moslim-vrouwen, vaak schoonmaaksters, deden dit in de slaapzaal voor een pakje sigaretten. Dutchbatters legden dan een handdoek over hun eigen hoofd.

Minister Voorhoeve ging er in augustus 1995 mee akkoord dat de landmacht zélf de hele gang van zaken in Srebrenica onderzocht. Omdat de landmacht genoeg had van alle negatieve publiciteit, werden de wandaden van Dutchbat slechts mondjesmaat in het samenvattende Debriefingsrapport weergegeven. En het politiek veel gevoeliger Feitenrelaas verdween in de kluis van landmacht en marechaussee.

Over het rechts-extremisme stond één zin het Debriefingsrapport. Minister Voorhoeve, de top van de landmacht en de marechaussee, en het OM wisten er in september 1995 dus van. Maar er werd niets gedaan.

De MID deed in februari 1996 wel iets, maar hield haar eigen onderzoek en de resultaten ervan geheim. In juni kwam het MID-rapport boven water. Minister De Grave van Defensie schrok zich rot en schakelde het OM in. Pas vier jaar later wordt het rechts-extremisme strafrechtelijk onderzocht. Onafhankelijk onderzoeker Van Kemenade, die herfst vorig jaar op verzoek van De Grave de waarheidsvinding rond Srebrenica onderzocht, bleef deze week volhouden dat er geen sprake is geweest van een 'doofpot'.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.