Die ene leerlingFura Grol

Docenten over de leerling die ze altijd bijbleef: ‘Stond ik daar een kolfapparaat te bedienen’

Beeld Hedy Tjin

Een docent over die ene leerling die haar kijk op het vak heeft veranderd. Deze week: Fura Grol (55), coördinator en leraar van een internationale schakelklas (ISK) in Deventer, over het zwangere meisje dat haar deed inzien dat ze niet iedereen kan redden.

‘Ze was ongeveer 17 jaar oud, begreep niet veel van de wereld en woonde verderop in het opvangcentrum, zoals ze het asielzoekerscentrum toen nog noemden. Omdat ze vrij stevig was, kwam ik er pas na een paar weken achter dat ze zwanger was.

‘Het was 1995. Ik werkte pas net in de internationale schakelklas, waar kinderen Nederlands leren voordat ze naar een reguliere school gaan. Dat is mooi werk. Die kinderen zijn vaak net in het land. En ik breng ze iets bij wat ze direct nodig hebben om hier te kunnen communiceren. Elk woord is meteen toepasbaar. Het doet er echt toe.

‘Dertien, veertien leerlingen zaten in mijn allereerste klas. Vrijwel allemaal hadden meer problemen dan de taal alleen. De een had trauma’s, de ander geen fiets of geen vrienden. En dus wilde ik ze helpen. Ik belde een fietsenmaker, hielp ze in contact te komen met andere mensen, enzovoorts. Ik was jong en zat vol energie.

‘Het zwangere meisje was de hulpbehoevendste van allemaal. Zonder ouders was ze vanuit West-Afrika naar Nederland gekomen. Tijdens haar reis was ze verkracht. Ze was heel christelijk en wilde het kind houden.

‘Ik bezocht haar in het ziekenhuis. Daar vertelde ze me met een stralende lach dat ze de volgende dag een baby zou krijgen. Had ze dan geen idee hoe een kind ter wereld kwam? Met handen en voeten legde ik het haar uit. Als docent wist ik welke woorden ze kende. Met een verwrongen gezichtsuitdrukking kon ik overbrengen dat het pijn zou gaan doen.

‘Bij de verpleging zeiden ze dat ze moeilijk contact met haar konden krijgen. Dat snapte ik ook. Haar Nederlands was slecht, ze wist maar weinig. Het ziekenhuis had geen ervaring met zulke patiënten.

‘De volgende dag ging ik terug. Ze was blij me te zien. Haar baby, een jongetje, lag twee verdiepingen lager in de couveuse. Toen iemand een kolfapparaat de zaal in reed, begon ze te schreeuwen. Ze vertrouwde de verpleegkundigen niet meer. Ik probeerde haar te overtuigen mee te werken. Toe maar, de baby moet drinken. Ze stemde uiteindelijk toe, maar alleen ‘mevrouw’ mocht helpen. Dat was ik.

‘Als ik terugkijk, vind ik mezelf naïef. Vertelde ik daar als taaldocent hoe een bevalling werkte. Stond ik daar een kolfapparaat te bedienen. Ik dacht daar de problemen te kunnen oplossen, maar had het ziekenhuispersoneel erbij moeten betrekken. Daar schaam ik me nu soms voor. Ik zou het nooit meer zo aanpakken.

‘Een dag later bezocht ik haar weer. Ik hoorde toen dat de verpleging haar niet meer naar beneden wilde rijden, om haar baby te bezoeken. Ze had gegild bij elke drempel, omdat ze zoveel pijn had. Ik vond dat ze gewoon naar haar kind moest kunnen. Daarom sprak ik met een andere docent af dat we er elke dag heen zouden gaan, zij in de ochtend, ik in de middag.

‘En zo reed ik dus elke dag met een bed door de gangen van het ziekenhuis - lift in, lift uit, naar de couveuseafdeling. Dat was mooi. Ik wilde toch dat ze een goede band zou krijgen met haar kind. Dat hebben we een paar weken zo gedaan. Toen mocht ze weer naar het opvangcentrum. Ze kwam ook weer naar de les.

‘Later concludeerde ik dat ik te ver was gegaan. Een docent moet grenzen stellen. Hoeveel zorg kun je verlenen? Hoeveel zorg moet je verlenen? Ik probeer sindsdien nog wel te registreren wat leerlingen nodig hebben, maar niet meer zelf alle problemen op te lossen. Gelukkig heeft onze school inmiddels een heel netwerk aan organisaties die kunnen bijspringen. Dat werkt veel beter.

‘Dit meisje kwam na verloop weer naar school, met de baby. Nog later verhuisde ze naar Groningen, waar ze met andere moeders in een begeleidwonenproject terecht was gekomen. Ik heb haar met die collega nog een keer bezocht. De baby lag met het hoofd op een opengeslagen bijbel. Dat was traditie, zei ze. Toen maakten we ons daar natuurlijk weer zorgen over.’

Lees verder

Sanne Kuyt (44), basisschoolleraar in Haarzuilens over de jongen die hij over het hoofd zag. ‘Jij ziet mij te weinig’, had hij op een briefje gekrabbeld

Gezocht: méér verhalen over die ene leerling

Bent u zelf docent (geweest) en is er een leerling door wie u anders naar het vak bent gaan kijken? De Volkskrant zoekt nog deelnemers voor de rubriek Die ene leerling. Het gaat daarbij nadrukkelijk niet alleen om succesverhalen, waaruit blijkt hoe de docent een leerling weer op de rails wist te krijgen. Ook interessant zijn verhalen waarin een docent pas later inziet wat hij had moeten doen. Tips? Mail r.kuiper@volkskrant.nl. We houden rekening met de privacy van de leerling.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden