'Dit is wat ik wilde. Stoer. Gelikt'

Wat hij verder ook nog zou presteren, het zou eigenlijk altijd minder zijn. Met die gedachte in het achterhoofd moest de post-olympische winter voor Gianni Romme (26) wel een deceptie worden....

'WAT dacht je?' Ook de schaatser voor wie goud in de vier achterliggende jaren gewoon is geworden kent zijn heimelijke momenten van ontroering. Drie weken terug, in Inzell, kreeg hij ineens kippenvel toen hij zag hoe zijn teamgenoten aan het inrijden waren. 'Zie je zo'n treintje langskomen, allemaal in hetzelfde pakkie. Mijn ploeg. Natuurlijk ben ik dan trots. Dan komt er wat voorbij, hè.

'Een commerciële ploeg, opgebouwd rond jouw persoon, is de ultieme bevestiging van je status. Je bent bijzonder, je wordt erkend als kampioen. Ben ik gevoeliger voor dan ik gedacht had. Vorig jaar was het nog niet top, dat was een aanloopjaar. Maar zoals het nu is, een grote ploeg met alleen maar grote namen, dìt is wat ik voor ogen heb gehad. Stoer, gelikt.

'In de kernploeg keken we tegen Ritsma op. Hij was revolutionair bezig. Wij waren de nationale ploeg, beter kon je het niet krijgen, dacht je. Maar ineens zagen we dat het nog mooier kon. Het waren kleine dingetjes. Had-ie weer een nieuw pak, een nieuwe fiets. Alles bij Ritsma was top. De rollen waren ineens omgedraaid. Ritsma was de eredivisie en de kernploeg de eerste-divisie. Je gaat je afvragen: zou mij dat ook lukken?'

Tevreden glimlach.

'Lijkt me mooi om later terug te kijken. Weten: dat heb ik toen toch maar bereikt.'

Zoveel weelde, en dat na alles wat er vorig seizoen is gebeurd. Alle ogen op je gericht weten en uitgerekend dan in een vormcrisis terecht komen. Al die ongevraagde adviezen, om gek van te worden. Alle voodoo-poppetjes en wondercrèmes die bij hem in de bus vielen, liggen bij het vuilnis. Je moet het zelf oplossen. Schaatsen moest weer plezier worden, zoals vroeger, in zijn jeugd, dààr lag de oplossing.

Nooit was schaatsen leuker dan in die allereerste jaren. Als junior in het gewest Zuid-Holland putte hij kracht uit de hechte teamsfeer, een grote groep met onder anderen Hersman, Straathof, Borst, Bliek. Anderen hadden de techniek, hij de kracht, en iedereen jutte elkaar op. Zo moest zijn commerciële ploeg ook worden, dat was zeker. 'Al na een paar weken heb ik vorig seizoen tegen mijn manager gezegd: zoek er een paar toppers bij.

'Ik wist niet wat ik hoorde. Mijn manager komt weken later naar me toe en zegt: ik heb namen. De hele Mueller-clan, kicken man. Dit seizoen moet nog beginnen, maar ik merk nu het verschil al: dit is wat ik gemist heb. Elkaar prikkelen, samen trainen.'

Maar de expansie heeft ook een slachtoffer geëist, Ingrid Haringa, ruim een jaar geleden door Romme nog vol trots als coach gepresenteerd. Al die weken waarin hij met zijn vorm worstelde nam hij haar in bescherming, prees haar inzet en kennis, om vervolgens op het moment dat de sportieve revival eindelijk gestalte kreeg, bij het WK afstanden, een steunbetuiging achterwege te laten. Twee dagen eerder was de transfer van Mueller bekend geworden. 'Zo is topsport'.

'Op dat moment wist ik al hoe de zaken ervoor stonden; wat er waarschijnlijk zou gebeuren. Die andere jongens wilden per se onder Mueller trainen. En Mueller heeft graag alleen de leiding, dat weet iedereen. Het is een makkelijk optelsommetje, toch? Als ik had geroepen dat Ingrid moest blijven, was binnen de ploeg een conflict ontstaan. En ik wilde juist frictie voorkomen, ik wilde een hechte groep.

'Ik voel me niet bezwaard ten opzichte van Haringa. Soms scheiden de wegen, ook al ben je tevreden over een coach. Als de combinatie met andere leden van het team niet past, dan moet iemand wijken. Haringa heeft zelf aan topsport gedaan, dat hoort ze te weten. Dat is het risico van coach zijn. Het team gaat voor. Ik heb nergens spijt van. Dit is mijn team, hier ben ik trots op.'

Als Gianni Romme nu ergens binnenloopt, ìs hij iemand. In feite onzin natuurlijk - 'ik ben niks meer dan wie ook' - maar de buitenwacht plaatst je simpelweg op een voetstuk. Het zijn processen die zich ongemerkt voltrekken en die niemand, ook een nuchtere Brabander niet, onberoerd laten. 'Onbewust streef je het toch na.' In het resort waar Romme's equipe het trainingskamp heeft opgeslagen vullen zijn postuur en stem de ruimte - blikken wenden zich fluisterend naar hem.

'Daar, Romme.'

Genoegdoening, dat is het woord. Mag het. Had je ze moeten horen toen hij op z'n negentiende na drie maanden aan de sportacademie zijn studie afbrak om full-time te kunnen schaatsen. Of hij een gaatje in zijn hoofd had? Alsof hij niet besefte dat met zijn geringe talent de kans op succes nul-komma-nul was. 'Ze vinden je een parasiet. Een beetje sporten van onze centen. Hoe vaak is dat niet tegen me gezegd.

'Ik had een bijstandsuitkering, was altijd aan het trainen, en weinig talent. Dat kunnen mensen niet begrijpen. Doordat je merkt dat mensen je een zonderling vinden, ga je jezelf ook afvragen: wat stel ik maatschappelijk eigenlijk voor? Je gaat trainen, maar je hoopt dat je geen bekenden tegenkomt. Je schaamt je haast voor je fanatisme. Als je negentien bent, hoor je te studeren. Sporten doe je maar in je vrije tijd.

'Al die jaren heb ik getraind met het idee: ik moet laten zien dat ik de juiste beslissing heb genomen. Ik mag niet falen. Dat maakt die waardering nu zo leuk. Maar ik zie ook het betrekkelijke er van in. Er zijn ook jongens die net als ik op hun achttiende de gok namen en die het niet gehaald hebben. De mensen die mij nu een held vinden, zeggen waarschijnlijk van die andere jongens: eigen schuld, had je je school maar moeten afmaken.'

IS EEN familietrekje, dat doorzetten. Kan niet anders. Zijn moeder kon goed turnen, hetzelfde fanatisme als hij, maar op de boerderij was meehelpen waardevoller dan gymmen. Gestopt dus. Zijn vader net zo. Goeie voetballer, maar toen grootvader overleed moest iemand de slagerij overnemen. Zijn ouders namen zich voor dat dat hun enige zoon niet mocht overkomen, nooit. Toen de slagerij failliet ging, kon overal op bezuinigd worden, maar niet op Gianni's plezier in schaatsen.

Het NK voor junioren was hun vakantie. Broodjes en thermoskannen koffie mee. Zijn vader was enige tijd werkloos. Uitstapjes maakten ze niet. Heen en terug naar Den Haag, vanuit Made, brood in de auto. De training voor alles. Pas veel later drong tot hem door wat zijn ouders voor hem over hadden. 'Ik verwezenlijk hun droom, dat weet ik wel zeker.

'Ik ben nu in de positie om iets terug te doen voor ze. Ik wil ze het gevoel geven: nu hoeven jullie je geen zorgen meer te maken. Als je een weekje weg wilt, dan kan dat. Hebben ze iets nodig, kopen we het. Zij zeggen: kan dat wel. Ik zeg: tuurlijk. We hebben er met z'n drieën zoveel in geïnvesteerd. Het is ook hun succes.'

Denk niet dat de geruchten die nadien de kop opstaken over dopinggebruik hen niet ter ore kwamen. Die raakten zijn ouders, dat is zeker. En als iets hem pijn doet is het dat. Hemzelf kunnen ze niet raken, hij lacht erom. 'Zeg het dan recht in mijn gezicht.' Natuurlijk hoort hij ze fluisteren, voelt hij hoe soms achter zijn rug naar hem wordt gewezen. Iemand met zo weinig talent en dan twee keer olympisch goud, dat zal wel niet deugen. 'Zo gaat het toch altijd?

'Het is niet zo dat je van te voren al rekening houdt met zulke beschuldigingen. Maar als het gebeurt, ben je ook niet verbaasd. Als iemand iets groots presteert, komen die geluiden altijd. Ik weet dat ik keihard getraind heb, wat ik ervoor gedaan heb, en dat ik geen pilletje heb aangeraakt. Ik kan mezelf voor de spiegel recht in de ogen kijken. Schaatsen is clean.'

Zelfs de recente uitlatingen van zijn ploegarts, Berend Nikkels, kunnen die overtuiging niet wegnemen. Als deskundige op het gebied van EPO-onderzoek verwees de Utrechtse medicus Johann Koss naar de verdachtenbank. Diens tien kilometer tijdens de Olympische Spelen in 1994 zou volgens Nikkels op gespannen voet staan met wat volgens de wetenschap naturel mogelijk is. Alsof Romme's stayerscapaciteiten zo gangbaar zijn?

Ach nee, Romme heeft zijn ploegarts niet op de vingers getikt. 'Waarom? Ieder is vrij om te zeggen wat-ie denkt. Misschien was het niet zo slim. Als je Koss beschuldigt, kun je verwachten dat er ook vragen worden gesteld over Nederlanders. Over mij dus. Dikke benen en een fantastische tien kilometer rijden, dat is toch geen bewijs. Zolang iemand niet gepakt is, is hij voor mij onschuldig.

'Die tien kilometer van Koss was een buitenaardse prestatie. De beste race ooit. Maar vier jaar later heb ik zelf ook zoiets uitgehaald. Ik weet dat je boven jezelf kunt uitstijgen. Als je super in je vel zit, kan je zoveel. Ik heb het zelf ervaren, dat is gewoon eng. Dan denk je: ik ben onsterfelijk. Koss is de grootste, mijn idool, die verdient respect.'

Juist dat miste Romme zelf bij de bond, respect en waardering. In het bijzonder van sponsor Aegon. Hij was nog niet terug uit Nagano of ze hadden al tegen hem gezegd dat ze de totale schaatssport moesten dienen. Zuinig dus. Geen woord over de enorme hoeveelheid publiciteit die hij ze had bezorgd. Hij wist genoeg. Toen Aegon hem vorig jaar ten tijde van zijn vormcrisis aanbood terug te komen in de kernploeg stond één ding vast. 'Dat nooit'.

'Dat eerste gesprek, toen we net terug waren uit Nagano, is me altijd bijgebleven. Dan ben je tweevoudig olympisch kampioen en dan geven ze je nòg het gevoel dat je één van de velen bent. Drie jaar had ik met de naam van hun bedrijf op mijn kleding gelopen, ik win twee keer goud, en het eerste wat ze zeggen is: we moeten de breedtesport in de gaten houden. Ik dacht: het zal m'n reet roesten die breedtesport. Ik ben olympisch kampioen en ik wil ernaar betaald worden ook.

'Ik geef eerlijk toe: sportief was ik vorig jaar beter af geweest in de kernploeg. Ik zit graag in een grote groep en ik was graag verder gegaan met Gemser. Maar ik buig niet meer voor Aegon. Bij SpaarSelect voelde ik veel meer waardering. Geef ons de tijd, dan bouwen we rond jou een grote ploeg, zeiden ze. Dat streelde me. En ze hebben woord gehouden.'

In maart werd bekend dat de elitetroepen van sprintcoach Mueller (Bos, Wennemars, Leeuwangh, De Jong) in de toekomst hun kunsten zouden vertonen in dienst van SpaarSelect. De herinnering aan die overval, en het bijbehorende mediacircus, strelen nog altijd het ego van Romme, de kopman. 'Ik lachte in mijn vuistje. Ik dacht: Aegon, jullie zijn weer te laat. Jullie leren het nooit.'

Het waren revanche-gevoelens die zoeter smaakten in de wetenschap dat in de voorgaande maanden schamper over hem was gesproken. Zijn commerciële avontuur ging gepaard met een ernstige vormcrisis die de ongenaakbare olympisch kampioen in luttele weken deed afglijden tot een figurant. In bondskringen gold Romme als het schaatsende bewijs dat een commercieel avontuur niet zaligmakend is.

En of hij dat gemerkt heeft. 'Veel mensen hadden het goed met me voor. Maar er waren ook mensen die dachten: zie je wel. Oh ja, ik ben in paniek geweest. Maar terug naar de bond? Geen seconde overwogen.

'Niemand had mij vorig jaar kunnen helpen. Het is iets dat je zelf moet oplossen. Ik had twee gouden plakken, ik dacht: iedereen kijkt naar mij, nu mag ik niet meer verliezen. Alles moest exact zo zijn als in het olympisch jaar. Als ik dacht dat we spaghetti zouden eten en er kwam rijst op tafel, dacht ik al shit. Veel te dwangmatig. Even was het plezier in schaatsen verdwenen, nog nooit meegemaakt.'

H OE vaak hij niet op het punt heeft gestaan de telefoon te pakken en de directeur van SpaarSelect te bellen. Zeggen dat het hem speet. Niet gedaan, nee. 'Je hoopt stiekem dat het de volgende dag beter zal gaan.' Maar eind januari was zelfs die hoop vervlogen. Hij moest eruit, weg, naar een zonnig eiland, nadenken. Geen probleem, zei SpaarSelect, alles om je er weer bovenop te krijgen. 'Kijk, dat is waardering. Die warmte voelde je bij Aegon nooit.

'Die twee weken in Spanje is alles pas goed tot me doorgedrongen. Je hebt het gemaakt. Maar juist daardoor had ik ook het idee gekregen: wat ik verder ook nog presteer, het kan eigenlijk alleen maar minder zijn. Dat is frustrerend. Dat moet je verwerken, leren accepteren. Ik weet nu: diezelfde motivatie om een doel te bereiken, krijg je nooit weer. Maar daarom wil ik nog wel winnen. Ik ben weer relaxed, ik geniet er weer van.'

Dat denken dus meer mensen. Maar nee, het was zeker niet het moeilijkste jaar uit zijn carrière. Als je twee World Cups wint en wereldkampioen op de vijf kilometer wordt, kan je toch niet spreken van een slecht jaar. Zijn jaren als junior, die waren pas moeilijk. Pas op zijn zestiende, als anderen al een hele prijzenkast vol hebben, won hij zijn eerste medaille - de drie kilometer bij het NK in Groningen. 'Daar voelde ik me voor het eerst een winner.

'Die ervaringen hebben me er vorig jaar doorheen geholpen. Als je als junior hebt moet knokken, is het makkelijker later tegenslagen te overwinnen. Hoeveel van die supertalenten zijn er niet geweest die in de jeugd alles wonnen en als senior het deksel op de neus kregen. Je moet het niet te makkelijk hebben. Koss won als junior nooit, Ritsma moest altijd vechten. De echte toppers zijn meestal de karaktermensen, de knokkers.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden