beschouwingKinderen over conflichtscheidingen

Dit doet de liefdesoorlog die een echtscheiding kan zijn met de kinderen

null Beeld Inez van Vuren
Beeld Inez van Vuren

De ouders van Frénk van der Linden raakten lang geleden verzeild in een conflictueuze echtscheiding. Hij beschrijft de gevolgen voor hem als kind en bespreekt met lotgenoten wat het met je doet als het huwelijk van je vader en moeder eindigt in een gevecht. 

Mijn moeders minnaar had een rode Opel Kadett stationcar, waarmee hij elke avond stipt om 6 uur langs ons huis reed om haar toeterend zijn liefde te verklaren. In mijn herinnering deed hij dat zeker een jaar lang. Na een paar weken konden we de klok erop gelijk zetten. Als de claxon klonk, verstijfden mijn vader, mijn zusje Désirée en ik. Vaak stond mijn moeder op hetzelfde moment op om de tafel af te ruimen.

Fijngevoelig waren de omgangsvormen niet in de tijd (eind jaren zestig) dat de liefde van mijn ouders teloorging. ‘Speciaal voor Jan van der Linden in Hillegom’ werd op de radio door een anonieme luisteraar het nummer Huilen is voor jou te laat van Corry en de Rekels aangevraagd. En wie was het toch die zomaar vijftig rode rozen voor mijn moeder liet bezorgen – zij het op kosten van mijn pa? Wie hoorde ik ’s nachts aubades voor haar zingen? Trillend lag ik onder de lakens.

Mijn moeder Erica, gezegend met de looks van een Hollywood-diva, was een lieflijke en wijze vrouw. Ze zei: ‘Kinderen zijn niet voor je maar door je’. Ze vroeg: ‘Waarom mag je in dit land wel van ik weet niet hoeveel zoons en dochters houden, maar slechts van één man?’ Maar net zo makkelijk spuide ze op een giftige manier haar verdriet en woede over de werkverslaving van haar echtgenoot. Als mijn goedmoedige vader, trucker en zelfbenoemd King of the Road na een werkweek van zestig uur op zaterdag zijn DAF repareerde, riep ze tot mijn schrik: ‘Jij ligt nog liever onder die vrachtwagen dan onder mij.’

Heel ons bollendorp Hillegom was op de hoogte van haar ontrouw. Maar weinigen wisten hoezeer zij daarmee worstelde. Anti-depressiva. Drank. Verblijf in een zenuwinrichting. Isoleercel, elektroshocks. Terug naar huis. Terug naar haar lover. Terug naar de psychiatrische kliniek. Op een dag haalde een familielid mijn moeder van het spoor bij de Dodenweg. Ik zie haar nog lijkbleek thuiskomen.

Uiteindelijk verliet ze ons definitief. Dat was het begin van een catch-as- catch-can-achtige scheiding en een periode van veertig jaar waarin mijn ouders geen woord meer met elkaar zouden wisselen. Désirée en ik besloten voor de rest van ons leven alle contacten met onze moeder te verbreken. Zonder mijn vader erin te kennen, schreven we als pubers een brief aan haar advocaat, waarin we haar even ijskoud als witheet dood verklaarden. De rechter kreeg een kopie. Hij wees beide kinderen toe aan Johannes Cornelis van der Linden.

Niet veel later draaide pa op een avond de gaskraan in de keuken open. Désirée en ik lagen boven te slapen. ‘Ik dacht: ik neem jullie mee’, zou hij me op zijn oude dag vertellen. ‘Dan waren we allemaal in één keer van de narigheid af. Maar onze benedenbuurman belde aan om te vragen of ik een biertje kwam drinken. Vandaar dat we hier nog zitten. Weet je trouwens dat hij voor de nazi’s had gevochten bij Stalingrad? Ja jongen, jij dankt je leven aan een SS’er.’

Mijn zus en ik volhardden tien jaar in de beslissing onze moeder te mijden. Tot mijn 23ste aan toe bleef ik geloven dat het scheidingsverhaal zwart-wit was, terwijl ik als journalist allang had geleerd dat niet één conflict tussen mensen, partijen en landen zo in elkaar stak.

Toen ik zelf een serieuze relatie kreeg, en aan den lijve ondervond dat de liefde een tango is die je automatisch medeverantwoordelijk maakt voor de plek waar je op de dansvloer van het leven belandt, begon het me te dagen: ik had mijn moeder ten onrechte uit mijn leven gebannen. Het werd tijd voor een reünie.

Désirée en ik stonden op een middag in 1980 tegenover haar. Één seconde. De volgende vlogen we elkaar in de armen, en nooit zal ik vergeten wat op dat moment door me heen sloeg: dit is mijn moeder, zo ruikt alléén mijn moeder, en het is goed.

Ze was getrouwd met de man van de Opel Kadett (ook hij had een compleet gezin verlaten), en had na haar 40ste twee dochters van hem gekregen. Onze band bleek onverwoestbaar. In een zolderdoos bewaar ik de honderden brieven die mijn moeder me in de loop van haar leven heeft geschreven, het grootste deel in de jaren dat wij elkaar niet zagen. Désirée en ik verscheurden ieder exemplaar dat zij indertijd stuurde; godzijdank maakte ze kopieën.

Ook mijn vader hertrouwde. Uit dat tweede huwelijk kwam een jongetje voort, Benno. Hij stierf achter ons huis onder de wielen van een vrachtauto die behoorde tot pa’s eigen transportbedrijfje. Het was een wond in de wond. Het wakkerde de pijn en rancune van mijn vader aan. Hij zou tot zijn 80ste weigeren mijn moeder te treffen. Zover kwam het pas nadat Désirée en ik hem hadden verteld hoe zij eraan toe was: alzheimer.

Het verhaal over de herontmoeting van mijn ouders is in alle eerlijkheid volkomen ongeloofwaardig. Niemand zal begrijpen hoe het kan dat die twee in 2009 op een avond binnen twee minuten als tortelduiven après la lettre hand in hand op de bank zaten. Maar Désirée en ik hebben het zelf gezien: vergeving kan à la verliefdheid een blikseminslag zijn. De laatste jaren van mijn moeders leven gingen mijn ouders teder met elkaar om. Na haar overlijden legde mijn vader een rode roos op de kist.

En nu is ook hij alweer een tijdje dood. Het bewogen verleden dat wij delen niet: dat blíjft bewegen. Iedere keer dat je op een nieuw punt in je bestaan aankomt (boeken gelezen, mensen ontmoet, landen bereisd, ziekten overleefd), kijk je met andere ogen naar wat achter je ligt. Naarmate de jaren voortschrijden, verkleurt en verandert het ‘toen’. Ons verleden is onvoorspelbaar.

Zo blijven we – of we het willen of niet – in gesprek met onze ouders. In honderd brieven heb ik onder de titel En altijd maar verlangen de vragen en inzichten die nog steeds bij me opwellen voorgelegd aan mijn vader en moeder. Tegelijkertijd ben ik benieuwd hoe jongeren anno nu reageren op ouders die zich in een liefdesoorlog hebben gestort. Psycholoog Justine van Lawick noemt zo’n situatie ‘een vorm van emotionele kindermishandeling’.

Villa Pinedo

Kinderen met gescheiden ouders kunnen online ervaringen uitwisselen op de site van de Stichting Villa Pinedo. Oprichter Marsha Pinedo streeft sinds bijna tien jaar naar ‘het versterken van de autonomie en kracht van kinderen en jongeren door hen zelf aan het woord te laten’. Wie tussen de 10 en 23 jaar oud is en een ouderlijke scheiding moet verwerken, kan in een speciaal ontwikkelde app worden gekoppeld aan een online buddy. Zo’n steunverlener is hoogstens 26 en heeft eveneens gescheiden ouders. Ieder gesprek vindt plaats in de app en wordt ter waarborging van de kwaliteit en veiligheid gemonitord door pedagogen of psychologen. Dianne Vroemen en Isabelle van der Meent zijn werkzaam als buddy. Daniel van der Meulen heeft zich juist tot zo’n ‘praatpaal’ gewend.

null Beeld Inez van Vuren
Beeld Inez van Vuren

Frénk van der Linden: En altijd maar verlangen. De liefdesoorlog van mijn ouders. Luitingh-Sijthoff; 240 pagina’s; € 20,99. 

Een pendeljeugd

Dianne (25). Woont in Middelburg. Drie broers en een zus. Werk: docent middelbaar beroepsonderwijs. Heeft een latrelatie. Vader filiaalmanager van een kledingketen, moeder werkte in dezelfde zaak.

‘Ik ben een koorddanser. Al mijn hele leven balanceer ik tussen mijn vader en moeder in, bang om te vallen. Soms voel ik een enorm verlangen naar een zoon of dochter, maar ik weet niet of je daar wel aan moet beginnen. Ik vrees dat ik mijn kind geen stabiele basis kan geven, omdat ik geen goed voorbeeld heb gezien. Wel weet ik zeker wat ik níét wil doorgeven.’

Ze sliep als kind met de trouwringen van haar ouders onder het kussen. Dagelijks schietgebedje: ‘Lieve god, laat pappa en mamma alsjeblieft weer samenkomen.’

Niet dat ze hen ooit bewust tezamen had meegemaakt. ‘Één van mijn oudste jeugdherinneringen is dat ik – 4 jaar oud – mijn vader en moeder zag tijdens de overdracht. Als de één me aan de ander gaf, was ‘hoi’ al heel wat. Die afstand, joh. De boosheid. Dat verdriet.

‘Tot mijn pubertijd had ik geen idee wat hun huwelijk had voorgesteld, en waarom ze uit elkaar waren gegaan. Kreeg ik niks over te horen. Ik wist alleen maar dat ik bij mijn moeder woonde en eenmaal in de veertien dagen een weekend doorbracht bij pa, die van ’s morgens vroeg tot ’s avonds laat in zijn kledingzaak werkte.

‘Daar is het misgegaan, toen ik een kleuter was. Mijn moeder kon niet meer achter de toonbank staan omdat ze een burn out had. Ik merkte dat mijn vader dat niet accepteerde. Hij was een ouderwetse, autoritaire man. Werken, geld verdienen, en af en toe een rondje hardlopen.’

Als lagereschoolleerling had Dianne al ‘voelsprieten van hier tot Tokio’, waarmee ze aanvoelde ‘hoe je mensen kunt pleasen’. ‘Dat werd mijn overlevingsstrategie: eigen emoties en gedachten wegcijferen, anderen tegemoet komen. Mijn vader en moeder voorop. Zij was een cafeetje begonnen, maar had door die burn out geen energie. Dat veranderde in een depressie. Haar nieuwe vriend, die iets in de logistiek deed, veranderde daar niks aan. Irritante man. Had je het lef om koekjes uit een trommel te pakken, dan sloeg hij hard met een lineaal op je hand. Hij zette me tegen de muur omdat ik stout was, bedreigde me. Mijn moeder liet het gewoon gebeuren. En intussen maar negatieve verhalen vertellen over pa. Ze vond hem een uitbuiter.’

Het was contraproductief: Dianne besloot bij haar vader in te trekken. ‘Hij was best lief voor me. Het voelde veilig. Mijn pa hield juist zijn mond over mijn moeder. Uit afschuw, denk ik. Het was een stille oorlog. Hoe kan het in godsnaam dat twee mensen die jou ooit samen hebben gemaakt elkaar zó haten? Dat begrijp ik nog steeds niet.’

Ook bij haar vader vertrok Dianne met ruzie. ‘Op een dag hing bij ons een groot prikbord in huis, vol gele briefjes met regels. Was van zijn tweede vrouw – onze stief. Ja zeg, de mazzel. Ik terug naar mijn moeder.’

null Beeld Inez van Vuren
Beeld Inez van Vuren

Een pendeljeugd, noemt ze het. ‘Geen rust, geen vertrouwen. Wie was ik, waar hoorde ik thuis? Ik was een onzeker meisje dat zich afvroeg of iederéén zo’n nare jeugd had. Naar buiten toe had ik een masker op: met mij ging het prima, ik was de perfecte clown. Pas nadat ik een paar jaar geleden op mezelf ging wonen en een psycholoog opzocht, begon ik me beter te voelen.’

Dianne heeft depressieve klachten en slikt anti-depressiva. ‘Deels heb ik het erfelijk meegekregen, deels komt het door alle gebeurtenissen. Het ergste is de verlatingsangst, de bijna-zekerheid dat mensen die van me houden op een dag weg zijn. Voor mijn vriend is dat vervelend. Ik voel me snel afgewezen. Bij het minste of geringste slaat de paniek toe: dit is dus het einde. En toch: stukje bij beetje krijg ik het onder controle. Ik leer leven zoals ik zelf wil.’

Het kan geen toeval zijn, denkt Dianne, dat ze in het onderwijs getraumatiseerde jongeren bijstaat. ‘Een alcoholische vader, seksueel misbruik, geweld: ze worstelen met van alles. Ik weet wat het betekent als anderen je zíén. Ik kan geven wat ik zelf heb gemist. Ik krijg een positiever beeld van mezelf.’

Haar ouders moeten elkaar twintig jaar na hun uiteengaan nog steeds voor het eerst een hand geven. ‘Daar durf ik niet eens meer op te hopen. Vergeving komt niet voor in hun woordenboek. Mijn vader is te trots; mijn moeder blijft in haar slachtofferrol zitten. Ik houd minder en minder rekening met hun gevoelens. Eindelijk kom ik op voor mezelf. Het drukt op me dat ze niet samen naar mijn diploma-uitreiking komen, niet samen naar een begrafenis in de familie gaan, maar ik zeg nu in mezelf: fuck you two, zoek het maar uit.’

Tip van Dianne voor ouders in conflictscheidingen: ‘Zoek professionele hulp, zodat de kinderen geen last hebben van jullie emoties.’

‘Ik kan niet intiem zijn’

Daniël (20). Woont in Zwolle. Heeft een broer en een zus. Studeert wiskunde. Geen relatie. Vader: directeur van een energiebedrijf. Moeder: werkt in een antiekzaak.

‘De liefde is het moeilijkste onderwerp voor mij. Ik ben voorzichtig aan het daten, maar het voelt niet comfortabel. Het lukt me niet om… hoe kan ik daar nou woorden voor vinden… Ik kan niet intiem met iemand zijn. Dat zal samenhangen met wat ik heb meegemaakt.’

Daniel vindt zichzelf niks waard en ervaart contacten met mensen als onveilig. ‘Ik zit nog niet in een vriendengroepje, of ik maak me alweer uit de voeten. Belachelijk.’

In Markelo, Overijssel, was hij de eerste jaren van zijn leven honderd procent safe. ‘Huisje, boompje, pappa, mamma, en in de tuin beestjes: geiten, honden. Dat veranderde toen we vanwege mijn vaders werk verhuisden naar Barcelona. Hij was iets topman-achtigs bij een energiebedrijf. Op de internationale school kon ik goed overweg met kameraadjes uit de VS, Scandinavië, India en Afrika, maar thuis ging het mis. Op mijn 6de vertelden mijn ouders dat ze gingen scheiden. Ik wist niet wat ik meemaakte; pa vertrok direct. Mijn moeder ging door het lint.’

Aan haar zijde keerde Daniel terug naar Markelo, dat niet erg paradijselijk meer voelde. ‘Als mijn moeder er doorheen zat, was ik degene die haar troostte. De reden van de scheiding ken ik nog steeds niet, wel weet ik dat zij er een klap van heeft gekregen. Mijn vader had binnen een paar maanden een nieuwe vriendin – nu mijn stiefmoeder.’

In 2016 zette zijn moeder hem de deur uit. ‘Feit was dat ik rebels werd, gekwetst. Daarna wilde ik drie jaar lang niks van haar weten. Ik verhuisde naar Aerdenhout, waar mijn vader in de tussentijd was gaan wonen met zijn Spaanse. Je bent bij een man die je niet meer kent. Je verkast van het ene gezin met weinig liefde naar het andere gezin met weinig liefde. Ik heb bij niemand een thuisgevoel meer. Ik zeg weleens: mijn moeder heeft me niet verteld over de bloemen en de bijen, mijn vader heeft me niet geleerd hoe een man zich scheert.’

Hij praat met een GGZ-psycholoog over zijn verwarring en verdriet. Probeert zichzelf te begrijpen. ‘School is altijd goed gegaan, daar schuurt het niet. Het punt is dat ik nu op kamers woon en me niet begrepen voel door mijn leeftijdsgenoten. Emotioneel heb ik zoveel meegemaakt dat ik niet met ze kan levelen. Ik ben zelfstandig – én eenzaam. Ik eet wekelijks met mijn zus en ga om met mijn broer, maar vrienden… Weinig.’

Daniel staat op de wachtlijst van het Nederlands Persoonlijkheidsinstituut, dat zich naar eigen zeggen onderscheidt in ‘innovatieve patiëntenzorg’. Zijn therapeut vermoedt dat sprake is van een chronische depressie. ‘Ik mis een bodem. Ik heb niet het gevoel dat er een fundament is waarop ik sta. Logisch dat ik perioden heb gehad waarin ik te veel blowde, of mezelf zes keer per week afbeulde in een sportschool. Ik heb de neiging om mezelf ergens helemaal in te gooien. Mijn vader drinkt teveel. Wat ik herken is dat je hoe dan ook probeert te ontsnappen aan de pijn. Het drukt op me om de prijs te betalen voor ellende waar ik zelf niet de oorzaak van ben.’

Met zijn ouders heeft hij hoogstens eenmaal per twee maanden contact. ‘Godzijdank gaat het op het ogenblik iets beter met mijn moeder, ze heeft een nieuwe baan.’

Tussen zijn vader en moeder blijft het ‘hommeles’. ‘Eén keer zag ik ze samen, tijdens mijn diploma-uitreiking. Ze zeiden “hoi” en gingen apart zitten. Treurig. Ik heb droomde eens dat ze met z’n tweeën aan de zijlijn stonden terwijl ik een voetbalwedstrijd speelde.’

Bekijk het maar met die kolere-scheiding, denkt hij regelmatig. ‘Ik geloof dat ik een begripvolle jongen ben, lief, maar het interesseert me niet meer wat de gevolgen voor hen zijn. Met mij gaat het de laatste maanden beter en beter. Ik maak me alleen nog druk over de dingen waar ik zélf mee zit. Ouders die het met elkaar aan de stok krijgen, zouden moeten beseffen dat hun kinderen verloren kunnen gaan in die storm.

‘De laatste twee jaar heb ik me weleens afgevraagd of het zin heeft om door te leven. Ik kan me voorstellen dat mensen zoveel pijn hebben dat ze nog maar één optie zien: eruit stappen. Ik zou het zelf niet doen, maar die gevoelens herken ik. Ik wil dat de pijn stopt. Langzaam maar zeker begin ik te geloven dat ik het red.’

Tip van Daniel: ‘Zorg voor een onpartijdige vertrouwenspersoon (familielid, docent) voor de kinderen, zodat zij hun ei kwijt kunnen.’

null Beeld  Inez van Vuren
Beeld Inez van Vuren

‘Mijn vader plaatste zicht in een slachtofferrol’

Isabelle  (21). Woont in Haarlem. Heeft twee broers. Studeert pedagogiek en is parttime caissière. Vaste relatie. Vader: badkamerspecialist. Moeder: kunstenares.

‘Ik moest veel te vroeg volwassen worden. Over dingen nadenken waar ik niet aan toe was in mijn puberjaren. Zorgen voor mijn broertje, die een verstandelijke beperking heeft. Zwáár. Het heeft me sterk gemaakt.’

Ze stond als meisje gespannen op het vliegveld van Pisa, waar mijn moeder zich de laatste vakantieweek bij het gezin zou voegen. ‘Hij hoopte dat ze het goed zouden maken, kwam uit het vliegtuig en probeerde mijn moeder een kus te geven. Ze weigerde. Dodelijk moment.’

In de camper waarmee ze door noordelijk Italië trokken, sliepen haar ouders apart. ‘Hadden ze nooit gedaan. Ik lag bij mam, sip. Mijn verjaardag was raar, met een onderhuidse spanning. Op een avond stuurden mijn vader en moeder in een restaurant iedereen van tafel, omdat ze moesten praten. Misschien is toen de kogel door de kerk gegaan.’

Het enige mooie moment van vroeger dat Isabelle bijstaat, is een een dansje van haar ouders in de huiskamer. ‘Dat was wél kussen geblazen. Toen vond ik het vies.’

Elke ochtend verliet haar vader vroeg het huis, om laat terug te keren. ‘Hij was getrouwd met zijn werk. Toch kwam het als een schok dat hij op mijn 10de zei: “Morgen moeten we met z’n allen praten.” Ik lachte het eerst nog weg, zo van: ‘Om te besluiten of we naar de Efteling of Disneyland gaan?’ Hoe serieus het in werkelijkheid is, merk je wanneer je verstandelijk beperkte broertje in de voorkamer bij de televisie wordt gezet en je ouders met tranen in hun ogen tegenover je zitten.’

Twee jaar vóór de scheiding besloot haar moeder zich in te schrijven bij een kunstacademie. ‘Ze wilde zich ontwikkelen, vrij zijn in hoofd en hart. Nadat ze een huis voor zichzelf had gevonden, ging het co-ouderschap in. De ene week bij pa, de andere bij mam. Op maandagen ging ik als een pakezel naar school: gitaar mee, schoolspullen, sporttas.

‘Al snel had mijn moeder een nieuwe vriend. Een Fries. Lasser. Ik wist gelijk dat ik hem niet mocht. Waarom? Daarom. Nu zie ik hoe happy ze zijn, en hoeveel aandacht hij heeft voor zo’n stiefzoon met een achterstand: knutselen aan een zitmaaier, fikkie stoken… Nou, dan deug je. In de loop van de tijd kreeg ik over mijn eigen vader juist twijfels. Hij blééf maar rotdingen vertellen over mijn moeder, betrok me bij hun financiële ruzies, plaatste zichzelf in een slachtofferrol. Zo voedde hij de spanningen tussen mij en m’n moeder. Daardoor wilde ik haar in mijn pubertijd een poos niet meer zien.’

Ook haar vader vond een nieuwe partner, die twee kinderen meenam. ‘Een invasie. Plots zaten we met z’n zevenen in die woning. Als je tijdens het eten iets vertelt, hoort bijna niemand je. Ik trok me terug. Mijn kamertje voelde als een eiland in een grote, onbekende zee waarin ik dreigde te verdrinken. Op den duur hield ik het niet meer uit en trok ik voor 80 procent in bij mijn moeder. Wij vonden elkaar.’

Het is een ‘regelrechte verademing’, zegt Isabelle, dat ze tegenwoordig op zichzelf woont. Bevrijdend én confronterend. ‘Eindelijk breekt mijn verdriet door. Ik heb zoveel weggestopt… Door me groot te houden, deed ik mezelf tekort. Tussen mijn 14de en 16de liep ik bij een psycholoog, en als die vroeg hoe het met me ging, antwoordde ik: ‘Ik denk wel goed.’ Ik had geen idee. Als ik iets voelde, was het boosheid – op mijn ouders. Dat mocht ik niet uiten van mezelf.’

Ze heeft sinds enige tijd een vriend. Nee, een geliefde. ‘Eerst was het gewoon vriendschap. Hij zag dat ik voortdurend mijn gevoelens onderdrukte. Als mijn vader weer eens iets achterlijks zegt of doet, begrijpt hij hoe ik daarmee kan zitten.

‘Een jaar terug ging ik op ski-vakantie. We hadden nog niet echt verkering. Na terugkomst hoorde ik dat hij aan het daten was met een ander. Ik dacht: neeneenee, dat gaan we niet doen, jongen. Híér! Een maand later hadden we een relatie. Het tekent dat ik me zekerder voel. Terwijl ik rondloop met absurde zorgen: als we trouwen, wil ik tevoren afspraken maken over de scheiding, en hoe we het dan met de kids doen. Beetje vroeg.’

Wat haar ergert, is dat haar ouders hun voortwoekerende strijd (en de onderlinge radiostilte die daarvan deel uitmaakt) laten prevaleren boven de zorg voor hun kroost. ‘Ze slaagden er niet eens in om een zorgplan op te stellen voor dat verstandelijke beperkte broertje. Daar was een voogd voor nodig. Mijn ouders gedragen zich zo kinderachtig dat ik me vaak de echte volwassene voel.’

Tip van Isabelle: ‘Consultatiebureaus moeten een bewustwordingscampagne starten, gericht op mensen met een kinderwens: als je daaraan begint, kun je het beste tevoren een ‘oudertestament’ opstellen waarin staat hoe het gedeelde ouderschap er na een scheiding uit komt te zien.’

null Beeld  Inez van Vuren
Beeld Inez van Vuren

Om privacy-redenen zijn de namen van de geïnterviewden fictief. Hun echte namen zijn bij de redactie bekend.

Eenderde huwelijken strandt

Ruim eenderde van de huwelijken en geregistreerd partnerschappen in Nederland loopt uit op een scheiding. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek ging het in 1995 om 31,7%. Sindsdien is het percentage gestegen naar 36,7 (2019). Jaarlijks krijgen 86 duizend kinderen te horen dat hun ouders uit elkaar gaan.

Circa een op de vijf keer betreft het een ‘complexe conflictscheiding’, meldt De Rechtspraak, een website van rechtbanken en gerechtshoven. De term ‘vechtscheiding’ raakt in onbruik, omdat die voor veel van de kinderen die hiermee te maken krijgen (naar schatting 16 duizend per jaar) te beladen is. ‘Jongeren die worden blootgesteld aan een langdurige en heftige ouderlijke strijd lopen het risico op blijvende schade’, constateert De Rechtspraak.

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden