InterviewPieter Drinkwater

‘Dit boek is een monumentje voor de verdwijnende correspondent, die met een literaire kijk op de wereld’

Al jong wilde Pieter Waterdrinker ( 52 ) 'het leven in', daar zijn waar het gebeurt. Met de vestiging in Rusland lukte dat. Het land en zijn inwoners passen de journalist- schrijver beter dan Nederland.

Sara Berkeljon

U twitterde laatst een foto van uw brievenbus in Moskou, waar 'NAVO' op was gekalkt - een regelrecht dreigement. Hoe kun je je ergens thuisvoelen waar zoiets gebeurt?

Pieter Waterdrinker: 'Dat was een schok. Een persoonlijke tragedie. Ik zit daar al achttien jaar, van de negen boeken die ik heb geschreven, gaan er zeven over Rusland. Dat kun je alleen maar doen als je ontzettend veel van dat land houdt.'

Het voelde oneerlijk dat juist bij u zoiets op de brievenbus werd geschreven.

'Ja, ik geef mijn hele leven en krijg er een klap voor terug. Laten we wel wezen, op die brievenbus staat: hier woont een buitenlander, de vijand, een spion van Amerika. Het erge is dat je niet weet wie het heeft gedaan. In het lulligste geval is het iemand uit het portiek. Maar dat is ook al erg. Het past in de teneur van de hedendaagse propaganda. Op de Krim werd ik voor het eerst echt vijandig bejegend; inmiddels is het in Oekraïne bijna levensgevaarlijk. Je komt uit het Westen dus je zal wel worden betaald door de Amerikaanse overheid. Heel treurig.'

Doet het iets af aan uw liefde voor Rusland?

'Door een masochistisch element wordt elke liefde intenser, toch? Ha, ha! Nee, ik ben teleurgesteld, verdrietig. Over het nationalisme, over hoe mensen tegen elkaar worden opgezet, hoe de haat wordt aangewakkerd. Die klootzak van een Wilders doet precies hetzelfde. Het is allemaal hetzelfde smerige virus, en dat 'NAVO' op mijn brievenbus is er een directe afgeleide van.'

Waterdrinker is een week in Nederland voor de presentatie van zijn negende boek, De correspondent, een reeks verhalen over zijn belevenissen in het moderne Rusland. Over die keer dat de KGB een poging deed hem te ronselen op Rhodos, over zijn Russische schoonfamilie, over de oorlog in Georgië, de dood van de Nederlandse cameraman Stan Storimans en over de mooie Russische vrouwen.

Het is een afsluiting, hierna wil hij geen boeken meer over Rusland schrijven, zegt Waterdrinker. Maar uit het land is hij voorlopig nog niet weg. Zijn vrouw Julia, met wie hij al 22 jaar samen is, woont in Sint-Petersburg; hij pendelt tussen haar appartement en dat van hem in Moskou. En hij werkt er nog steeds als correspondent voor De Telegraaf en Vrij Nederland, zijn voornaamste bron van inkomsten. Julia heeft hij door de Oekraïne-crisis de afgelopen maanden nauwelijks gezien. Hij vertrekt al bijna weer naar Slavjansk. Zuchtend: 'Niet prettig, nee, maar dat moet ik misschien niet zeggen.'

De titel van zijn boek, De correspondent, is een statement. 'Het correspondentschap, zoals ik dat beoefen, wordt bedreigd. Als je hebt gestudeerd, een beetje kunt schrijven en je papa heeft geld om je een jaartje naar Rome te sturen, betekent het nog niet dat je een goede correspondent bent - en toch worden dit soort inwisselbare freelancers in dienst genomen, overal, over de hele linie. Kennis, eruditie en levenservaring worden niet meer gewaardeerd. Dit boek is een monumentje voor de verdwijnende correspondent, die met een literaire kijk op de wereld.'

Pieter Waterdrinker

Pieter Waterdrinker werd in 1961 geboren in Haarlem en groeide op in een familiehotel in Zandvoort. Hij studeerde Russisch, Frans en Nederlands recht aan de Universiteit van Amsterdam.

Na zijn studie werkte en woonde hij in Spanje en daarna in Oost-Europa, waar hij reisleider was. In 1996 vestigde hij zich permanent in Rusland. Hij is correspondent voor De Telegraaf en Vrij Nederland en publiceerde negen boeken, waarvan zeven over Rusland. Zijn laatste boek, de literaire autobiografie De correspondent, verscheen vorige week.

Waterdrinker woont samen met de Russische kookboekenschrijfster Julia Klotchkova, afwisselend in Moskou en Sint-Petersburg.

Waterdrinker logeert in het appartement van zijn broer, op de tiende verdieping van de hoogste flat in Zandvoort, 'met het mooiste uitzicht van Nederland'. Even daarvoor zijn we met een omweg van het station naar de flat gewandeld, langs de plek waar ooit het familiehotel van zijn ouders stond. Inmiddels is er een speelhal en bioscoop met de naam Circus Zandvoort verrezen - Waterdrinker kijkt met afschuw naar de gevel. Niets herinnert meer aan vroeger, zegt hij, toen zijn ouders nog leefden en het leven nog veilig was. Niets, behalve die kastanjeboom dan. Ooit bleef zijn modelvliegtuigje erin hangen; hij had er erg om gehuild.

Rusland is zijn grote liefde, eigenlijk al sinds hij als 15-jarige Eerste liefde van Toergenjev las. 'Daar was ik volstrekt door van slag. Het was de eerste roman die ik las - we hadden geen boeken thuis - en het was als thuiskomen. In dat boek ging het er heel anders aan toe dan op de middelbare school in Haarlem. Daar waren geen donkergelokte Natasja's, geen koetsen, geen kersenboomgaarden, geen bediendes en paleizen. Ik wilde in die romantische wereld stappen. Ik wist toen nog niet dat literatuur en werkelijkheid eigenlijk iets anders zijn, al liggen ze nergens zo dicht bij elkaar als in Rusland.'

Waterdrinker ging Russisch studeren omdat hij de grote Russen in hun eigen taal wilde kunnen lezen. Dat kon hij na een paar jaar, waarop hij overstapte naar een studie rechten. 'Ik wilde het leven in, en het afmaken van een studie voelde als een verplichting, temeer omdat mijn vader een heel intelligente man was. In de Tweede Wereldoorlog is hij door de Duitsers in zijn been geschoten, waardoor hij nooit heeft kunnen studeren - lang verhaal.'

Zoals wel meer bij Waterdrinker een lang verhaal is. Of, zoals hij zelf zegt: 'Ik ouwehoer wel door, maar misschien is het handig als jij wat vragen stelt.'

Na zijn afstuderen werkte hij als animator in een resort op de Canarische Eilanden. 'Het is niet belangrijk, maar ik vertel het maar gewoon. Stond ik ineens in een hawaïrokje mensen in vijf talen te vermaken.' 'Goedenavond dames en heren', zegt Waterdrinker in het Spaans en ter demonstratie daarna ook in het Frans, Duits en Engels.

Van het overnemen van het Zandvoortse familiehotel was nooit sprake, zegt hij. 'Het was toen ik jong was al verouderd. Mijn ouders waren anti-ondernemers. Als de gasten maar blij waren, de rest maakte niks uit. Ze waren te goed, ook voor het personeel, en daar zijn ze zakelijk aan kapot gegaan. Steeds slechter ging het, daar heb ik veel verdriet van gehad. Ze zijn nu tien jaar dood en ik heb er nu vrede mee. Omdat ik over mijn ouders in ieder geval wel kan zeggen dat het goede mensen waren.'

In de jaren tachtig kwam Waterdrinker als reisleider in de toenmalige Sovjet-Unie terecht. 'Ik keek jaloers naar schrijvers die op historische momenten ergens waren. Ja, in de Weimarrepubliek in de jaren dertig, daar had ik ook wel een roman kunnen schrijven! Het leven in Nederland vond ik saai, ik wilde dingen meemaken waarover ik kon schrijven. Je hebt schrijvers die het fantastisch vinden hoe een grijze wolk boven een polder hangt. Daar heb ik nooit iets van begrepen.'

In de uiteengevallen Sovjet-Unie had hij zijn historische omgeving gevonden. 'Ik heb veel van die oligarchen, de miljardairs, vanaf het begin meegemaakt. Ze kwamen een tientje lenen of ze vroegen of ik een spijkerbroek voor ze uit Nederland wilde meenemen, want er was niks in de Sovjet-Unie, niks, niks, niks. Geen koek, geen wc-papier, het was één grote, grauwe ellende. Poetin is opgegroeid in armoede, tussen de ratten en kakkerlakken, om de hoek bij waar mijn vrouw woont. In mijn roman Lenins balsem beschrijf ik de periode van na de val van de USSR - als je iets van Rusland wil begrijpen, zou je het eigenlijk moeten lezen.'

Voelt u zich meer thuis in Rusland of in Nederland?

'Daar. Je mag het niet zeggen, want het wordt verkeerd opgevat en arrogant gevonden, maar ik ben erg graag níét in Nederland. Ik hou van het klimaat in Moskou, de warme zomers en de koude winters. Alles is er intenser, de menselijke emoties zijn extremer. Hier moet je alle zeilen bijzetten om het drama van het bestaan te zien, in Rusland krijg je de pareltjes gratis. In Moskou heb je hypermoderne nachtclubs en winkelcentra, maar na een uur met de trein sta je in de 19de eeuw tussen de tandeloze mensen. Ik zeg niet dat het goed is, maar het geeft dynamiek aan het bestaan.'

In het moderne Rusland, zoals u het in dit boek beschrijft, gaat het vooral om geld en mooie vrouwen. Eens?

'Jij leest het met de blik van een vrouw. Zo leest mijn eigen vrouw het trouwens ook, ha, ha! Maar dat valt toch wel mee?'

U schrijft over vrouwen die zich in ruil voor een auto, appartement en 10 duizend dollar per maand verkopen als exclusieve maîtresse aan zakenmannen. De normale gang van zaken.

'Ja, dat is in Rusland absoluut gebruikelijk. De man-vrouwverhoudingen zijn daar sowieso anders dan hier. In de Sovjet-Unie moesten vrouwen op steigers staan, zwaar werk doen. Na de val waren ze blij dat dat voorbij was. Vrouwen gingen zich hyper-vrouwelijk gedragen en koketteren met hun vrouwelijkheid - nergens ter wereld zijn zo veel schoonheidssalons als in Moskou. Twee keer per week naar de manicure is normaal. Net als, in zekere zin, onderdanigheid tegenover mannen. Ik ken een hersenchirurg die aan mij vraagt of ik haar tas wil dragen, want zij is, zegt ze, van het zwakke geslacht. Heb je dat een Nederlandse intellectuele vrouw ooit horen zeggen?'

En waarom zijn er zo veel hoeren?

'Traditioneel is er in Rusland al eeuwen een vrouwenoverschot, door alle oorlogen. Na de Tweede Wereldoorlog stonden vrouwen in heel Rusland in de rij om gedekt te worden door een man, want dan hadden ze tenminste een kind. Als je op je 23ste nog alleen was, was je een ouwe vrijster - en dat geldt nog steeds, want zoiets wordt doorgegeven van generatie op generatie. In Rusland is het voor veel vrouwen zonder opleiding uit de provincie kiezen of delen: werken in een winkelcentrum voor 500 euro per maand, of, als je er goed uitziet, het aanleggen met rijke mannen. In Rusland is het onder de rijken heel normaal om zo'n meisje mee te nemen naar Nice of Toscane. Veel meiden vallen daarvoor en dat begrijp ik wel.'

Is het moeilijk om in Rusland een huwelijk in stand te houden? U bezoekt voortdurend bordelen en nachtclubs.

'Hoe kom je erbij dat ik elke avond in een bordeel zit? Ik ben geen sekstoerist. Maar soms ben ik daar, gewoon, gezellig, omdat het een fascinerende wereld is en omdat het bij het leven in Rusland hoort, niet om van bil te gaan. Ik sta hier niet alleen in, lees Guy de Maupassant maar. Ik gebruik het voor mijn literatuur. Victoria Koblenko, die ik al lang ken, kwam eens bij mij in Moskou en wilde naar stripclubs. Nou, goed, al vind ik er zelf geen bal aan. Geweldig vond ze het. In Amerika mag je de strippers niet aanraken, maar in Rusland word je juist geacht overal te grijpen, anders zegt zo'n meisje: waarom grijp je me niet, ben ik niet goed genoeg? Raar, ja. Maar in Rusland is het een feit des levens.'

Zijn Russische vrouwen aantrekkelijker dan Nederlandse vrouwen?

'Zoiets kun je niet zeggen. Maar grosso modo hebben zij meer besef van de tragedie van het bestaan. Dat hebben sommige Nederlandse vrouwen beslist ook, maar minder. In Rusland zit de geschiedenis de mensen nog steeds op de hielen.'

U legt grote nadruk op uw schrijversschap. Correspondent bent u, lijkt het, een beetje tegen wil en dank.

'Dat niet, maar het is zeer zwaar, ook fysiek. Door mijn werk als correspondent heb ik Rusland leren kennen. Zonder die kennis had ik mijn romans nooit kunnen schrijven. Ik publiceer iedere twee jaar een boek, naast mijn journalistieke werk. Als je dat wilt doen, moet je discipline hebben en hard werken. En ik kan niet 's avonds schrijven, want dan drink ik. Een dag heeft 24 uur: acht uur slapen, acht uur werken, acht uur drinken. Dat was overigens een grapje.'

U werkt als journalist nauwelijks van achter uw bureau.

'Nee, want weet je waar de journalistiek aan kapot gaat? Aan het overdocumenteren. Een voorbeeld: een journalist moet een verhaal maken over mozzarella. De journalist van nu print en leest alle artikelen uit die hij maar kan vinden over mozzarella. Voor hij naar Italië vertrekt heeft hij het verhaal al compleet, hij heeft alleen nog een quootje en een sfeertekening nodig. Dat is de dood van de journalistiek. De primaire waarneming moet vooraf gaan aan alles, want het leven is grillig. Ik ga ergens heen en ik zie wel. Al ga ik hier dit klotedorp in, dan kom ik nog met een verhaal thuis.'

U gaat dus niet weg uit Rusland om met uw vrouw een hotelletje te beginnen in Frankrijk?

'Dat kan niet. Ik heb alles uitgerekend en we zouden niet rondkomen. Het liefst zou ik louter romans willen schrijven. Dat zou kunnen als mijn boeken goed zouden verkopen. Maar inmiddels weet ik dat de intrinsieke waarde van een boek niets te maken heeft met de verkoopcijfers. Ik heb altijd goede recensies gehad, er zijn vertalingen, ben vaak genomineerd, de filmrechten zijn verkocht, ik was driekwartier op televisie bij de Russische Adriaan van Dis, er wordt een opera van een van mijn romans gemaakt...'

Dan gaat de bel drie keer, het is Julia. Al doorpratend doet hij open. 'Ik heb over waardering niet te klagen, hoor. En ik verkoop best redelijk, een paar duizend exemplaren per boek. Ik wil absoluut niet klagen, echt niet, maar het was en is hard werken. Ik ben de afgelopen weken in Donetsk geweest, in Slavjansk, in Riga, in Moskou, in Sint-Petersburg, nu hier, en maandag moet ik weer terug - het is leuk, maar eigenlijk ook niet.'

U zei ooit, schreef Derk Sauer in zijn column in Het Parool: 'De grachtengordel moet me niet, omdat ik voor De Telegraaf werk.'

'Het klinkt als geklaag, maar het is een even treurig als objectief feit. Ik heb het mezelf als schrijver zeer moeilijk gemaakt. Ik heb negen boeken geschreven, ik schrijf voor Vrij Nederland en ik schrijf voor De Telegraaf. Ik lach om mensen die zichzelf op de borst kloppen met het begrip kwaliteitsjournalistiek. Als je voor De Telegraaf werkt, hoor je kennelijk nog steeds in een bepaald vakje. Weet je waarom ik voor De Telegraaf schrijf? In ons familiehotelletje lag die krant.

Mensen zoals mijn ouders zijn de ruggegraat van het land. Toen ik in Amsterdam ging studeren, las ik de NRC en de Volkskrant, wat als een soort verraad voelde. Ik ben voor De Telegraaf gaan werken om zo goed mogelijk over Rusland te kunnen schrijven voor de mensen zoals mijn vader en moeder. Dat is mijn bijdrage aan de verheffing van het volk. En dat heeft me eigenlijk literair de kop gekost. Want sommige mensen denken: o, het is er zo eentje.'

U zou nog steeds liever voor De Telegraaf schrijven dan voor bijvoorbeeld NRC Handelsblad?

'Ik ben vorig jaar door de Volkskrant gevraagd en ik heb nee gezegd. Voor mijn ouders maakt het niets meer uit, want die zijn dood, en voor mij eigenlijk ook niet. Ik heb met mijn boeken over Rusland elke journalist van de kwaliteitspers en van welke pers dan ook mijn achterlichten laten zien.'

Er zit Waterdrinker nog iets anders dwars. Na het verschijnen van zijn debuut, Danslessen (1998), werd hij tot aan de Hoge Raad vervolgd wegens antisemitisme. Een uitspraak van een van de personages in het boek werd gelijkgesteld met de opvattingen van de auteur. Een absurde vermenging van feit en fictie, maar de schrijver werd niettemin pas door de hoogste rechter van alle blaam gezuiverd. Het is een open wond.

'Een schandvlek voor de Nederlandse rechtspraak. Zo wordt het inmiddels ook beschouwd, maar dat maakt niet uit, want als je zoiets over iemand leest, denk je: die vent deugt niet. Er heeft van het begin af aan een doem over mijn schrijversschap gehangen. Die beschuldiging was een bijlslag door mijn hart en ziel. Mijn ouders, die lieve mensen, waren trots dat hun zoon een boek had geschreven. Maar op 4 mei in de kerk werd er door de burgemeester gezegd dat er opgepast moest worden, want types als Waterdrinker waren nog steeds onder ons!'

Zijn literaire werk staat erboven, herhaalt hij nog maar eens. Want mensen verdwijnen, boeken blijven. 'Er is zo veel slechtheid in de wereld, zo veel inherente slechtheid, zoals nu ook weer in Oekraïne. Maar hoewel ik weet dat het leven dikwijls beroerd is, dat er oorlogen zijn en dat er ziekte is, ben ik nog steeds zo naïef dat ik toch weer achter mijn schrijftafel ga zitten om vorm te geven aan de schoonheid van het bestaan.'

De Rusland-boeken

Pieter Waterdrinker schreef tot nu toe negen boeken, waarvan zeven over Rusland. Naar eigen zeggen blijft het daarbij, wat betreft de boeken over Rusland.

Kaviaar en ander leed (2000), korte verhalen Liebmans ring (2001), roman

Een Hollandse romance (2003), roman

Montagne Russe (2007), verhalen

De dood van Mila Burger (2010), roman

Lenins balsem (2013), roman

De correspondent (2014), net verschenen, literaire autobiografie over Waterdrinkers eigen belevenissen in het moderne Rusland. Hij blijft in het land wonen maar wil er na De correspondent geen boeken meer over schrijven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden