InterviewMarleen Stikker

‘Digitale Stad is eerste succesvolle telematica-project in Nederland’

Vraag naar de reden waarom de bekendheid van Internet in Nederland vorig jaar zo plotseling doorbrak, en Marleen Stikker zal antwoorden: de start van De Digitale Stad Amsterdam.

'Dat publieke domein, interesseerde me', zegt ze enkele dagen voor de presentatie van het Handboek Digitale Steden, de schriftelijke weerslag van een jaar ervaring met de Digitale Stad. Een boekje dat is bestemd voor de vele navolgers van het Amsterdamse experiment.

Uit 'Europese eigenwijzigheid' werd eind 1993 een eigen vorm bedacht voor de Free-nets: De Digitale Stad, een metafoor die inmiddels zijn kracht heeft bewezen, meent Stikker. 'Het beeld dat je ermee oproept is voor de meeste mensen duidelijk. Het is immers net zoiets als een gewone stad. Je kunt er naar het postkantoor (om e-mail, elektronische post op te halen en te verzenden), je kan naar het stadhuis om bestuurlijke informatie te bekijken, je neust eens wat rond op het plein en je kan met anderen praten in het café. Daar hoef je niet veel bij uit te leggen.'

Aanvankelijk was de virtuele stad bedoeld als experiment voor tien weken rond de verkiezingen. De gemeente leverde - naast subsidie, samen met het ministerie van EZ en Binnenlandse Zaken - informatie uit bestanden die aanvankelijk alleen voor publieksvoorlichters, ambtenaren en een handjevol raadsleden beschikbaar waren. Daarnaast zochten de initiatiefnemers contact met kunstenaars, uitgevers en allerlei instellingen. Stikker, moest als 'burgemeester' van de stad 'tot vervelens toe uitleggen waar we mee bezig waren, en wat dat dan wel voorstelde'.

Toen op 15 januari 1994 De Digitale Stad openging, stonden er elektronische files voor de poort. In de stad waren de modems niet aan te slepen, en ondanks de aanleg van steeds meer telefoonlijnen, was het niet te voorkomen dat gebruikers soms tientallen moesten bellen om naar binnen te kunnen. Door overvloedige aandacht van de media ('journalisten hadden nu eindelijk een metafoor gevonden om uit te leggen wat dat Internet betekende') meldden zich in tien weken tijd liefst 13 duizend digitale stadsbewoners. De bestuurlijke informatie van de gemeente werd in tien weken negenduizend keer geraadpleegd, vermoedelijk meer dan in de tien jaar daarvoor.

'Toen de tien weken ten einde liepen, merkten we dat mensen er net aan begonnen te wennen. Die incubatietijd hebben we wat onderschat. Sommigen hadden zich er net lekker genesteld, en dachten er niet aan te vertrekken. Dus terwijl de auto al reed, hebben we er een structurele invulling aan gegeven. Je moet niet vergeten dat we bezig waren met het eerste echt succesvolle telematica-project in Nederland. Ik denk dat het komt omdat dit geen technology driven-project is. Wij gaan uit van de inhoud, en mensen zien dat.'

De komende jaren zal het gratis toegankelijk project worden voortgezet. De kosten worden voorlopig nog door subsidies gedragen, maar bedrijven en instellingen, zoals de Belastingdienst die betaalt voor het eigen loket, zullen een deel van de kosten dragen. 'Een winkelcentrum wil ik in de toekomst niet uitsluiten, winkels horen er tenslotte ook bij. Ik denk bijvoorbeeld aan een restaurant wat het menu van de dag laat zien, en waar je via de Stad kan reserveren, of aan een slager en een pizzatent.'

'We hebben met vallen en opstaan geleerd dat mensen zich via zo'n medium heel anders uitdrukken. Soms werd in discussie een taal gehanteerd waarvoor je in het café op je gezicht zou zijn geslagen. In de discussiegroep over de multi-culturele samenleving hanteerde iemand termen waarmee je naar de politie zou lopen als dat bij je op de deurmat valt. We hebben niet ingegrepen, want je merkte dat mensen met hem in discussie zijn gegaan over zijn gedrag en zijn uitspraken. Je zag dan ook dat 'ie is bijgetrokken. Er ontstond communicatie die wat verder ging dan de klassieke tegenstelling tussen racisten en anti-racisten.'

Over de invloed op het stadsbestuur maakt Stikker zich weinig illusies. 'Het is nog een vrij onbekend medium, politici en ambtenaren weten niet wat ze eraan hebben. Wat is nu de status van de discussies die er plaatsvinden. Is het inspraak? Wie doen er aan mee?'

Voorlopig is de stad nog niet af. 'Ik zou graag de arbeidsbureaus aansluiten. On line naar vacatures zoeken bijvoorbeeld. Of gezondheidscentra, informatie over ziekten en medicijnen, en discussiegroepen over ziekten en hun behandeling. Lijkt me geweldig.'

Ook aan de samenstelling van de bevolking mag wel wat veranderen; het merendeel van de bewoners zijn mannen tussen de 18 en 30 jaar. 'We willen streven naar digitale voorposten. Vrouwen bij vrouwencentra en andere plaatsen waar veel vrouwen komen. Daar willen we vertellen wat vrouwen er aan kunnen hebben. Vrouwen zijn er best in geïnteresseerd, maar ik merk dat zo'n stad een relatie moet hebben met het dagelijkse leven, anders blijft het iets van toys for boys.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden