Je kunt het maar één keer doen

‘Die val is hem fataal geworden’

null Beeld Krista van der Niet
Beeld Krista van der Niet

De dood kunnen we niet ontlopen. Afscheid ­nemen van het leven kan op veel ­manieren. Hoe je het doet, maakt nogal wat uit. In deze serie spreekt ­Barbara van Beukering ­nabestaanden over het stervensproces van hun dierbaren.

Frans de Jong (64, ict-manager) overleed op 26 april 2018 aan asbestkanker. Hij was bijna dertig jaar getrouwd met Anna Pehar (60, organisatie-adviseur internationaal onderwijs).

Anna: ‘Ik kom oorspronkelijk uit Kroatië, ben in Zweden opgegroeid en naar Nederland gekomen om taalwetenschappen te studeren. Ik gaf als bijbaantje Spaanse les voor bedrijven. Frans was door het bedrijf waarvoor hij werkte naar Spaanse les gestuurd. Ik was zijn lerares. Frans had geen talenknobbel, met dat Spaans van hem is het nooit wat geworden. Met ons wel. Hij was een ontzettend grappige man, met een enorme dosis Rotterdamse humor. Tegelijkertijd was hij ook een mopperkont. Bij hem was het glas vaak half leeg, bij mij altijd half vol. We waren complementair, maatjes, we hielden elkaar in balans.

Er waren helemaal geen tekenen. Frans was een sportieve man die goed op zijn fysieke conditie lette omdat hij erfelijk belast was met suikerziekte en hoge bloeddruk. Hij sportte elke dag, lette op zijn voeding. Hij wilde niet eindigen zoals zijn broer, in een rolstoel met een geamputeerd been. Daar was hij als de dood voor. Vanwege die erfelijke belasting had hij controles. De verpleegkundige zei tijdens een routinecontrole in december dat hij een heel hoge hartslag had, ze mat 220. Naar aanleiding daarvan adviseerde de huisarts voor de zekerheid een longfoto te laten maken. Het bleek dat zijn linkerlong compleet onder water stond. In het ziekenhuis werd er 1,5 liter vocht uitgetapt, een Spa-fles vol. Hoewel we niet wisten wat de oorzaak was, vroeg de dokter of Frans weleens met asbest had gewerkt. Dat had hij nooit gedaan, maar hij had veel geklust, hij zal heus wel ergens een vloerbedekking hebben losgetrokken die gevoerd was met asbest.

Anna en Frans Beeld privé
Anna en FransBeeld privé

Op 18 februari, dat staat in mijn geheugen gegrift, kregen we de uitslag. Frans was er toen al van overtuigd dat het echt niet goed zou zijn, dat had misschien te maken met zijn het-glas-is-half-leeg-karakter. Ik leefde nog in de veronderstelling dat het alles kon zijn. Het woord asbestkanker was gevallen, maar ik ben niet het type dat meteen gaat googelen. Je wordt alleen maar ongeruster terwijl je nog niks weet. Maar het was inderdaad mesothelioom, asbestkanker. Asbestkanker zit niet in de longen zelf maar in het vlies dat eromheen zit, en het groeit van je longvlies in je buikvlies. Onze huisarts beschreef het als een speklaag, die eerst heel dun is maar steeds dikker wordt, zodat hij al je organen verdringt. In tegenstelling tot veel andere kankers, zaait deze niet uit. Het is wel een ongeneeslijke vorm van kanker. Artsen vermoedden dat Frans nog een paar maanden tot een jaar had.

Vanaf dat moment ging het helemaal niet goed. Frans kreeg hoge koorts en had verschrikkelijk veel pijn. De morfinepleisters hielpen voor geen meter. We hadden een afspraak in het Erasmus MC met een in asbestkanker gespecialiseerde oncoloog om te kijken wat er nog mogelijk was. De scans uit het streekziekenhuis namen we mee. Toen de arts de scan die een week ervoor was gemaakt in de computer stopte, was hij lange tijd stil. Hij draaide zich om en zei: ‘Reken maar op weken.’ Een behandeling was niet meer mogelijk, pijnbestrijding was wat ons restte.

Frans wilde absoluut niet in het ziekenhuis sterven, dus werd thuis alles geregeld; ziekenhuisbed, thuiszorg, morfinepomp, verpleegkundige en nachtzusters. In de drie weken die erop volgden knapte hij enorm op. De medicatie werkte goed, hij kreeg veel bezoek en daar genoot hij van. Veel mensen vroegen of hij niet wilde weten waar die asbestkanker vandaan kwam, maar dan zei hij: ‘Wat heeft het voor zin om dat te weten? Ik ga dood, klaar.’ Wij waren niet bang om te praten over de dood. We hadden alle twee een schurfthekel aan lopendebanduitvaarten. Frans wilde ook geen kraai. Ik kon me nog een advertentie van een uitvaartverzorger uit de Hoeksche Waard herinneren met de slogan: ‘Omdat het ook anders kan’. Ik stuurde een mailtje en de volgende dag stond Robert op de stoep. Een krullebol in een rode spijkerbroek met Happy Socks. Het tegenovergestelde van een uitvaartverzorger. Het klikte meteen. Hoewel het heel raar is om naast je man te zitten om zijn uitvaart door te nemen, hadden we een gemoedelijk gesprek. Frans was heel uitgesproken. Vantevoren had-ie gezegd dat hij de goedkoopste kist wilde, want hij zou toch in de fik gaan. Maar bladerend door het boek stuitte hij op een moderne zwarte hoogglans kist die hij erg mooi vond. Robert zei dat hij niet wist wat de kist kostte, maar dat het zeker niet de goedkoopste was. Hij vroeg wat voor handgrepen Frans erop wilde hebben. Frans keek hem aan en zei ironisch: ‘Handgrepen? Het is toch geen keukenkastje?’ Robert kwam met de tip om een rouwfotograaf te huren omdat het zijn ervaring was dat mensen het heel troostrijk vinden om achteraf een fotoboek te hebben. Frans vanuit zijn bed: ‘Wat kost dat?’ Robert antwoordde: ‘750 euro’. Frans proestte het uit en zei: ‘Dat gaan we dus niet doen, veel te veel geld!’ Waarop ik zei: ‘Dan heb jij lekker pech, want daar ga jij helemaal niet over, jij bent er dan niet meer.’

De volgende ochtend wilde Frans zelf zijn bed uitstappen om naar het toilet te gaan. Hij was enorm verzwakt en kon de badkamer niet meer bereiken zonder ondersteuning van de thuiszorg. Ik had een toiletstoel laten bezorgen maar die was niet geschikt, hij kon er niet fatsoenlijk op zitten. De thuiszorg was er nog niet en Frans was eigenwijs dus hij wilde per se zelf naar het toilet. Terwijl we samen naar de badkamer liepen, ging hij plotseling onderuit. Ik was niet sterk genoeg om hem vast te houden. Hij viel heel lelijk, kwam in een onnatuurlijke houding op de badkamervloer terecht. Het was traumatisch. Toen de hulptroepen gearriveerd waren, hebben we hem gezamenlijk omhooggetakeld en in bed gelegd. De huisarts zei: ‘Ik moet hem nu sedatie geven, want zijn hart trekt het niet meer.’ Ik vroeg: ‘Frans, heb je gehoord wat de dokter zei?’ Zijn ogen gingen wagenwijd open en hij zei: ‘Ja, maar ik wil nog van een paar mensen afscheid nemen.’ De arts legde uit dat hij hem nu wel een spuit moest geven, maar dat hij het deed met de intentie Frans tot rust te brengen en dat hij weer wakker zou worden. Ik vroeg de arts om in verband met het infuus eerst zijn horloge af te doen. Frans zei: ‘Pas je op? Straks pikt de huisarts ’m, want hij is net zo dol op horloges als ik.’ Toch nog een grapje op het eind.

’s Avonds lag Frans nog steeds rustig te slapen. Terwijl ik samen met de thuiszorg zijn pyjamajasje aan het vervangen was, hoorde ik dat het niet goed ging met zijn ademhaling. De thuiszorg liep de kamer uit om de huisarts te bellen en binnen een paar minuten is Frans gestorven. Abrupt, zonder afscheid te nemen.

Die val is hem fataal geworden. Ik heb er een enorm trauma aan overgehouden, ik kon de badkamer niet meer in. Ik heb EMDR-therapie gehad om de beelden kwijt te raken. Het was een mensonterende manier van sterven, terwijl daarvoor alles juist zo goed ging. Als die postoel verdikkeme had gewerkt, was het niet gebeurd.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden