ColumnIbtihal Jadib

Die piepkleine vijver blijkt meer uitheemse soorten te herbergen dan ik dacht

Ibtihal Jadib Beeld
Ibtihal Jadib

Ze belde op een middag aan, een sportief uitziende vrouw met vriendelijke ogen; of ze even bij ons in de tuin mocht rondkijken. Al wandelend door de straat had ze namelijk de roep gehoord van de vroedmeesterpad en nu wilde ze graag weten waar die zijn residentie had. Was er misschien een vijver in onze tuin? We knikten, al is het meer een schoteltje water, veel stelt het niet voor. Maar door het bakstenen muurtje eromheen heeft onze mini-vijver de uitstraling van een wensput, de kinderen hangen geregeld over de rand te kijken naar de beestjes. De biologe, want dat bleek de mevrouw te zijn, begon te glinsteren. ‘Beestjes, zei u?’ ‘Ja, het zit vol met salamanders en vorige week heb ik nog een kikker gezien, of een pad misschien, ik weet het verschil niet, sorry, maar goed eh... zo’n beestje dus. Hij had allemaal gele bolletjes op z’n poten.’ Ze straalde. ‘Gele bolletjes? Dat zijn de eitjes!’ Verrukking alom.

We zijn inmiddels een paar weken en diverse Freek Vonk-achtige scènes verder, want die piepkleine vijver blijkt een soort Museumplein te zijn op Koningsdag. Pre-corona dan. Het krioelt er van het leven. De biologe kon haar geluk niet op en heeft dna-monsters afgenomen om de populatie in kaart te brengen van haar vroedmeesterpad. Dat is trouwens een verdwaalde Limburger; oorspronkelijk komt het beestje niet voor in de rest van Nederland. Toch leuk, om bezoek te mogen ontvangen uit de andere kant van het land. Ik heb overigens diepe sympathie ontwikkeld voor het diertje, want hij hanteert een eenzijdige taakverdeling binnen het gezin. Het vrouwtje doet weinig meer dan eitjes leveren. Na de daad gaat ze ervandoor om, gewoon, dingen te doen waar ze zin in heeft. Ondertussen blijft het mannetje zich wékenlang bekommeren om de bevruchte eitjes die hij behoedzaam op z’n achterpoten draagt, net zo lang tot de larven op het punt staan om uit te komen.

Als dat moment is aangebroken, zoekt de trotse vader het water op waarin hij z’n nakomelingen laat zakken. Moet u zich voorstellen: zo’n beestje loopt dag en nacht te torsen met dat gewicht op z’n rug, zoekt telkens weer een veilig heenkomen terwijl het springen hem moeizaam vergaat, met die kostbare eitjes. Ik hoop van harte dat de vrouwtjes-vroedmeesterpadden nederig inzien wat voor opoffering hun mannen maken en dat ze niet, bijvoorbeeld, geërgerd achteromkijken met een blik van: ‘Zeg, misschien kun je even wat hárder lopen. Allemaal leuk en aardig, dat getut met jóúw kinderen, maar ik sta hier ontzettend geniale dingen te doen.’ En dat die mannetjespadden daar dan nauwelijks iets op kunnen zeggen zonder door de vrouwtjes te worden weggezet als ordinaire zeiklullo’s. Het zou zomaar kunnen, de natuur is meedogenloos.

De salamanders bleken trouwens een andere, eigen bioloog nodig te hebben, waardoor we laatst twéé stralende wetenschappers in de tuin hadden. Als kinderen in een snoepwinkel stonden ze te kijken naar het wonder, want naast die pad ontdekten ze drie soorten salamanders, waaronder de kennelijk zeldzame vinpoot. Ook die beestjes werden met een wattenstaaf gekieteld voor dna-afname en hebben braaf een fotoshoot ondergaan om gevierd te worden in een wetenschappelijk tijdschrift. Die tweede bioloog vertelde me trouwens dat het allemaal uitheemse soorten waren. Ik heb mijn man er toen op gewezen dat hij veel meer allochtonen huisvest dan hij dacht. Daar schepte ik een groot genoegen in, dat zal ik eerlijk toegeven.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden