Column Peter Buwalda

Die Branco, geen idee natuurlijk, maar zijn voornaam klinkt niet vrijgevig

Op Amsterdam Sloterdijk ging een bellende vrouw achter me zitten, ze was al een paar weken niet meer gaan werken, zei ze in haar telefoon. Ze had ruzie gemaakt met ‘hoe heet die, die kleine, die bakra. Nee, niet hij. De korte. Ik ga echt nooit meer werken, daar. Dus heb ik gewoon geen geld, snap je?’

Wilt u dit verhaal liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie:  

Snapte ik wel, ja. Maar wat nu?

‘Ik leen’, zei ze.

Lenen, dacht ik, aha. Van de bank?

‘Nee, gewoon’, zei ze, ‘van iedereen. Echt wel. Ik leen 25 van mijn zus Rachelle, ik leen 25 van mijn zus Asha en ik ga ook Branco vragen.’

Ik tuitte bezorgd mijn mond.

‘Ga ik problemen krijgen, Ricardo?’

Nou ja, ik was Ricardo niet, mij werd niks gevraagd, maar zussen zijn geen opa’s of oma’s, wilde ik aantekenen. Zussen schelden niet kwijt. En die Branco, geen idee natuurlijk, maar zijn voornaam klonk niet vrijgevig. De gemiddelde Branco kwam op een dag z’n geld halen, punt, en anders trok hij de flatscreen van de muur. Een aflosplan leek me geen luxe.

‘Ik moet echt wel leren fietsen, nu.’

Ik keek kort om. Ja, werd tijd – ze leek me een jaar of 30. De volgende halte was de Ikea van Spaarnwoude, waar je best heen kon fietsen, een tweedehandsje moest met Branco’s bijdrage te financieren zijn, al zou het wel even duren voor ze de treinkaartjes eruit had gefietst, zeker als ze het nog moest leren.

‘Als ik val, Ricardo, ben ik verder van huis.’

Eens. Fietsen kwam te laat. Ik begon meteen te piekeren over andere strategieën.

‘Eerst ga ik hun terugbetalen, een voor een. Ik heb jouw al 80 gegeven. Vorige maand, Ricardo. Ik moet eten.’

Was Ricardo zelf een schuldeiser? Oef. Die had ik niet zien aankomen.

‘Kijk op je bank’, zei ze.

‘Kijk op je bank.’

‘Kijk op je bank.’

‘Kijk op je bank.’

‘Kijk op je bank, Ricardo.’

Geloof me, dit was een aanzetje, ze herhaalde het zinnetje drie keer zo vaak. Tussentijds was een zwerver de coupé binnengetreden, brullend legde hij uit anderhalve euro te missen voor een slaapplek. Aan bedelen deed hij niet, helaas; hij had een heerlijke wafel in de aanbieding, luchtdicht verpakt in een cellofaantje waaraan zand, mayonaise en een stukje papier kleefden.

Ik had geen honger.

‘Kijk op je bank’, zei de vrouw, terwijl ze iets aan de dakloze middenstander gaf, ik hoorde hem tenminste ‘bedankt’ zeggen en toen: ‘Dan is deze lekkere wafel voor u.’

Er gebeurden drie dingen tegelijk. 1. De vrouw mepte paniekerig het toegestoken baksel uit de hand van de zwerver. 2. Ricardo ontdekte dat er niks op zijn bank stond en legde – waarschijnlijk woedend – neer. 3. We kwamen aan op station Ikea.

De vrouw strompelde het gangpad in, snikkend, ze leek op een afgebrande kerk, zo droevig. Terwijl ze over de rondkruipende zwerver probeerde te stappen, overwoog ik 50 euro te doneren. Voor je zussen Rachelle en Asha, hoorde ik mezelf al zeggen. Of deed ik het voor de column?

 Voor ik deze prangende kwestie had opgelost, was ze verdwenen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden