Interview Neeltje Maria Min

Dichter Neeltje Maria Min: ‘Ik tekende, om niet te hoeven praten’

Voor het eerst laat dichter Neeltje Maria Min, die volgende week 75 jaar wordt, de vroege tekeningen zien die ze zelf onlangs na ruim een halve eeuw terugvond.

‘Die ophef, herkend worden, dat is echt vreselijk hoor. Het zijn altijd vervelende mensen die dan wat van je moeten. Die tijd is nu zo ver van me af.’ Beeld Daniel Cohen

Over een week, op 21 juli, wordt dichter Neeltje Maria Min 75 jaar. Maar dat heuglijke feit is niet de reden dat ze me binnenlaat in haar huis in Alkmaar. De publiciteitsschuwe en spaarzaam publicerende Min is bij iedereen bekend van het titelgedicht uit Voor wie ik liefheb wil ik heten (1966), haar debuut waarin ook de regels staan: ‘hoe moet ik, wat ik zeggen wil, zeggen?/ het woordtekort is niet op te heffen’. Mins meest recente bundel, Kindsbeen, stamt alweer uit 1995. Af en toe publiceert ze een los gedicht, dat dan in een kleine oplage verschijnt. En in januari van dit jaar maakte ze nog op verzoek een gedicht voor Trouw, in de aanloop naar de Boekenweek met als thema ‘de moeder de vrouw’.

Maar publiceren is niet haar doel. Over de negentien jaar tussen haar eerste en tweede bundel zei ze in een eerder interview: ‘Die ophef, herkend worden, dat is echt vreselijk hoor. Het zijn altijd vervelende mensen die dan wat van je moeten. Die tijd is nu zo ver van me af. Het is ook net alsof het mijn naam niet is. Meer een merk dan een naam. Ik kreeg meer kinderen, en had het daar gewoon druk mee. Ik dacht dat dat het was.’

Wie is Neeltje Maria Min?

1966: Voor wie ik liefheb wil ik heten

1972: Land en Lucht- Almanak voor de R.K. Landman (anonieme satire; het anagram van een der bijdragende dichters, Marietje Leimann, was een vingerwijzing voor ingewijden)

1985: Een vrouw bezoeken

1986: De ballade van Kastor Elim Wolzak (met tekeningen van Petra Dolleman)

1987: Losse vracht (met tekeningen van Thomas Koolhaas)

1995: Kindsbeen

Maar zie, nu wil ze iets laten zien. Meer heb ik tevoren niet gehoord. Ik neem plaats aan tafel, met uitzicht op een wand vol fotootjes – van onder meer het ouderlijk huis, een ongeschoren W.F. Hermans en de dichters Menno Wigman en Frank Starik, die vorig jaar kort na elkaar stierven. ‘De nabestaanden belden me, met de vraag of ik iets wilde uit de nalatenschap, want ik heb ze goed gekend. Een boek hoefde ik niet. Doe maar een steelpannetje, zei ik. Dat kon, bij allebei. Dus nu heb ik er in mijn keuken twee steelpannetjes bij.’

Voor haar op tafel liggen acht multomappen.

‘Hier zitten ze in.’

Nieuwe gedichten?

‘Tekeningen. De meeste met Oost-Indische inkt gemaakt, en sommige met wasco gekleurd.’

Van recente datum?

‘Nee. Gemaakt tussen mijn 14de en 25ste, in het ouderlijk huis in Bergen. Het zit zo. Twee jaar geleden werd ik aangereden door een Connexxion-bus. Eerst had ik het niet in de gaten, maar ik viel steeds in slaap en had pijn in mijn hoofd: zware hersenschudding. Ik kon maar weinig doen. Toen zei mijn dochter: ‘Ga dan eens een kast opruimen, of zo.’ Dat kon ik een uurtje, om daarna weer twintig uur te moeten slapen.

‘In een van de dozen in een kast vond ik allemaal tekeningen van vroeger, vanaf 1957. Niet keurig bewaard, maar gewoon in een doos gegooid. Ik wist niet meer dat ik ze had bewaard.’

Tekening van Neeltje Maria Min. Beeld Daniel Cohen
Tekening van Neeltje Maria Min. Beeld Daniel Cohen

In 1957, toen was u leerling op een middelbare school?

‘Nog even ja. Want zodra ik 14 was, dus in 1958, ging ik al van school af. Ik wilde eigenlijk alleen maar tekeningen maken en poëzie lezen. Maar toentertijd was je tot je 14de leerplichtig. Meteen vanaf mijn verjaardag ben ik van de R.K. Landbouw Huishoudschool weggebleven.’

Dat vonden uw ouders goed?

‘Mijn ouders wisten niet helemaal hoe ze het anders met me moesten regelen. Hier en daar heb ik toen gewerkt. Maar er bleef veel tekentijd over. Wij zaten vroeger ’s avonds altijd aan tafel te lezen en te tekenen, een heel grote ronde tafel was het, oorspronkelijk een cafétafel. Allemaal tekenen – op één broer na, die kon het niet. Anders had-ie het ook gedaan. Hij wilde weleens meedoen, maar zat dan de hele avond te gummen.’

En dat gezamenlijke tekenen, ging dat met gesprekken gepaard?

‘Nee! Dat was in plaats van praten. We waren met drie jongens en drie meisjes, en dan een autistische vader en een autistische oom, die woonde ook bij ons in. En mijn moeder. Die was wel normaal. Bij wijze van uitzondering.’

Had u een voorbeeld?

‘Nee. Ik tekende gewoon.’

Tekening van Neeltje Maria Min. Beeld Daniel Cohen
Tekening van Neeltje Maria Min. Beeld Daniel Cohen

Ik zie herhaaldelijk een jezusachtige figuur opduiken.

‘Dat is niet zo gek. Er komen ook veel nonnen in voor. Want dat is mijn jeugd – en de reden dat ik niet meer naar school wilde. Er zijn niet veel anderen die deze tekeningen hebben gezien. Mijn huisgenoten natuurlijk wel. En de dichter en tekenaar Chris van Geel, die in Groet woonde, liet ik soms een tekening zien, dat was in 1960.

‘Naar aanleiding van die tekeningen is mijn moeder toen naar Dirk Vis gegaan, de Bergense kunstschilder en directeur van de avondschool voor Kunstnijverheid. Om te vragen of ik daarop mocht. Moest ik toelatingsexamen doen, maar ik hoefde geen middelbareschooldiploma te hebben, daarvoor vond hij de tekeningen goed genoeg.

‘In juni 1960, toen was ik 15, ben ik naar dat examen gegaan. Gezakt. Op mijn gedrag. Want dat was niet normaal, kreeg ik te horen.’

Wat deed u dan?

‘Niks. Andere mensen konden heel leuk hun tekeningen toelichten. Ik kon dat niet. Als ze iets vroegen, antwoordde ik alleen met ja of nee.’

Dus het ging niet door. Vond u dat jammer?

‘Ja, dat vond ik heel erg.’

En u dacht niet: dan zeg ik voortaan wel wat meer dan ja en nee?

‘Nee, want ik wist niet hoe dat moest.’

Had u een plan, terwijl u tekende?

‘Nee, ik dacht niet; nu ga ik deze of die figuur tekenen. Natekenen, dat kan ik ook niet. Dus het ontstond terwijl ik bezig was. Meestal werden het figuren, heel klein, maar met allemaal een eigen uitdrukking.’

En in 1966 debuteerde u als dichter.

‘Ja, dat was dus in dezelfde tijd, toen ik 22 was. Ik heb niet stilgezeten, hoor. En je moest eens weten wat ik ook nog allemaal gebreid heb.’

Nóg een heel oeuvre.

‘Zoiets.’

Dacht u veel na over wat u moest worden?

‘Die vraag werd nooit gesteld. Ja, in de eerste klas op school, en dan werd je geacht missiezuster te zeggen, dan was het goed. Nadat mijn eerste bundel was verschenen, was ik voor de buitenwereld ineens iets, namelijk de dichter van Voor wie ik liefheb wil ik heten. En daarna heeft nooit iemand gevraagd; heb je eigenlijk ook weleens wat getekend?

Tekening van Neeltje Maria Min. Beeld Daniel Cohen

En nu zijn uw tekeningen allemaal voor de dag gekomen.

‘Met dank aan Connexxion. Zonder die aanrijding lagen ze allemaal nog in de kast, zonder dat ik het wist.

‘Een uitgever heeft ze eerder dit jaar bekeken, die tekeningen. Die wilde ze publiceren, maar dan met gedichten erbij. Dat doe ik niet.’

Waarom niet?

‘Daar heb ik geen zin in. Dan worden het plaatjes bij teksten, en dat vind ik vergezocht. Het zijn gewoon tekeningen. Er is een kleine expositie in de Eerste Bergensche Boekhandel, waar ik al mijn hele leven kom, en die geven er ook een boekje bij uit. Zonder teksten van mij. De titel is toen eerst, dat is plat Bergens voor: niet heel lang, maar zeker niet kort geleden.’

In stilte blader ik en kijk aandachtig.

Min: ‘Nu moet jij zeggen: je moet ermee doorgaan!’

Neeltje Maria Min: toen eerst.

Eerste Bergensche Boekhandel; 96 pagina’s; € 21,75. Verschijnt 20 juli

Expositie tekeningen van Neeltje Maria Min, in de Eerste Bergensche Boekhandel (Oude Prinsweg 11), tot en met 3 augustus.

Tekening van Neeltje Maria Min. Beeld Daniel Cohen
Tekening van Neeltje Maria Min. Beeld Daniel Cohen

Gijs Groenteman gaat in onze illustere archiefkast in gesprek met mensen die hem hebben verwonderd. Rapper Pepijn Lanen, schrijver Paulien Cornelisse en kunsthandelaar Jan Six passeerden al de revue.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden