Column

Diagnostiseren van mijn zoon kan weinig kwaad

Column Thomas van Luyn

Mijn jongste zoon is 5 en zit op ballet. Dat was niet zijn idee. Zijn moeders trouwens ook niet, en al helemaal niet het mijne. We hadden geen keus. Als ouders moet je de interesses van je kinderen stimuleren, schijnt. In andere landen bepalen de ouders wat die zijn, hier lopen we achter het kind aan.

Beeld Robin de Puy

Zijn passie bleek te liggen in het roepen van 'Kijk naar mij! Kijk naar mij!', om vervolgens op de spectaculair onmuzikale klanken van Afrojack een expressionistische dansvoorstelling te geven. Een uur lang. Het Vaticaan schijnt weer duiveluitdrijvingen toe te staan. Helaas zijn we niet katholiek, anders hadden we dat zeker geprobeerd. In plaats daarvan konden we weinig anders dan de woorden 'dansles' en 'kids' googelen - nooit 'kinderen' intypen, dat woord gebruiken ze alleen voor ontwikkelingsstoornissen en pedofilie.

Een paar dagen later stond hij als enige jongetje in een zaal vol roze tutuutjes enorme sjans te hebben. Hij is pas 5 en heeft nu al een generatiekloof geslagen en staat aan gene zijde, wuivend in een land vol maillots, slappe schoentjes en rechte ruggen. Nou ja, Ryan Gosling schijnt ook zo begonnen te zijn en met hem is het ook goed gekomen.

Daar staat gelukkig tegenover dat hij academisch wat achter ligt. Als een Nederlands kind anders is dan verwacht of gewenst, krijgt hij een diagnose, dus ook de mijne. Hij gaat naar de logopedist, want hij kletst onsamenhangend (iets waarmee ik een goed belegde boterham verdien, maar goed), en luistert slecht (dito). En nu komt er op school een IB'er meekijken: een Interne Begeleider - dat is zeg maar iemand die een blik werpt in het spreekwoordelijke rugzakje van zo'n kind.

Veel ouders doen daar zorgelijk of defensief over of schamen zich er zo erg voor dat ze niet op het schoolplein gezien willen worden met een IB'er, omdat andere ouders weleens iets zouden kunnen denken. Wij zitten nergens mee. Ten eerste omdat hij zelf zeer tevreden is met de wereld in het algemeen en zichzelf in het bijzonder, ten tweede omdat we dit al eens meegemaakt hebben met zijn oudere broer. Die had precies het tegenovergestelde: die kon op zijn 5de juist al debatteren als een strafpleiter, maar kon weer slecht rennen en springen enzo. Voor hem was het dan ook de fysiotherapeut waar getest en geoefend moest worden. Vooruit, mijn hoop op zijn wereldtitel boksen in het middengewicht moest ik even op een laag pitje zetten, maar verder kon ik er mee prima leven.

Inmiddels leest hij de godganse dag Donald Ducks, draagt hij een bril en bezoekt hij de open dagen van de gymnasia, waarmee hij op koers ligt een echte Van Luyn te worden. Strips, brillen en toga's zijn dominant aanwezig in onze genen. Mijn eigen brilloosheid en geringe juridische opleiding maakten mij lange tijd het zwarte schaap - wellicht kan mijn zoon dat enigszins goedmaken.

Ik vind het wel handig, dat gediagnostiseer. Uiteindelijk is het enige doel ze een beetje binnen de veiligste vaarroutes te houden. Op de lange duur bepalen ze toch hun eigen koers en dat is maar goed ook, want zo kom je nog eens ergens. Dit stukje bijvoorbeeld, tik ik in een balletschool. Was ik mijn hele leven nog niet in geweest, een balletschool.

t.vanluyn@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.