Interview Amade M’charek

Deze wetenschapper probeert verdronken vluchtelingen een graf te geven

Bij UvA-hoogleraar Amade M’charek (50) gaan wetenschap en engagement hand in hand. In haar ‘Bergrede’ spreekt zij over haar onderzoek naar verdronken vluchtelingen en haar missie ze een fatsoenlijke rustplaats te geven.

Amade M'charek Beeld Erik Smits

Kunnen wetenschap en engagement samengaan? UvA-hoogleraar Amade M’charek (50) betwijfelt zelfs of het anders kan. Neem haar onderzoek naar verdronken vluchtelingen aan de kusten van de Middellandse Zee. Blijf dan maar eens de afstandelijke observator die alleen aantekeningen maakt en vragen stelt.

Wilt u dit artikel liever beluisteren? Hieronder staat de door Blendle voorgelezen versie.

Ze buigt zich als onderzoeker over gevoelige thema’s als herkomst en etniciteit. Bijvoorbeeld door – als een van de weinigen – ethische kanttekeningen te plaatsen bij het grote internationale Human Genome Project, dat de ontrafeling van de menselijke genen als doel heeft. ‘99,9 procent van het menselijk dna is identiek, maar iedereen heeft het in de genetica over die ene tiende procent. Maakt dna je tot wie je bent? En je omgeving dan, de cultuur waarin je opgroeit of terechtkomt?’

Met haar stichting, Drowned Migrant Cemetery zamelt M’charek geld in voor een begraafplaats voor overleden bootmigranten die aanspoelen in het Tunesische kuststadje Zarzis – het stadje waar ze zelf tot haar 11de woonde. De stichting is voortgekomen uit de wetenschappelijke vraag van M’charek naar de (grotendeels afwezige) identificatie van verdronken vluchtelingen. En meer algemeen naar hoe we omgaan met de dode migranten.

Welke rol spelen de vissers van Zarzis daarbij? Maar vooral ook: wat doen wij hier aan de andere kant van de Middellandse Zee, in ‘Fort Europa’: waar regeringen zich meer bekommeren over de kwetsbaarheid van onze grenzen dan over het lot van die migranten – aldus M’charek.

Over die vragen, over het wij/zij-denken, over (internationale) ongelijkheid en hoe dit de mensheid kan opbreken zal ze deze week spreken in haar versie van de Bergrede. Dat doet ze op uitnodiging van de Amersfoortse Bergkerk die jaarlijks een spraakmakend wetenschapper of publicist vraagt om te reflecteren op de Bergrede van Jezus. Sprekers als Bas Heijne, Marjoleine de Vos en Joris Luyendijk gingen haar voor.

Provisorische begraafplaats en vuilnisbelt in Zarzis. Beeld Stichting-DMC

De bootmigranten spoelen letterlijk aan. Levend, maar vaak ook niet. De dode vrouw, met aan haar lichaam vastgebonden een dood kind. De man zonder hoofd die zo lang in zee heeft gedreven dat de mosselen zich op zijn ledematen hebben genesteld. Soms is er geen lichaam, maar alleen een object: een schoen, een speelgoedautootje, een reddingsvest.

De smokkelreis naar de randen van Europa is riskant, met name die verraderlijke laatste horde van de Middellandse Zee. Krakkemikkige boten die nog geen honderd man kunnen dragen, nemen er 500 mee. Motoren gaan kapot, benzine raakt op. Verdwalen komt ook veel voor. Je moet net de juiste golfstroom hebben. Opvarenden drogen of hongeren uit, schepen kapseizen. Volgens een telling van de UNHCR vonden de afgelopen vier jaar 14.361 mensen hun dood tijdens de oversteek.

En elk van hen heeft recht op een eigen graf, op aandacht en waardigheid, zegt M’charek. Ze is net terug uit Tunesië en zit in haar werkkamer in een van de nieuwbouwtorens van de Universiteit van Amsterdam op het Roeterseiland. Uitzicht op verre daken, door een waas van regendruppels.

Als op het strand van Scheveningen een lijk zou aanspoelen, zouden we alles op alles zetten om de identiteit van deze persoon te achterhalen, zegt ze. ‘Ook als er geen misdrijf in spel is. Waarom doen we dat niet bij deze mensen?’

CV: Amade M’charek 

M’charek werd in 1967 geboren in Kasserine, Tunesië, en groeide op in Zarzis. In 1979 verhuisde zij naar Haarlem. Ze wilde arts worden, maar werd uitgeloot en besloot politicologie te gaan studeren. M’charek promoveerde bij antropologie en werd in 2015 benoemd tot hoogleraar antropologie van de wetenschap aan de Universiteit van Amsterdam. Ze woont met man en dochter (9) in Amsterdam.

Hoe bent u betrokken geraakt bij de bootmigranten?

‘Ik doe onderzoek naar forensische technieken, zo belandde ik in Thessaloniki. Daar werd ik op dezelfde dag geconfronteerd met allerlei ingenieuze opsporingstechnieken bij de lokale politie én met een opvangkamp voor migranten die elkaar tijdens de overtocht waren kwijtgeraakt, zonder enige infrastructuur.

‘Ik dacht: hoe kan dit? Waarom gebruiken we die opsporingsmogelijkheden niet om deze mensen te helpen? Met dna-onderzoek en een digitale databank kan je familieleden die elkaar kwijt zijn zo samenbrengen. Zijn zij het niet waard? Als we willen, is onze inzet enorm. Neem de moeite om de slachtoffers van de MH17 te identificeren. Terecht. Maar de migranten die dagelijks aanspoelen, daar kijken we niet naar om.

‘Er voltrekt zich een humanitaire ramp en het enige wat wij doen is meer drones, detectiemiddelen en kustwacht inzetten om de grenzen van Fort Europa te bewaken. Toen ik ontdekte dat de gevolgen hiervan dagelijks te zien zijn in Zarzis, waar ik zelf ben opgegroeid, ben ik me er verder in gaan verdiepen.’

Wat gebeurt er in Zarzis?

‘Al jarenlang vinden de vissers van Zarzis drenkelingen in zee. In hun netten en aan de kust, vanwege bepaalde golfstromen. ‘Soms wilden we de zee niet op, omdat de lijkengeur zo sterk was’, vertelde een neef me die visser is. De situatie is nu verbeterd door ingrijpen van de kustwacht en een afname van de migratiestroom, maar de lijken blijven komen. Ondanks het gebrek aan middelen proberen de vissers van Zarzis de dode migranten met waardigheid te begraven. Dat vind ik getuigen van diepe menselijkheid.’

En u gaat hen helpen.

‘Ik hield me aanvankelijk op afstand, wilde niet de westerling zijn die zich er wel even mee kwam bemoeien. Maar een van de drijvende krachten achter het begraven, de lokale hulpverlener Chemseddine Marzoug, probeert al jaren tevergeefs een fatsoenlijke begraafplaats te creëren. Tot nu toe is hij aangewezen op een oude vuilnisbelt. Zo is de stichting tot stand gekomen.’

Dient uw project ook een wetenschappelijk doel?

‘Ik doe dit als mens en wetenschapper. Ik wil weten hoe we omgaan met deze anonieme doden. Er zijn op tal van plaatsen aan de randen van de Middellandse zee initiatieven van mensen die zich om de doden bekommeren, door hen te begraven, of bij te houden hoeveel mensen er sterven. Maar op politiek niveau lijkt niemand de vraag te stellen: wie zijn die mensen?

‘Ik volg de vissers van Zarzis. Zij zijn een bron van kennis, zij weten waar de lichamen vaak aanspoelen, welke stromen ze meevoeren. Zij weten dat lichamen, ongeacht de oorspronkelijke huidskleur, na dagen in zee, kleurloos aanspoelen.’

Helpt u zelf bij het begraven?

‘Daarvoor ben ik er te weinig. In juni 2017 was ik toevallig bij het begraven van een jongetje van 6. Hij was aan het einde van de dag gevonden, vanwege de hitte moesten we hem diezelfde nacht begraven. Een paar maanden later keerde ik terug, ik wilde zijn graf bezoeken. Het had veel geregend. Chemseddine waarschuwde me al. Zijn botten waren bovengedreven. Ik zag zijn ribben, tussen de vuilnis. En toch, een individueel graf, de moeite om iemand in zijn eentje te begraven. Al is het op de oude vuilstort. Daarin zit een menselijkheid, die we nodig hebben.’

Wat bedoelt u met ‘nodig hebben’?

‘Ik wil laten zien dat het hier niet om een crisis gaat, maar om een chronische situatie. En dat de oplossing niet is: de grenzen op slot. Dat kun je doen, maar dan zullen de lijken blijven aanspoelen. Willen we dat?’

Mohsen Lihidheb

Amade M’charek bezoekt in Zarzis ook regelmatig de lokale intellectueel, kunstenaar en strandjutter Mohsen Lihidheb (60). Al sinds de jaren negentig zet hij zich in voor het fatsoenlijk begraven van aangespoelde doden. Toen, ten tijde van de dictatuur van Ben-Ali, met gevaar voor eigen leven – de overheid wilde de lijken het liefst in massagraven dumpen en ontkende het bestaan van migratie. Tot op de dag van vandaag richt hij met overblijfselen van verdronken migranten, zoals kleding, schoenen en slippers, tentoonstellingen in. Hij bezoekt de graven en schrijft gedichten voor de doden.

In een scène in een uitzending van Zembla staat u op een berg die de vuilnisbelt en provisorische begraafplaats scheidt van de zoutvlaktes van Zarzis – een van de belangrijkste exportproducten van de regio. Hier komt alles samen, zegt u. Hoe bedoelt u dat?

‘Migratie wordt het probleem van de ander gemaakt: Noord-Afrika moet het maar oplossen. Ik vind dat stuitend. Het gesprek zou moeten beginnen bij de koloniale voetafdruk die Europa heeft achtergelaten, en de scheve handelsrelatie met Afrika. Als we die discussie niet voeren, is dat ook slecht voor het zelfbeeld van Europa: dat van continent waar het alleen nog maar gaat over zelfbehoud.

‘Het zout van de vlaktes van Zarzis gaat voor een Tunesische stuiver per ton naar Frankrijk – een oud koloniaal contract, dat eens in de zoveel tijd wordt hernieuwd. Met het zout van deze vlaktes worden medicijnen gemaakt en worden Europese wegen bestrooid als het sneeuwt. Daar denkt niemand aan. Voor tal van grondstoffen wordt geen eerlijke prijs betaald. Olijfolie wordt hier door Italië, Griekenland en Spanje voor bodemprijzen gehaald om in Europa duur te worden verkocht als ‘echte Italiaanse olie’. Tunesië mag dat niet zelf doen. Als je de structurele ongelijkheid in stand houdt, zal Europa altijd een aanzuigende werking houden voor migranten. Is dat echt zo vreemd?’

Ook uit Zarzis proberen de jongeren naar Europa te komen. Begrijpt u hen?

(Stilte) ‘Wie ben ik om te zeggen dat hun boot naar Lampedusa misschien gaat zinken of dat Europa echt niet zo fantastisch is. Ik weet ook hoe hun leven eruitziet, er is niks, geen werk, geen toekomst.’

Uw eigen ouders kwamen ook naar Europa, in de jaren zestig.

‘Mijn vader is gehaald. Hij wilde werken, maar hij was vooral ook een avonturier. We zouden naar Tunis verhuizen, waar hij buschauffeur zou worden. Ineens zat hij in Holanda. Om te werken in een kippenslachterij in Alphen aan de Rijn en later bij de Hoogovens. In etappes zijn mijn moeder, mijn broer, zussen en ik ook naar Nederland gekomen. Ik was 11.

‘Weet je, jongeren zijn ook gewoon nieuwsgierig. Waarom faciliteren we die mobiliteit niet? Onze jongeren nemen een tussenjaar, reizen naar India of Mexico. Die mogelijkheid hebben deze jongeren niet. Niet iedereen wil ‘profiteren van onze rijkdom’.’

Wat stelt u voor, open grenzen?

‘Dat kan niet, maar we kunnen ook niet blijven leven in een wereld vol angst voor de ander en aanspoelende lijken. Weet je wie we wel naar Europa halen? De jonge Afrikaanse elite – medisch specialisten, architecten, ingenieurs. Dat vind ik zo onethisch. Dat zorgt alleen maar voor meer ongelijkheid en meer mensen die de overtocht aangaan.’

Wat stelt u dan voor?

‘Eerst moeten we loskomen van de angst voor de ander en van het gevoel: de taart is maar zo groot, straks is er minder voor mij. Als deze doden niet zomaar ongemerkt verdwijnen, brengt dat onze onverschilligheid over de ander hopelijk aan het wankelen. Ik hoop dat we op een andere manier over onszelf en onze geschiedenis gaan nadenken. Dat we beseffen dat zaken als het kolonialisme en scheve relaties doorwerken in het heden.’

Schetst u niet ook een eenzijdig beeld van de onverschillige Europeaan die het Fort bewaakt?

‘Ik zie ook een andere tendens. Op lokaal niveau zie ik mensen die zich met grote gastvrijheid en tolerantie inzetten voor migranten. Neem al die Grieken die midden in hun crisisjaren mensen bleven opvangen. Maar dat is allemaal op eigen initiatief. Ik heb het eigenlijk vooral over de politiek, die het wij/zij-denken alleen maar aanwakkert. Maar er is dus ook een andere kant, die moet ik zeker benoemen. Dat geeft hoop.’

Op dinsdag 12/2 spreekt Amade M’charek de twaalfde Amersfoorste Bergrede uit in de Bergkerk in Amersfoort.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.