Interview Een nieuw begin

Deze vijf mensen verlegden radicaal de koers: ‘Zo romantisch is het niet’

Alles omgooien - wie droomt er tijdens de zomervakantie niet van? Deze vijf mensen verlegden, soms noodgedwongen, radicaal de koers. ‘Zo romantisch is het niet, opnieuw beginnen’

‘Altijd weg zijn, altijd alleen, ik wilde dat leven niet meer’ Beeld erik smits

An-Sofie Kesteleyn (29) begon een eetcafé

Van de een op de andere dag stopte de prijswinnende fotograaf An-Sofie Kesteleyn (29) met fotograferen.

'De dag dat mijn eigen eetcafé Paulette openging, begin 2017, was de eerste dag van mijn nieuwe leven. Nooit meer wekenlang uit een koffer leven, nooit meer die onrust: misschien word ik straks wel gebeld en moet ik ineens voor een fotografieopdracht naar Singapore of New York. Vanaf die dag was ik officieel restauranteigenaar in mijn eigen dorpje in de Vlaamse Ardennen. Al was opnieuw beginnen niet zozeer een bevrijding als wel superstressvol. Een businessplan, leningen aangaan, al mijn gespaarde fotografiecentjes gingen eraan op. Ik heb het een beetje onderschat. Pas nu we anderhalf jaar verder zijn, besef ik echt wat dit nieuwe leven inhoudt. Als ik vroeger zomaar een week weg wilde om te fotograferen, dan kon dat, maar die vrijheid is nu verdwenen: ik ben eigenlijk altijd hier, recht onder de kerktoren van Ename.

Tien jaar ben ik fotograaf geweest. Niet zo lang, maar ik werkte in een gigantisch tempo, ik was ambitieus en toch ook altijd wel een beetje paniekerig of ik rond zou kunnen komen. Ik heb zoveel mooie plekken gezien, maar na die tien jaar merkte ik dat de verwondering weg was. Het werd bijna arrogant, zat ik op uitnodiging van Fotofestival Knokke een maand op de prachtigste plekken van Mexico City om werk te maken, kon ik alleen maar denken: wanneer mag ik weer naar huis? Altijd weg zijn, altijd alleen, ik wilde dat leven niet meer.

Misschien speelt mee dat er een agressief melanoom bij mij werd ontdekt toen ik 25 was. Ik ben niet doodziek geweest, maar het heeft me wel doen beseffen dat er meer is in het leven dan werken. En ik heb altijd een band gehouden met mijn dorp, waar ook mijn oma Paulette ooit een café had, dus toen er daar een horecapand vrijkwam, was dat een unieke kans. Vanuit Mexico stuurde ik een appje naar mijn vader: is dat pand nog beschikbaar? 'Rustig', stuurde hij terug, 'je gaat je carrière toch niet zomaar opgeven?'

Het gaat goed, we zitten iedere avond vol en ik doe dit zeer graag. Ik heb alleen wel geleerd dat ik vroeger dácht dat ik hard moest werken, maar dat het nu nog veel erger is. Van 's morgens vroeg tot 's avonds laat ben ik bezig, op de dagen dat het restaurant gesloten is, ben ik kapot. Nee, zo romantisch als het klinkt, is het niet, opnieuw beginnen. Maar alles heeft z'n voor- en nadelen. Ik heb nooit geloofd dat je één carrière hebt voor de rest van je leven, er wachten altijd nieuwe avonturen. Als de baby straks komt, gaan we vier weken sluiten, daarna zien we wel weer.'

Paulo (43): ‘Alles is online geworden, iedereen heeft een smartphone.’ Beeld erik smits

Paulo (43) moet aan de digitale wereld

Paulo is na tien jaar vastzitten in Peru net weer vrij.

'Toen ik vastzat voor drugssmokkel, dacht ik altijd aan cola en de Pizza Hut. Maar die cola heb ik pas een week na thuiskomst gedronken; eenmaal vrij was het niet belangrijk meer. Ik was vooral bezig mijn weg weer te vinden. Alles is online geworden, iedereen heeft een smartphone. Ik wist niet meer hoe dingen werkten en was onzeker, voelde me waardeloos. Hoe regel je een uitkering, een verzekering, een bankrekening? Een vrijwilliger van Humanitas heeft me daarmee geholpen.

In februari stond ik ineens weer op Schiphol, alsof er niets gebeurd was. Tien jaar heb ik vastgezeten, met driehonderd man in een gevangenis voor zeventig. Wilde je een bed, dan moest je dat voor 1.500 dollar kopen van een andere gevangene, anders sliep je op de grond.

Sigaretten, drugs; alles was te krijgen, als je maar betaalde. In de gevangenis heb ik eigenlijk pas goed met geld leren omgaan. Hier in Nederland zat ik na het kwijtraken van mijn baan als callcentermedewerker diep in de schulden. Een kennis vroeg me een pakje te vervoeren van Peru, een van de grootste cocaïneproducenten ter wereld, naar Nederland. Dan zou ik in één keer 11 duizend euro verdienen. Ik wist wel dat er drugs in zaten, maar niet hoeveel. Meer dan 10 kilo, bleek toen ik gepakt werd, genoeg om vervroegd vrijkomen uit te sluiten.

Mijn moeder was bang dat ik, eenmaal vrij, het opnieuw zou doen. En toen ik terug in Nederland voor het eerst een Facebookprofiel aanmaakte, kreeg ik via via gelijk aanbiedingen om terug te keren in het drugscircuit. Maar ik wil het niet meer. Voor ik naar Peru ging, had ik geen kinderen, nu heb ik een dochter van 8. In de gevangenis mochten we twee dagen per week bezoek ontvangen en de Peruaanse vrouw die ik leerde kennen via een kennis die ook vastzat, was vrij snel zwanger. Ze bleef me bezoeken, ook toen de baby er was, en vanaf het begin heb ik tijdens de bezoekuren alles gedaan: luiers verschonen, de fles geven. Mijn dochter is mijn redding geweest. Voor haar ben ik al die jaren uit de problemen gebleven, heb ik nooit drugs gebruikt; zij is mijn echte nieuwe begin. Ik wil zo snel mogelijk werken en haar en haar moeder naar Nederland halen. In de Pizza Hut ben ik nog steeds niet geweest. Bestaat-ie eigenlijk nog?'

Fieke Opdam (30): ‘Het blijft absurd dat ik mijn habijt nooit meer zal dragen’ Beeld erik smits

Fieke Opdam (30) heeft een nieuwe heilig plek gevonden; het theater

Fieke Opdam ging op haar 18de het klooster in. Bijna negen jaar later trad ze uit. Nu wil ze cabaretier worden.

'Bij het laatste ochtendgebed keek ik om me heen in de kapel en dacht: als ik nu handboeien zou hebben, had ik mezelf vastgeketend. In de waskeuken trok ik mijn habijt uit, kuste hem zoals altijd en kreeg een spijkerbroek, een trui en 250 euro. Daarna reed een zuster me het terrein af. Dit kan niet, dacht ik, ze komt vast zo weer terug. Ik hoor toch bij hen? Toch moest ik gaan.

Het klooster was een nieuwe start na een turbulente jeugd. Misbruik en het gevoel buiten de groep te vallen, dat zijn geen leuke dingen. Van Fieke in Noord-Brabant werd ik zuster Luca bij de Karmelietessen van het Goddelijk Hart van Jezus in Sittard. Het was geen vlucht, al denken mensen dat vaak wel; het was een weloverwogen keuze. Ik denk dat je een roeping het best kunt vergelijken met verliefdheid op het geloof. Bidden, het samenzijn met de zusters, zorgen voor anderen - het leven in onze kloosterorde bezorgde me een intens geluk.

Dus toen ik de deur van het klooster achter me dichttrok, voelde dat een beetje als sterven. Vanaf nu moest ik het zelf gaan doen, maar ondertussen was de wereld totaal veranderd. Ik weet nog dat ik dacht: al die soorten pindakaas, wat is er gebeurd met mét nootjes en zonder nootjes? Wat is een WA-verzekering? En kost benzine überhaupt geld? Je komt er steeds opnieuw achter dat je niets van het leven buiten de muren begrijpt.

Ik denk dat ik het kloosterleven echt nodig heb gehad. Hoe je vergeeft, hoe je omgaat met anderen, dat heb ik er geleerd, maar ik heb er ook mezelf beter leren kennen. Er zijn niet zoveel andere mensen in een klooster, je komt altijd jezelf tegen. En het leven was er zoveel eenvoudiger, ik heb daar geleerd te genieten van kleine dingen. Soms hadden we gasten gehad en was er friet over, dan warmden we dat op in de magnetron en genoten intens van die slappe frietjes, zo'n luxe was het. Ik ben een tijd uitgezonden geweest naar de achterbuurten van Chicago, daarna werd ik in Missouri geplaatst en toen kwam ik terug naar Nederland, maar daar begonnen de problemen. Ik kwam terecht in een kloostergemeenschap die nog opgebouwd moest worden, maar omdat ik tegelijk mijn studie pedagogische wetenschappen afmaakte op de universiteit, groeiden de andere zusters en ik uit elkaar. We begrepen elkaar niet meer, de misverstanden stapelden zich op, tot ik een telefoontje kreeg: je hebt twee dagen om je spullen te pakken.

Waar moest ik beginnen? Ik werd au pair, maar had ontzettend heimwee naar het leven binnen de muren. Elk moment verwachtte ik de stem van moeder Angelina te horen: 'Zuster, trek die rare kleren uit en kom naar huis, we moeten afwassen.' Het heeft ruim een jaar geduurd voor ik mijn vertrek kon accepteren. Een kleinkunstenaar die me zangles gaf, heeft me opgevangen. Ik mocht een tijd bij haar en haar man in huis wonen en zij overtuigde me ervan dat ik talent had als cabaretier. Pas toen ik werd aangenomen bij de Koningstheateracademie, een cabaretopleiding in Den Bosch, voelde dat als een nieuw begin.

Ik ben na mijn kloosterleven nog een tijd lang extreem dienstbaar geweest. Ik nam mijn talent niet serieus: als ik moest kiezen tussen mijn eigen les voorbereiden of iemand anders helpen, koos ik altijd voor de ander. Het heeft een tijd geduurd, maar nu behoort het leven écht helemaal aan mij. Dat ik zelf mag beslissen of ik mee ga borrelen met mijn studiegenoten, dat ik mag schelden in plaats van 'God Maria Jezus' te roepen, dat ik zo de auto kan pakken en overal naartoe kan rijden - dat is heerlijk. In het begin was ik vaak bang: straks denkt iedereen dat ik een typetje ben, een karikatuur: altijd weer die ex-non met een zielig verhaal. Dankzij mijn regiedocent heb ik geleerd: omarm het, die ervaringen maken het júist spannend. Dat ik mijn habijt nooit meer zal dragen, blijft absurd, maar ik ben nu wel tot in het uiterste puntje van mijn teennagels oprecht gelukkig. Het theater is voor mij inmiddels de meest heilige plek op aarde. Na de kerk.'

Bibian Mentel: ‘Mijn hoop om altijd schoon te zijn, heb ik opgegeven.’ Beeld erik smits

Bibian Mentel (45) wil niet verdrinken in verdriet

Paralympisch kampioen snowboarden Bibian Mentel kreeg negen keer de diagnose kanker en begon daarna steeds opnieuw.

'Een Canadese vriend zei het mooi: 'you're living on borrowed time'. Ik ben al 18 jaar patiënt, maar in het begin had ik niet het idee dat ik eraan dood kon gaan. Mijn rechteronderbeen moest geamputeerd worden vanwege agressieve kanker, maar ik dacht alleen: wat gaan jullie doen zodat ik zo snel mogelijk weer dat board op kan? In 2016 zat de tumor zo dicht bij mijn hart en slokdarm dat hij niet weggesneden kon worden. U bent uitbehandeld, zeiden de artsen. Dat kán niet, dacht ik, mijn zoon is nog geen 18, ik kan hem niet nu al alleen laten.

Twee jaar later won ik twee gouden medailles op de Paralympics in Pyeongchang. Wonder boven wonder had mijn man en coach een nieuwe vorm van bestraling ontdekt in Amerika, die uiteindelijk ook in het VU toegepast kon worden - ik ben er, nog steeds. De eerste keer dat ik weer in de sneeuw stond, was een nieuw begin, maar tegelijkertijd als vanouds fantastisch. Aan de andere kant betekent de extra tijd die ik heb gekregen dat ik er elke dag aan denk, al is het maar in een flits. Mijn oude hoop om altijd schoon te zijn heb ik opgegeven, er zijn alweer wat vlekjes gevonden. Maar ik weiger om te denken: nu is het klaar. Tijdens het snowboarden bestaat er een paar seconden lang niets anders dan je board en de sneeuw; dat volledig opgaan in het moment heeft me altijd getrokken, en nu ben ik nóg meer geneigd om zo te leven. Een vriend zeurt weleens over de file. Ik zet in de file de muziek harder en bel een vriendin. Wat ik bedoel te zeggen: maak er wat moois van. Mijn man zegt vaak: een struisvogel zijn is zo gek nog niet. Ik wil de ziekte niet negeren, maar ik wil ook niet verdrinken in het verdriet.

In januari ben ik geopereerd aan mijn nek: een wervel die door al het bestralen op instorten stond, is nu vervangen door eentje van titanium. Wanneer je er mentaal klaar voor bent, mag je weer snowboarden, zeiden de artsen. Dat was ik, maar sommige collega's en coaches hadden er geen goed woord voor over: onverantwoord, vonden ze. Daar ben ik echt kwaad om geworden. De beste manier om voor mijn lijf te zorgen is door fit en sterk te blijven; juíst door te boarden. Door dat te verbieden, was het alsof ze me verboden om te leven.'

Bernadette Bakker: ‘ik zeg altijd: ik heb een geslachtsbevestigende operatie ondergaan.’ Beeld erik smits

Bernadette Bakker ziet alleen positieve dingen sinds ze vrouw is

Bernadette Bakker (63) ging van brandweerman naar brandweervrouw.

'17 februari 2011 is de dag van mijn wedergeboorte. Bij de Lidl heb ik dit jaar appelflappen gehaald. 'Jongens, ik ben vandaag 7 geworden', zei ik tegen mijn collega's. Sinds die dag in 2011 ben ik eindelijk ook van buiten de persoon die ik van binnen al jaren was.

Toen ik 5 was, wist ik al: als ik ooit een meisje word, heet ik Bernadette. Maar in die tijd werd wat ik voelde helemaal niet herkend. Ik moest het verborgen houden en ben later gaan duiken, gaan schieten en bij de brandweer gegaan: kijk eens wat een stoere vent ik ben. Toen mijn vrienden verkering kregen, moest ik natuurlijk wel meedoen en zo kwam ik mijn ex-vrouw tegen. Voor we gingen trouwen heb ik haar opgebiecht: ik heb het gevoel dat ik in het verkeerde lichaam zit. O, daar komt ooit vast een pilletje voor, reageerde ze, en dat dacht ik zelf eigenlijk ook. Later vond ze het goed als ik eens per maand naar een soos voor gelijkgestemden ging. Dat ging jaren zo door, tot ik op een vrijdagavond in 2007 een briefje kreeg: ik hou niet meer van je, ik ga mijn eigen weg. De maandag daarop heb ik het transgenderteam van het VU gebeld. Toen was ik 52.

Bij de brandweer is een machocultuur, maar ik heb veel steun gehad aan mijn toenmalige commandant, Edith van der Reijden. Ze gaat me vast vertellen dat ik 's avonds kan doen wat ik wil, maar dat ik overdag als vent naar m'n werk moet komen, dacht ik, maar ze las mijn brief, keek me aan en zei: 'Nou meid, gefeliciteerd. Vanaf nu geen stropdassen meer.' De maandag erop kwam ik in vrouwenuniform naar mijn werk en deed ze me een sjaaltje om. Van sommige collega's kreeg ik drie zoenen, van anderen doodsbedreigingen, en er was er een die het verdomde mij als vrouw te erkennen: 'Ik heb je dertig jaar als man gekend en zo blijf ik je ook noemen.' Jan, heette hij. Ik zei: 'Da's goed, Jantientje.'

Ik zie alleen de positieve dingen. Sinds ik vrouw ben, ben ik sterker geworden. Jezelf opmaken, mooie kleding uitkiezen; wat meisjes leren in hun pubertijd, heb ik op mijn 54ste geleerd. Laatst stond ik tijdens de Gay Pride met een als vrouw geboren vrouw te praten die niets doorhad, dat is voor mij echt de kers op de taart. Ik zeg altijd: ik heb een geslachtsbevestigende operatie ondergaan. Sinds die dag in 2011 leef ik echt.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.