Column Arthur van Amerongen

Deze smeerlapperij straalt hoe dan ook slecht op mij af als toekomstig lijstduwer van de Partij voor de Dieren

In mijn laatste column stond: ‘Een cursiefje schrijven is krenten tellen & wegen, mieren neuken en your darlings killen.’

Deze kromme zin met een foeilelijk anglicisme en het volkomen verkeerde gebruik van de krenten haalde gelukkig niet de papieren Volkskrant maar wel de digitale versie. Tot overmaat van ramp wees een opmerkzame lezer uit Nijmegen mij op een schrijffout met verschrikkelijke gevolgen voor mijn imago: ik schreef ‘mieren neuken’ en niet ‘mierenneuken’. De briefschrijver suggereerde dat ik ­insectofiel was met bestiaal-seksuele fantasieën.

Nou doe ik liever een pijpvis of een sidderaal dan een termietenheuvel, maar deze smeerlapperij straalt hoe dan ook slecht op mij af als toekomstig lijstduwer van de Partij voor de Dieren.

De vorige wandeling in het kader van de Via ­Algarviana werd ruw afgebroken door een moon­shiner die mij een lift gaf. Vervolgens werd ik gedwongen te bamzaaien met woeste jagers. Dat stomme spelletje is hoofdzakelijk een excuus om heel veel moonshine te zuipen. 

Het laatste dat ik mij herinner, is dat we gingen strippokeren. Ik hoor een van de jagers nog ­giechelen: Arturinho, je bent een jongen van voren en een meisje van achteren. Toen ging het licht uit in mijn hoofd. Het was een typisch geval van fado. Fado komt van het ­Latijnse fatum en betekent lot, maar vooral noodlot. Daarom klinkt die muziek de leek wellicht zo jammerlijk in de oren.

Nu moest ik het resterende deel van de verstoorde wandeling nog afleggen, maar ik wilde mij eventjes niet vertonen in het hillbillyreservaat. De nieuwe tocht, van Barranco do Velho naar Salir, werd gekenmerkt door slome kurkeiken, suffe dopheide en flauwe lavendel. De Rio Seco stond droog en ik liep een beetje ongelukkig als gevolg van het bamzaaien. Gelukkig waren er vandaag geen beren op de weg.

In het non-descripte Salir wilde ik dood noch ­levend gevonden worden en ik besloot door te wandelen naar Humkara Dzong. Deze Tibetaans-boeddhistische gemeenschap staat al lang op mijn ­bucketlist. De monniken bouwden een imposante stoepa, een heiligdom dat de Grote Dikke Baas moet voorstellen. Ik had zin in Tibetaanse boterthee, maar een Duits macramévrouwtje piepte agressief dat ik ­Humkara Dzong alleen op afspraak mocht ­bezoeken. Ze werd hysterisch toen ik zei: chill doch mal, Schwesterchen. 

Ik schrok van haar misantropie en deed een schietgebedje toen ik de stoepa ontvluchtte: ‘Lieve Boeddha, geef mij straks alstublieft de Via Algarviana-medaille, ook al heb ik 15 kilometer gesteggeld.’

Foto Gabriel Kousbroek
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.