Deze Nederlandse watergezant bracht Obama aan het polderdenken

Watergezant Henk Ovink bepleit nieuwe manier om kustgebieden klimaatbestendig te maken

Watergezant Henk Ovink ontwikkelde een nieuwe aanpak van klimaat-adaptatie op basis van zijn ervaringen met de wederopbouw in New York na orkaan Sandy. De methode wordt nu ook ingezet in Aziatische steden.

Henk Ovink: 'We zullen moeten gaan afwegen welke kwetsbare kusten we verdedigen en welke niet.'

Hij is een weekje in Nederland, al moest hij tussendoor nog wel even op en neer naar Londen. De drie weken ervoor voerden hem naar Lima, Vancouver, Washington DC, Brasilia, New York en San Francisco. Komend weekend vliegt hij naar Buenos Aires. Azië, Midden-Oosten en Afrika staan ook op de agenda. ‘Water’, zegt Henk Ovink, ‘is over de hele wereld een enorme opgave.’

Ovink (50), ingenieur, oud-topambtenaar ruimtelijke ordening, is Nederlands eerste internationale watergezant. Hij maakte deel uit van president Obama’s ‘Hurricane Sandy Rebuilding Taskforce’, die de in 2015 zwaar getroffen Amerikaanse oostkust moest wapenen tegen klimaatverandering, zeespiegel-stijging en extreme stormen, en bracht daar Nederlandse kennis en polderdenken in. ‘Henk the water guy’ wist Obama te overtuigen. Nederlandse bedrijven als Arcadis en Deltares leggen nu waterkeringen en overloopgebieden aan.

Zijn Amerikaanse ervaringen legde Ovink neer in het met Jelte Boeijenga geschreven Too Big. Rebuild by Design: A Transformative Approach to Climate Change, dat vandaag (donderdag) in Pakhuis De Zwijger in Amsterdam wordt gepresenteerd. Het boek zet uiteen hoe kwetsbare kustgebieden klimaatbestendig gemaakt kunnen worden via ontwerpwedstrijden en samenwerking tussen zoveel mogelijk partijen.

Uw aanpak lijkt geïnspireerd door de Nederlandse strijd tegen het water.

Ovink: ‘Mijn ideeën zijn natuurlijk gebaseerd op de manier waarop wij in Nederland al meer dan duizend jaar met water omgaan. Wij willen ons altijd voorbereiden en de ramp voor zijn, en dat betekent dat je heel slim moet zijn en daarbij iedereen nodig hebt. Onze democratie is ook een waterdemocratie. Het poldermodel begon in de 12de eeuw met de eerste waterschappen. Zowel die innovatieve als die institutionele traditie is heel onderscheidend.’

‘Aan de andere kant is de huidige opgave extreem groot. Nu al is 90 procent van alle rampen in de wereld watergerelateerd, 40 procent van de wereld kampt met te veel of te weinig water, twee miljard mensen drinken vervuild water. De klimaatverandering dwingt ons alles uit de kast te halen om een nieuwe aanpak te ontwikkelen. Als we op de oude voet doorgaan, gaat het verkeerd.’

Hebben we rampen als orkaan Sandy nodig om in actie te komen?

‘Nee, maar rampen zijn wel een soort röntgenfoto’s die alle kwetsbaarheden laten zien. Laten we rampen dus in elk geval benutten als wake-up call om veranderingen in gang te zetten. In Nederland zijn wij dat ook gewend. We bereiden ons op de toekomst voor, vergroten zo onze veiligheid en besparen op termijn kosten. In Amerika is dat anders. Sandy zette veel plekken onder water maar niet overal. De mensen daar zeiden dus: wat doen jullie moeilijk. En bedrijven vonden: ruim gewoon de rommel op en verder zien we wel.

‘Ik was verbaasd hoeveel Amerikanen ik sprak die zeiden: laten we zorgen dat de brandweer en de politie volgende keer wat sneller komen. Die zagen de ramp als een gegeven. Dan zei ik: maar wat als we zo’n ramp nu eens konden voorkomen of inperken? Dan keken ze je aan of je van Mars kwam. In die zin was dat hele proces van samenwerking met die meer dan vijfhonderd organisaties zo inspirerend. Dat veel mensen uiteindelijk zeiden: we zien nu dat het anders moet en kan.’

En daar gebruikte u dan Nederlandse voorbeelden voor.

‘Natuurlijk, daarom zat ik ook als enige buitenlander in die taskforce. Alleen waakte ik er voor te zeggen: doe maar zoals wij, dan komt alles goed. Je kunt het Nederlandse model, of het nu om stormvloedkeringen, zandmotoren of overloopgebieden gaat, niet zomaar kopiëren. Elke plek vraagt om zijn eigen oplossingen, investeringen en organisatie. Je moet dus niet het slimste jongetje van de klas willen zijn, maar goed luisteren en dan samen iets bedenken. Al is het wel weer fijn als je kunt laten zien dat iets technisch mogelijk is.’

Kunnen we op uw manier ook kuststeden in de derde wereld aanpakken?

‘Jazeker, en dat gaat ook gebeuren. Ik heb anderhalf jaar geleden president Li Jinqun van de Asian Infrastructure Development Bank ontmoet en over onze aanpak verteld. Vervolgens hebben we met de bank het project Water als Hefboom opgezet. We lanceren op 22 april een ontwerpwedstrijd in drie Aziatische steden: Chennai in India, Khulna in Bangladesh en Semarang in Indonesië. Weer dezelfde aanpak als in de VS, juist daar, met hen, voorbeeldinitiatieven creëren zodat straks de Aziatische miljarden ook naar de juiste projecten gaan.’

De vraag is natuurlijk wie alle maatregelen gaat betalen die nodig zijn om ons aan te passen aan de klimaatverandering.

‘We moeten allereerst de bestaande investeringen in infrastructuur, en dan heb je het wereldwijd over biljoenen dollars, op zo'n manier inzetten dat we ermee inspelen op de klimaatverandering. Daarnaast zijn er speciale budgetten voor klimaatadaptatie, zoals het Klimaatfonds van de VN. Ik zeg wel eens: je hebt een miljoen nodig om een miljard slim uit te geven, en vervolgens meer miljarden te genereren. Je moet dus die klimaatgelden als hefboompjes gebruiken om die biljoenen los te krijgen. Dan is het niet de vraag wie dat gaat betalen, maar hoe we zorgen dat die voorbeeld-projecten echt een inspiratie worden voor die biljoenen. En dat kan.’

Zullen we sommige kustgebieden moeten opgeven?

‘Dat doen we al. Kusten staan wereldwijd onder druk door klimaatverandering, zeespiegelstijging en verstedelijking. Zoals de delta van de Mississippi in de VS. In Louisiana verdwijnt elk uur een stuk kust ter grootte van een voetbalveld in zee. Er is net deze week weer een dorp ontruimd. En ook veel kleine eilandstaten hebben het zwaar. De regering van Kiribati heeft al een contract afgesloten met Nieuw-Zeeland om bij een eventuele evacuatie de bevolking op te nemen.

‘We zullen moeten gaan afwegen welke kwetsbare kusten we verdedigen en welke niet. Er is wel eens onderzocht hoeveel er wereldwijd financieel risicovol is geïnvesteerd in infrastructuur en bebouwing. Miami staat bovenaan met 278 miljard dollar, daarna komen steden als Guangzhou, New York, Amsterdam en Rotterdam. Afrika komt op dat lijstje niet voor, terwijl daar de bevolking deze eeuw verdubbelt. Menselijk gezien ligt daar misschien het grootste risico.’

TOO BIG Rebuild by Design: A Transformative Approach to Climate Change, nai010 publishers 2018 € 34,95

Meer over