In beeld

Deze motorrijders laten zich niet beperken door hun beperking

Alida Weij en haar aangepaste motor Beeld Daniel Cohen
Alida Weij en haar aangepaste motorBeeld Daniel Cohen

Motorrijden, daar heb je toch op z’n minst al je ledematen bij nodig? Nou, niet per se. Met aangepaste motoren kunnen mensen met een ernstige beperking toch de weg op.

Motorrijders zijn kwetsbare verkeersdeelnemers; naar verhouding zijn ze vaker slachtoffer bij ongelukken. En toch zijn er mensen met een ernstige handicap die hoe dan ook de motor willen bestijgen. Ben je dan niet een beetje gek? Het rijden op zo’n machine vergt immers behendigheid, gevoel voor balans en gecoördineerd handelen. Daar heb je toch op zijn minst alle ledematen bij nodig, zou je denken.

In zijn werkplaats in Assen moet Albert Lukens hierom lachen. Want nee, dat hoeft dus niet.

Lukens verbouwt motoren van mensen met een handicap, zodat ze toch de weg op kunnen. Hij pakt van een stelling een rechterkunstarm, gemaakt van carbon. Op de plek waar de hand hoort, zit een klem die op het stuur gedrukt wordt en die, vergelijkbaar met een skibinding, losschiet bij een val. In de elleboog zit een hydraulische scharnierverbinding die kleine schokken compenseert. De koppeling, het gas en de voorrem zijn allemaal te verplaatsen naar de goed functionerende arm, waardoor je met een kunstarm veilig een motorfiets kunt besturen, zegt Lukens.

Maar dat is niet helemaal zijn eigen verdienste. Lukens kwam acht jaar geleden min of meer in een gespreid bedje terecht, toen hij de zaak overnam van Rob Janssen, de pionier van het Project Motor Mobiliteit voor Gehandicapten (MMvG) dat in 1995 officieel vorm kreeg.

Egbert Streuer

In de jaren tachtig kreeg Janssen voor het eerst de vraag om een motor met zijspan aan te passen voor een man met een gedeeltelijke dwarslaesie. Janssen had zelf twintig jaar op een sprintmotor wedstrijden gereden en hiervoor een speciale schakeltechniek op basis van luchtdruk bedacht. Die ontwikkelde hij verder voor Nederlands beste motorcoureur aller tijden, Egbert Streuer, die triomfen vierde in de zijspanklasse. De gehandicapte motorrijder veronderstelde dat dit systeem hem kon helpen.

Janssen vroeg het CBR, het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen, of hij het zijspan geschikt mocht maken voor de gehandicapte man. Hij verwachtte een negatief antwoord, maar de reactie was tegenovergesteld. Het CBR had al eerder vragen gekregen over mogelijkheden om motoren geschikt te maken voor gehandicapten, maar wist niet wat ermee te doen. En zo werden gehandicapte motorrijders voortaan naar Janssen doorgestuurd en had hij ineens een eigen bedrijf.

De nu 74-jarige Janssen besefte al snel dat hij het niet alleen kon. ‘De motor aanpassen, zoals gas, rem en koppeling op één plek zetten, rempedalen en voetsteunen verplaatsen, dat kon ik. Maar ik stond ook voor iemand met een geamputeerde arm een prothese te maken terwijl ik er de ballen verstand van had. Dat moest anders.’

Volledige compensatie

Zo kwam hij terecht bij orthopedisch bedrijf Stel in Tynaarlo, dat een jonge werknemer aan Janssen koppelde, Wilfred Mijnheer, een ambitieuze jongen vol ideeën. De protheses van Mijnheer werden in de loop der tijd steeds mooier, beter en innovatiever, zoals de arm met het kliksysteem. Dat moest ook, omdat het CBR steeds kritischer werd. De handicap moet nu door protheses en aanpassingen aan de motor volledig worden gecompenseerd.

Voor Janssen betekende dat dat hij meer partners nodig had dan de orthopeed en het CBR. Een rijschool moest de gehandicapte leren rijden op een aangepaste motor. Lambert Koops in Assen regelde als enige in Nederland lesmotoren die op tachtig punten zijn aan te passen. De Rijksdienst voor het Wegverkeer (RDW) werd erbij betrokken om de nieuwe, speciaal op de beperking af te stellen motor te keuren.

‘Wat wij hier als projectgroep voor elkaar hebben gekregen, geldt nu als Europese norm’, zegt Janssen. ‘Wereldwijd zijn wij het verst met de ontwikkeling van deze motoren.’

Bodycheck

Niet elke droom kan worden gerealiseerd, blijkt in de werkplaats van Lukens. Er zijn grenzen, en die worden mede bepaald door de ‘bodycheck’, een kaal model van een motor met elektronische apparatuur aan boord, die ook in Lukens’ werkplaats staat.

De gehandicapte die (weer) met een motor de weg op wil, moet op dit toestel verschillende testen ondergaan. Daaruit blijkt of de bestuurder de schakelaars goed kan bedienen, of het reactievermogen voldoende is en of hij of zij genoeg grijpkracht op de hendels en het stuur kan uitoefenen.

‘De bodycheck is een objectief instrument dat moeilijke discussies voorkomt’, zegt Lukens. ‘Mensen die een hersenaandoening hebben gehad zijn er soms heilig van overtuigd dat ze snel reageren, terwijl het even duurt voordat de hand doet wat het hoofd wil.’

De teller van op weg geholpen motorrijders staat op bijna duizend. Er waren veel meer belangstellenden, maar die kwamen niet door de procedure.

Rob Janssen is het trotst op de motor die hij aanpaste voor een man met een lichaamslengte van 128 centimeter. Meer dan negen maanden werkte hij eraan. ‘Dit was een extreme en veelomvattende opdracht, die aan de limiet zit van wat er mogelijk is. Prachtig om te doen, ik heb er veel van geleerd. Ik kon de man niet alle uren laten betalen die ik erin heb gestoken. Dat was voor hem onbetaalbaar geweest.’

Ondraaglijke pijn

Na een polsbreuk door een ongeluk met een boormachine in 2015 kreeg Alfons Fernim (58) uit Beilen helse pijn in het gewricht, die na het verwijderen van het gips niet verdween. Na maanden stelden de artsen vast dat hij leed aan CRPS (chronisch regionaal pijnsyndroom).

Alfons Fernim  Beeld Daniel Cohen
Alfons FernimBeeld Daniel Cohen

De pijn was ondraaglijk, hij zat bij vele doktoren in universitaire ziekenhuizen in de spreekkamer. Ze gaven hem injecties en verdovingsmiddelen, plaatsten een kastje in zijn rug om een aantal zenuwen in de pols buiten werking te stellen, maar niets hielp. Twintig weken bracht hij door in een kliniek om de pijn te leren accepteren. Het haalde niets uit.

Ondertussen sliep Fernim nauwelijks nog, was hij depressief, had een kort lontje, voelde zich verdrietig omdat hij niet meer kon motorrijden. Hij wilde dat de onderarm werd geamputeerd, maar de artsen weigerden: je snijdt een gezond lichaamsdeel niet weg. Uiteindelijk besloten artsen in het UMCG Groningen vorig jaar tot amputatie van een deel van de onderarm met het risico dat Fernim toch niet geheel van de duivelse pijn zou zijn verlost. Na het bijkomen uit de operatie in november was de pijn weg.

null Beeld Daniel Cohen
Beeld Daniel Cohen

In maart van dit jaar reed Fernim met een onderarmprothese op een nieuwe, aangepaste motor van ruim 300 kilo: een Indian Chief Dark Horse 1800. Hij reed er zo mee weg. Het voelt alsof hij na zes jaar zijn leven weer terug heeft, zegt hij.

Dwarslaesie

Terwijl ze met gevoelloze, verlamde benen in bed lag, zocht Alida Weij (45) uit Gemert op internet naar mogelijkheden om toch weer motor te kunnen rijden. Tien jaar lang had ze op een zware, glimmende Harley Davidson gereden en dat gevoel van vrijheid, er in haar eentje tussenuit, wilde ze niet verliezen. Weij was ook een geroutineerd ruiter. In februari 2014 ging een karrenpaard dat ze al vaker had bereden er met haar vandoor toen ze nog niet goed in het zadel zat. Hij maakte een plotselinge beweging naar rechts en gooide Weij van zijn rug. Ze landde op een hoop bakstenen en liep een dwarslaesie op.

 Alida Weij  Beeld Daniel Cohen
Alida WeijBeeld Daniel Cohen

Sindsdien kan Weij niet zonder rolstoel. Wel is ze in staat een klein stukje te lopen met behulp van krukken. Die beweeglijkheid is net voldoende om zelfstandig op de motor te stappen. Haar ‘blue metallic’-gelakte Harley was daarvoor niet meer geschikt, maar een motor met zijspan was een goed alternatief. Weij wilde beslist eDen Harley Davidson, maar die is met zijspan vrijwel niet te vinden. Langdurig stroopte ze het internet af tot ze eind vorig jaar een ‘supergaaf exemplaar’ vond. De motor kreeg volledige handbediening, compleet met een aparte achteruitversnelling. Met elk straaltje zon gaat ze rijden. ‘Het is zo fijn dat dit kan’, zegt ze, ‘met een beperking moet je al zoveel laten. En niemand ziet dat het een aangepaste motor is. Je valt niet op met je handicap. Je hoort er gewoon bij.’

De Harley van Alida Weij Beeld Daniel Cohen
De Harley van Alida WeijBeeld Daniel Cohen
null Beeld Daniel Cohen
Beeld Daniel Cohen

Scooterongeluk

Na zijn scooterongeluk in april 2016 was er al snel sprake van dat zijn been geamputeerd moest worden. Maar de destijds 16-jarige Deen Munsters wilde beslist zijn knie niet missen. Hij zou dan niet meer met een motor door bossen en velden kunnen crossen.

Deen Munsters Beeld Daniel Cohen
Deen MunstersBeeld Daniel Cohen

Als klein kind fascineerde het crossen hem al en vanaf zijn 13de jakkerde Munsters zelf op een crossmotor over de weilanden achter zijn ouderlijk huis in Ammerzoden. Dat hij niet meer off-road zou kunnen rijden, vond hij misschien nog wel erger dan het verlies van zijn been.

null Beeld Daniel Cohen
Beeld Daniel Cohen

Munsters maakte een moeilijke tijd door, waarbij zijn onderbeen aan het afsterven was en hij meer dan vijftien operaties onderging. Er volgde een onderbeenamputatie, waarbij zijn knie behouden bleef. De revalidatie ging vrij snel, maar voor het rijden op de crossmotor moest hij toch nog geduld hebben. De rijlessen in Assen, het maken van een prothese en het aanpassen van de motor aan de handicap zijn bij elkaar een kostbare aangelegenheid. In april van dit jaar, precies vijf jaar na zijn ongeluk, haalde Munsters het motorrijbewijs en kreeg hij zijn aangepaste crossmotor. Onlangs ontving hij een officiële licentie om crosswedstrijden te rijden. Musters stelt zichzelf graag doelen en nu dit doel is behaald, heeft hij het volgende bedacht: op een motor de Dakar-rally uitrijden, een wedstrijd van duizenden kilometers door de woestijn. ‘De mensen verklaren me voor gek’, zegt hij, ‘maar hoe vaker ze zoiets zeggen, des te liever ik het wil doen. En niemand houdt me dan tegen.’

Mini-vingers

Linda de Vos (40) heeft een goed werkende rechterhand, en een onvolgroeide linkerhand met niet-functionerende mini-vingers. Het helpt als je met zo’n handicap bent geboren, zegt de Vlaardingse, want dan weet je niet beter. Ze bedacht overal haar eigen oplossingen voor. Als kind leerde ze zichzelf in een uurtje veters strikken. En bij gymnastiek hing ze aan haar elleboog aan de ringen. Maar het zelfstandig berijden van een motorfiets, zoals haar vader en broers deden, leek onmogelijk. Je moet op z’n minst met beide handen het stuur kunnen vasthouden.

Linda de Vos Beeld Daniel Cohen
Linda de VosBeeld Daniel Cohen

De Vos had zich erbij neergelegd dat ze zelf nooit zou rijden. Totdat ze in 2005 op de motorbeurs in Utrecht langs een stand van de Stichting Mobiliteit voor Gehandicapten (SMvG) kwam. Een prothese voor haar linkerhand met grijpwerking en behoud van de polsfunctie bleek haalbaar. De Vos haalde haar motorrijbewijs op een speciale lesmotor in Assen, sindsdien rijdt ze met veel plezier toertochten, het liefst naar de bergen. ‘Zodra ik de eerste bochten heb gereden, verschijnt er een grote grijns op mijn gezicht.’

Linda de Vos op haar aangepaste motor Beeld Daniel Cohen
Linda de Vos op haar aangepaste motorBeeld Daniel Cohen
Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden