Deze man rijdt elke week naar het ziekenhuis om een heliumballon te laten bijvullen

In deze serie zoekt Gidi Heesakkers naar de gewoonten in het leven van alledag. Piet de Rooij (65) rijdt elke week naar het ziekenhuis om een heliumballon te laten bijvullen.

Piet de Rooij, echtgenote Nelly en hun favoriete huisgenoot: Smiley.Beeld Jan Mulders

Smiley staat onder de trap in de woonkamer, waar hij tussen de cd-kast, de krantenbak en het wijnrek boven het eikenhouten meubilair uittorent. Nelly de Rooij (57) kreeg ’m vrijdag 25 augustus 2017, een dag nadat ze in ziekenhuis Rijnstate in haar woonplaats Arnhem belandde. Ze had nog heerlijk gedoucht die bewuste ochtend, ‘niks aan het handje’, maar eenmaal beneden merkte ze dat het niet helemaal lekker ging. Klam zweet, geen zin in het ontbijt dat ze aan het klaarmaken was, kotsmisselijk, druk op de borst, uitstraling naar de arm: foute boel. De buurvrouw trok haar ochtendjas aan en sjeesde met Nelly op de bijrijdersstoel naar de huisarts. Daar bleek ze middenin een hartinfarct te zitten.

Man Piet was op zijn werk, zoons Bert en Rik zaten op een festival in Kroatië, haar broer vierde vakantie in Zeeland en haar zus in Zuid-Afrika. ‘Daar lag ik dan, op de hartbewaking.’ De stolsels in de haarvaatjes die het hart te grazen probeerden te nemen, verdwenen door bloedverdunners. Dat viel mee, maar wat niet meeviel was het besef dat dit het einde had kunnen zijn. Een collega van de kinderopvang waar Nelly werkt, kwam terug van vakantie direct naar het ziekenhuis, kocht in het winkeltje op de begane grond een heliumballon en verscheen met een big smile aan haar bed.

Beeld Jan Mulders

Praten Piet en Nelly over het kleine gebaar dat na zes dagen ziekenhuis mee naar huis ging, dan hebben ze het over ‘Smiley’. ‘Smiley heeft mij de nachten door geholpen’, zegt Nelly. ‘Als ik naar die knalgele ballon in de vensterbank keek, dacht ik: dit is niet leuk, maar het komt goed. Moed houden.’

Zolang Smiley de grond niet raakt en het label van de ziekenhuisshop aan het touwtje hangt, is een vers heliumshot gratis, vertelde een medewerker van het winkeltje. ‘Piet vond het fijn dat ik positieve energie kreeg van die ballon, dus hij ging Smiley bijvullen.’ En nog eens. En nog eens.

Ze lachen er zelf het hardst om; wie is er nou zo gek om na al die maanden nog steeds naar het ziekenhuis te rijden om een ballón in de lucht te houden? Piet dus. In het begin om de twee weken, tegenwoordig om de acht dagen. ‘Op een gegeven moment hangt-ie met zijn ogen boven de krantenbak en dan moet ik op pad.’

Nelly had het er allang bij laten zitten, zegt ze. Maar Piet is vastberaden: zolang zijn vrouw controleafspraken heeft in het ziekenhuis en de psycholoog bezoekt, blijft hij op en neer gaan met de ballon – tien minuten heen, tien minuten terug. 

Beeld Jan Mulders

De eerste paar keer had zij het niet eens in de gaten. Inmiddels is Piet met pensioen, maar destijds werkte hij nog op de afdeling personeelsadministratie van de gemeente Oldebroek en stond hij voor dag en dauw op. Het Rijnstate lag op de route, Smiley ging mee in de Jumbo-tas in de kofferbak. Hoewel: ‘De allereerste keer zette ik ’m op de achterbank, in de veiligheidsriem. Maar dat was geen doen.’ Als hij ’s avonds thuiskwam van zijn werk zat Nelly meestal op de bank. Dan stapte hij met de plastic lachebek voor zijn gezicht de kamer binnen. ‘Hállo, daar zijn we weer!’

Zo maakt hij nog steeds zijn entree, telkens hetzelfde grapje waar Nelly om blijft lachen. Smiley staat voor het leven dat te leuk is om te laten, voor het opbeurende idee om ook in een moeilijke periode vrolijk te kunnen worden van iets lulligs als een ballon, maar de ritjes naar Rijnstate zijn ook een teken van een grote liefde die zich niet zomaar lek laat prikken. Nelly: ‘Welke man doet nou zoiets, na 36 jaar huwelijk? Ik vind het zó lief. Je moet er toch niet aan denken dat je elkaar verliest?’

Beeld Jan Mulders

Eerlijkheid gebiedt te zeggen dat de originele ballon in september vorig jaar gevlogen is. Op de parkeerplaats van het ziekenhuis liet het touwtje los. Piet had het pas door toen hij mensen hoorde lachen en omhoog keek. ‘En daar ging Smiley!’ Hij snelde terug naar binnen om een nieuw exemplaar te kopen. Verder heeft deze routine hem nog geen cent gekost, zelfs geen parkeergeld. ‘Het eerste kwartier is parkeren gratis, en dat bijvullen is zo gepiept.’

In theorie kan Smiley eindeloos onder de trap blijven staan, maar dat is niet de bedoeling. Zodra Nelly uit de medische molen is, gaat de ballon de kliko in. En ook dat is een idee om vrolijk van te worden.

Zelfde tijd, zelfde plaats

Ook een gewoonte? In de serie Zelfde tijd, zelfde plaats volgt V-auteur Gidi Heesakkers mensen en hun gewoonten. Ze liep bijvoorbeeld mee met vier gepensioneerde bouwvakkers die elke doordeweekse dag gaan kijken bij de verbouwing van het Utrechtse stationsgebied en schreef over mensen die al jaren hetzelfde gerecht serveren met Kerst. Wilt u een suggestie doen of heeft u een goede gewoonte? Graag! g.heesakkers@volkskrant.nl

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden