Moet u horenorgelmuziek

Deze Groningse organist woont in de kerk waarin hij op zijn eigen orgel speelt. En dan heeft hij er nog drie

null Beeld David Vroom
Beeld David Vroom

De Groninger Sietze de Vries is een fenomeen in de internationale orgelwereld. Als improvisator kan hij je doen geloven dat je muziek hoort uit de 17de of 18de eeuw. Nu de ‘orgelzomer’ vol concerten aanbreekt, mag hij eindelijk weer los.

Sietze de Vries (48) verontschuldigt zich. Er is net een nieuwe keuken afgeleverd, althans, de onderdelen daarvoor staan nu middenin zijn kerk opgesteld. Zijn kerk, zijn trots. Want zijn kerk betekent dus ook echt zíjn kerk. Sinds 2009 woont De Vries, een van Nederlands meest geroemde organisten, hier, in Niezijl, ten westen van de stad Groningen. Ooit, toen de trekschuit er nog het belangrijkste vervoermiddel was, stonden hier mensen met ladders buiten tegen de vensters om naar de preek te kunnen luisteren.

Godshuis

Maar net als in de andere twee kerken van het dorp, wordt er niet meer gekerkt. Het voormalige vrijgemaakt gereformeerde godshuis is nu een orgelparadijs, waarin elk orgelpijpje klinkt zoals Sietze de Vries het wil. Naast het grote orgel staan er nog drie kleinere orgels en zeven andere historische toetsinstrumenten.

De Vries: ‘Mijn grootvader is hier nog koster geweest, dus ik kwam er als kind al. Toen de kerk jaren geleden leeg kwam te staan, kreeg ik de vraag: is dit niet iets voor jou? Daar heb ik geen geld voor, zei ik. Toen vroegen ze: wat heb je wel? Mijn vrouw en ik verkochten onze twee-onder-een-kapper in Noordhorn en kregen daar een ton voor. Dat bleek genoeg.’

De meeste instrumenten die hier staan, heeft hij gekregen; het tekent zijn reputatie. Onlangs kwam er nog een klavecimbel bij. Zijn brede fanbase – zowel de seculiere Bach-liefhebber als het reformatorische publiek komt op zijn concerten af –, dankt hij vooral aan het feit dat hij een virtuoos improvisator is. En al helemaal bijzonder: hij improviseert in historische stijlen. Als iemand je kan doen laten geloven dat ter plekke bedachte muziek van Frescobaldi of Buxtehude is, dan is het De Vries.

Improviseren

‘Nederland is wereldberoemd om zijn historische orgels’, zegt hij. ‘Dan vraag ik: hoe werden die gebruikt? Ze speelden hier in 1750 echt geen Bach. In de diensten werd geïmproviseerd, het was een ambacht. Toen ik jong was, werd daar een beetje op neergekeken. Het was pastiche, tegen die grote componisten kon je toch niet op. De waardering voor de praktijk is er nu wel, maar ik merk aan jonge musici dat ze nog steeds te afhankelijk zijn van bladmuziek.’

Ironisch genoeg – en ook een teken de waardering van zijn werk – zijn er tal van organisten die improvisaties van De Vries uitschrijven. Elke week krijgt hij wel een mail van iemand die zijn orgelspel van een cd of YouTube-filmpje in noten heeft omgezet. ‘Van de week nog iemand uit Duitsland, een hele partita van een halfuur. Dan krijg ik de vraag of ik even wil kijken of alles klopt en of hij iets kleins mag aanpassen omdat ik dat wel anders zal hebben bedoeld.’

Een paar maanden geleden zijn er zelfs uitgeschreven improvisaties in druk verschenen. ‘Eigenlijk ben ik daar geen voorstander van. Het is iets wat thuishoort in het moment. Over opnamen had ik eerst ook mijn twijfels. Ik vind dat je een goede improvisatie moet kunnen beoordelen als een compositie. Maar ik vind ze dus vaak niet goed genoeg.’

Conservatorium

Wie wil horen hoe hij het doet, heeft deze zomer weer volop kansen. ‘Sinds corona zijn er een stuk of zeventig concerten afgezegd, in binnen- en buitenland. Ik liep meer dan de helft van mijn inkomsten mis. Maar ik ben een tevreden mens. Ik heb gelukkig een vaste baan aan het conservatorium van Groningen.’ En, nog een bron van geluk: hij begeleidt de diensten in de Martinikerk, waar hij een van de mooiste orgels ter wereld bespeelt.

Zeker, zijn eigen kerkelijke achtergrond is te horen in zijn spel, beaamt De Vries. In zijn improvisaties zit altijd wel een flard van een Geneefse psalm verstopt – een feest van herkenning voor luisteraars met een protestantse achtergrond. ‘Die psalmmelodieën zijn onderdeel van wie ik ben. Ik kreeg ze als kind net zo vanzelfsprekend aangeleerd als de Nederlandse taal. Ik denk dat mijn spel daardoor ook wel vocaal georiënteerd is. Maar als ik Bach uitvoer, denk ik niet dat je daaruit af kunt leiden: die komt uit de vrijgemaakte kerk.’

Wat hij wel aan die opvoeding overhield, is dat hij ‘niet de interessante artiest wil wezen’. ‘Ik voel me geen kunstenaar. Ik ben ook niet iemand die zegt: het orgel moet doen wat ik wil. Ik probeer dienstbaar te zijn aan het instrument: al die orgels waar ik mee te maken heb, zijn heel verschillend en sturen je in een andere richting. Speel nou maar gewoon mooi, denk ik.’

De Vries improviseert van kleins af aan. Hij speelde de platen na die zijn ouders draaiden, van organisten als Feike Asma en Piet van Egmond. ‘Daardoor kon ik als kind sneller dingen van gehoor naspelen dan van blad lezen. Als ik van blad speel, moet het bij mij nog steeds langs meer schijven dan bij veel van mijn collega’s.’ Als orgelminnende tiener was Groningen, vol eeuwenoude topinstrumenten, een weelde. ‘Ik fietste de hele provincie door, ik wilde ze allemaal leren kennen.’

Maar het vak van organist leerde hij pas echt in De Rank te Zuidhorn, een Gereformeerde Kerk vrijgemaakt, een behoudend kerkgenootschap ontstaan in 1944. ‘De gemeente telde veertienhonderd leden. Omdat die niet allemaal tegelijk in de kerk pasten, waren er op een dag vier diensten. Dan kun je meters maken. Ik ben in die kerk groot geworden, het was mijn bubbel. Daar stap je dus niet zomaar uit.’

Happy-clappymuziek

Dat gebeurde uiteindelijk wel, in 2013. ‘Met een big bang. Ik werd veel uitgenodigd om concerten te spelen in het buitenland. Die waren vaak op zondag. Daar werd ik in de kerk op aangesproken. Mijn uitleg dat je dat succes ook als zegen des Heeren kon zien, werd niet geaccepteerd. De bom is uiteindelijk gebarsten omdat ze van die happy-clappy-muziek in de dienst wilden, patat-met-appelmoes-muziek. Daar geloof ik niet in. Ik hecht aan een traditionele liturgie, zoals in de Martinikerk. Nee, ik zit daar echt niet alleen voor het orgel.’

Als orgeldocent krijgt hij vaak te maken met studenten uit bevindelijke, ‘strengere’ kerkgemeenschappen. ‘Dat is soms wel moeilijk. Soms zijn er jongens die echt veel talent hebben, maar geen ambitie mogen hebben. Die worden mentaal gebroken. Ze krijgen te horen dat kunst het domein van de slang is. Als het hen lukt zich daaraan te ontworstelen, ontstaat er vaak een breuk in de familie. Ik vind het zonde dat daardoor niet alle talent tot wasdom komt.

‘Maar er is ook veel uit die wereld wat ik waardeer. Fatsoen, met twee woorden spreken, afspraak is afspraak. Ik ben nog altijd een verwoed Bijbellezer, ik heb boven een hele afdeling theologische boeken. Ik kan met iedere dominee een discussie aangaan. Ja, het schept ook wel een band als je een grap kan maken met Bijbelse verwijzing en je ziet wie hem snapt en wie niet. Dan ben je samen de underdog.’

Wie wil weten waar Sietze de Vries deze zomer optreedt: sietzedevries.nl.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden