Deze griep komt overal binnen

Virussen zijn goed in overleven. Ook de vogelgriepvirussen. Vaak veranderen die van gedaante om het afweersysteem van vogels te omzeilen....

Kuikens kregen de tien poezen te eten op het virologie-laboratorium van het Erasmus Medisch Centrum in Rotterdam. Eerst een tijdje om aan het onbekende voedsel te wennen, daarna als proefdier voor de wetenschap.

Die laatste kuikens waren van te voren besmet met de dodelijke variant H5N1 van het vogelgriepvirus. Die waart rond in Azië en trekt geleidelijk verder de wereld over: Roemenië, Turkije.

Na het opensnijden van de poezen, een week na besmetting, werd het virus niet alleen aangetroffen in de longen, de belangrijkste besmettingsroute. Er werden ook virusdeeltjes in andere vitale organen gevonden: hart, lever en de hersenen. En - niet eerder aangetoond - in zenuwbanen in de wand van de darmen.

Er zijn blijkbaar meerdere besmettingsroutes. Het virus komt het lichaam niet alleen binnen via de ademhaling, maar ook de darmen spelen een rol. Voedsel en vervolgens uitwerpselen zijn vermoedelijke alternatieve routes waarlangs virusdeeltjes het lichaam binnendringen en verder worden verspreid.

Die wijde verspreiding door het lichaam verklaart bovendien het extreem ziekmakende karakter van het vogelgriepvirus H5N1. Voor zoogdieren, en daarmee voor mensen, suggereren de Rotterdamse onderzoekers.

De Rotterdamse virologen en pathologen schrijven dat in een artikel over die kattenstudie in het vakblad American Journal of Pathology van deze maand. Recente cijfers van de wereldgezondheidsorganisatie WHO sluiten aan bij die suggestie. Meer dan de helft van de besmette mensen - wereldwijd nu zo'n tweehonderd - is overleden, binnen weken.

Een griepvirus ziet er weinig angstaanjagend uit. Een bolletje van niet meer dan honderd nanometer, ogenschijnlijk onschuldig.

Binnenin zit de genetische informatie van dit zogeheten rna-virus. Die is nodig voor verdere vermenigvuldiging in gezonde cellen van een toekomstig slachtoffer. Zonder gastheercellen kan een virus zich niet vermenigvuldigen.

Tentakels

Aan de buitenkant van de virusbolletjes zitten tentakels, verschillende moleculaire lego-noppen. Daarmee klampen virussen zich vast aan daarop passende gastheercellen in mensen, vogels en varkens, onder meer. Als eerste in de luchtwegen, aan epitheelcellen.

Twee verschillende eiwitten op de buitenkant spelen een belangrijke rol bij het infecteren van gastheercellen. De zogeheten hemagglutinine-eiwitten (H) brengen een koppeling tot stand tussen een virusdeeltje en zogeheten receptoren op de mantel van de gastheercel (cellen in de longen, in de luchtpijp). Eenmaal vastgemaakt, breken ze de mantel open. Het virus kan dan de cel binnendringen.

Neuraminidase-eiwitten (N), het tweede belangrijke eiwittype aan de buitenkant van virusdeeltjes, spelen een rol bij verdere infectie van andere cellen in de buurt.

Griepvirussen zijn overlevers. In mensen veranderen ze voortdurend van gedaante, stapsgewijs van seizoen tot seizoen, soms abrupt om de twintig tot dertig jaar. Zo ontwijken ze eerder opgebouwde immuniteit van het afweersysteem.

Beide eiwitten spelen een cruciale rol bij die bijna continue gedaantewisselingen. De natuur zit nog complexer en onvoorspelbaarder in elkaar. Er is niet één N-eiwit en één H-eiwit.

Op griepvirusdeeltjes zijn tot nu toe zestien verschillende H-eiwitten gevonden. Onderzoekers van Erasmus MC ontdekten vorige jaar het zestiende. Het aantal verschillende N-eiwitten is negen.

N-eiwitten lijken, net als die zestien H-eiwitten, in grote lijnen op elkaar. Op specifieke plaatsen is de chemische structuur echter net iets anders, een peptide meer of minder, zoiets. Dat geeft ze een andere biochemische activiteit, en bovendien een intrigerende codenaam: H1, H2, H3 . . . tot en met H16.

De verschillende combinaties zijn in de loop der jaren in vogels ontstaan. Het aantal combinaties laat zich uitrekenen: 144 verschillende griepvirusdeeltjes, met een (iets) ander uiterlijk, die overigens niet allemaal voorkomen.

In watervogels, met name trekvogels - ganzen, zwanen, meeuwachtigen en steltlopers - zijn de meeste varianten aangetroffen, zegt patholoog Kuiken van Erasmus MC. In ongeveer gelijke mate. Watervogels vormen dan ook de oorspronkelijke bron van het griepvirus, aldus Kuiken.

Ze hebben er over het algemeen weinig last van, ze zijn dragers. Virustypes, meestal weinig pathogeen, veranderen voortdurend ietsje om zo toch vat te krijgen op het immuunsysteem van de gastheer. In een pluimveebedrijf, waar dieren dicht op elkaar leven, resulteert dat af en toe in een hoogpathogene mutant, waaraan de pluimvee-populatie overlijdt.

Beperkte overdracht

Overdracht naar mensen is nog maar beperkt. Er zijn bij mensen drie virustypes aangetroffen, die tevens van mens naar mens overdraagbaar zijn: virusdeeltjes met op de buitenmantel N1- en H1-eiwitten, met H2- en N2-eiwitten en met H3- en N2-eiwitten.

Die zijn schoksgewijs gevormd, door uitwisseling van genetische informatie tussen twee subtypes. In vermoedelijk varkens. Die beschikken over speciale receptoren. Daaraan kan het hele arsenaal vogelgriepvirussen hechten. Maar ook het nog beperkt aantal griepvirussen dat bij mensen rondwaart.

Door uitwisseling van genen, en daarmee van manteleiwitten, vormt zich een nieuw virustype. Dat gevaarlijk wordt als het aan menselijke cellen kan hechten.

Dergelijke eiwit-uitwisselingen (genetisch shift) stonden in het verleden aan de wieg van pandemieën, uitbraken van tot dan toe onbekende virussen, althans voor het immuunsysteem van de mens.

In 1918 bijvoorbeeld, toen zich het H1N1-virus ontwikkelde. Als gevolg van die Spaanse griep zijn toen twintig tot vijftig miljoen mensen wereldwijd overleden.

Vogelpopulaties vormen een eeuwige bron van virussen. Nu is de angst dat een virulent vogelgriepvirus, dat voornamelijk nog in Azië voorkomt, overslaat naar de mens. Het gaat om een virulente mutant van het H5N1-virus, dat in 1997 voor het eerst bij pluimvee in Hongkong de kop opstak. Er gingen miljoenen kippen dood.

Wanneer die vogel-mutant genetische informatie uitwisselt met één van virussen die al in de mens voorkomt, kan zich een nieuw, nog onbekend virustype vormen. Als dat ook nog eens overdraagbaar is van mens tot mens, is de kans groot op een nieuwe pandemie met veel doden.

Ook omdat dit H5N1-virus meerdere organen aantast, niet alleen de longen, zegt patholoog Thijs Kuiken van Erasmus MC, verwijzend naar de kattenstudie die zijn onderzoeksgroep twee jaar geleden heeft uitgevoerd.

'In Azië kregen met H5N1-virus besmette kinderen hersenvliesontsteking zonder dat ze verschijnselen van longontsteking hadden. Pas dagen daarna waren die op een röntgenfoto te zien.' Dat betekent, zegt Kuiken, dat artsen bij een diagnose niet alleen naar luchtweginfecties moeten kijken maar ook naar andere symptomen.

De kans op een epidemie neemt volgens Kuiken toe. 'Zorgwekkend. Er komen explosief meer mensen, meer pluimvee, er wordt meer vlees gegeten en gereisd. Dergelijke onderliggende factoren vergroten de kans op de ontwikkeling van zo'n pandemie-virus.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden