Interview Kinderwens

Deze gezinnen zijn met veel kunst- en vliegwerk ontstaan

Hoe gaan singles om met hun kinderwens? En homo’s, bij wie kinderen krijgen ook niet vanzelf gaat? Met die vragen ging fotograaf Mascha Jansen op pad en maakte er een boek over. Ze stuitte op gezinnen die met veel kunst- en vliegwerk zijn ontstaan.

Kai (10 maanden) is het kind van drie ouders: Marije, Marco en Christian. Foto Mascha Jansen

Een persoonlijk fotoboek

Ze zou nooit meer zo’n persoonlijk boek maken. Na Mr. Right, het fotoproject waarvoor ze alle exen uit haar leven opnieuw opzocht, was fotograaf Mascha Jansen wel klaar met het vastleggen van gevoelige onderwerpen uit haar eigen leven. Even, dan. Want nu is er Love Child: een boek over singles en homoseksuele koppels voor wie kinderen krijgen niet vanzelfsprekend is, maar die ze wel kregen, over mensen die ze uiteindelijk níet hebben gekregen én over mensen die ze nog steeds heel graag willen.

‘Vrijwel geen verlangen gaat met zoveel emoties gepaard als de kinderwens’, schrijft Arnon Grunberg in het voorwoord. Tot welke bijzondere uitkomsten die ene wens kan leiden, laat Jansen (48) zien in het dikke fotoboek vol portretten en interviews, onder meer met de Belgische psychiater Dirk De Wachter. Maar ook met een jonge vrouw die zwanger is van haar homoseksuele jeugdvriend, zodat ze het kind straks samen met hem én haar veel oudere vriendin kan opvoeden. En met een vrouw die wel een vriend heeft, maar dan eentje die zeker weet dat hij geen vader wil worden.

Tijdens het maken zat Mascha Jansen soms huilend achter de computer. Want Love Child gaat ook over wat er gebeurt als een kinderwens, zoals bij haarzelf, níét uitkomt. ‘Vóór dit boek sprak ik er nooit over, bang om gekwetst te worden. Mensen willen het vaak voor je oplossen: waarom neem je geen hond? Of ze verwijderen zich van je verdriet.’ Toch is het geen verdrietig boek geworden. ‘Ik heb een hekel aan pathetiek. Er zit gemis in dit boek, maar ook verwondering en hoop. En dat er meer mensen zijn zoals ik, is troostend, hopelijk ook voor anderen.’

Mascha Jansen, Love Child. Uitgave in eigen beheer, 245 pagina’s, € 40. maschajansen.com

‘Ik wil het echt alleen doen’

Laura, moeder van Dick en Kees. Foto Mascha Jansen

Laura (35, eigenaar van een designwinkel) leeft in een woongroep met zoons Dick (3) en Kees (8 maanden), allebei verwekt door dezelfde, nog anonieme donor.

‘Ik heb een foto van mezelf toen ik 3 was. Mijn moeder lag te slapen op de grond en ik legde een theedoek over haar heen. Ik ben altijd een zorgzaam type geweest, wilde altijd al moeder worden. Eerst ben ik gaan reizen, werken en feesten. Maar toen ik richting de 30 ging, nog steeds geen relatie had en merkte dat ik daar ook geen behoefte aan had, dacht ik: ik doe het alleen. Een relatie moet iets toevoegen aan je leven, maar ik zie dat mensen vooral veel tijd kwijt zijn aan onderhandelen, compromissen sluiten. Ik leef in een woongroep en heb een groot netwerk van familie, vrienden en kennissen, dus er zijn genoeg mensen op wie ik kan terugvallen mocht dat nodig zijn.

Een vriend bood aan om donor te worden. Ik moest huilen, ik vond het zo’n mooi aanbod. Maar toen ik erover nadacht, besefte ik dat ik het echt alleen wilde doen.

De fertiliteitskliniek Nij Geertgen in Brabant hanteert het faire wederkerigheidsprincipe: als je donormateriaal inbrengt in de bank, kun je er ook materiaal uithalen. In de wachtkamer dacht ik: wat zit ik hier met mijn luxeprobleem. Al deze vrouwen zijn het al jaren aan het proberen, ik zit hier alleen omdat ik geen relatie wil. Ik heb eitjes gedoneerd en kon toen zaad krijgen van een donor.

De eerste zwangerschapstest was negatief. Na de tweede poging kreeg ik vreselijke buikpijn. Ik had een buitenbaarmoederlijke zwangerschap en moest acuut geopereerd worden. Maar zodra ik me fysiek weer fit genoeg voelde, ben ik teruggegaan naar de kliniek. Uiteindelijk heb ik veertien pogingen gedaan zonder resultaat. Pas toen vrienden zeiden: je moet om een andere donor vragen, was het meteen bij de vijftiende poging raak.

Halverwege de zwangerschap hoorde ik dat het een jongetje werd. Ik dacht giechelend: ik heb een piemel in mijn buik! Het vreemde is: je krijgt iets, en je krijgt ook iets níét: een meisje. Ik ben gelukkig met mijn keuze en heel erg blij dat Dick nu een broertje heeft. Laatst vroeg hij ineens: wie is mijn vader, wanneer kan ik hem ontmoeten? Dat vind ik heel bijzonder, want Dick is nog geen 4. Ik heb gezegd dat we contact opnemen met zijn biologische vader, de donor, als hij 16 is en als hij het dan nog steeds wil. Ik ben in ieder geval enorm benieuwd naar de man die me dit grote geluk gegund heeft. En het lijkt me fijn als er een band kan ontstaan.

Toen ik een tweede kind wilde, vond ik het reuzespannend om het hele traject weer in te gaan. De eerste keer liet ik alles rustig op me afkomen. De tweede keer wist ik op hoeveel punten het ook mis kan gaan. Voor mezelf zou dat nog niet eens een probleem zijn, maar ik was me er wel van bewust wat ik Dick en ons perfecte leventje aan zou doen als er zorgen zouden komen. Godzijdank is alles vlekkeloos verlopen. Ik was al bij de derde poging zwanger en heb een prachtige zwangerschap en bevalling gehad. Kees is net zo’n groot succes als zijn trotse broer.’

'Als een kind contact wil: prima’

Anoniem: ‘Natuurlijk heb ik fantasieën over de eventuele kinderen.’ Foto Mascha Jansen

Anonieme spermadonor (32, zijn naam is bij fotograaf Jansen bekend) in een kliniek in Nederland.

‘Vanwege geldnood begon ik in 2015 met zaad doneren. Per keer kreeg ik 100 euro. Ik wilde stoppen toen ik werk vond, maar realiseerde me hoe cruciaal het doneren voor wensouders is. Er is een tekort aan donorzaad. Ik vind het belangrijk dat er kinderen zijn, ze zijn tenslotte onze toekomst, en dat mensen die dat graag willen kinderen kunnen krijgen.

Rond Kerst laat het ziekenhuis donoren kaarten zien die wensouders sturen om ons te bedanken. Dat is heel ontroerend. Ik voel dat die gezinnen nu compleet zijn. Mensen die al jaren kinderen wilden, ik krijg kippevel als ik het vertel. De kaarten zijn niet aan iemand speciaal gericht omdat we anoniem zijn. Pas als het kind 16 is, kan het opvragen wie de donor is.

Tussen 2016 en 2018 ben ik met doneren gestopt vanwege mijn vriendin. Het idee van donatie vond ze mooi, maar ze wilde liever niet dat ik ermee doorging. De relatie eindigde, en ik zocht zelf weer contact met het ziekenhuis. Nu enkel vanuit idealisme. Het klinkt misschien ironisch of zelfs grappig, maar het voelt heel bevredigend als ik daar vandaan kom.

Ja, hoe gaat dat daar. Je bent alleen in een kamer met pornofilms en -blaadjes. Die vervelen me. Ik gebruik liever mijn eigen fantasie of mijn telefoon. Daarop staat tenminste nieuwe porno. Maar daar kom je niet voor natuurlijk. In 2015 ging ik drie keer per maand, nu nog een keer per maand. Per bezoek lever je zaad in voor ongeveer drie à vier rietjes, waarmee meerdere vrouwen meerdere pogingen kunnen doen. De kliniek raadt donoren aan te stoppen bij 25 kinderen. Bij meer is de kans te groot dat die kinderen elkaar later tegenkomen en, onwetend, verliefd worden op elkaar.

In 2015 kreeg ik een medische keuring, en ik doe elk halfjaar een bloed- en urinetest. Het hoofd van de spermabank interviewt je over je intenties. Je krijgt vragen over je persoonlijkheid en die informatie krijgen de wensouders. In het ziekenhuis waar ik doneer kunnen ze iemand kiezen op basis van haar- en oogkleur, geboortejaar en hobby’s. Ik hoop dat ouders hun kind opvoeden met een open mind. De spermabank houdt goede gesprekken met de wensouders, daar vertrouw ik op.

Als donor kun je navragen of er uit de donatie een kind is voortgekomen. Dat doe ik niet. Ik wil geen getal in mijn hoofd hebben en ik wil eigenlijk ook geen trots voelen dat het gelukt is, want dan wordt het zo’n egoding. Als een kind later contact wil, prima. Daar ben ik nu niet mee bezig. Natuurlijk heb ik fantasieën over eventuele kinderen, maar ik zie ze niet als mijn kind. Ze hebben hun ouders. Misschien dat ik ze ooit als vriend kan zien.

Zelf wil ik graag kinderen. Ik kom uit een groot gezin, maar voor mij is twee kinderen goed. Mijn familie, die in het buitenland woont, weet niet dat ik dit doe, ze zijn nogal ouderwets. Als een vriendin mijn zaad zou willen, ligt het eraan wie het vraagt. Maar tot nu toe heeft niemand het gevraagd, we zijn misschien nog te jong. En mensen praten niet makkelijk over dit verdriet, ze schamen zich. Het taboe op spermadonatie zou moeten stoppen. Mensen die ongewenst kinderloos zijn, worden gelukkig door mijn bijdrage. Daar doe ik het voor.’

‘Een partner mis ik niet’

Marije, moeder van Kai. Foto Mascha Jansen

Single Marije (35, beleidsmedewerker) heeft een zoon, Kai (10 maanden), met koppel Marco (44, coördinator) en Christian (49, adviseur). Kai is de helft van de tijd bij haar, de andere helft bij hen.

Marije: ‘Mijn kinderwens werd wakker toen ik 26 was. Ik woonde samen, maar mijn vriend was er nog niet aan toe. Ik kon het niet meer loslaten. Uiteindelijk maakte hij het uit. Ik wilde er niet te lang bij stilstaan en ben een jaar in Ethiopië gaan werken. Na terugkomst ontmoette ik vrij snel iemand. Een rationele jongen met sterke morele waarden. Een gedegen keuze als je een kind wilt, maar ik miste warmte en passie. De dingen die maken wie ik ben, waren niet de dingen die hij leuk vond aan mij. Ik was niet gelukkig en heb de relatie verbroken. Mijn kinderwens ging het vinden van een partner in de weg staan.’

Christian: ‘Toen ik uit de kast kwam, dacht ik dat vader worden er daardoor niet in zou zitten voor mij. Dat veranderde toen mijn vriend Marco over zijn kinderwens begon. Hij is heel liefdevol en ik vertrouw hem helemaal. Dat is voor mij de basis. We bleken te oud voor adoptie en na een zoektocht kwamen we uit bij Meer dan Gewenst, een platform voor homo-ouderschap. We gingen naar hun speeddate-avond, waar je single vrouwen kunt ontmoeten die ook een kinderwens hebben. Marco wilde nog afzeggen; hij voelde zich niet goed voorbereid. Ik zei: ‘We laten ons verrassen.’ Meteen het derde gesprek was het raak.’

Kai. Foto Mascha Jansen

Marco: ‘Marije durfde meteen te zeggen dat ze het belangrijk vond dat het kind de eerste drie maanden bij haar was. Ze stelde de hechting en het belang van het kind voorop. Thuis hebben we een fles champagne opengetrokken; met Marije was het voor ons allebei liefde op het eerste gezicht. Ze is hetero, single en toch was ik niet bang dat ze tijdens het verkenningsproces de ware zou tegenkomen. Marije was open over haar verliefdheden en wij voelden al snel dat co-ouderschap een bewuste keuze was. We hebben maandenlang intensief gepraat. Chris en ik spraken vooraf niet inhoudelijk over bepaalde thema’s, zodat we ze onbevangen met zijn drieën konden verkennen. Ik wilde dat Marije zich veilig voelde.’

Christian: ‘In september 2016 konden we echt van start, maar toen moest ik onverwacht voor mijn werk naar Haïti. We wilden de kans toch niet laten lopen. Marco en ik zijn in de taxi naar Schiphol gestapt en eerst langs Marije gegaan. Daar stapte Marco uit om een potje met mijn zaad af te geven en ik reed door naar Schiphol. Het leverde geen zwangerschap op, maar twee pogingen later was het raak. Marije kwam de badkamer uit en er stonden twee streepjes op de test. Ik barstte in huilen uit, zo blij was ik. Ik vind het bijzonder dat we dit gedurfd hebben.’

Marije: ‘Na onze derde poging dacht ik: dit kan ’m weleens zijn. Twee weken later konden we de zwangerschapstest pas doen. Ik werd steeds zenuwachtiger. Een dag voordat we zouden testen, kwamen Chris en Marco een matras brengen om bij mij te stallen. Ik stelde voor om dan ook meteen de test te doen, al was het eigenlijk nog te vroeg. Ik ging naar de wc en kwam terug met twee streepjes. Chris moest heel hard huilen. Ik vond het mooi, zo’n grote emotie, maar ook overweldigend. Stel dat ik een miskraam zou krijgen en de jongens daarmee verdriet zou doen.’

Christiaan (links) en Marco, vaders van Kai. Foto Mascha Jansen

Christian: ‘Ik vind het prachtig dat Kai er nu is en ben ontzettend gelukkig dat ik samen met Marco en Marije ouder mag zijn. We zijn een bi-nationale co-ouderfamilie - want ik ben Duits - maar toch voelt het allemaal heel gewoon. Kai leert Nederlands en Duits praten. Ik vind het uitdagend dat er veel communicatie nodig is om ons ouderschap invulling te geven, maar we zijn eerlijk en transparant. We doen ook veel met zijn vieren. Als Kai niet bij ons is, mis ik hem. Ik weet dat hij bij zijn liefdevolle moeder in goede handen is, dus het is geen naar gevoel. En hoe leuk is het om hem dan weer te zien!’

Marco: ‘Ik ervaar het gedeeld ouderschap als bijzonder en prettig. We steunen elkaar. Ik mis Kai als hij bij Marije is, maar dan hebben zij quality time en heb ik tijd om uit te rusten en dingen voor mijzelf te doen. We zijn altijd wel in contact met elkaar, meerdere malen per dag, vooral om leuke momenten te delen.’

Marije: ‘Als Kai bij Marco en Christian is, ben ik blij met alle andere dingen die ik kan doen. Kai is gelukkig met zijn vaders en ik heb veel steun aan ze. Ik mis geen partner in de opvoeding, want dat deel ik met hen. Thuis vind ik het prettig alles alleen te doen, behalve de nachten. Die zijn soms zwaar.’

‘Natuurlijk wilde ik liever huisje-boompje-beestje’

Judith, moeder van Lois en Niels Boas. Foto Mascha Jansen

Judith (40, psycholoog) is moeder van dochter Lois (8), van donor/vader Michel (51). Gijsbert (46) is donor/vader van haar zoon Niels Boas (2).

‘Als kind wist ik al dat ik moeder wilde worden. Toen ik 25 was, werd mijn nichtje op haar 19de alleenstaande moeder. Toen dacht ik al: wauw, als zij dit alleen kan, kan ik het ook. Binnen nu en vijf jaar wil ik een kindje en als ik dan geen relatie heb, ga ik het alleen doen.

Op mijn 31ste ging ik er actief mee aan de slag. Ik had toen al lang over alleenstaand ouderschap nagedacht. Mijn moeder werkte hard, mijn vader voedde mij op. Toen hij stierf, dacht ik: kan ik een kind een vader misgunnen? Nee, daarom viel een anonieme donor af. Co-ouderschap leek mij te moeilijk. Via een website met mogelijke donoren benaderde ik Michel. Ik viel voor zijn motivatie: ‘Ik wil meewerken aan het grootste geluk van de wereld, dat niet voor iedereen vanzelfsprekend is.’

Toen ik hoogzwanger was, leerde Michel zijn huidige partner kennen. Soms was ik in paniek en dacht ik: hoe ga ik dit doen, alleen? Mijn moeder wilde meehelpen. Ze woont vlakbij. Zij zorgt voor mijn kinderen als ik werk of op pad ga. De opvoeding doe ik verder zelf. Natuurlijk heeft ze daarin ook een rol, ze heeft zoveel ervaring. Op haar 84ste heeft ze tien kleinkinderen en vijf achterkleinkinderen.

Een tweede kind wilde ik altijd al. Michel had in een jaar tijd drie kinderen bij drie vrouwen gekregen; hij en zijn vriend hebben na lang nadenken nee gezegd toen ik voor de tweede keer zwanger wilde worden. Na een kort rouwproces ontmoette ik Gijsbert via een speeddate. Het klikte meteen. Na diepe gesprekken hebben we, net als bij Michel, voor de ‘donorplus’-constructie gekozen: ik draag de zorg, maar de vaders mogen altijd contact hebben. Ze hebben de kinderen allebei niet officieel erkend, maar we praten veel en we hebben alles in goed overleg geregeld. Ook toekomstig co-ouderschap is bespreekbaar.

Mensen zeggen vaak dat ze het stoer vinden, vermoedelijk vinden sommigen het raar. Veel buitenstaanders denken dat ik geen man wil, maar dat klopt niet. Natuurlijk wilde ik liever huisje-boompje-beestje, maar het bevalt goed zo.’

Michel, vader van Lois. Foto Mascha Jansen

Michel (51, trader) heeft een relatie (met Curtis, 39), is donor/vader van Lois.

‘Rond mijn 30ste wilde ik graag kinderen, maar mijn toenmalige partner dacht daar anders over. Toen die relatie voorbij was, meldde ik me bij het Academisch Medisch Centrum in Amsterdam als donor. Ik had namelijk gelezen dat er een chronisch tekort was aan donoren. Maar bij het AMC vond ik ze dwingend, niet flexibel. Uiteindelijk zocht ik andere manieren om vader te worden, via vrienden, werk en via de website van Meer dan Gewenst. Via die wegen leerde ik drie vrouwen kennen. Leuke vrouwen, stabiel, sociaal en ambitieus. Zo werd ik drie keer vader.

Judith en ik namen een jaar de tijd om elkaar te leren kennen. Je moet het allebei wel echt zeker weten. Daarna zijn we gestart. Ik gaf haar wat tips: leg het buisje sperma meteen op je buik, zodat het wat warmer wordt, achteraf doe je je benen omhoog. En als je klaarkomt bij het inbrengen, neemt je lijf het zaad beter op. De eerste poging mislukte. De tweede keer was het raak.

Co-ouderschap was geen optie, omdat ik in het buitenland ging wonen voor mijn werk. We hebben een intentieovereenkomst. Ik geloof niet in contracten, wel in inzet en goed contact. Lois heb ik niet erkend, maar we hebben vastgelegd hoe we erin staan: Judith zal de opvoeding doen, maar ik heb wel regelmatig contact met Lois. Binnenkort veel vaker, want ik ga weer in Nederland wonen. Nu zie ik haar een paar keer per jaar. Judith wil niet dat ze alleen bij mij komt logeren in Spanje, dat is ook vastgelegd. Dat vind ik wel jammer, zelf zou ik het anders doen, maar ik ben verder heel blij met de constructie, we hebben nooit geouwehoer gehad. Judith is een goede moeder. De andere meiden doen het anders, hun kinderen zie ik wel alleen: alle drie zie ik ze een keer per maand.

Judith wilde heel graag een tweede kind. Ik had er inmiddels al drie en had totaal geen behoefte aan nog een kind. Het is goed zoals het nu is.’

Gijsbert, vader van Niels Boas. Foto Mascha Jansen

Gijsbert (46, jurist) is single en donor/vader van Niels Boas, zoon van Judith.

‘Op mijn 21ste kwamen mijn eerste geliefde en ik tegelijkertijd uit de kast. We spraken er al snel over dat we kinderen wilden, maar concludeerden destijds dat dit niet zou kunnen als homostel. Ik nam afscheid van mijn kinderwens. In 2013, ik was al begin veertig, woonde ik als single een middag bij over homo-ouderschap. Voor het eerst realiseerde ik me dat je vader kunt worden zonder een relatie. Trouwen en kinderen krijgen was altijd plan A, maar nu ontdekte ik dat er een plan B was. Via een website voor homo-ouderschap zocht ik alle mogelijkheden uit. Alleenstaande vader wilde ik niet zijn, maar een kind samen met een wensmoeder zag ik meteen zitten. Al dacht ik toen dat co-ouderschap te lastig zou zijn. Binnen een relatie is het al moeilijk een goed gezin te vormen, laat staan als co-ouders.

In november 2014 leerde ik Judith kennen tijdens een speeddate, en zes weken later tekenden we onze overeenkomst bij de notaris. Dat is snel, maar ik kon al zien hoe goed zij het deed met Michel en hun dochter Lois, die toen 5 jaar was. Judith kwam over als een stabiel persoon. Zij kan mijn kind zeker opvoeden, dacht ik. En het voelde meteen goed, we hebben tijdens onze eerste echte afspraak uren gepraat.

De eerste keer met Judith, na het inbrengen van mijn zaad via een spuitje, was het meteen raak. Helaas kreeg ze een miskraam. De tweede poging slaagde niet, de derde keer lukte het. Juridisch word je ‘verwekker’ als je samen seks hebt gehad. Dat was sowieso geen optie. Judith wilde geen risico lopen dat haar kind kon worden weggenomen, daarom wilde zij zo min mogelijk ouderschapsrechten voor mij. Dat begrijp ik ook wel, daarom heb ik mijn zoon juridisch niet erkend.

Die jaren van mijn stille kinderwens tot mijn uiteindelijke vaderschap vond ik soms moeilijk. Mensen gingen er vaak van uit dat ik als homo ‘dus’ geen kinderen wilde - maar wat heeft het een met het ander te maken?

Het vaderschap bevalt goed. Ik zie Niels Boas een weekend per maand, met Judith erbij. Ik mis niets voor mijn gevoel, al woon ik voor mijn werk in Duitsland. Door de week lees ik kinderboeken voor op video, zodat hij mijn mimiek goed leert kennen, en Judith stuurt veel foto’s. Ik heb zo geboft met haar. Wie weet is co-ouderschap voor de toekomst mogelijk, als ik weer in Nederland woon. Het gaat prima zo, maar ik zou het fijn vinden onze zoon vaker te zien. Judiths dochter Lois zie ik ook regelmatig. Ik noem haar niet stiefdochter ofzo, ik ben haar ‘extra vader’.

Mijn moeder van 86 vindt het allemaal geweldig. Maar sommige familieleden reageerden fel op het niet-erkennen van mijn zoon. Daarmee was dit kind ‘niks van mij’ en dus ook ‘niks van hen’. Ik heb mijn keuze uitgelegd. Niet omdat ik ze verantwoording schuldig ben, maar in de hoop dat er meer begrip komt voor regenbooggezinnen. Want de keuzes waarvoor wij worden gesteld, zijn niet zo eenvoudig.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.