ZINVOL LEVENHoogleraar Maartje Schermer

‘Deze crisis biedt een kans tot reflectie – dat is niet per se een prettige bezigheid’

Maartje SchermerBeeld Jitske Schols

‘Voor een goed leven hoef je niet de hele dag nuttig te zijn.’ Het zijn relativerende woorden van Maartje Schermer in een tijd waarin de westerse mens ervaart hoe het is om niet altijd in controle te zijn.

Gevraagd naar een vormende jeugdervaring denkt ze allereerst aan een dorpje in Nepal, met als decor hoge bergtoppen. ‘Ik herinner me de volkomen stilte van een landschap dat er al eeuwen was en dat er nog eeuwen na mij zou zijn. Dat gaf me een besef van nietigheid, maar wel van een prettig soort. Niet beklemmend of angstig, eerder bevrijdend: het besef dat dit er altijd zal zijn, wat ik ook doe. Dat relativeerde sterk mijn eigen besognes, mijn gedachten waarvan je de hele tijd maar denkt dat ze zo belangrijk zijn.’

Maartje Schermer is dan, eind ­jaren tachtig, student geneeskunde in Amsterdam. Haar jeugd in die stad is ‘gemakkelijk en vanzelfsprekend’ verlopen, als oudste dochter in een harmonieus gezin met een jongere zus. Haar ouders geven allebei les – haar vader aan docenten biologie, haar moeder aan verpleegkundigen. Ze hebben hun katholieke geloof verruild voor een wetenschappelijke kijk. Maartje voelt zich er wel bij:

‘Als kind stelde ik ‘hoe zit dat precies?’-vragen. Dat sloot goed aan bij mijn vader, die alles maar al te graag uitlegde.’

De studie ervaart ze als te beperkt, ‘het was vooral veel kennis in je hoofd stampen’. Ter verdieping begint ze aan een studie filosofie. Aanvankelijk denkt ze nog ‘gewoon dokter te worden’, maar dat verandert wanneer een hoogleraar ethiek haar als onderwerp ‘de autonomie van ­patiënten’ aan de hand doet. Dat wordt haar promotieonderzoek, waarna haar verdere carrière zich op het snijvlak van haar beide studies blijft bewegen: ‘Ik merkte dat ik de patiëntenzorg niet miste, terwijl ­nadenken over grote vragen in de geneeskunde me goed lag.’

Het Erasmus MC in Rotterdam ­creëert een speciale leerstoel voor haar, ‘filosofie van de geneeskunde’. Contact met mensen in de zorgpraktijk heeft ze via dit ziekenhuis wel, maar op afstand. De coronacrisis brengt daarin geen verandering: ‘Ik sta op een lijst van reserveartsen en dat is voor mij voorlopig genoeg, ik zit nu niet in een crisis over mijn ­eigen zingeving.’ Via haar colleges hoopt ze jonge artsen kritisch over medisch-ethische kwesties te laten nadenken. Als hoogleraar en lid van de Gezondheidsraad schrijft Schermer (50) beleidsadviezen voor de minister en voor zorginstanties. Door de opkomst van gentechnologie houdt ze zich onder meer bezig met ‘de maakbare mens’ – niet alleen genezen, maar ook verbeteren van de soort is in beeld gekomen.

Een ‘extreem zondagskind’, zo typeert ze zichzelf. Privé is het haar ook voor de wind gegaan. Haar grote liefde is een 22 jaar oudere hoog­leraar (‘een voormalig docent, dat zou nu niet meer mogen’, grapt ze), met wie ze twee inmiddels studerende dochters heeft opgevoed. Over haar plek in de wereld zegt ze: ‘Je bent een klein onderdeel in een groot systeem – je moet in het leven ­leren accepteren dat het bescheidene wat je kunt doen, genoeg is.’

Wat is voor u een zinvol leven?

‘Ik ben eerder geneigd na te denken over een goed of waardevol leven. Dat is een breder pallet. Bij zinvol denk ik vooral aan nuttig, dus iets betekenen voor anderen en bijdragen aan een groter geheel. Voor een goed leven hoef je niet de hele dag nuttig te zijn – het omvat ook sociale relaties onderhouden, fijne dingen doen, genieten van het leven. Ons bestaan wordt door die pluraliteit gekenmerkt, je kunt jezelf verschillende doelen stellen. Daarom heb ik ook niet zoveel met de vraag naar dé zin van het leven. Het antwoord daarop is heel divers, mensen creëren hun eigen zin.’

Maar iedereen wil wel zinvol bezig zijn.

‘Dat klopt, afgezien van hedonisten die vinden dat het leven draait om plezier hebben en pijn vermijden. Dat zinvol willen zijn, zit in onze menselijke natuur: we vallen niet samen met onze ervaringen, maar kunnen ook een hoger perspectief innemen, reflecteren. Dat vermogen leidt bijna automatisch tot vragen naar zin en daarmee het verlangen onze tijd zinvol door te brengen.’

Moeten we primair onze talenten ontwikkelen of gaat het er juist om er voor anderen te zijn?

‘Ik vind die scheiding kunstmatig: mensen ontplooien hun talenten, maar doen dat vaak ten dienste van anderen, denk aan mensen in het onderwijs of de zorg. Dus dan gaan die twee hand in hand. Voor mezelf zie ik die steeds beter samengaan. Nadat ik erachter was gekomen hoe leuk ik nadenken, lezen en schrijven vond, heb ik er lang over getwijfeld of het toch niet beter zou zijn me met nuttige dingen voor anderen bezig te houden. Als meisje had ik het idee om als arts mensen in derdewereldlanden te helpen. Inmiddels lukt het me steeds beter die twee samen te ­laten gaan: weten waar je goed in bent en weten hoe je dat voor anderen nuttig kunt maken. Wat niet wegneemt dat ik me nog altijd soms afvraag wat voor zin het heeft academische stukjes te schrijven voor tijdschriften die nauwelijks worden gelezen. Wellicht heb ik een te groot talent voor relativering.’

Leestip: The best things in life, a guide to what really matters. Thomas Hurka

‘Deze Canadese filosoof betoogt dat er vele zaken zijn die het leven waardevol kunnen maken, zoals plezier, vriendschap, liefde, prestaties, kennis en deugdzaamheid. Er is niet één soort van leven of levensinvulling goed, nee, er zijn vele mogelijkheden om een goed , waardevol of zinvol leven te kunnen leiden. Dat spreekt me aan. Alleen al het feit dat we er op zoveel manieren naar kunnen kijken, maakt voor mij het leven rijker.’

Houdt dat verband met ouder worden?

‘Wellicht. Drie jaar geleden ben ik enige tijd overspannen geweest, na een periode waarin ik eindeloos in een tunnel was blijven doorrennen. Op een gegeven moment dacht ik: waar doe ik het voor, dit heeft toch allemaal geen zin? De publicatie­dwang en mijn onderwijsverplichtingen vormden een berg waar ik enorm tegenop zag. Tijdens die maanden van overspannenheid kwam ik erachter dat wat ik belangrijk en leuk vind zich ook buiten mijn werk bevond– ik zat te veel in mijn hoofd en had mijn werk te groot gemaakt. Door yoga en meditatie heb ik mijn lichaam weer ontdekt en kon ik het werk gaan relativeren. Tegenwoordig doe ik niet zoveel anders dan ik destijds deed, maar nu ervaar ik het weer als leuk en zinvol. Je subjectieve ervaring van zinvolheid fluctueert dus met je stemming en stressniveau’.

Zegt het iets over onze maatschappij dat u dit overkwam?

‘De druk op mensen is in ieder geval op veel fronten groter geworden. Als ik zie hoe mijn kinderen van begin twintig bezig zijn met hun cv, terwijl ikzelf destijds nog helemaal geen idee had wat dat was. Veel mensen ­lopen op hun tandvlees, bijvoorbeeld in de zorg. De lat ligt in veel beroepen steeds hoger. Daarbij komt dat je door sociale media zichtbaarder bent. Die stralen uit dat kwetsbaarheid niet goed is, dus krijg je de neiging die weg te stoppen. Terwijl ­iedereen wel zijn kwetsbaarheden heeft. Dat maakt de druk alleen maar groter. Er is in mijn ogen sprake van een soort collectief perfectionisme.’

Helpt de coronacrisis wellicht bij de bewustwording hiervan?

‘Die laat zien hoe ongelofelijk afhankelijk we van elkaar zijn, wat haaks staat op het beeld dat we ons leven individueel en onafhankelijk leiden. Je ziet nu ook hoe moeilijk het voor ons, in de westerse wereld, is om met onzekerheid en controleverlies om te gaan, we verlangen naar duidelijkheid waar die niet of nauwelijks valt te geven. De kwetsbaarheid van het bestaan komt daardoor opeens dichtbij.’

Is die kwetsbaarheid de essentie van ons bestaan?

‘Ik bombardeer nooit iets tot de essentie ervan, omdat ons bestaan juist door pluraliteit wordt gekenmerkt. Het is een belangrijk aspect van het leven, zeker, maar dat maakt het nog niet de essentie. Op kwetsbaarheid kun je heel verschillend reageren. De een zegt: het is nu eenmaal zo, je moet het accepteren, zelfs omarmen. Een ander wil juist de controle terugkrijgen, het overwinnen. Dat laatste vind ik helemaal niet verkeerd – het is maar goed dat er nu mensen zijn die vaccins ontwikkelen. Beide reacties zijn dus valide en zinvol, de kunst is vooral ze in balans met elkaar te brengen.

‘In de discussie over ‘de maakbare mens’ zie je die uitersten ook. De ene stroming wil alle zwakten en kwetsbaarheden van de mens overwinnen, de andere wil juist niets met het sleutelen aan de mens te maken hebben, omdat je dan zijn wezen aantast. Beide stromingen zijn verknocht aan de illusie dat technologie daartoe in staat zou zijn. Volgens mij hebben ze allebei last van overspannen verwachtingen van technologie. Als je naar de geschiedenis sinds de uitvinding van het vuur kijkt, blijkt dat technologie ons telkens maar een beetje verder brengt. Het helpt onze levens iets te verbeteren, maar plaatst ons tegelijkertijd ook altijd voor nieuwe problemen. De impact op ons dagelijks leven zal altijd maar beperkt zijn – liefdesverdriet gaan we echt niet met een pilletje oplossen.

‘Wat in mijn ogen vooral gevaarlijk is, is de illusie dat we alles gaan uitbannen: alle kwetsbaarheden, ouderdom of zelfs, volgens de meer extreme denkers, de dood. Dat denken is gevaarlijker dan die bescheiden stapjes die we in de praktijk zetten. Geneeskunde is een streven naar het uitbannen van ziekten en daar is nog altijd niks mis mee, maar we moeten niet gaan denken dat we alles onder controle zouden moeten of kunnen hebben; het idee dat we onkwetsbaar zouden moeten zijn. De hang naar die illusie is in onze maatschappij heel sterk geworden, zie alle protocollen waar mensen in de zorg onder zuchten. Dat kan ertoe leiden dat mensen niet meer met tegenslagen en teleurstellingen kunnen omgaan, wanneer ze erachter komen dat die controle er helemaal niet is.’

Is dat een les van deze crisis?

‘Misschien wel. Hopelijk verheldert die onze kijk op onze onderlinge afhankelijkheid en kwetsbaarheid. Mensen mogen zich ook de vraag stellen: waarom werk ik zo knetterhard in een baan waarvan je in het licht van deze gebeurtenis het belang kunt relativeren? Deze crisis biedt een kans tot reflectie, maar dat is niet per se een prettige bezigheid. Voor een aantal mensen zal het confronterend zijn.’

Hoe kijkt u aan tegen uw sterfelijkheid?

‘Het goede van de dood is dat die ­urgentie aan het leven geeft – het is een horizon waardoor ik me afvraag: wat wil ik doen in de jaren die me resteren? Ik zie ons leven als een spleetje licht tussen twee perioden van niets, dat vind ik een mooi beeld. We worden ingeklemd tussen zoveel niet-zijn, dat maakt ons leven heel bijzonder. Dat leidt ook tot een gevoel van dankbaarheid – niet aan iets of ­iemand, maar wel voor het zijn.’

Meer zinvol leven

‘Als je maar genoeg van die kinderen houdt, komt het altijd goed, dacht ik’
Haar dochter Andrea stapte zes jaar geleden uit het leven. ‘Ik voelde me enorm mislukt na haar overlijden’, zegt Brigitte van de Koevering. ‘Het gemis is enorm, het verdriet wordt hanteerbaarder.’

Zie hier het overzicht van alle tot nu toe verschenen afleveringen van deze interviewserie.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden