INTERVIEWArts Marinou Arends

Deze arts werd na een euthanasie beschuldigd van moord: ‘De patiënte richtte zich ineens op. Ik dacht: wat gebeurt hier?’

Marinou Arends: ‘Ik ben altijd verbaasd geweest dat mensen dachten dat ik dit graag zo wilde. Integendeel.’Beeld Linelle Deunk

Verpleeghuisarts Marinou Arends voerde euthanasie uit bij een diepdemente patiënte. Ze werd vervolgd voor moord en vrijgesproken. Nu doet ze haar verhaal. ‘Ik wilde transparant zijn. Maar ik weet inmiddels beter.’

Tot die ene dag in 2016 is Marinou Arends nog een arts vlak voor haar pensioen. Ze is van plan met haar man met een camper door Europa te reizen. Venetië te bezoeken. Chinees te leren.

Maar de allerlaatste patiënte die ze in het verpleeghuis behandelt, verandert alles in haar leven.

De patiënte is een vrouw van 74 en ze is ernstig dement. Tijdens het intakegesprek vertelt haar echtgenoot dat ze nooit in het verpleeghuis opgenomen had willen worden. Elke dag heeft ze tegen hem gezegd dat ze dood wilde als dat zou gebeuren. En nu is ze toch hier beland. Hij is emotioneel. En uitgeput.

Het gekke is: de vrouw heeft een euthanasieverklaring waarin dit staat beschreven. De huisarts wist al jaren dat die bestond, maar niemand heeft iets gedaan.

Het is een situatie die Arends vaak tegenkomt: artsen, families en patiënten die het moment voor euthanasie voorbij hebben laten glijden. Patiënten die het niet meer in de gaten hebben, mantelzorgers die niet tegen hun geliefde willen zeggen dat het tijd is. En voor ze het weten is het ‘vijf over twaalf’. Het komt doordat de ziekte grillig is, zegt Arends. ‘Het ene moment ben je nog wilsbekwaam, het volgende moment wiebelt het al. Huisartsen zouden hier scherper op moeten letten.’

Maar dat is niet gebeurd. En nu ligt het probleem dus op haar bord.

‘Een split second dacht ik: speel ik het spel gewoon mee? Zeg ik dat het te laat is?’

Maar ze recht haar rug. En ze belooft dat ze het zal onderzoeken.

Jarenlang in spanning

In haar huiskamer beschrijft de specialist ouderengeneeskunde wat haar de laatste drie jaar is overkomen. Van haar gezicht is nauwelijks af te lezen hoe ze zich voelt – later zal ze uitleggen dat dit het gevolg is van jarenlang in spanning zitten.

Marinou Arends is de eerste arts die sinds de invoering van de euthanasiewet in 2002 werd vervolgd. Voor moord. Voorheen seponeerde justitie steevast alle euthanasiezaken.

Ze zweeg jarenlang, omdat ze haar zaak niet wilde verstoren. Vaak moest ze zich verbijten, want er verschenen eindeloos veel artikelen over haar. Soms stonden er onwaarheden in, zegt ze.

Nu doet ze toch haar verhaal. Ze wil dat andere artsen van haar zaak kunnen leren, dat er betere protocollen komen voor euthanasie op ernstig dementerende patiënten; dit najaar komt artsenorganisatie KNMG met nieuwe richtlijnen. Ze vindt ook dat ze is gebruikt door de topman van het Openbaar Ministerie, Rinus Otte, onder wiens leiding het beleid veranderde. ‘Ik denk dat hij diep in zijn hart tegen deze vorm van euthanasie is’, zegt ze. ‘Het is zijn hobby die hier over mijn rug is uitgevochten.’

Onbegrijpelijke chaos

Haar patiënte is haar hele leven kleuterleidster geweest. ‘Als je door je oogharen keek’, zegt Arends, ‘dan zag ze er goed uit. Ze had oogschaduw op. Ze kon lopen en praten.’

Maar de zinnen die ze uitbrengt, horen niet bij elkaar. Er is geen touw aan vast te knopen.

Wekenlang observeert ze de vrouw. Ze ziet hoe het leven voor haar is veranderd in een onbegrijpelijke chaos. De vrouw probeert andere bewoners naar hun kamers te sturen, omdat ze denkt dat ze weer op school is. Maar bewoners pikken het niet en slaan haar soms. Het leidt tot stress en huilbuien. In haar verwarring slaat, krabt en bijt ze.

’s Nachts mist ze haar man, schopt ze tegen muren, bonkt ze op de ramen tot haar handen pijn doen. ‘Ze waren vijftig jaar bij elkaar geweest’, zegt Arends. ‘Als iemand heel ver dement is, dan zeg je: nou, dan doen we gewoon een levensgrote beer in bed. Maar dat werkte niet.’ Haar man kan na bezoek nauwelijks weg: dan valt ze aan. ‘Dat waren heftige scènes. Soms zag ze andere mantelzorgers voor hem aan. Het was heel naar. We hebben alles gedaan om haar lijden te verlichten.’

Antidepressiva werken niet. In bewustzijnsverlagende medicatie ziet Arends niets. ‘Voor wie zou ik dat dan doen? Niet voor haar in elk geval. Dat doe je echt alleen als je met je rug tegen de muur staat.’

Handgeschreven wilsverklaring

Arends leest de handgeschreven wilsverklaring van de vrouw. ‘Ik wil niet geplaatst worden in een instelling voor demente bejaarden’, staat er. De vrouw heeft dit twaalf jaar lang aangezien bij haar moeder. ‘Ik weet dus waar ik over praat. Dit wil ik beslist niet meemaken, het heeft mij ernstig getraumatiseerd.’ Ze wil euthanasie wanneer ze daar zelf de tijd ‘rijp’ voor acht.

Maar de werkelijkheid is niet zo eenvoudig.

‘Ze zei vaak: ik vind het verschríkkelijk’, zegt Arends. ‘Ik ga hier kapot aan, ik wil dood. Dat kon ze tot wel twintig keer per dag zeggen.’ Maar zodra de arts letterlijk vraagt of ze dood wil, zegt ze: ‘Ja, als ik ziek word, dan wel, maar nu nog niet hoor.’

‘De juristen van het OM zijn hier later mee aan de haal gegaan’, zegt Arends. ‘Die zeiden: mevrouw gaf toch aan dat ze niet dood wilde? Maar als arts hoor je niet alleen woorden. Je kijkt ook hoe het brein functioneert. Als mijn patiënte in de spiegel keek, dan zei ze: wat doet die mevrouw hier? Ze kende haar verleden niet, begreep het heden niet en kon zich geen beeld vormen van de toekomst. Haar brein was verwoest.

‘Welke uitspraak moest ik zwaarder wegen? Dat ze dood wilde of juist nog niet? Mijn analyse was: geen van beide. Je kunt niet besluiten dat je aan de ene uitspraak wél waarde hecht, en aan de andere niet.’

Haar uitspraken waren bovendien niet reproduceerbaar, zegt ze. ‘Je kon haar niet vragen: o, dus je wilt dit echt? Want dan kwam er niets. Ze begreep het begrip dood niet meer, evenmin als de termen euthanasie en dementie. Ik heb op allerlei manieren geprobeerd haar bij de realiteit te halen. Maar mijn vragen gingen ver voorbij haar geestelijke vermogens. Het was uitgesloten dat ik haar nog bevestiging kon vragen.’ Mijn conclusie, zegt Arends, was dat ze wilsonbekwaam was.

Op zo’n moment moet je daar zuiver mee omgaan, zegt ze. En dus bleef alleen de wilsverklaring over.

‘Ik heb een vrij uitgebreid dossier gemaakt’, zegt ze. ‘Daarin heb ik letterlijk opgeschreven wat mijn patiënte zei. Maar ik heb mijn analyse over haar wilsbekwaamheid destijds niet opgeschreven. Voor mij was het namelijk glashelder: ze had geen idee wat ik haar vroeg. Ik ben een zorgvuldige arts. Maar je hebt gewoon niet meer tijd om alles op te schrijven. Ik was geen leerboek over dementie aan het maken. Als ik wel alles had vastgelegd, hadden ze er nooit een speld tussen kunnen krijgen.’

Slaapmiddel in de koffie

Na weken komt ze tot de overtuiging dat de vrouw ondraaglijk en uitzichtloos lijdt en dat aan alle voorwaarden is voldaan voor euthanasie. Twee SCEN-artsen – onafhankelijke artsen die geraadpleegd moeten worden bij euthanasie – trekken dezelfde conclusie.

Het idee van de koffie komt van Arends.

‘Ik vroeg haar familie of ze het goed vonden dat ik van tevoren een slaapmiddel door haar koffie deed. Ik zei: ze zal zich verzetten als we een infuus inbrengen, ze zal het niet begrijpen. Zoiets doet pijn en ze beseft niet dat ze ziek is. Dat vond de familie een goed plan; ze wilden graag dat het in alle rust zou gaan.’

Van tevoren raadpleegt ze deskundigen over de hoeveelheid slaapmiddel – daar bestaat geen specifieke richtlijn voor. Het komt nauw: als ze te weinig geeft, zal de vrouw wakker worden, maar als het te veel is, kan ze nog vóór de euthanasie overlijden.

Eigenlijk, zegt Arends, wist niemand echt hoeveel het moest zijn. ‘Ik sprak met de apotheker, met apothekersorganisatie KNMP, met de palliatieve helpdesk – elke deskundige die ik kon vinden. De helpdesk zei: vraag het een SCEN-arts. Ja, dat ben ik zelf ook. Dus toen was ik terug bij mezelf. De apotheker en ik hebben verschillende richtlijnen erbij gepakt en toen gezegd: nou, zo moet het wel goed gaan.’

In april 2016 zit de familie in de kamer als Arends haar patiënte een gemarkeerd kopje koffie met slaapmiddel geeft. De arts is licht gespannen, maar kalm. Ze is ervan overtuigd dat ze het goede doet.

Samen drinken ze koffie, maar de patiënte valt maar niet in slaap. Na drie kwartier besluit ze daarom slaapmiddel bij te spuiten, maar als de vrouw de naald in haar arm voelt, vloekt ze ineens. ‘Van de pijn’, zegt Arends. Bij het aanbrengen van het infuus maakt ze een terugtrekkende beweging, ook al is ze buiten bewustzijn.

Dan spuit Arends het dodelijke middel thiopental in haar aderen. Opnieuw loopt het niet zoals ze verwacht: ineens spert de vrouw haar ogen open.

‘Ze keek verdwaasd en wilde zich oprichten op haar ellebogen’, zegt Arends. ‘Ik dacht: wat gebeurt hier? Ik had nog niet alle thiopental ingespoten, ongeveer eenderde. Van buiten zag niemand iets aan me – ik kan een pokerface opzetten – maar van binnen raceten mijn gedachten.’

In de kamer is het stil. Niemand zegt een woord.

‘We keken elkaar even aan’, zegt Arends. ‘Ik hield het infuus vast. De schoonzoon pakte haar zacht bij haar armen en legde haar terug. Dat gebeurde liefdevol. Ze verzette zich niet.

‘Ik realiseerde me meteen dat ik niet meer terug kon’, vertelt Arends. De patiënte heeft volgens haar al zo veel binnen dat ze sowieso in coma zal raken. Maar ze heeft niet veel tijd om na te denken. ‘Je moet vlot doorwerken, anders wordt het middel weer afgebroken. Je kunt niet een kwartier gaan zitten bellen om advies. Als ze dan alsnog sterft, dan heb je een halve euthanasie gedaan. Dat is echt strafwaardig.’

Niet lang daarna spuit ze ook de rest van de thiopental in.

Het duurt drie seconden, en dan zakt de vrouw voorgoed weg. De dochter van de patiënte zal later in de rechtszaal laten weten dat de arts een diep gevoelde wens van haar moeder uitvoerde. Ze zal zeggen dat haar moeder na negen jaar is bevrijd uit de ‘gevangenis van de dementie’.

Voor Arends is het de vierde euthanasie in haar carrière. ‘Een chirurg voelt zich pas bekwaam als hij een bepaalde operatie vijftig keer per jaar doet’, zegt ze. ‘Nou, met euthanasie halen wij dat niet hoor. Ik ben altijd verbaasd geweest dat mensen dachten dat ik dit zo graag wilde. Integendeel. Ik had liever het bewijs geleverd dat het niet kon. Maar toen dat niet kwam, vond ik dat ik er niet voor terug mocht schrikken.’

Het omhoog komen van de patiënte was een reflex, stelt ze. ‘Ik heb dat in mijn dossier ‘verzet’ genoemd, maar in het verpleeghuis noemen we veel reacties zo. Dat woord is later door de toetsingscommissie totaal verkeerd geïnterpreteerd. Ze was in diepe slaap en ze was bovendien diep dement, dus ze kon hier niets van begrijpen. Later hoorde ik dat dit vaker voorkomt. Het komt door de lichamelijke sensatie die mensen voelen door de euthanatica.

‘Eerlijk gezegd zit ik hier nu nog steeds mee. Had ik dit beter kunnen doen? En hoe dan? Ik ben, voor zover ik weet, de eerste arts die deze reactie van de patiënt zo expliciet heeft gemeld. Ook het toedienen van het slaapmiddel in de koffie heb ik precies beschreven. Voor mij was het een medische handeling. Ik weet dat er artsen vóór mij zijn geweest, die wilsonbekwame patiënten óók eerst een slaapmiddel gaven. Een arts deed het slaapmiddel in de appelmoes, bij een andere patiënt werd het tussen andere medicijnen verstopt. Maar het is niet helemaal duidelijk hoe ze dit aan de toetsingscommissie hebben verteld.’

De Volkskrant deed navraag bij de arts die het slaapmiddel in de appelmoes stopte, een casus uit 2015. De arts zegt dit expliciet te hebben gemeld. In het verslag dat de toetsingscommissie maakte, staat alleen de zin: ‘Het was niet helemaal duidelijk of patiënt op het moment van de uitvoering besef had van hetgeen zou gaan gebeuren.’ Bij de andere casus uit 2011 vermeldt de toetsingscommissie niets over het verstoppen van de pillen.

‘Ik wilde transparant zijn’, zegt Arends. ‘Maar ik weet inmiddels beter.’

‘Ik hoopte – en hoop nog steeds – dat dit had kunnen leiden tot een nieuwe richtlijn voor euthanasie bij gevorderde dementie. Hoe dien je patiënten in slaap te brengen, en met welke hoeveelheden? Maar nu weet ik: als je hier zo open over bent, steek je je nek in een strop. Misschien had ik gewoon op moeten schrijven dat ik niets bijzonders had gemerkt.

‘Gezien mijn ervaringen raad ik alle artsen af zoiets op te schrijven. Ik pleit liever voor een meldpunt, waar artsen veilig kunnen aangeven welke bijzonderheden of complicaties ze meemaken tijdens een euthanasie. Want als we allemaal onze kop dicht houden, dan gaat de geneeskunde geen millimeter vooruit. Dan leren we nooit van onze fouten.’

Beeld Linelle Deunk

Toetsingscommissie

Een paar maanden na de euthanasie wandelt Arends binnen bij de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie, die haar handelen zal toetsen. Ze is vol vertrouwen. Geen moment heeft ze zich afgevraagd of ze een advocaat mee moest nemen. Ze weet dat ze alles kan onderbouwen.

Maar zodra ze daar staat, is alles anders.

De commissie bestaat uit een jurist, een arts en een ethicus. ‘Alleen de jurist was aan het woord’, zegt Arends. ‘Als een mitrailleur vuurde ze vragen op me af, anderhalf uur lang. De arts en de ethicus hebben misschien één vraag gesteld. Het was alsof ik in een kruisverhoor zat. Telkens kwam dezelfde vraag terug: waarom heb je de patiënt niet zelf gevraagd of ze dood wilde? Waarom heb je het niet gevráágd?

‘De arts en de ethicus zaten er besmuikt lachend bij. Ik heb op alle mogelijke manieren proberen uit te leggen dat de patiënt wilsonbekwaam was en dat je daarom niet meer naar een doodswens kunt vragen. Omdat je dan een onzinantwoord krijgt. Maar het was alsof ik niet tot haar doordrong.’

Als ze de zitting uitloopt, denkt ze maar één ding: dit voelt niet goed.

‘Achteraf zeg ik: ga als arts nooit zonder advocaat naar de toetsingscommissie. En ik kan ook niet aanbevelen om het achterste van je tong te laten zien. Want voordat je het weet, kom je in je eentje tegenover drie man te staan, die kennelijk onvoldoende van geneeskunde weten. En word je geïntimideerd.’

Maanden later valt het oordeel bij haar door de brievenbus.

Onzorgvuldig.

De toetsingscommissie vindt de wilsverklaring niet duidelijk genoeg en stelt dat ze tóch met de patiënte had moeten praten. Ook heeft ze een ‘grens overschreden’ door ‘heimelijk’ slaapmiddel toe te dienen en had ze moeten stoppen toen de patiënte negatief reageerde op het infuus en op de euthanatica.

Beroep is niet mogelijk.

‘Koffie-euthanasie’

Vier dagen lang is Arends stil. Ze spit de tuin om. Ze praat met niemand, zelfs niet met haar man. ‘Ik wilde eerst alles voor mezelf op een rijtje hebben.’

Als SCEN-arts weet ze wat dit betekent: het oordeel gaat naar justitie. Dit kan leiden tot vervolging. In haar hoofd dringen zich beelden op van een gevangeniscel.

Maar na vier dagen verandert er iets in haar. ‘Ik dacht: als ik dit gevecht aan wil gaan, moet ik mijn kop erbij houden. Mijn verstand gebruiken.’ Ze neemt zich voor om zich niet te laten raken. ‘Ik moet leren mijn emoties opzij te zetten’, denkt ze.

Dan licht ze haar werkgever in, verpleeghuis Florence.

Haar zaak zal de ‘koffie-euthanasie’ gaan heten.

Actie van artsen

Het is psychiater Boudewijn Chabot die zich als eerste roert. Zelf werd hij nog vóór de euthanasiewet veroordeeld omdat hij een gezonde vrouw na de dood van haar kinderen aan een dodelijk drankje hielp. Ook schreef hij een boek met expliciete adviezen voor zelfdoding.

Maar deze euthanasie vindt hij te ver gaan. Samen met andere artsen zet hij de actie ‘Niet stiekem bij dementie’ op touw. Ze plaatsen paginagrote advertenties in landelijke dagbladen. ‘Een dodelijke injectie geven aan een patiënt met vergevorderde dementie op grond van een wilsverklaring?’, staat er. ‘Aan iemand die niet kan bevestigen dat hij dood wil? Nee, dat gaan wij niet doen.’ Vierhonderdvijftig artsen ondertekenen het manifest.

In NRC roept Chabot expliciet op om Arends te vervolgen.

Het raakt haar nog steeds.

‘Ik heb lang mijn mond gehouden. Maar dat deze collega’s mij verweten dat ik zomaar stiekem iemand dood heb gemaakt – dat vind ik heel ernstig. Neem Bert Keizer, zegt ze, verpleeghuisarts, Trouw-columnist en werkzaam bij het Expertisecentrum Euthanasie. ‘Hij noemde mijn handelen huiveringwekkend. Ik ben daar echt pissig over geweest. Ik vond het laakbaar. Als een patiënt wilsonbekwaam is, dan kún je geen bevestiging vragen. Dan moet je niet doen alsof iemand ineens toch een beetje wilsbekwaam is. Dat is medisch fout.

‘In Nederland zijn er artsen die de euthanasiewet willen ondermijnen. Ze willen een nieuwe discussie entameren over de wet. En daarvoor hebben ze mij gebruikt. Een deel van hen komt uit de orthodox-christelijke of de levensbeschouwelijke hoek. Het is buitengewoon verwerpelijk en intolerant dat deze groep op deze manier hun levensvisie probeert op te dringen aan anderen.’

Niettemin valt de oproep van de artsen in vruchtbare aarde bij justitie. Bij het Openbaar Ministerie is nog niet zo lang een nieuwe procureur-generaal aan de macht: Rinus Otte. Hij heeft euthanasie in zijn portefeuille.

Otte is ongelovig, maar werd streng gereformeerd opgevoed en stelt in interviews ‘te zijn gevormd door dat denken van toen’. In de loop der jaren is hij naar eigen zeggen steeds strenger gaan straffen als rechter. In de Volkskrant zeggen anonieme oud-collega’s van het gerechtshof te vrezen dat hij een conservatieve agenda voert.

De beslissing valt in november 2018: Arends wordt vervolgd.

In Trouw zal Otte later zeggen dat hij zich liet beïnvloeden door de oproep van Chabot en Keizer: ‘Het OM doet niets uit zichzelf’, zei hij. ‘Dat doet iets omdat er tekens aan de wand zijn. Wij luisteren naar de beroepsgroep.’

Vriendelijke sfeer

Niet lang daarna neemt de officier van justitie contact op. Justitie wil het strafrechtelijk onderzoek sámen doen: samen deskundigen uitzoeken, samen bekijken waar de knelpunten liggen.

‘Dat was heel ongebruikelijk’, zegt Arends. ‘Mijn advocaat zei meteen: dat doen we.’

Op het kantoor van de rechter-commissaris heerst een ‘vriendelijke’ sfeer. ‘Maar we waren voorzichtig. De officier van justitie had natuurlijk wel de opdracht mij te vervolgen. Mijn advocaat raadde me aan zo min mogelijk te zeggen, dus ik zat daar voornamelijk te zwijgen. Eén keer kon ik me niet inhouden, toen hij de familie van de patiënte slachtoffers noemde. Ik riep: sláchtoffers? Daarna heeft hij dat nooit meer gedaan.’

Tijdens het onderzoek vraagt de officier van justitie haar bij de koffieautomaat hoe het gaat.

‘O, met mij gaat het prima hoor’, zegt ze.

Maar dat klopte niet, zegt ze nu. ‘Ik was aan het overleven. Ik had mezelf aangeleerd mijn emoties uit te schakelen, dus ik kon heel technisch met het onderzoek omgaan. Ik las wetsartikelen, bestudeerde Kamerstukken, sparde met advocaten over de verdedigingslijn.’

De officier van justitie gedroeg zich professioneel, zegt Arends. ‘Maar ik heb het donkerbruine vermoeden dat hij deze opdracht knarsetandend heeft uitgevoerd. Gedurende het onderzoek zag hij alles onder zijn handen verkruimelen. We kwamen er al snel achter dat de wilsverklaring in orde was. Daar wilden ze geen groot punt van maken. Ook de uitvoering, met de koffie, kon ik duidelijk onderbouwen. Toen bleef alleen nog het tussenstuk over: het gesprek met de patiënte over haar doodswens.’

Het onderzoek eindigt met de mededeling dat ze zal worden aangeklaagd voor moord – het zwartste scenario. ‘Het drong gewoon niet tot me door. Ik denk dat het niet in wilde zinken, omdat ik het zo ongepast vond. Bovendien was ik tegen die tijd zo getraind in het parkeren van mijn gevoelens, dat ik dacht: ach, dat kan er ook nog wel bij.’

De afgelopen drieënhalf jaar is ze elke nacht vijf tot zes keer wakker geworden, denkend aan haar zaak. Met ijzeren discipline dwong ze zichzelf om niet te blijven malen. ‘Ongeveer één keer per week mislukte dat’, zegt ze. ‘En was ik de rest van de nacht slapeloos.’

Harde beschuldiging

Het is augustus 2019 als Arends in de ochtend op witte sandalen de rechtbank binnenloopt. Ze kijkt strak voor zich uit. Het is doodstil. Alle stoelen zitten vol met artsen en journalisten.

Zodra de zitting begint, gebeurt er iets vreemds. De officier van justitie gedraagt zich niet zoals gebruikelijk in de rechtbank. Hij is uiterst beleefd. Hoffelijk bijna. ‘Ik ga u geen verdachte noemen’, zegt hij aan het begin van de zitting. ‘Ik noem u arts.’ Hij roemt haar zorgvuldigheid. Ook zegt hij expliciet dat het OM niet twijfelt aan haar goede bedoelingen: ze heeft naar eer en geweten gehandeld.

Toch komt hij die ochtend tot een harde beschuldiging. Hij kijkt er verontschuldigend bij.

Moord. Maar hij eist geen straf.

Schijnbaar onbewogen hoort Arends hem aan. In haar hoofd heeft ze deze dag duizenden keren beleefd. Als eerste verlaat ze die dag de rechtszaal.

Ontslag van rechtsvervolging

Weken later volgt het vonnis: Arends wordt ontslagen van rechtsvervolging. Het is een blamage voor het OM, dat niet in hoger beroep gaat. Wel legt justitie de zaak voor aan de Hoge Raad: ‘cassatie in het belang der wet’. Het arrest dat volgt, is opnieuw een slag voor het OM. Arends krijgt op alle cruciale punten gelijk: ze heeft zorgvuldig gehandeld.

Zo heeft een arts de ruimte een wilsverklaring zelf te interpreteren en mag in bepaalde gevallen van tevoren slaapmiddel worden toegediend. Ook hoeft de arts bij wilsonbekwaamheid geen bevestiging te vragen van de patiënt. De Hoge Raad stelt bovendien dat de rechter zich terughoudend moet opstellen in zaken zoals deze.

‘Achteraf’, zegt Arends, ‘kun je zeggen dat ik de wet gewoon goed had gelezen.’

Ze herinnert zich hoe topman Rinus Otte van het OM in 2017 een lezing gaf op een congres voor SCEN-artsen. Daarin noemt Otte euthanasie gelegitimeerde doodslag. ‘Vergeef me de term’, zegt hij, ‘maar laten we deze ook niet verhullen.’

‘Hij stond daar op het podium’, zegt Arends, ‘en zei dat het recht superieur was aan alle andere wetenschappen. Ook aan de geneeskunde. Hij zei dat er soms artsen zijn die zich verheven voelen boven het recht, maar dat ze dit beslist niet zijn.

‘Ik zat daar in de zaal en had niemand verteld dat ik de arts was naar wie hij verwees. Ik heb alleen maar geluisterd. Ik vond dat hij dreigend overkwam – en nog steeds. Onlangs zei hij bij Nieuwsuur dat artsen niet bang hoeven zijn voor justitie, maar ook dat er mogelijk opnieuw artsen worden vervolgd. Daarmee geef je de boodschap: je gaat dit niet doen, want ik pak je wéér. Die dreigende houding heeft consequenties voor de euthanasiepraktijk. Artsen worden bang.

‘Ik ben ervan overtuigd dat Otte zijn persoonlijke ethiek heeft mee laten spelen in de beslissing om mij te laten vervolgen. Ik denk dat hij een dam wil opwerpen tegen euthanasie bij vergevorderd dementerenden. Dat hij die beginnende praktijk in de kiem wil smoren. Hij zegt dat hij ongelovig is en dat hij alleen in het recht gelooft. Maar dat zijn maar woorden. Ik denk dat hij diep in zijn hart tegen deze vorm van euthanasie is.’

Hoe weet u dat?

‘Zijn gedrevenheid heeft iets onmenselijks. Dat betekent dat daar een andere agenda achter steekt. Dit gaat niet meer over het strafrecht.’

Hij zegt zelf dat hij meer jurisprudentie wil op dit gebied, dat hij duidelijkheid wil scheppen.

‘Maar de wet is glashelder. Er was helemaal niet meer jurisprudentie nodig. Alles wat de Hoge Raad heeft gezegd, stond al in Kamerstukken of in de wet zelf. Je moest eens weten wat dit voor mij persoonlijk heeft betekend. Het heeft me vier jaar van mijn leven gekost. Mijn werkgever heeft uit eigen kas deze rechtszaak voor mij betaald. Ze zeiden meteen: ‘Wij weten dat jij dit goed hebt gedaan, wij steunen je en maak je over de financiën geen zorgen.’’

Ze stokt even. In haar ogen staan tranen – de enige keer tijdens het urenlange interview.

‘Het is een enorm vertrouwen, dat ze toen in me uitspraken. Dat betekende veel. Tijdens zo’n rechtszaak wordt er jarenlang getwijfeld aan je deskundigheid, je inschattingsvermogen, je integriteit, je goede naam. Bovendien word je in een financiële crisis gestort, samen met je familie. Blijf dan als doorsnee arts maar eens rechtop staan. Het vermorzelt je. De rekening voor mijn advocaat voor de eerste ronde bedroeg ruim een ton. Als er een tweede en een derde ronde waren gekomen, dan was ik zo vier ton kwijt geweest. Uit mijn pensioen past dat niet. Als je dit zelf moet betalen, dan ga je failliet. Het ondergraaft je totaal. Daarom is deze strijd van Otte onmenselijk.’

Ze is nog altijd verbaasd over het medisch tuchtcollege, dat haar een waarschuwing gaf. Het oordeel werd vernietigd door de Hoge Raad.

In het oordeel van het tuchtcollege stond dat de arts geen ruimte heeft om een wilsverklaring zelf te interpreteren. ‘Ik weet nog steeds niet of bij het tuchtcollege nu sprake was van vooringenomenheid of van onkunde’, zegt ze. ‘De argumentatie getuigde van een gebrek aan basale wetskennis. Een arts mag een wilsverklaring wél interpreteren. In het Centraal Tuchtcollege zitten meerdere juristen. Het is bizar dat zij de wet niet kennen. Als ik de wet als doodgewone arts kan lezen, dan moet iedereen dat toch kunnen? Wat voor een levensbeschouwing je ook hebt: die wet is toch in het Nederlands geschreven?’

De voorzitter van het tuchtcollege liet nadien weten dat de waarschuwing niet is vervallen.

Ze lacht. ‘Blijkbaar is dat voor haar een belangrijk punt. Op grond van het arrest van de Hoge Raad, die de uitspraak vernietigde, kan ik een correctie aanvragen, maar ik dénk er niet over. Voor dat stelletje ...? Ze mag haar uitspraak houden. De Hoge Raad heeft mijn naam gezuiverd en dat is van veel groter belang.’

Heeft u nog contact met de familie van de patiënte?

‘Tijdens het proces niet. De strafrechter verbood dat, want dan kon ik ze beïnvloeden als getuigen. Dat vind ik heel erg, ook voor hun rouwproces. De officier van justitie had overigens wel regelmatig contact met de familie. Ik vind dat onevenwichtig. Voor de familie is dit een zwaar traject geweest; telkens werden de wonden opengereten. Dit kun je een familie eigenlijk niet aandoen. Inmiddels hebben we wel weer contact gehad. Dat is goed.’

Bent u boos?

‘Dat is dus een emotie die ik niet meer voel.’

Nu ook niet?

‘Ik moet dat weer leren. Bijna al mijn emoties zijn verdwenen de afgelopen jaren. Al word ik gaandeweg wel steeds bozer op de toetsingscommissie. Ik ben gedreven: wat mij is overkomen, moet andere artsen niet gebeuren. Ik houd mijn hart vast voor de laatste artsen die nog wachten op justitie.’

Reactie Rinus Otte

Procureur-generaal Openbaar Ministerie:

‘De persoonlijke ethiek van een procureur-generaal is niet relevant in de besluitvorming. Aan de beslissingen van het College om tot een strafrechtelijk onderzoek over te gaan en om mevrouw Arends te vervolgen ging een uitvoerige reflectie vooraf waaraan diverse deskundigen, ook van buiten het OM en mensen uit de medische beroepsgroep, hebben deelgenomen.

‘Het Openbaar Ministerie komt pas in beeld als de Regionale Toetsingscommissie Euthanasie (RTE) een euthanasie als niet-zorgvuldig beoordeelt. In deze zaak constateerde de RTE een schending van twee zorgvuldigheidseisen. De zaak van mevrouw Arends riep dermate belangrijke vragen op dat daarop eigenlijk alleen het hoogste rechtscollege, de Hoge Raad, antwoord kon geven. In de arresten heeft de Hoge Raad verschillende belangrijke vragen beantwoord, zoals de vraag of (en zo ja in welke mate) een wilsverklaring van een patiënt die lijdt aan een vergevorderde vorm van dementie onduidelijkheden mag bevatten. Daarnaast heeft de Hoge Raad duidelijkheid gegeven over de vraag of de schriftelijke wilsverklaring nog mondeling moet worden geverifieerd bij een patiënt die nog in staat is zich mondeling te uiten. Ook heeft de Hoge Raad zich uitgelaten over de medische uitvoering, in het bijzonder over de vraag of premedicatie is toegestaan. Deze duidelijkheid bestond voor het arrest van de Hoge Raad niet. De arresten zijn veelvuldig besproken in wetenschappelijke publicaties en dragen bij aan het maatschappelijk debat. Ook worden de overwegingen van de Hoge Raad meegenomen in de oordeelsvorming van alle betrokken instanties (RTE, IGJ en OM) in toekomstige zaken. Dit maakt dat de zaak van groot belang is geweest voor de euthanasiepraktijk.

Het College realiseert zich dat de impact van de vervolging op mevrouw Arends groot is geweest en zij zich ook zorgen heeft gemaakt om de financiële lasten. Gedurende het strafrechtelijk onderzoek is geprobeerd om zo veel mogelijk rekening te houden met haar positie.

Reactie Bert Keizer

Specialist ouderengeneeskunde, Trouw-columnist en mede-initiatiefnemer Niet Stiekem bij dementie:

‘Ik vind dat deze arts iemand stiekem heeft doodgemaakt. Dat is gewoon wat ze heeft gedaan. Maar mijn eigen positie hierin is wel dubieus. Als ik van tevoren had geweten dat Arends dit zou doen bij deze patiënt, had ik dan aangifte gedaan bij de politie? Mijn eerlijke antwoord is: nee. Ik ben ervan overtuigd dat ze integer handelde. Deze arts deugt.

‘Er zijn maar weinig artsen die willen doen wat zij heeft gedaan. Ik had de hoop dat de Hoge Raad een grens zou trekken, maar dat is mislukt. Het klopt dat een groep artsen de discussie wil openen over de Euthanasiewet. Daar heeft ze gelijk in. Van mij hoeft die wet overigens niet anders. Ik zie geen beter alternatief.

‘Ik begrijp niet dat ze zich zorgen heeft gemaakt. Ik had haar zo kunnen voorspellen dat ze nooit één minuut in hechtenis door zou brengen. Artsen moeten zich gewoon laten toetsen. Maar dat is de ellende met dokters: wij artsen vinden dat we zo goed bezig zijn dat we er niet goed tegen kunnen als iemand zegt: wat bent u daar aan het doen?’

‘Achteraf vind ik toch dat er een lek zit in mijn positie. Ik weet niet goed wat ik daarmee moet. Ik heb een grote mond gehad, maar denk ik werkelijk dat deze vrouw een slecht mens is? Nee. Ik ben nog bezig geweest om geld voor haar in te zamelen voor de rechtszaak, maar dat werd afgehouden. Ik ben het niet met haar eens, maar ik wil een collega ook geen slachtoffer laten worden.’

Reactie Psychiater Boudewijn Chabot

Initiatiefnemer van Niet stiekem bij dementie en in 1994 veroordeeld (zonder straf) voor het verstrekken van een dodelijk drankje aan een 50-jarige vrouw:

‘Ik heb veel geleerd van mijn eigen ervaringen uit 1994, toen er erg op de man werd gespeeld en anderen mij als slecht bestempelden. Ik vind dat we dat niet moeten doen. Ik zie Marinou Arends als een overtuigingsdader, net zoals ik zelf in 1994 voor de Hoge Raad stond als overtuigingsdader. Dat betekent niet dat ik het met haar eens ben. Ik vind dat de grenzen steeds verder worden opgerekt. Het arrest van de Hoge Raad heeft de drempel voor euthanasie bij vergevorderde dementie verlaagd. Tegelijkertijd vind ik dat ze iets dappers heeft gedaan. Ze heeft de moed gehad om grenzen te overschrijden.

‘Het klopt niet dat een groep artsen de wet wil ondermijnen. Ik heb nog nooit een goed voorstel gezien voor een andere wet, maar ik hou mijn oren en ogen open. Ik ben niet door het OM geraadpleegd over deze zaak. Wel heb ik in augustus 2017 een gesprek gehad met Rinus Otte, die mij toelichting vroeg over de ondertitel van mijn boek: De zorgelijke staat van de euthanasiewet.’

Het Centraal Tuchtcollege was niet bereikbaar voor commentaar.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden