Der Abt rockt

Hij werd in september in Rome herkozen tot abtprimaat van de Benedictijner orde. Notker Wolf (68), kleermakerszoon uit Beieren, is sinds 2000 de baas van 24 duizend monniken en nonnen....

Het klinkt er zoals het moet klinken in een klooster. Tussen de arcaden kabbelt geprevel van het middaggebed. Op de binnenplaats murmelt een bescheiden fonteinstraaltje. In de tuin ritselen cipressen en parasoldennen in een milde bries.

Laat u niet misleiden door de pastorale stilte. Denk niet dat hier op de top van de Aventijn, de zuidelijkste van de zeven heuvels in Rome, de polsslag van alledag buiten de muren blijft. Het klooster Sant’Anselmo, aan het Piazza dei Cavalieri di Malta, is het domein van Notker Wolf, abtprimaat van de benedictijner orde en de baas van 24 duizend monniken en nonnen – primus inter pares, zal hij bij herhaling beklemtonen, eerste onder zijn gelijken.

Die maken wat mee: Wolf, Beier van geboorte, is een generaal-overste die graag van zich laat horen. Vooral in Duitsland roert hij zich volop in de openbaarheid: in geschrift, in talkshows op radio en tv en op spreekbeurten kapittelt hij graaiende topmanagers, lethargische uitkeringsgerechtigden, leugenachtige politici en ja, ook de afstandelijke katholieke kerk met al haar geboden en verboden. Dit is niet de afzondering die monniken doorgaans kiezen. ‘Nou ja, mijn isolement is dat ik niet ben getrouwd. Al mag ik graag naar vrouwen kijken. Maar niet op de manier zoals bouwvakkers dat doen.’

In zijn pij, met zwaar zilveren kruis op de borst, is de doctorandus filosofie, theologie en natuurwetenschappen komen aanlopen. Een open gezicht, een opgewekte toon in de stem die zeven talen beheerst. Hij waarschuwt tijdig: twaalf uur is het sext, gebed. Ora et labora, contemplatie en arbeid, het ijzeren dagritme van zijn orde.

Wolf: ‘Waarom zou ik als monnik niet mijn overtuiging mogen verkondigen, terwijl anderen in de seculiere wereld wel de kans hebben hun waarheid te ventileren, of dat althans geloven te doen. Het evangelie gaat niet alleen maar over devotie. Het neemt ook stelling tegen corruptie, hebzucht, machtswellust. Het zit ook in de basisregels van Benedictus: respect voor elkaar, in verschillende identiteit en capaciteit. Ik voel het als mijn taak het daarover te hebben. De buitenwereld heeft een verkeerde perceptie van het fenomeen monnik. Vergeet niet: het waren de monniken die Europa evangeliseerden. Contemplatie kan ook een basis voor activisme zijn.’

Dus krijgt directeur Josef Ackermann van de Deutsche Bank er openlijk van langs als hij tegelijk met het bekendmaken van een recordwinst van 4,5 miljard euro zesduizend ontslagen aankondigt. ‘Gevoelloos, zoiets.’ Maar ook de onderkant van de samenleving moet eraan geloven: wie in de bijstand zit en werk weigert, moet fiks op de uitkering worden gekort. ‘Ga schoonmaken. Wees geen last voor je medeburgers. Neem de verantwoordelijkheid voor je eigen leven.’

Wolf laat het niet bij commentaar. Sinds 1985 bezoekt hij geregeld de ondergrondse kerk in China. Hij stond aan de wieg van een christelijk ziekenhuis in Noord-Korea. Zijn engagement trok voor het eerst de aandacht toen hij als aartsabt in het Sankt Ottilien-klooster in Beieren jarenlang onderdak bood aan een Koerdisch gezin dat uitzetting wachtte.

Is hij conservatief of progressief? ‘Ik laat me niet in een vakje stoppen. Ik spreek voor liberalen, voor christelijke partijen, voor socialisten. Ik maak geen onderscheid. De mens staat centraal, en zijn verhouding met God. Vertellen dat er ruimte is voor vergeving.’

Maar er zijn dagen dat zelfs Notker Wolf, pleitbezorger van tolerantie en naastenliefde, het moeilijk vindt de ziel in alle krochten te doorgronden. Hij kreeg onlangs een mail: iemand had hem op een foto gezien met een pijp in de mond. Dat had in één klap diens respect voor de benedictijner topman weggevaagd. Die jaagt de staat maar op kosten met zijn gepaf en aanstaande longkanker. Wolf, op wat verongelijkte toon: ‘Een pijp vermindert stress. Een man met pijp is een man met tijd.’ Hij schreef terug. De mailer zelf kost met zijn gezonde gedrag de staat een fortuin, hij kan wel 90 jaar worden – hoeveel pensioengeld is dat niet? ‘Ha, ha, ha!’

Het navolgende geluid roept nog minder associaties op met het kloosterleven. In de kantine van het bouwbedrijf Schwörer, midden in de glooiingen van het Schwabenland onder Stuttgart, jankt een overstuurde gitaar. Op het podium, gadegeslagen door honderden dorpelingen uit de buurt, klinkt de retrorock van de band Feedback onder aanvoering van zanger Olli, in voorkomen al net zo retro met stoer spijkerjack en zonnebril.

Daar verschijnt als zevende bandlid de abtprimaat, ook hier in pij. Hij heft de armen omhoog, het kruis op zijn borst schittert in de schijnwerpers, de band barst los met het dampende Locomotive Breath van Jethro Tull en dan voegt de geestelijk leidsman in met een solo op de dwarsfluit. Zagen we hem onder zijn habijt even het been optillen, zoals Tulls voorman Ian Anderson dat placht te doen? De Schwaben juichen. Der Abt rockt!

Hij spreekt hen toe. ‘Ik vond de Beatles braaf. De Rolling Stones waren al beter. Inmiddels ben ik bij Iron Maiden aangeland.’

Later hangt Wolf nog een vuurrode gitaar om de hals – al blijft zijn versterker op een veilig laag volume; de akkoordenschema’s zitten niet zo in zijn systeem. Highway to Hell van AC/DC, volgens Duitse media Wolfs favoriete nummer, blijft uit. Zelf ontkent hij die voorkeur overigens. Hij haalt de titel wel eens aan om te illustreren dat de weg naar het schimmenrijk breed en gemakkelijk is, en dan ligt de antipode van Led Zeppelin onder handbereik: de moeilijker begaanbare Stairway to Heaven.

Nee, nee, bezweert hij na het optreden achter een bord vol Maultaschen (een lokaal kloostergerecht van gehakt en spinazie in deeg), het is hem niet te doen om jongeren hier voor het geloof te winnen. Alleen het zelf gecomponeerde My Best Friend gaat over die Ene die er altijd is, ook in zware tijden.

‘Het is leuk. Punt! Moet er altijd een doel zijn? Ik ken deze jongens toen ik nog abt in Sankt Ottilien was. Zij zaten daar op het internaat, en vroegen of ik een keer mee wilde spelen in hun band. Dat hebben we volgehouden. We spelen vijf, zes keer per jaar.’

Toch: de werelden zijn niet zo apart, monnik en rocker hebben volgens hem wel iets gemeen. ‘Ze zijn allebei op hun manier rebels. Ze keren zich tegen de macht, tegen het geld, tegen het establishment. Maar helaas wenden muzikanten de rebellie nogal eens aan voor eigenbelang. Jimmy Page in een Rolls Royce! Bah!’

Buiten de muren van Sant’Anselmo is iets van het verkeer te horen, dat tientallen meters lager over de Lungotevere raast. Wolf voelt zich thuis op de Aventijn. Hij heeft er gestudeerd, en in 2000 keerde hij er terug als abtprimaat. De congregaties benoemden hem onlangs voor een nieuwe termijn. Triomfantelijk: ‘Niemand heeft iets over mijn hobby gezegd, niet één keer!’

Wie een blik werpt door een sleutelgat in een schutting langs de ommuurde piazza ziet de koepel van de Sint-Pieter, enkele kilometers naar het noorden. Hoe is zijn relatie met het Vaticaan? ‘Ik heb niet veel contact met paus Benedictus. Iedereen denkt dat we elke dag een kopje thee met elkaar drinken, maar we spreken elkaar misschien een keer per jaar. Hij is een man van studie, hij heeft niet de spontane contacten met de gelovigen zoals Johannes Paulus de Tweede die had. Het is geen man van de dialoog.

‘Hij weet wel precies wat ik doe. Hij kent mijn commentaren op de tv, in de kranten, hij weet van mijn lezingen. Ik heb moeite met sommige standpunten van de kerk. Geboorteregeling is zo’n voorbeeld. Ik kan moeilijk tegen de pil en het condoom zijn. Het is uiteindelijk de verantwoordelijkheid van het individu. Ik plaats ook vraagtekens bij het celibaat. Maar paus Benedictus heeft me er nooit over aangesproken. Het is niet vreemd dat binnen de kerk verschillende ideeën bestaan.’

Wat als hij hem wel de mond snoert? ‘Dan zal ik blij zijn. Echt. Het is een last, wat ik doe. Ik vlieg 300 duizend kilometer per jaar om onder mijn mensen te zijn. De jetlag zit in mijn beenderen.

‘Maar wat me gaande houdt, zijn de contacten, de relaties. Ik ben net terug uit Amerika. Drie studenten – broers – vroegen me een kruis te zegenen. Hun vader ligt in coma na een fietsongeluk. Ik heb met hen gebeden, ik bid nog steeds voor hen. Ik ben niet alleen maar functionaris, ik leef met de mensen. Dat zal ik nooit opgeven.’

Het was een brochure op zolder van de ouderlijke woning die de 14­jarige kleermakerszoon Notker tot de overtuiging bracht dat hij een leven in dienst van God moest leiden. Tot dan was hij een ijverige misdienaar geweest, die graag de klok luidde en zich dan omhoog liet trekken aan het touw. Het boekje ging over Pierre Chanel, een missionaris die zich in 1837 op een eiland in de Stille Zuidzee ontfermde over zieken en stervenden en daar in 1841 werd vermoord. Een jaar later vestigden zich Chanels medebroeders op Futuna; uiteindelijk lieten de bewoners zich massaal dopen.

‘Het vertelde mij twee dingen. Het leven heeft zin, er wacht mij een opgave. Maar de les was ook: zoek niet naar succes. Verwacht niet dat het onmiddellijk zichtbaar wordt. Als je je overgeeft aan Jezus Christus komt het vanzelf.’

Dit jaar verscheen de Nederlandse vertaling van zijn boek Worauf warten wir, waarvan de oorspronkelijke ondertitel Ketzerische Gedanken zu Deutschland (oplage ruim 100 duizend) geografisch wat werd opgerekt tot Een monnik klaagt het Avondland aan. ‘Wat zich in Duitsland voltrekt, geldt ook voor Europa.’ Het beeld: het lusteloze, verwende continent zal worden overvleugeld door andere, ambitieuzere windstreken: China, India, het Midden-Oosten, Rusland. Eén keer zoomt hij in op Nederland, als hij stelling neemt tegen euthanasie. Citaat: ‘Het gaat intussen zover dat de dood van een mens naar het midden van de week wordt verschoven, zodat het vrije weekend van zijn familieleden en verwanten niet in gevaar komt.’

In Waarop wachten wij toont Wolf zich bezorgd over de opkomst van de islam. ‘Niemand wil het geloven, maar op de wereldconferentie van islamitische leiders komt het elke keer aan de orde: ze willen Europa islamiseren. In München is recht tegenover de katholieke kerk een veel grotere moskee neergezet. Even laten zien wie hier de sterkste is. Zo primitief. Wij hebben een seculier idee van religie: andere vormen zijn ook mogelijk. Voor een moslim is dat onbestaanbaar. Dit is een reëel gevaar. Laten we er niet blind voor zijn. Ik wil graag samenleven, maar ik verwacht van de ander ook de tolerantie die ik zelf heb.’

Wolf ergert zich aan de Europese mentaliteit. ‘Hier zet het individualisme de toon. De huishoudens worden steeds kleiner. Mensen kunnen niet meer samenleven. Samen strijden, elkaar helpen, waar zie je dat nog?

‘Ik zie dat mensen weer een houvast zoeken, maar als we aan meditatie doen, is dat niet om een relatie met God of anderen aan te gaan, maar alleen voor ons eigen welbevinden. En we verwachten intussen van de staat dat die de voorwaarden voor ons levensgeluk verschaft. Dit is een prothesemaatschappij, de oplossingen zijn altijd kunstmatig. Ik vind het altijd mooi als ik oudere echtparen zie. Dat is pas een teken van succes in je leven.’

Ligt de oplossing hier, in het klooster? ‘Geloof vormt het geweten. De gedachte is helder: je kunt anderen voor de gek houden, jezelf ook, maar uiteindelijk God niet. Je kunt niet alleen maar doen waar je zin in hebt. Geloof is geen ideologie, maar een manier van leven.

‘Vraag me niet waarom de wereld naar een monnik zou moeten luisteren. Ik heb het niet opgezocht. Ik word uitgenodigd voor spreekbeurten. Ik ben gevraagd om boeken te schrijven. Ik wilde stoppen met mijn column in Bild der Frau. De redactie zei: alsjeblieft, ga door! Van wat ik hoor, geloof ik dat ze zien dat ik oprecht ben. Ik ben van de kerk, ja, maar ik ben geen vertegenwoordiger van het instituut.’

De set van Feedback op Rock bei Schwörer loopt ten einde. Wolf vertelt de zaal dat It’s All Over Now van de Stones het eerste thema was dat hij op gitaar onder de knie kreeg. Grap: het is de boodschap die de buitenwacht de novice meegeeft als hij in het klooster verdwijnt. Wolf weet wel beter. Hij omarmde uitgerekend daar een elfde gebod: Let’s rock!

Feedback zet als uitsmijter Deep Purples Smoke On The Water in, en abtprimaat Notker Wolf hakt met monastieke waardigheid mee op de snaren.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden