De zorg: het laatste bastion van Britse solidariteit

null Beeld AFP
Beeld AFP

Onze buurvrouw, Kate, komt zelden op tijd thuis uit het Zuid-Londense ziekenhuis waar ze werkt. Mopperen doet ze zelden over dit ongemak. De eed van Hippocrates heeft ze niet voor niets afgelegd. Kate is een van de vele Florence Nightingales waar de leiders van de politieke partijen zo lovend over spreken wanneer de National Health Service (NHS), de gratis gezondheidszorg, ter sprake komt. Hoe meer geld ze beloven aan de NHS, zo luidt een ongeschreven politieke regel, hoe meer stemmen het oplevert. Gratis gezondheidszorg is de heilige koe in het politieke landschap.

Naast heilig is de koe, ter wereld gekomen in 1948, ook mysterieus. Het debat over de merites van gratis gezondheidszorg heeft iets van een ziekenhuissoap. Is het echt zo erg dat patiënten soms aangewezen zijn op het water in de bloemenvazen, zoals bij het schandaal van Mid Staffordshire, enkele jaren geleden? Heeft voormalig gevangenispsychiater Theodore Dalrymple gelijk wanneer hij schrijft dat overmanagement het probleem is? Of zijn de ziekenhuizen zorgparadijzen met dansende zusters op de comfortabele bedden, een beeld dat Danny Boyle schetste bij de openingsceremonie van de Olympische Spelen?

Iedere inwoner van het eiland vertelt een ander verhaal, van lyrisch tot tragisch. Mijn eerste ervaring met een Engels ziekenhuis berustte op een vergissing. Op een avond verscheen, rond tienen, de dokter aan de deur. Een zeer ongebruikelijk fenomeen. Een general practicioner, zoals een huisarts hier heet, verlaat zelden zijn kamer. Ik moest direct naar het ziekenhuis, meldde hij, want een bloedtest die eerder op de dag was afgenomen had een schrikbarend tekort aan rode bloedcellen aan het licht gebracht. Ik kleedde me om en nam de bus naar het ziekenhuis van Charlton.

Onderzoeken

Na een tijdje tussen de dronken en gehavende pitbulljongeren op de Eerste Hulp te hebben gewacht, werd ik meegenomen voor een reeks onderzoeken - van de longen tot de hersenen - om daarna in een ziekenhuisbed te belanden met een infuus aan mijn pols. 's Ochtends ontwaakte ik met uitzicht op een begraafplaats. Een specialist bracht goed nieuws: ik was gezond. Er waren twee dossiers door elkaar gehaald. Ik vervloekte de NHS, maar achteraf moest ik vaststellen dat er adequaat was gehandeld, afgezien van die misser waar de reis naar het ziekenhuis was begonnen.

De rest van de ervaringen zouden wisselend zijn, omdat je telkens een andere huisarts voor je neus krijgt. Een keer ben ik naar een privékliniek gevlucht om een dichtgeslibd oor te laten schoonmaken met een zuigertje. Het spoelen met water, voorgesteld door de huisarts, had mijn oorsuizingen in het verleden verergerd. De rekening van de KNO-arts, die overdag voor de NHS werkt en in de avonduren een zakcentje verdient door particulier verzekerden te helpen, bedroeg 240 pond. Niet slecht voor vijf minuten stofzuigen.

Wanneer ik Engelse vrienden hoor mopperen over koude douches en uitgestelde operaties, stel ik als Nederlandse buitenstaander wel eens voor om het idealisme te laten varen en een premiesysteem in te voeren. Dat stuit op emotionele bezwaren. Het woord premie doet meteen denken aan het Amerikaanse zorgsysteem, een waar schrikbeeld. 'De zorg is hier niet ideaal, maar je wordt altijd geholpen, hoe arm je ook bent', kreeg ik te horen.

Deze opmerking was veelzeggend. In een harde, ongelijke samenleving als de Britse, is de NHS het laatste bastion van solidariteit.

Wanneer het over de zorg gaat, staat niet de zorg zélf ter discussie, maar de samenleving.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden