De wraak van het platteland

Tussen herfst 1994 en voorjaar 1997 viel de ene na de andere Afghaanse provincie in handen van de Taliban, die toen de tovenaars waren die vrede brachten na twintig jaar oorlog....

ROB VREEKEN

Moppen over mullah Nasruddin worden in Kabul niet meer verteld. De hoofdpersoon van de klassieke Afghaanse witz, een domme islamitische geestelijke van het platteland, heeft plaatsgemaakt voor mullah Omar.

Lachen als verzet.

Omar, de eenogige leider van de Taliban, is voor de inwoners van Kabul bijna zo fictief als mullah Nasruddin. Nimmer vertoonde hij zich in dit Sodom en Gomorra, zelfs niet nadat zijn beweging van jeugdige strijders op 27 september 1996 de hoofdstad had ingenomen.

Mullah Omar zetelt in Kandahar. Midden in het woongebied van de Pathanen, de bevolkingsgroep die domineert in de 65 procent van Afghanistan waar de Taliban de macht hebben. Daar, in Zuidoost-Afghanistan, begonnen zij in de herfst van 1994 hun opmars.

Vanuit Kandahar, de meest agrarische en de conservatiefste van de Afghaanse steden, strooit de Amirul Mominin ('Prins der Gelovigen') zijn soms bizarre verordeningen over het land uit.

Tot de hoogtepunten behoren het verbod op het weggooien van papier (nog op het kleinste snippertje kan immers een Korancitaat staan), op het tekenen of anderszins afbeelden van levende wezens, en op het juichen bij sportwedstrijden; slechts de kreet 'Allah is groot' is ter aanmoediging gepermitteerd.

Omars afwezigheid draagt ertoe bij dat de Taliban in Kabul worden ervaren als een bezettingsmacht, en hun heerschappij als de wraak van het platteland. De boerenrevolutie heeft een eind gemaakt aan alles waar ze in Kandahar altijd al van gruwden.

In een winkeltje op de geldwisselmarkt Sharzdoha, in het centrum van Kabul, wordt erom gegrinnikt, zoals om een oude mullah-mop, maar van de humor van de mannen vormt cynische moedeloosheid de grondtoon.

'Absoluut', antwoordt de baas van de zaak op de vraag of zij bang zijn voor de Taliban. 'We zijn zelfs bang voor hun schaduw. Ze komen hier controleren met hun kalasjnikovs. Dan zeggen ze dat we maar 650 afghani's voor een Pakistaanse roepie mogen vragen, terwijl de marktwaarde 710 is.'

Zelfs om de veronderstelling dat de Taliban wel eens hardhandig optreden, moeten de mannen veelbetekenend lachen. En om hun eigen baarden. Nee, die hadden ze nog niet toen de ongeletterde boerenkinkels de stad veroverden. 'Toen waren we nog mensen. Nu niet meer.'

'Afghanistan heeft zich altijd scheef ontwikkeld', zegt Rafaat B. Ludin, voorzitter van Acbar, de koepel van in Afghanistan werkzame hulporganisaties. 'Stad en platteland waren en zijn verschillende werelden. De dorpen hadden geen elektra, geen tv's, geen wegen. Kabul had alles.'

De Taliban, meent de in Kabul opgegroeide Ludin, leggen de mentaliteit van het platteland op aan de stad. 'Daarom zijn de mensen op het platteland blij met ze. Voor hen is het bestaan maar in één opzicht veranderd: ze kunnen weer in veiligheid leven.'

Want dat moeten ook de felste critici de Taliban nageven. De beweging heeft in haar gebieden een eind gemaakt aan de gewelddadige anarchie, aan de willekeur van lokale commandanten en al dan niet met de naam 'mujahedin' getooide rovende clans.

'Je kunt weer zonder gevaar naar de Pakistaanse grens rijden', zegt Tony Smith, hoofd van een Britse hulporganisatie. 'Dat was vroeger ondenkbaar. Mijn voorganger heeft zijn auto onder bedreiging van een vuurwapen moeten afstaan.' Dat gebeurde bij een tolplaats, een van de ergernissen in het Afghanistan van voor de Taliban. Reizigers betaalden zich suf aan wegenbelasting, om de paar kilometer geheven door jan en alleman met een AK-47.

Voor Kabul geldt bovendien dat de overwinning van de Taliban een eind maakte aan de raketbeschietingen waaraan de stad jarenlang dag in dag uit ten prooi viel. Een kwart van de wijken ligt totaal in puin. 'Ik heb liever een stad zonder raketten en met sharia dan andersom', zegt Abdul, de vloeiend Frans sprekende uitbater van sieradenwinkel l'Ile aux Bijoux in Chicken Street. Ooit flaneerden hier toeristen, op zoek naar exotica en Afghaanse bontjassen. 'Aan een baard raken de mensen wel gewend. Niet aan raketinslagen.'

Ook de corruptie is teruggedrongen, zegt Rafaat Ludin. 'Er was een enorme, openlijke corruptie. Het kon gebeuren dat een vice-minister in een vergadering zonder gêne om 60 miljoen afghani's vroeg. Dan riep hij: waar ben ik anders vice-minister voor geworden?'

Buitenlanders in de hoofdstad omschrijven de politiek van de Taliban dan ook als een 'morele revolutie', een wat radicaal uitgevallen ethisch reveil.

De regerende mullah's beweren dat zij niets méér doen dan tot wet verheffen wat in het 'echte', niet door het Westen vergiftigde Afghanistan van de dorpen tóch al gebruik was. 'Het is allemaal traditie', bevestigt woordvoerder Juan Martinez van het Rode Kruis. 'De Taliban hebben niets uitgevonden.'

'Het is de cultuur van 95 procent van de Afghanen', zegt Amir Khan Murtaqi, minister van Cultuur en Informatie, een man van 26 met zwarte baard en zwarte tulband, de standaard-uitdossing van de Taliban. 'Maar als er positieve elementen in de westerse cultuur zitten, nemen we die graag over.'

'Ik heb daar geen informatie over', antwoordt de bewindsman droog op het verzoek iets positiefs uit het Westen te noemen. 'Ik weet wel veel negatieve punten.' Waarna een tirade volgt over decadentie, prostituees en films vol overspel die via de satelliet ook de Afghaanse jeugd zouden bedreigen, als de Taliban niet televisie, video, foto's met levende wezens en alle muziek hadden verboden.

Anderen menen dat de Taliban-leiders het land een karikatuur van het oude plattelandsleven opleggen. 'Ze gaan uit van een geïdealiseerd Pathaans verleden', zegt een al vele jaren in het land wonende Europeaan, verwijzend naar de trotse, in clanverband levende bevolkingsgroep waartoe 45 procent van de Afghanen behoort. 'Een ideaal dat nooit heeft bestaan.'

Zo is het onzin te beweren dat de Afghaanse vrouw per traditie niet werkt. Net als elders doen de vrouwen het meeste werk. Inderdaad dragen zelfs in niet door de Taliban beheerste steden als Mazar-i-Sharif veel vrouwen een alles bedekkende burqa, maar een voor iedereen geldende plicht heeft nooit bestaan.

In feite genieten de vrouwen in de zuidelijke Pathanen-dorpen meer vrijheid dan in Kabul. 'Je ziet ze daar gewoon buiten werken', zegt Ludin. 'En de meesten dragen de chador, een hoofddoekje. De burqa geldt er als chic, voor speciale gelegenheden.'

Ook het regime van de Taliban is er milder dan in de door de mullah's gewantrouwde steden. Vooral buiten Kabul bloeit het huiskameronderwijs voor meisjes, oogluikend toegestaan door de lokale gezagsdragers.

In de hoofdstad is het - voor een man, en al helemaal voor een westerse man - zo goed als onmogelijk een gesprek te voeren met een Afghaanse vrouw. Wie toch een poging waagt, voelt zich als geheim agent 007 die een microfilm krijgt overhandigd van een Sovjet-dubbelspion. Een tussenpersoon regelt een ontmoeting, waarvan verder niemand weet mag hebben. Op het afgesproken tijdstip leidt de sluiproute via een onverdacht huis, een zijdeur, een tuin, door een gaatje in de heg en over een binnenplaats naar de plek waar De Afghaanse Vrouw wacht.

Woning is te veel gezegd. De 35-jarige Niqbaht, haar man Ewaz en hun zes kinderen leven in een kamertje van drie bij vijf. De dunne matrassen en de dekens (de enige verwarming tijdens de bitterkoude winter) liggen opgestapeld in de hoek. Het raamkozijn bevat plastic. Aan de stenen muur een kalender. Meer bevat de woning niet, behalve de vier gestapelde bakstenen waarop het eten wordt bereid.

Aan de waslijn buiten hangt een donkerbruine burqa. Het kledingstuk wordt gedeeld door Niqbaht en haar oudste dochter, de 15-jarige Raima. Samen naar buiten kunnen ze daarom niet. Zij kregen het onbetaalbare kledingstuk (zelfs een goedkope burqa kost nog 350 duizend afghani's) van in de buurt wonende buitenlanders, nadat een Taliban-patrouille met een stok Niqbahts hand had gebroken. Haar sluier bedekte haar gezicht niet helemaal.

Op straat lopen zonder burqa, je vrij kunnen bewegen, is een van de dingen die Niqbaht het meest mist. 'En ik wil graag weer werken. Ik zou graag mijn dochters naar school sturen.'

De drie dochters, van 10, 12 en 15, zitten zich thuis te vervelen sinds de Taliban alle onderwijs voor meisjes staakten. De twee oudste zoontjes, 6 en 8, mogen wel naar school - overigens een bouwval zonder ramen, leermiddelen en niet zelden zonder onderwijzer.

Niqbaht werkte voorheen in een kartonfabriek, maar werd ontslagen toen de Taliban een arbeidsverbod voor vrouwen afkondigden. Sindsdien overleeft het gezin met wat Ewaz verdient als los arbeider op de markt: soms 5000 afghani's op een dag, soms niets. Net genoeg voor een rantsoen van brood en thee, af en toe wat spinazie of maïs.

'Ik zit de hele dag binnen', zegt Niqbhat. 'Ik kook, maak het huis schoon, borduur wat aan een kleed. Soms ga ik naar de markt. Dat is alles. Het is heel treurig. De Afghaanse vrouwen leven onder de Taliban als in een gevangenis.'

0 AT ZELFS de vrouwen in Afghanistan hun baard moeten laten staan, was niet meer dan een grap, toen het Pakistaanse tijdschrift Herald in zijn nieuwjaarsnummer een fotomontage plaatste van Afghaanse vrouwen met sik. Maar onder de Taliban is de werkelijkheid krankzinniger dan de fantasie. In februari liet de shoora, het gezelschap van zes mullah's dat het land regeert, weten dat ook vrouwen hun gezichtsharen niet mogen verwijderen.

Dat wordt althans in Kabul beweerd. Iemand heeft het op de officiële radiozender gehoord, Radio Shariat. Iemand anders heeft het in de krant gelezen, de Kabul Times, het Engelstalig dagblad van de tulbandmannen.

Of het echt waar is? Er wordt zo veel beweerd over de door het fatsoenlijkste regime ter wereld uitgevaardige gedragsregels. Zo zou het verboden zijn te vliegeren. Maar in Kabul zijn doodleuk met papieren vliegers spelende kinderen te zien. Vrouwen zouden alleen samen met een mannelijk familielid de straat op mogen. Maar overal in de Afghaanse hoofdstad lopen vrouwen alleen rond. Een paar maanden geleden kregen mannen te horen dat zij hun schaamhaar moesten scheren. Gaat het gerucht. Kort erna werd de maatregel weer ingetrokken. Zo wordt gezegd.

Naspeuringen zijn moeilijk, aangezien de Taliban geen register van hun ge- en verboden bijhouden. Bovendien: hoe wordt er in het preutse land van de dorpsmullah's op schaamhaar gecontroleerd? En hoe wordt gecontroleerd of vrouwen onder hun burqa geen geëpileerde bovenlip hebben?

Dat de meeste inwoners van Kabul zich niettemin aan de strenge regels van de Taliban houden, is te danken aan mullah Qalamuddin. Hij is hoofd van het Departement tot Bevordering van de Deugd en Bestrijding van de Ondeugd, een soort religieuze politie. Gewapende patrouilles van het departement traden sinds hun komst hard op. De nieuwe leefregels moesten er worden ingeramd bij de onwillige stedelingen.

Mullah Qalamuddin, een lange man met een grote zwarte baard en een gulle lach, is elke ochtend om negen uur present op zijn ministerie om zijn jongens te instrueren voordat zij in hun krachtige Toyota's, gewapend met luidsprekers en kalasjnikovs, de stad intrekken.

Aanvankelijk voerden de Toyota's de begintonen van de Lambada als claxon; het duurde een hele tijd voor de ordebewaarders beseften dat het de duivelse vinding muziek betrof.

'De meeste mensen hebben geen problemen met onze voorschriften', zegt Qalamuddin. 'Van de Afghanen is 99 procent immers moslim. Een klein aantal had moeite met de sharia. Zij waren beïnvloed door de Russen en door het Westen. De sharia is geen uitvinding van de Taliban. Alleen communisten zijn er tegen.'

Zonder dat er naar gevraagd is, begint Qalamuddin te ontkennen dat zijn mannen elektriciteitskabels gebruiken om mensen te slaan. 'Dat wordt beweerd door onze tegenstanders. Het is absoluut niet waar. Wij gebruiken een leren zweep.'

De chef ondeugdbestrijding somt de straffen op die worden uitgedeeld aan schenders van de goede zeden. Op het dragen van een te korte baard staan twee of drie zweepslagen. Wie zijn baard helemaal heeft afgeschoren, moet drie dagen de bak in. 'Daar wordt hij door ons onderwezen. We leggen hem uit wat de sharia inhoudt.'

Krijgen vrouwen zonder burqa ook zweepslagen?

'Er zijn geen vrouwen die geen burqa dragen', zegt Qalamuddin zonder overdrijving. 'En als het wel gebeurt, bijvoorbeeld als een vrouw van buiten komt, zullen we haar toespreken via onze luidsprekers.'

Qalamuddins religieuze politie treedt de laatste drie maanden minder vaak en minder hard op. De Taliban-leiders nemen gas terug, vermoeden waarnemers in Kabul, omdat zij de onvrede onder de bevolking, ook buiten de steden, aanvoelen.

Een onvrede die wordt versterkt door een onmiskenbare verloedering van het Taliban-bewind. In Kabul worden steeds vaker mensen gearresteerd op verzonnen beschuldigingen. Zij worden vastgezet in privé-cellen en pas vrijgelaten als de familie een fors bedrag betaalt. De daders, altijd Taliban, doen zich voor als leden van Qalamuddins brigade, en vermoedelijk zijn ze dat ook. Onduidelijk is in hoeverre de leiding weet heeft van de praktijken.

'Kabul is verdeeld onder bevelhebbers die zelf voor hun inkomsten moeten zorgen', zegt een hulpverlener. Door het vrijwel ontbreken van een bestuursapparaat, en doordat de Taliban-beweging is verdeeld in facties, bestaat er weinig interne controle.

Op het platteland wekken vooral de gedwongen recruteringen van steeds jongere soldaten weerstand. In nota bene het Taliban-bolwerk Kandahar leidde dat in januari tot een minieme volksopstand. Vrouwen protesteerden tegen het ronselen van hun zonen. Een lokale commandant, mullah Naqibullah, raakte in conflict met de Taliban-leiding nadat er hardhandig op de betogers was ingehakt, en werd neergeschoten.

Fnuikend voor de mullah's is dat zij hun momentum kwijt zijn. Toen tussen herfst 1994 en voorjaar 1997 de ene na de andere provincie in Taliban-handen viel, waren zij de tovenaars die vrede brachten na twintig jaar oorlog en korte metten maakten met tolheffers en geweldplegers.

Maar de opmars is gestokt. In het noorden schuift het front als vanouds en uitzichtloos heen en weer. Het conflict verscherpt zich langs etnische lijnen - Pathanen tegenover Tadzjieken, Oezbeken en Hazara's. In Kabul vormen Pathanen slechts een kwart van de bevolking.

'Hun imago als vredestichters zijn ze kwijt', aldus de westerse Afghanistan-veteraan. 'Hun morele bezieling is verwaterd door dezelfde corrupte commandantjes. Die zijn met de nieuwe wind meegewaaid en hebben een zwarte tulband opgezet.'

'De mensen zijn inmiddels doodziek van de Taliban', zegt een Afghaanse hulpverlener in Kabul. 'Ze hebben hun geloofwaardigheid verloren', meent een ander. 'De bevolking accepteert minder. Vrouwen bijten van zich af. Men maakt grappen over de Taliban. De tijd dat niemand iets durfde te zeggen, is voorbij.'

Abdul Jabar, een 60-jarige winkelier, ziet er geen been in Najibullah, de opgehangen communistenleider, te prijzen. 'Iedereen hield van hem', zegt Jabar over de man die voor de Taliban de duivel in eigen persoon is. Spijtig stelt hij vast dat de verkoop van serviesgoed en hebbedingetjes geheel is komen stil te liggen.

Daoud is zijn grote held, Afghaans president in de jaren zeventig, net als Najibullah een vertegenwoordiger van de stedelijke elite waar de Taliban korte metten mee hebben gemaakt. 'Daarna zijn de machthebbers steeds slechter geworden. Tot aan de Taliban. Die zijn het ergst.'

En opeens dringt tot de bezoeker door dat die subversieve woorden worden uitgesproken in een decor vol verboden waar. Het Departement tot Bevordering van de Deugd en Bestrijding van de Ondeugd zou hier zijn handen vol hebben. Het wandkleed met vrouwspersoon. De dotar herati, een snaarinstrument. De bruine, geëmailleerde eierschaal met een deksel in de vorm van een kippetje. 'Als de Taliban hier komen', zegt Jabar, 'zullen ze dat allemaal kapot slaan.'

Rob Vreeken

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden