De witte achterblijvers

In Delfshaven is 68 procent van de bevolking allochtoon. Witte Nederlanders hebben de Rotterdamse wijk en masse de rug toegekeerd....

RONALD VAN ERKEL (42) pakt een plattegrond van zíjn Delfshaven. De wijsvinger van de communicatieadviseur glijdt langs de brede lanen. 'Kijk, hier wonen de autochtone Nederlanders. Je zou ons de nieuwe stedelingen kunnen noemen. 's Morgens is er vanuit deze statige lanen een uittocht van lange Volvo's. Met de kinderen op de achterbank gaat het dan naar de Essenburgsingel. Daar staat een van de drie witte basisscholen die het gebied nog rijk is.'

Van Erkel is te gast bij Brigitte Slot (35), econome bij Robeco. Ook zij maakt elke ochtend de bewuste route om haar zoon Roelof naar het Montessori te brengen. 'Ik zou mijn kinderen never nooit naar een van de zwarte scholen hier om de hoek sturen. Onderwijs kan niet goed genoeg zijn.' Van Erkel: 'Zo denken de meeste mensen er hier over. Ook de gemeente- en deelraadsleden die hier wonen.'

In Delfshaven is 68 procent van de bevolking allochtoon. Maar de witte Nederlanders vormen nog altijd de grootste minderheidsgroep. Deze achterblijvers bewonen de van ouds als gouden randjes omschreven lanen. Ze trekken naar de koop-nieuwbouw-projecten of zijn gebleven in de straat waar ze hun hele leven al wonen. Delfshaven is hun thuis, ondanks het etiket van achterstandswijk en drugssupermarkt. Maar leven naast Turken en Marokkanen betekent nog niet leven met Turken en Marokkanen.

'We wonen hier eigenlijk helemaal gescheiden van de allochtone groepen en sociaal lagere klassen', zegt Van Erkel. 'Maar anders dan veel rijken in chique buitenwijken zien wij nog wat er gaande is op straat. We keren ons er niet van af en dankzij onze straten is er niet alleen achterstand in de wijk. De buurt kan zich er aan ophalen.'

Fortune, Wired en The Financial Times liggen op tafel. Dit is ook Delfshaven. Dit is de Mathenesserlaan, een chique laan met ventwegen, oude bomen en voorname panden. Brigitte Slot woont hier omdat ze zo op haar fiets naar haar werk in het centrum kan. Daarnaast is ze gecharmeerd van het soort buren dat ze heeft. Gelijkgestemden, mensen met vrije beroepen of werkend in de culturele sector. 'Het is als het ware de grachtengordel van Rotterdam, wel vrij elitair.'

Delfshaven en de Mathenesserlaan bieden haar precies de balans van stads wonen en veel ruimte in huis en tuin. Zoiets krijg je voor die prijs nergens, zegt ze.

Ze woont liever in een wijk waar niet iedereen dezelfde hypotheek heeft, dezelfde Habitatmeubelen en dezelfde plannen voor de zomervakantie. 'Je kijkt hier als je bij een ander binnenloert niet constant in de spiegel. Zo van: verdorie, zij hebben dat hebbeding ook al.'

Het is een wijk van extremen, vindt ze. Een wijk met de excentrieke upper middleclass en de onderklasse. Er zit eigenlijk niks tussenin. Van Erkel: 'Die twee totaal verschillende groepen kunnen hier samenleven, omdat het leven helemaal gecodeerd is. Kleine witte jongetjes vallen er gewoon buiten. Ze worden met rust gelaten door de anderen. Slot: 'Onze Roelof van zes heeft nog nooit verbaasde vragen over de wijk gesteld. Het valt hem niet op dat het zo'n bijzonder gebied is.'

Van Erkel: 'Iedereen is hier een outsider. Ook als volwassene voel ik me hier vrij op straat. Ik ben nooit bang als ik zes Turkse jongens tegenkom. Die hebben geen belangstelling voor mij. Ik pas niet in hun leefwereld.'

Slot: 'Maar het is wel een wijk waar je alert bent. De deur altijd op slot. Velen hier hebben een alarm. Als ik mijn kind in de kinderwagen zet, hou ik mijn portemonnee in de gaten. Als je daar mee kunt leven, heeft de wijk veel te bieden. En ach, de kans dat een verdwaalde kogel je treft, is nog altijd verwaarloosbaar klein.' De wijk is volgens haar in evenwicht, maar het is een heel wankel evenwicht. 'Er hoeft maar dit te gebeuren of we zijn weg. Er is hier een goede Albert Heijn en een delicatessenwinkel. Als die ook verdwijnen, zou dat een reden kunnen zijn om te vertrekken. Dat is ons voordeel. Wij kunnen weg als we het niet meer zien zitten. Veel andere bewoners hebben het geld niet.'

Ben van Haastrecht wil nog voor geen miljoen gulden weg uit Delfshaven. Hij woont aan de Mathenesserdijk, precies tegen het gebied waar de drugshandel zich nu concentreert. Het huis van deze nachtwaker is nog precies zoals 46 jaar geleden, toen hij werd geboren. Pas eind jaren tachtig klonk voor het eerst het gevleugelde 'kankerturk' in zijn straat. Veel autochtonen vertrokken naar de nieuwbouw in Ommoord, maar van Haastrecht voelde die neiging nooit.

'Ik blijf niet uit conservatisme, maar omdat ik het spannend en mooi vind.' Als hij uit het achterraam kijkt, ziet hij de boten voorbijschuiven over de Schie en aan de voorkant kijkt hij van de eerste verdieping uit op een zee van groen loof. Dat er op hoogtijdagen meer dan veertig dealpanden waren, maakte hem tot een activist. Hij is lid van de werkgroep Veilig, en hij begeleidt op afstand een groep Marokkaanse jongeren die een nieuw honk hebben.

De straat waar hij woont, is een bijzondere. Aan de ene kant wonen de autochtone Nederlanders en aan de overkant zijn de allochtonen in de meerderheid. Het heeft te maken met de eigenaar van de panden aan zijn kant, weet Van Haastrecht. En met de bewoners die voor de eigenaar beoordelen wie de huizen krijgen toegewezen.

'Veel oudere mensen hier denken heel negatief over buitenlanders. Zij houden de scheiding tussen de blanke en de gekleurde kant in stand. Als kinderen aan de witte kant spelen, komt het voor dat ze hen toebijten: ''Ga naar je eigen kant.'' Ze leven nog in de jaren vijftig. Het is zelfs voorgekomen dat iemand verontwaardigd de gemeente belde toen de bomen werden gesnoeid: ''Waar of de gemeente dacht dat ze mee bezig was. Je denkt toch niet dat ik van plan ben bij die Marokkanen aan de overkant in de kamer te kijken''.'

Aan de allochtone kant staan de twee moskeeën die dit deel van Delfshaven rijk is. Met kerst brengen moskeebezoekers rozen naar de buurtbewoners om te tonen dat ze ook de feestdag van de christenen respecteren. Maar van echte samenwerking of integratie is geen sprake, zegt Van Haastrecht: 'In de tijd dat we demonstreerden tegen de drugsdealpanden in de straat deden de moskeeën niet mee.'

Luuk Heykoop kwam in 1981 aan de Spangense kant van de Mathenesserdijk wonen. Ideaal vond hij het: lage huren, grote huizen. Het was toen nog rustig in de buurt. Geen drugs. Mensen vluchtten nog niet weg. 'Als je er tussenin woont, merk je niet echt hoe snel het verandert. Je ziet het pas als je bij vrienden buiten Rotterdam bent geweest. Dan denk je terug thuis: god, god wat een ellende. Junks die op je trap staan. Je zat gewoon te wachten tot je werd aangevallen of beroofd. Ik besloot te verhuizen.

'In die periode stond in de krant dat Spangen leegliep. Na het lezen van dat stuk vond ik dat ik niet ook naar Oud-Beijerland moest vluchten. Ik ben de enige docent van onze school die in de wijk woont, en dat terwijl zestig procent van onze leerlingen hier vandaan komt. Deze wijk verdient dat er ook kader woont. Iedereen wil dat het verbetert, maar niemand vraagt welke rol hij daarbij kan spelen.'

Vanaf zijn balkon heeft hij uitzicht op een van de eerste koop-nieuwbouwprojecten in Spangen. Links ligt een kaalgeslagen terrein in afwachting van nieuwbouw. Achter hem de Schie en nog verder de skyline van Rotterdam met de Erasmusbrug. De zon schijnt. Beneden spelen kinderen. 'Toen ik zei dat ik in Spangen een huis had gekocht, keek iedereen me meewarig aan. Toen ze dit uitzicht zagen, vonden ze het prachtig. Mijn huis is in een jaar 40 procent in waarde gestegen. Maar als je niet van spelende Pakistaanse kinderen en schotelantennes houdt, moet je hier niet komen.'

Plotseling krijgt het gesprek een andere wending. Heykoop bekent dat hij ondanks zijn idealisme deze week heeft besloten de wijk te verlaten. Hij verhuist naar Almere. Was op zoek naar een nieuwe uitdaging, voelde zich niet gewaardeerd op school. 'Maar mijn verhaal over Spangen staat als een paal boven water. Ik vertrek met pijn in hart.'

Uit de muziekinstallatie van Ellen Stokman (36) komt Turkse saz-muziek. Stokman houdt van wereldmuziek. Ze danst er ook op. Sinds kort vormt ze een duo met een vriendin. Ze noemt het Midden-Oosters dansen, want het is meer dan buikdansen. Sinds 1989 woont ze in een voormalige school, waarin negen appartementen zijn gerealiseerd. 'Hier leven mensen die niet voor het geijkte gaan', zegt ze. In de appartementen wonen alleen autochtone Nederlanders. Er heeft nog nooit een allochtoon gereageerd op een van de advertenties van de groep.

'Je hoort dat er veel allochtonen in de wijk wonen, dat er veel werkloosheid is. Is het vergelijkbaar met de Schilderswijk? Dat wist ik niet. Ik vind het gezellig, mensen met hoofdoekjes. Soms lijkt de straat een openluchtgarage. Ik hou daar van. Rotterdam met al zijn allochtonen geeft me een soort vakantiegevoel.

'Ik heb ooit wel overwogen in een groenere omgeving te gaan wonen, maar ik wil de multiculturele sfeer niet missen. Ik krijg een warm gevoel als ik keiharde Turkse muziek hoor. Lekker wat anders dan dat doorsnee westerse gedoe. Al heb ik geen Turkse of Marokkaanse vrienden, ik heb een allochtoon kantje in me.'

Aag Kriek kwam veertig jaar geleden uit Krooswijk naar Spangen. Ze vroeg zich af hoe ze het er moest uithouden. Het was zo netjes. 'Het woningbedrijf bezocht me vooraf thuis om te zien of ik wel schoon was. Ze zeiden: ''Die ziet er wel zigeunerachtig uit.'' Nu letten ze nergens meer op.'

Er waren in Spangen altijd al buitenlanders, 'Indonesiërs en zo.' Het zou maximaal 40 procent worden, maar het is nu het dubbele. De politiek heeft de mensen besodemieterd, vindt Kriek. 'En toch valt het mee met de spanningen. Ruzie ontstaat meestal door de overheid. Wij kaartten al veertig jaar in dit gebouw, toen zonder overleg werd bepaald dat buitenlanders hier taalles moeten krijgen.'

Grote ruzies krijg je als geen enkele instantie zich verantwoordelijk voelt. En dat is nu zo, meent Kriek. 'Als je wilt dat de politie komt, moet je zeggen dat ze met een mitrailleur om de hoek staan. 's Zomers gaan de buurthuizen dicht. Als ze nodig zijn, gaan de werkers op vakantie.'

Vanwege dit soort miskleunen weigerde ze eens de Spangenmakersprijs, bestemd voor mensen die zich verdienstelijk maken voor de wijk. 'Ik wil niet worden ingekapseld of omgekocht door professionals of de politiek. Veel actievoerders van het eerste uur hebben ze een projectje gegeven, zodat ze hun mond houden. Mij niet.'

De politici heeft ze de rug toegekeerd, maar de wijk nooit. 'Als ik zou willen, kan ik zo naar het huis van mijn schoonvader of naar mijn broer in Gouda, maar ik wil niet weg. In deze tijd vragen de mensen steeds: ''Waar ga je op vakantie?'' Nou beste mensen, ik ga mooi naar Spangje.'

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2021 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden