Zin van het levenFrans Ellenbroek

‘De westerse mens kent de waarde van echte vrije tijd niet meer en weet er geen raad mee’

Beeld Sophia Twigt

‘Wat is de zin van ons leven?’ Met die vraag startte iedere aflevering van de interviewreeks die Volkskrant-journalist Fokke Obbema in de Volkskrant publiceerde. Lezers krijgen nu ook de kans om die vraag te beantwoorden in een interview met zichzelf. Vandaag: Frans Ellenbroek, bioloog. 

Voor Frans Ellenbroek was in 1968 de studiekeuze ineens heel eenvoudig, toen hij werd aangestoken door de bevlogenheid van zijn politiek geëngageerde biologieleraar. Die maakte in de klas melding van de oprichting van de Club van Rome, die vier jaar later de wereld wakker zou schudden met de schokkende boodschap – kort samengevat – ‘dat het zo niet langer kon’. De specialisaties ecologie, gedragsbiologie en evolutiebiologie gingen vanaf dat moment zijn leven beheersen. De wereld ging gewoon door, de bevlogenheid bleef. Sinds kort is hij gepensioneerd, na 39 jaar directeurschap van Natuurmuseum Brabant in Tilburg.

Wat is de zin van het leven?

‘Fundamentele vragen als deze benader ik graag vanuit het perspectief van de evolutiebiologie. De natuur kunnen we beschouwen als een zelflerend, intelligent systeem dat, net als kunstmatig intelligente systemen, zijn eigen overlevingskansen verbetert door trial, error en selectie. De natuur maakt zichzelf effectief volgens economische wetmatigheden, zonder doel of missie. Dat geldt niet alleen voor de natuur als geheel, maar ook voor de menselijke natuur. Waar de mens er niet in slaagt zijn leven zin te geven, is veronachtzaming van zijn eigen natuur steevast de oorzaak. Nu ik met pensioen ben, besef ik meer dan ooit dat we het antwoord op de vraag naar de zin van het leven moeten zoeken in de manier waarop we onze tijd, en met name onze vrije tijd besteden.’

Dat is een interessante stelling, maar hoe werkt dat?

‘Het individuele systeem ‘mens’ wikt, weegt en beslist. De gewaarwording van dat wikken en wegen noemen we ‘bewustzijn’, de ervaren sensatie daarvan ‘vrije wil’. Ik heb nu een levensfase bereikt waarin ik me daarvan meer dan ooit bewust ben.

‘Gewend als hij was aan een geregisseerd, teleologisch en religieus wereldbeeld, ging de mens sinds Darwin geloven in zichzelf in plaats van God als regisseur van zijn leven en dat van alle andere schepsels. Die zelfoverschatting maakte ons blind voor de kracht van het evolutionaire, intelligente systeem waarvan wij deel uitmaken. Daardoor handelen we in strijd met oeroude verworvenheden en creëren we steeds weer nieuwe problemen. Oplossingen zoeken we in culturele, niet-biologische middelen. Hoewel de mens dit diep in zijn hart wel weet, klampt hij zich vast aan de gedachte dat zijn culturele flexibiliteit alle problemen wel aan zal kunnen.’

Wat zegt ons dan de biologie over vrije tijd?

‘Het evolutionaire systeem heeft intelligente regels ontwikkeld voor ons tijdmanagement. Kijk maar naar planten en dieren, zonder culturele invloed op tijdsbesteding. Hebben die vrije tijd? En draagt vrije tijd bij aan hun fitness? Die vraag is verwant aan een andere vaak gestelde vraag: waarom slapen we? Die vragen deugen niet. Zinvoller vragen zijn: waarom zijn we wakker en waarom zijn we actief? De antwoorden komen van de spitsmuis en de lintworm.

‘Spitsmuizen wisselen twee uur slaap af met een uur activiteit. In dat actieve uur foerageert de spitsmuis. Dit tijdsregime is het resultaat van een op economische principes gebaseerde natuurlijke selectie. Als de spitsmuis langer slaapt dan twee uur, haalt hij de verloren tijd in zijn wakkere uren in door harder te lopen en foerageren. In die wakkere uren riskeert de spitsmuis te worden opgegeten door een uil of torenvalk. Activiteit is noodzakelijk voor overleving, maar kost energie en levert gevaar op. De inrichting van dit tijdsmanagement maakt de spitsmuis tot een intelligent systeem waarin baten en kosten in termen van energie en risico volledig met elkaar in balans zijn. Tijd die niet hoeft te worden besteed aan activiteit is vrije tijd.

‘Het ideale organisme is dus het organisme dat mortaliteit minimaliseert en reproductie optimaliseert door het vermijden van riskante of energieverslindende activiteit. Minder complexe organismen, zoals planten, sessiele dieren en parasieten hebben deze status quo al miljoenen jaren geleden gerealiseerd. Als de evolutie een ideaal of doel zou hebben, dan zou de wetenschap het ideale dier in deze gelederen moeten zoeken. Zo is er de lintworm, die geen energie steekt in foerageren, nauwelijks of geen gevaar loopt en zich op een uiterst efficiënte manier voortplant. De lintworm heeft daardoor vrijwel uitsluitend vrije tijd.’

Grappig, maar wat heeft dit met mensen te maken?

‘In zijn prille bestaan wist homo sapiens het ideaal enigszins te benaderen. Het toverwoord daarbij is zijn tegenwoordig meer en meer verguisde vleesdieet. De mens werd een carnivoor zonder de tanden van een carnivoor, omdat hij messen en bijlen maakte, maar vooral omdat hij de buit kon garen op het vuur dat hem volgens zeggen was geschonken door Prometheus, maar waarvan we inmiddels weten dat het de bliksem was. Na het verschalken van een flinke buit met voedingswaarde kon de vroege mens zich hierdoor overgeven aan ‘dolce far niente’. Waar zijn naaste verwant, de chimpansee, zich nog een etmaal in de rondte moest ploeteren om voldoende vruchten en knollen te verschalken, kreeg homo sapiens ineens heel veel vrije tijd. Zijn nieuwe dieet en de beheersing van het vuur droegen hieraan bij, ’s avonds immers scheen voortaan het licht in de duisternis. Hij hoefde nog niet meteen na het eten naar bed.

‘Maximering van de vrije tijd en minimalisering van de arbeid zou door de mens – in lijn met zijn natuurlijke aard – ook als een cultureel ideaal kunnen zijn gekozen. Daar heeft het ook heel lang, namelijk ongeveer 200 duizend jaar, naar uitgezien. Het zweet des aanschijns hebben we al die tijd buiten de deur weten te houden, met dank aan het licht. Maar, helaas, zoals bekend, de duisternis heeft het niet begrepen. Sinds ongeveer 200 jaar is er een rampspoedige verandering. Hebzucht en consumptiedrang gingen de vrije tijd als waarde in het leven verdringen. De mens verloor de minimalisering van de inspanning als economisch principe uit het oog, maar niet de maximalisering van de buit. Daarmee ontkende hij de natuurlijke balans tussen die twee factoren, de basis van zijn fitness. Hij verloor zijn vrije tijd. Want wat we tegenwoordig vrije tijd noemen is in werkelijkheid zelden échte vrije tijd, zoals bij de spitsmuis en de lintworm. De moderne westerse mens kent de waarde van echte vrije tijd niet meer en weet er geen raad mee. Schamper kijkt hij neer op wereldculturen waar het nietsdoen nog wél hoog in het vaandel staat.’

Wat zijn daarvan de gevolgen voor de mens van nu?

‘Twee gevolgen, allebei rampzalig. Het eerste vinden we in het huishoudboekje, ook wel economie genoemd. Niet alle mensen gingen hun vrije tijd omzetten in actieve tijd. Er waren altijd slimmeriken die het evolutionaire principe wel doorhadden: zij maximaliseerden hun buit, maar zónder extra inspanningen. We noemen hen kapitalisten. Om hun positie niet kwijt te raken, creëerden zij een compleet nieuw, goddelijk intelligent systeem, dat ons ineens weer voorzag van een regisseur met doel. De nieuwe regisseur noemden zij ‘economische groei’ en het begeerlijke doel ‘werkgelegenheid’. Ik noem dit systeem goddelijk vanwege zijn fictieve en dogmatische karakter.

‘Het tweede rampzalige gevolg was dat de mens dingen ging verzinnen die enigszins deden denken aan het verzamelen van buit, maar dat in werkelijkheid helemaal niet waren. Werkzaamheden die het uiterlijk hebben van echte arbeid, maar in werkelijkheid geen bijdrage leveren aan persoonlijke welvaart of welzijn, of die van de samenleving. Zulke ‘pseudowerkzaamheden’ zijn er in twee categorieën: ‘pseudobanen’ en ‘pseudovrijetijdsbesteding’.

‘Enkele voorbeelden van de eerste categorie: het schrijven van ondoorgrondelijke teksten waar niemand iets aan heeft en waar niemand iets mee doet; we noemen dit beleidsnota’s, mensen die dit doen beleidsmakers of beleidsadviseurs. Het voeren van oeverloze discussies zonder uitkomsten of – als die er wel zijn – uitkomsten die van tevoren al vaststonden of nergens toe leiden. Het creëren van organisaties van mensen waarin uitsluitend schijnwerkzaamheden worden verricht en van instituten die zulke organisaties én elkaar adviseren.

‘De tweede categorie is niet alleen zinloos, maar ook schadelijk: het zich in een energievretend, vliegend of rijdend voertuig over grote afstand verplaatsen om zich op de plaats van bestemming over te geven aan pseudovrijetijd gevuld met onnodige inspanning en stress. Het verzamelen van overbodige spullen waarvan men eigenlijk al te veel had. Het vergroten van ongezond hoge vetreserves door het verzamelen van overmatige buit.’

Hoe geraken we dan van een zinloos in een zinvol bestaan?

In het licht van dit alles is het onbegrijpelijk dat de mens niet vervuld wil worden van onmetelijke vreugde en geluk door een toekomstperspectief waarin hij een dak boven zijn hoofd heeft, voldoende voedsel en veiligheid, zonder daarvoor te hoeven werken. De huidige technologische ontwikkelingen brengen een evolutionair resultaat binnen handbereik, dat bestaat uit een leven lang nietsdoen zonder ook maar enige concessie in de vorm van verlies van fitness, precies zoals bij de lintworm. 

‘Als de mens erin slaagt te wennen aan het idee van een leven zonder banen en onnodige en schadelijke economische groei, zonder nutteloze schijnwerkzaamheden, een leven dat in alle primaire behoeften voorziet zonder zweet des aanschijns, met alleen maar authentieke vrije tijd, dan is er hoop voor mens en planeet. Besteding van onze zeeën van vrije tijd aan sociale, spirituele en intellectuele ontwikkeling van mens en samenleving, dát zal ons bestaan zin gaan geven.’

Meer lezen over de zin van het leven? Deze andere inzendingen van lezers werden geselecteerd:

De natuur is zonder mededogen. Dus als er al een zin van ons leven bestaat, moeten we die zelf maken, meent akoestiekadviseur Peter van der Boom (58) uit Zutphen. ‘Laten we meer scharrelen, structuren loslaten en zien wat er gebeurt. Dat kan al op kleine schaal: een gesprekje op straat waardoor we een trein missen.’

Cile Schulz (53), beleidsadviseur uit Arnhem, koos ooit bewust geen moeder te worden. Reflecterend op de zin van haar leven voelt dat soms als een onjuist besluit. ‘Iedere vorm van leven is een toevalstreffer, het had er ook niet kunnen zijn. Er is geen zin, anders dan voortplanting, en dat heb ik dus niet gedaan.’

Volgens Aafke Komter is de vraag naar ‘de zin van ons leven’ verkeerd. ‘Er is geen ‘ons’ leven, net zomin als er een zin van ‘het’ leven is. De veronderstelling dat er een grote gemene deler zit in de mogelijke antwoorden op die vraag, klopt niet. Iedereen geeft op een eigen, unieke manier zin aan zijn of haar leven.’

Trees Roose liep op haar vijftiende weg van huis. Haar moeder laat niet naar haar zoeken. De mens is volgens Roose een ‘dolende stumperd’ die niks van de zin van het leven kan begrijpen. ‘Over zoveel miljard jaar blaast de zon zichzelf op en wordt deze schitterende blauwe aardbol gedegradeerd tot dood ijsblok. We zijn nog minder dan een splinter in een oneindige zwarte leegte waar geen aardse natuurwetten gelden.’

Onheil maakte vroeger al deel uit van het gezin waar Ton Hetebrij in opgroeide. Hij las vroeger de bijbel van kaft tot kaft en dacht de zin van het leven te hebben gevonden in het geloof. Maar langzamerhand dreef hij af, richting de poëzie. Maar toen er in 2019 een tumor bij hem ontdekt werd, vond hij vooral troost in anderen. ‘Hoe beeldend de poëzie ook vat had gekregen op mijn leven, zelfs de poëzie liet het afweten toen ik mijn eigen onheilsbericht onlangs te horen kreeg.’

Schrijver Dave Schut studeerde communicatiewetenschap maar deed dat met tegenzin, omdat hij met vragen zat waar de studie geen antwoord op kon geven. ‘Ik nam afstand van de samenleving, zowel uit verlegenheid als arrogantie, en wilde pas weer meedoen als ik precies wist waarom, en op welke manier.’

Als kind wilde Ton Roumen het liefst priester worden, hoewel zijn vader hem liever als econoom of accountant zag. Hij raakte geïnteresseerd in tantra, en geeft nu sinds tien jaar meditatieretraites. ‘Tantra is veel meer dan een verzameling seksuele praktijken, het is een wegwijzer naar je bestemming, naar wie jij in oorsprong bent. Die bereik je door alle emoties te voelen en te aanvaarden, de mooie en de lastige.’

Bioloog Frans Ellenbroek beseft meer dan ooit nu hij met pensioen is dat het antwoord op de vraag van de zin van het leven ligt in de manier waarop we onze tijd besteden, en dan met name onze vrije tijd. ‘Het evolutionaire systeem heeft intelligente regels ontwikkeld voor ons tijdmanagement. Kijk maar naar planten en dieren, zonder culturele invloed op tijdsbesteding. Hebben die vrije tijd? En draagt vrije tijd bij aan hun fitness?’

Schrijver Lotte Kok was op jonge leeftijd al veel alleen. ‘Eenzaamheid kan iets heel geks met je doen. Hoe langer je alleen bent, hoe meer je gaat denken dat het aan jou ligt, dat er iets vreemds met je is.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2020 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden