interview Lenie ’t Hart

De vrouw achter de zeehond: Leni ’t Hart over de (foute) keuzes in haar leven

Beeld Daniel Cohen

Wie zeehonden zegt, zegt Lenie ’t Hart, de Moeder Theresa van deze zeezoogdieren. Onomstreden is ze niet; ze heeft keuzes gemaakt waar ze nu spijt van heeft. John Schoorl zocht haar op, ter gelegenheid van het verschijnen van haar biografie.

Is het niet een idee, zo wil Lenie ’t Hart (78) weten nog voordat de hand is geschud op het erf van haar boerderij in Termunten, als we eerst de vogelpindakaas bij de buurvrouw installeren. Dan moet het bezoek wel een beetje vlotter uit de auto kruipen, ja kom ’ns uit die Volvo van je, het raam heeft nu lang genoeg open gestaan. Zelf heeft ze ook een Volvo, van d’r zoon Pieter gekregen, en die heeft 817.000 kilometer op de teller staan, zo nou jij weer.

Kom je nog, wil ze weten, vrolijk zwaaiend met de pot vogelpindakaas. Ben je wel lang zat?

Op haar zilvergrijze voldragen Volvo hebben die rakkers van de garage uit het dorp de tekst ‘Lenie’s kou-liner’ geplakt, evenals fikse afbeeldingen van haar koeien, Tammo en Rooske.

Ho Lenie, wat is dat op de achterbak? Dat is Lenie’s dilemma, laten we het zo maar noemen.

Er liggen twee uitpuilende plastic zakken met ouwe schoenen in de achterbak. In de ene zak zitten tien paar Uggs, en in die ander twintig paar leren laarzen en stevige stappers. Daar zat ze dus mee, en daar kwam ze aanvankelijk niet uit, in zuiver principiële zin. Met een veganistische vriend had ze het morele probleem van onder tot boven doorgeploegd. Want als de Nederlandse oermoeder aller dieren, een vegetariër bovendien, wil ze niet langer leer dragen. Zomaar de hele zooi in de kliko mieteren, dat is ook weer zo wat. Als je het weggeeft heeft iemand, misschien wel een behoeftig iemand, er nog plezier van, en krijgt haar schoeisel een tweede kans.

Beeld Daniel Cohen

Zo, we zijn er uit, concludeerde ze. Klaar, voor het Leger des Heils in Delfzijl. Alles en iedereen, mens, dier en spullen, moeten toch een tweede kans krijgen, laten we dat niet vergeten.

In haar voortuin staat een standbeeld van een zeehond, met een platgewreven kontje, ooit onthuld door prins Bernhard zaliger. Voor de ramen hangen doeken met de afbeelding van monniksrobben, gekregen in Griekenland. In de andere tuin een standbeeld van een zeehond, bijna bedekt door bladeren – binnen in haar boerderij is het niet anders, pak ’m beet honderd zeehondenogen kijken je aan vanaf schilderijen, foto’s, poppen of beelden.

Hoe kan het anders. Leg de naam Lenie ’t Hart, geboren Leentje Godlieb, op de keukentafel en eenieder holt al naar de rode knop om het antwoord te geven: UUHHH! Zeehond. Zeehondenmoeder, komt er dan snel achteraan, net als de Moeder Theresa van de Lage Landen of Vakbondsvrouw van de zeehonden. Al die geuzennamen zijn terug te lezen in het zojuist verschenen boek, Zo onafhankelijk als een zeehond, geschreven door Nina van den Broek.

Want zo kent Nederland haar sinds de jaren zeventig, als de charismatische dame die zich bekommerde om die arme zeehonden, een vrouw van stavast die door weer en wind ging om de in nood zijnde zeezoogdieren te redden, in het zicht van de natie, met haar zeehondencrèche als emotionele aanlegsteiger. Ze toverde prinsen, regeringsleiders, miljonairs, nationale en regionale hotemetoten, vissers en jagers om tot hartstochtelijk pleitbezorgers voor de zeehond. Goedlachs, en eeuwig opgewekt, wist ze ook wereldwijd de aandacht op de zeehond te vestigen.

Tot zover het klaroengeschal, want in het levensverhaal van Lenie ’t Hart, nam zo rond de eeuwwisseling de droevig gestemde steelguitar het over. De ballade van Lenie ’t Hart werd een country & western-lied met een weinig rijmende tragiek.

In het boek valt te lezen over de golf aan kritiek die haar na 2000 bedekte; op haar vanzelfsprekende ongrijpbaarheid, over het gebrek aan nut van grootschalige opvang van zeehonden. Hoe ze weigerde de natuur zijn wrede werk te laten doen, het personeel van de crèche als een ijzeren dame schoffeerde, ruzie maakte met wetenschappers en beleidsmakers. Honderdduizenden bezoekers en donateurs zouden ten onrechte worden voorgehouden dat een crèche noodzakelijk was.

Beeld Daniel Cohen

In 2014 kwam er eind aan haar bemoeienis met de zeehondencrèche. Haar denkrichting werd niet langer gevolgd. Zij vond (en vindt) het ondenkbaar dat je gestrande zeehonden aan hun lot moet overlaten, en snapte (en snapt) ook niet waarom ze niet genoeg te eten mogen hebben of antibiotica. Tot op het bot eigenwijs besloot ze in haar boerderij in Termunten stiekem in haar badkamer zeehonden op te vangen. Toen bekend werd dat ze een riante vertrekregeling had bedongen in Pieterburen, klonk er in Oost-Groningen een luide bons: Lenie ’t Hart was van haar voetstuk gevallen.

En toen moest het ergste nog komen – dat kwam in 2017.

In de stroom #MeToo-onthullingen uit de filmindustrie dook de naam van haar echtgenoot op, de jeugdfilmregisseur Karst van der M. Eerder was ze getrouwd geweest met onderwijzer Joop ’t Hart, wiens achternaam ze bleef gebruiken. Van der M. bleek al in 1990 te zijn veroordeeld voor zeven maanden voorwaardelijke gevangenisstraf met een proeftijd van twee jaar wegens seksueel misbruik van zeker drie minderjarigen. Lenie wist al die jaren van deze dwaling maar hield meer dan 25 jaar haar mond, terwijl Van der M. ook werkte voor de crèche, veel bezocht door kinderen.

Aan het toch al beroerde huwelijk kwam subiet een eind, ze zette hem onmiddellijk de deur uit. Een door haar onlangs geraadpleegde psychotherapeut verklaarde Lenie’s jarenlange ontkennende gedrag met de opmerking: Jij redde zeehonden en zo ging je ook een pedofiel redden.

Tammo!, roept ze opeens loeihard naar de koe die zeker honderd meter verderop staat. Hé poes, heb jij nog niks gehad?, luidt de vraag aan een zwerfkat. O, kijk toch naar d’r twintig kippen en negen hanen, die zijn pas gelukkig, zegt ze. Lekker los in de tuin, nooit boven op elkaar. Daarom is zo boos op die boeren; die protesteren voor hun eigen hachje, en niet voor het welzijn van de dieren.

Heb je die gezien, de schapen, Lola en Gepke. Zijn ze niet prachtig. Die ene had ze gekregen, en de ander wilde een boer wegdoen, en nu hebben ze een mooi leven. Daar die melkbus? Daarin zit het as van de koe Alida, de moeder van Tammo. En daar verderop in het weiland ligt een hondje begraven. Die was van mensen op een boot. Als ze er nu langs varen, dan denken ze aan hem.

Via een paadje komt ze uit bij de buurvrouw, waar ze elke dag een kopje thee drinkt. Die is slecht ter been, en behalve op de dame op leeftijd, moet Lenie goed op de vogels in haar tuin letten. Hier heb je het potje vogelpindakaas, zegt ze, dat moet daar in de boom. Kan je d’r bij? Dat is lekker voor de spechten, maar er zijn ook altijd stoute eksters die er van smikkelen.

Beeld Daniel Cohen

Lust je cola?, wil ze weten als we inmiddels haar boerderij zijn binnengetreden. Van koffie is ze niet zo. D’r buurman heeft wel een Senseo-koffieapparaat neergezet, maar ze weet niet hoe dat kreng werkt. Dat geldt trouwens ook voor de oven. En melk en suiker heeft ze ook niet. Haar zoon Pieter zegt vaak dat ze niet goed voor zichzelf zorgt. Daarom doet hij boodschappen en haalt hij salades, en simpele in de magnetron op te warmen maaltijden. Anders eet ze elke dag cracottes met groentespread of boekweitgrutten met ahornsiroop.

Zie je die vlinder? Gisteren was er zelfs een citroenvlinder.

Ja, d’r ex kookte altijd, maar die heeft ze er gelukkig uitgegooid. Ze spreekt niet eens zijn naam uit. Dat had ze véél en véél eerder moeten doen. Stom! Stom! Stom! Stom! , klinkt het zo hard dat de dikke Iraanse zwerfkat Koolooche van schrik de barkruk afspringt. Die ex dronk te veel, vaak stiekem, maar als ze drank in huis vond, gooide ze het weg. Haar vader lustte ’m ook, dan ging hij na het dorsen met zijn maten naar de kroeg, en dan kwam hij met een snee in zijn neus thuis.

De man die de verwarmingsketel in haar boerderij aan het repareren was, komt naar beneden. Hij blijkt geboren te zijn in Kosovo. Daar kan Lenie niks zinnigs over zeggen, zegt ze, want in Kosovo zijn geen zeehonden. Over de tafels lopen nog meer Iraanse zwerfkatten. Soltan had ze gevonden in een winkelstraat in Teheran.

Reparateur: Ben jij in Iran geweest?

Lenie: Daar kom ik al jaren. Ik ga er volgende week weer naar toe. Ik heb daar een keer een luipaard vrijgelaten, samen met de minister. Ik was er ook al voor de zeehonden.

Reparateur: Is het daar wel veilig voor jou?

Lenie: Natuurlijk! Ik ben volstrekt ongevaarlijk, ik heb nu weer een visum gekregen voor een jaar. Ik bemoei me niet met politiek. Ik werk met de mensen van wie ik hou, en de dieren waar ik van hou.

Beeld Daniel Cohen

Er klinkt geknor van een varken, het komt van een klok, het is 12 uur geworden, varkenstijd. In een hoek staat een (permanente) kerstboom vol met herinneringen aan haar vele reizen, en voor het raam hangen glimmende heksenballen. Dat is om het boze buiten te houden, zegt ze. En soms is het een spiegel, dat je niet vergeet wat je aan het doen bent.

De katten springen op tafel, ze mogen alles, zegt ze. Ze noemt zich een slechte opvoeder – totdat het echt veel te ver gaat. Zo was er een Iraanse kat, genoemd naar de Perzische dichter Hafez, die de boel inpandig terroriseerde. Maar ja, dat heeft Lenie dan weer, die kat zorgde ook voor haar. Hafez maakte haar wakker, elke ochtend, en leek haar in de gaten te houden. Tegelijkertijd sloopte hij haar huis, ruziede met alle dieren en uiteindelijk werd Lenie zo hard gebeten dat ze twintig dagen antibiotica nodig had – en toen werd er voor Hafez een plek gezocht zonder katten.

Zonder Hafez voelde ze zich voor het eerst van haar leven echt eenzaam.

Waar je van houdt, doet je zeer, dat is toch niks nieuws.

Zeehonden hebben haar ook vaak gebeten, in haar lip en handen, en, ze laat haar trui een beetje zakken, zelfs in haar linkerborst. Daar is nu een litteken te zien, in de vorm van een flinke V, volgens Lenie de V van victorie. Ze kan dieren niet opvoeden, daarom zijn ze haar allemaal de baas. Maar dat is haar keuze, zegt ze, om een ander de baas te laten zijn, of dat ze niet voor zichzelf zorgt.

Beeld Daniel Cohen

Wat ze wel mooi vindt is dat haar zoon Pieter, ondanks de in haar ogen niet perfecte opvoeding, zo’n mooie betrekking als piloot bij de KLM heeft gekregen. O, ze voelde zich altijd zo schuldig, als ze er niet kon zijn met Sinterklaas of verjaardagsfeestjes. Maar die jongen was wel zo zelfstandig dat ie op zijn 18de in zijn eentje naar Zuid-Afrika ging om zeeleeuwen te helpen.

– Kijk, daar buiten, een kiekendief!, zegt ze opeens.

Goed, we gaan het er over hebben, over die ex. Officieel is ze van hem gescheiden, alleen is ze nu in een juridische dispuut verwikkeld geraakt. Hij eist alimentatie, en dat zit ’r niet lekker, ze weigert daarin mee te gaan. Die man is alleen maar met zichzelf bezig, zegt ze, een ander heeft het altijd gedaan. Als hij struikelt over een stok, geeft hij nog de stok de schuld. En nu is Lenie in zijn optiek de boef.

Ze herinnert het zich nog goed, het moment in 1990. De politie belde haar op met de mededeling dat hij was opgepakt, en zij ging naar zijn huis in Baarn om zijn hond op te halen. Zijn zaakwaarnemer zei dat hij er al bang voor was geweest, de misbruik van drank of kinderen zouden hem fataal worden. Wat hij had gedaan, wist ze niet precies, zegt ze. Zijn familie zei dat hij aan kinderen had gezeten. Verschrikkelijk! Hoe kan dat?

Wat Lenie vooral dacht was, ik moet ’m redden, hij moet hier komen wonen, dan doet hij het nooit meer. Pedofiel gedrag? Ze dacht, dat gaat dan vanzelf weer over. Hij moet een tweede kans krijgen, dat hoort zo. Om hem te beschermen, trouwde ze met hem, en hij ging in therapie. Van de veroordeling bracht ze niemand in haar omgeving, ook niet haar zoon, op de hoogte. Van der M. kwam in Pieterburen wonen en nam haar werk uit handen. Hij deed klusjes in huis, hielp in de zeehondencrèche, bestelde vliegtickets en deed de administratie.

Beeld Daniel Cohen

Aan seks deden ze amper, dat wilde was er bij haar wel van af, en van hem hoefde het niet per se. Pas toen ze werd losgekoppeld van Pieterburen in 2014, viel het haar pas op dat haar ooit zo creatieve echtgenoot was veranderd in een passieve, niet ondernemende zuipschuit. De relatie werd slechter en slechter. Doe wat man! Maak wat van je leven! Ze wilde eigenlijk niet meer.

Toen in 2017 zijn kindermisbruik bekend werd, was er niets meer dat haar tegenhield, en snel vroeg ze een echtscheiding aan. Maar daarmee was het niet gedaan, in haar onnozelheid rekende ze niet op de talloze negatieve reacties. Verdorie Lenie, waarom heb je ons niks verteld? Op de zeehondencrèche waren immers overal kinderen. Het leidde tot een onherstelbare breuk met familie en vrienden.

Ik voel me schuldig, zegt ze. Nog steeds, hoe had het kunnen gebeuren? Eigenlijk weet ze het wel, ze was te veel met andere dingen bezig, overal ter wereld. Verschrikkelijk voor die kinderen, voor die families. Stom! Stom! Stom! Als een mantra spreekt ze het uit – terwijl ze Laleh te eten geeft, haar kat genoemd naar een park in Teheran. Ze heeft Grieken en Turken aan één tafel gekregen, vanwege de monniksrob, net als een Iraniër en een Israëliër. Dat kon ze allemaal – en dit kon ze niet. Of hij nog meer slachtoffers heeft gemaakt, weet ze niet. Van der M. betuigde spijt over zijn ‘onverantwoordelijke handelingen’, hij is nu niet beschikbaar voor commentaar. 

Er klinkt gekwaak uit de klok, het is 2 uur, eendentijd.

Lenie ’t Hart zit dicht tegen het stuur van haar zilvergrijze Volvo, met een donkere snelle bril op, en zingt hardop mee met een Gronings radiostation. We gaan een broodje garnalen eten, verderop in Termunterzijl, en onderweg worden haar zeehondenfonds, de zeehondenprojecten in Dagestan, Iran, en Turkmenistan doorgenomen, evenals haar hulp aan de voedselbank, de daklozenopvang en eenzame mensen. Zo bijzonder is dat niet, weet Lenie, je moet hulp bieden waar het kan, zelfs als je het zelf moeilijk hebt.

Beeld Daniel Cohen

Ik ben een kind, had ze eerder gezegd, ik ben nog steeds dat meisje van 13 jaar oud, in een gezin met vijf oudere broers, dat meisje dat kikkers wilde redden. Daarom kon ze ook zo goed opschieten met prins Bernhard, beweert ze, die voelde zich ook 13, en was dolblij als hij bij haar in Pieterburen een zoute haring kreeg, met een jenevertje erbij. Je moet vrij zij, vindt ze, vrij als een kind. Als je compromissen moet sluiten, moet je wegwezen. Ze is toch geen 78 geworden om zich van alles en nog wat op te leggen.

Aaahhhhh, daar gaat een zeehond! De Volvo is inmiddels geparkeerd bij het gemaal aan de Eems, en ze heeft een zeehond gespot. Kijk dat koppie, hij denkt dat we vis hebben. Nou te laat, de broodjes garnalen zijn op. Oeh oeh, hij is alweer weggedoken. Mooi toch, hebben we toch weer mooi meegemaakt!

Met haar handen om het stuur gekromd, terug naar huis, valt opeens een flinke zilveren ring op, een om haar vinger gekromde zeehond. Die ring heeft ze kregen van de familie van Mostafa Ferdous, een Iraanse dierenarts die haar zou opvolgen als directeur van de zeehondencreche Pieterburen. In 2011 kwam hij om bij een auto-ongeluk in Duitsland, zijn vrouw en 1-jarig dochtertje overleefden de crash. Verschrikkelijk toch! Aan hem denkt ze elke dag, het voelt alsof ze een familielid heeft verloren. Zij zag deze briljante geest als de toekomst van het zeehondencentrum. Net als zij vond hij dat het welzijn van de dieren voorop stond, wat er op wetenschappelijk gebied ook werd rondgebazuind over de natuur zijn werk laten doen. Als Mostafa was blijven leven, was ze nooit in de problemen gekomen – dat weet ze zeker. Hij zou haar hebben beschermd tegen de boze en vijandige buitenwereld.

Zo, het is tijd om te voeren, zegt ze, en rijdt de wagen het erf op. Hier wat voer, daar wat voer, tot het op is. Ze zwaait naar de mussen, die in grote getale haar begroeten. Ze hebben honger, zie je dat, want je denkt echt niet dat de dieren voor haar komen, zegt ze, of uit aardigheid haar feestelijk toefluiten. Ben je mal. Ze komen voor het voer, ze gebruiken mij – dat weet ze al lang. Ja hoor, roept ze, hier is Lenie, helemaal voor jullie, Lenie komt in actie.

Volgende week verschijnt: Zo onafhankelijk als een zeehond – het leven van Lenie ’t Hart. Nina van den Broek. Uitgeverij Prometheus.

Nederlanders vertellen openhartig over de rol die afkomst speelt in hun leven. ‘Opeens werd er op mij en mijn broertje het labeltje ‘zwart’ geplakt.’

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden