Robert Macfarlane bij een eeuwenoude plataan in de tuin van Emmanuel College in Cambridge.

Interview Robert Macfarlane

‘De vraag die we onszelf moeten stellen: zijn wij goede voorouders?’

Robert Macfarlane bij een eeuwenoude plataan in de tuin van Emmanuel College in Cambridge. Beeld Hollandse Hoogte / Camera Press Ltd

Eerder verkende hij bergen, wildernissen en oude pelgrimswegen. Nu daalde de Britse schrijver Robert Macfarlane af naar de ‘benedenwereld’. Terwijl zijn land zich verloor in vluchtige Brexitmania zocht hij in grotten, mijnen en catacomben naar de ‘diepe tijd’ en de plek van de mens daarin.

Het is op een ochtend in 2016 in de warmste Arctische zomer ooit dat Robert Macfarlane zich op de Knud Rasmussengletsjer in Groenland in een smeltwaterschacht laat zakken. Binnen 18 meter daalt hij eeuwen af in de tijd. Een moment van stilte, hangend in het oude blauwe ijs, terwijl beneden hem de tunnel nog 100 meter doorloopt tot het granieten gletsjerbed. Dan komt er een bulderende stroom smeltwater op gang en verdrinkt hij bijna.

Dichter bij het Antropoceen, het geologische tijdperk waarin de menselijke soort de natuur domineert, kun je waarschijnlijk niet komen.

Gletsjers leven, zegt Macfarlane (42) in zijn werkkamer in Emmanuel College in Cambridge, waar hij doceert. ‘Het zijn reuzen die bewegen en kraken en geheugens hebben van 100.000 jaar.’ Maar tegen de klimaatverandering zijn ze niet bestand. De Rasmussen trekt zich in snel tempo terug. Waar volgens Google Earth de ijsmassa moet beginnen, strekt zich nu een glinsterend fjord uit. ‘Het lot van de Groenlandse gletsjers en het lot van de mensheid zijn verknoopt. Het ijs is waar onze toekomst zich voltrekt, right now.’

Robert Macfarlane is de bekendste, meest gelauwerde Britse natuurschrijver. In boeken als Mountains of the Mind, The Wild Places en The Old Ways verkende hij de complexe relaties tussen natuur, landschap en gevoelsleven op een manier die tot een soort nieuw literair genre leidde. In Landmarks en het kinderboek The Lost Words deed hij dat met natuur, landschap en taal.

Nu ligt er dan Macfarlanes magnus opus, Underland (vertaald als Benedenwereld). Een boek over de complexe relatie van de mens met de duistere wereld onder zijn voeten, over echte en imaginaire benedenwerelden en over het verleden en de toekomst van de planeet. Zijn reis voert hem van Noorse grotten vol prehistorische inscripties tot de catacomben van Parijs, waar anarchistische hipsters in riolen en kalkgroeven een geheime subcultuur hebben opgebouwd.

Underland bestrijkt een tijdspanne van 4,6 miljard jaar: van het ontstaan van het heelal (in de vorm van een lab voor donkere materie in een onderzeese zoutmijn in Yorkshire) tot de toekomst van het Antropoceen (een onderaardse bergplaats in Finland waar radioactief afval voor duizenden jaren wordt opgeborgen). Het is zowel het boek waar hij het langst aan heeft gewerkt, als het boek met de urgentste boodschap: ‘Look deeper. Verdiep je in de diepe tijd, het lange leven van de planeet, en probeer er lessen uit te trekken.’

Wij weten meer over sterrenstelsels op miljoenen lichtjaren afstand dan over de wereld 10 centimeter onder onze voeten, zegt Macfarlane, terwijl hij zijn bezoeker meetroont naar een eeuwenoude plataan in de tuin van het College, die met zijn zware zijtakken diep in de aarde boort. ‘Het zogenaamde World Wood Web, dat 400 miljoen jaar oude samenspel tussen bomen en schimmels, is pas in de jaren negentig ontdekt. En vorig jaar nog stuitten onderzoekers op een nieuw onderaards bioom van micro-organismen dat de totale massa van de mensheid honderden keren overschrijdt. Ongelooflijk vind ik dat.’

Hoe komt het dat we zo weinig weten van die benedenwereld?

‘We hebben een heel ingewikkelde relatie met de benedenwereld. Ik ken geen cultuur die geen benedenwereld kent, maar het is altijd een wereld die zowel fascineert als afstoot. Het is een plek waar we geliefde spullen verbergen die we willen beschermen, van schilderijen in oorlogstijd tot de lichamen van onze doden. Een plek waar we wegstoppen wat we kwijt willen – kernafval, mensen die we haten, nare herinneringen. En een plek van extractie en openbaring, waarin we afdalen om dingen te verzamelen van waarde – steenkool, goud, visioenen, zoals ooit de makers van prehistorische rotsschilderingen.’

Underland, waaraan Macfarlane uiteindelijk bijna tien jaar werkte, is in zekere zin het spiegelbeeld van zijn eerste boek Mountains of the Mind, over de liefde voor en obsessie met de bergen en bergbeklimmen, zegt hij. Zoals hij zich in dat boek afvroeg waarom mensen de hoogte in gingen, stelt hij nu de vraag waarom ze de diepte in gaan. ‘Met dat verschil dat mensen die naar beneden gingen dat vaak tegen hun wil deden. De benedenwereld is ook een plek van slavenwerk, dwang en opsluiting. Het is een veel duisterder verhaal.’

De wortels van het boek liggen in zijn kindertijd. Macfarlane groeide op in de mijnstreek van Nottinghamshire, een ‘uitgehold landschap’, tussen door Margaret Thatcher ontslagen mijnwerkers die door zijn vader, een arts, werden behandeld voor stoflongen. Nottingham zelf was gebouwd boven op een enorm tunnelnetwerk waar je via een deur in een pub in kon verdwijnen om dan in het kasteel weer op te duiken, en waar hij zijn eerste ervaringen opdeed met caving. Ook de literatuur droeg bij aan de fascinatie: de boeken van Tolkien en Verne, de mythische tochten naar het dodenrijk van Gilgamesj, Orpheus en Aeneas.

En wanneer besloot u dat er een boek moest komen?

‘In 2010, toen je kort na elkaar de ramp met olieplatform Deepwater Horizon en de uitbarsting van de IJslandse vulkaan Eyjafjallajökull had. Daar kwam later nog het ongeluk met de mijnwerkers in Chili bij. De benedenwereld drong zich op als een plek van disruptie, opsluiting, beknelling. Het voelde alsof dit rijk waarvan we zo weinig weten en waarin we ons zo weinig verdiepen ineens in het daglicht trad. Dat gevoel is sindsdien alleen maar sterker geworden.’

De benedenwereld is relevanter dan ooit, zegt u. Waarom?

‘Omdat met de opstijgende benedenwereld ook de diepe tijd aan de oppervlakte lijkt te komen. Dingen die begraven hadden moeten blijven, komen boven: methaan borrelt op uit de ontdooiende permafrost, ziektekiemen komen vrij uit eeuwenoude dierlijke kadavers, afkalvende gletsjers brengen vermiste bergbeklimmers aan het licht en laten de zeespiegel stijgen. Het zijn allemaal tekenen van de versnelling van het Antropoceen, van de milieucrisis en de klimaatcatastrofe die de basale orde van de aarde verstoren.’

Waar heeft u het Antropoceen het meest intens ervaren?

‘Dat was zonder twijfel in het noordpoolgebied, de frontlijn van de klimaatramp. In Groenland waren de temperaturen ongekend hoog, 22 graden, en smolten de gletsjers als nooit tevoren. En op de Lofoten in het noorden van Noorwegen waren de fraaie kusten bezaaid met plastic troep. Het confronteerde me met het gevoel dat we opgesloten zitten in een rampzalige cyclus van extractie, consumptie en verwijdering.’

Dat ‘claustrofobische gevoel’ noemt Macfarlane, in een essay in The Guardian, een van de bepalende ervaringen van het Antropoceen. ‘Een gevoel dat tijd en ruimte opraken, een gevoel dat we in de greep zijn van aardse krachten die we zelf hebben opgeroepen maar die onze krachten te boven gaan, een gevoel dat we, zoals filosoof Timothy Morton het botweg zegt: klem zitten.’

Leidt die geschonden wereld niet ook tot een gevoel van verlies?

‘Jazeker, maar ik ben altijd wantrouwig over unexamined place nostalgia. Die wordt vaak misbruikt om allerlei problematische, chauvinistische gevoelens te mobiliseren. Bij elk uitgedragen verlies moet je je volgens mij altijd afvragen: waarover wordt precies gerouwd en waarom? Ik ben huiverig voor elke gegeneraliseerde klaagzang over verdwijnend landschap en natuur.

‘Het is tegelijk ook gevaarlijk het idee van wilde natuur zo te relativeren dat het geen zeggingskracht meer heeft. Die ecomodernistische houding van: natuur is een mentale constructie, met ingebouwde elitaire trekken, dus laten we gewoon wat nieuwe natuur maken. De Antropoceen-verheerlijkers, ja. Dat is een perfecte dekmantel voor het meest rabiate kapitalisme.’

Meer dan ooit, zegt u, moeten we ons in de benedenwereld verdiepen om gevoel te krijgen voor de diepe tijd. Wat leert het besef dat ook de mens zal uitsterven ons? Biedt diepe tijd een morele les?

Deep time awareness moet niet leiden tot fatalisme en apathie, maar tot een radicaal doordenken van onze plek in de diepe tijd, van onze intergenerationele verantwoordelijkheid. We moeten onszelf leren zien als schakel in een keten van nalatenschappen die zich uitstrekt van miljoenen jaren in het verleden tot miljoenen jaren in de toekomst, en ons bewust worden van wat we nalaten als soort aan de generaties na ons en de soorten die hen zullen volgen.’

Een soort goed evolutionair rentmeesterschap?

‘Ja, de vraag die we onszelf moeten stellen is: zijn wij goede voorouders? Analoog aan het gedachtenexperiment van de term Antropoceen, waarbij we ons afvragen wat toekomstige intelligenties over miljoenen jaren zullen opmaken uit de geologische lagen van plastic, metaal en kippenbotjes die wij nu aanmaken. Nou, zo’n houding van terugkijken vanuit de toekomst hebben we hier in het Verenigd Koninkrijk de afgelopen maanden niet gehad.’

Macfarlane vond die deep time awareness wel op een onverwachte plek, 500 meter diep aan de rotskust van Finland, waar dat land kernafval wil opslaan voor de komende 100.000 jaar. ‘Ik kwam naar Onkalo met het idee dat het de duisterste plek denkbaar was, waar we het ergste opbergen wat we ooit hebben gemaakt. Een nucleaire Götterdämmerung, een plek zonder hoop. Maar het was een van de hoopvolste plekken waar ik ben geweest.’

 Hoe put je hoop uit een nucleair kerkhof?

‘Onkalo bleek een oord van samenwerking, waar mensen oprecht begaan zijn met de toekomst. Ze gaan het kernafval verpakken in sarcofagen van zirkonium, ijzer, koper en graniet, zodat het zelfs een toekomstige ijstijd kan doorstaan. En ze ontwikkelen in een speciale tekentaal een marker system dat over de millennia en de soortgrenzen heen iedereen die na ons komt, menselijk of niet, kan waarschuwen voor wat we daar hebben opgeborgen.’

Een ontroerende vorm van verantwoordelijkheidsgevoel en deep time justice, vindt Macfarlane. ‘Toen ik terugreed, kreeg ik autopech. Ik had me al ingesteld op een ijskoude nacht toen een automobilist stopte om me te helpen. Ik besefte ineens weer hoezeer de mens behalve tot vernietiging in staat is tot samenwerking en altruïsme. Zo kunnen we de crisis te boven komen.’

Bent u daarom zelf ook in actie gekomen?

‘Ik denk het, hoewel ik lang heb gedacht dat schrijven is wat ik het beste kan en waar ik de wereld het meest mee kan veranderen. Maar we hebben de stichting Action for Conservation opgezet, om pubers van 12 tot 17 een band met de natuur bij te brengen. En vorig jaar was ik mede-auteur van A People’s Manifesto for Wildlife, een petitie voor een radicaal ander natuurbeleid die we met tienduizend demonstranten in Whitehall hebben afgeleverd.

‘Dat was natuurlijk een klassieke vorm van actievoeren die tot niks leidt. Iets waar de klimaatactivisten van Extinction Rebellion ook achter zijn gekomen, een beweging die ik geniaal vind in haar slimme, geweldloze verzet. Wel frappant, die opkomst van deep time justice-politiek in een land waar de rest van de bevolking in de greep is van een Brexitmania met een blikveld van 24 uur max. In die zin komt mijn boek op een goed moment boven.’

Robert Macfarlane. Benedenwereld. Reizen in de diepe tijd. Uit het Engels vertaald door Nico Groen en Jan Willem Reitsma. Athenaeum Polak & Van Gennep; 508 pagina’s; € 27,50, Verschijnt 14 mei.

CV Robert Macfarlane

1976 Geboren in Oxford (15 augustus)
1994-2003 Studie en PhD Engelse literatuur, Cambridge en Oxford
2002 Fellow, Cambridge (Emmanuel College)
2007 The Wild Places (De Laatste Wildernis)
2012 The Old Ways. A Journey of Foot (De Oude Wegen)
2019 Underland. A Deep Time Journey (Benedenwereld)

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright@volkskrant.nl.