BESCHOUWING

De vijf vloeken en zegeningen van religie

God is dood, zei Nietzsche ruim 120 jaar geleden. Toch zijn nog acht op de tien wereldburgers verbonden aan een religieuze groep. Wat levert hun dat eigenlijk op? En vooral: wat levert het de wereld op? De vijf zegeningen/vloeken van religie.

Beeld Zsuzsanna Ilijin

Religie maakt gelukkiger

Het idee dat religieuze mensen vaak gelukkiger zijn, wordt breed gedeeld - ook onder wetenschappers. Een geloofsgemeenschap biedt een sociaal vangnet, een hogere macht geeft een gevoel van veiligheid en rituelen geven houvast bij verdriet. Er is veel onderzoek gedaan naar het verband tussen geluk en religie, maar vooral in de Verenigde Staten - waar gelovige mensen zich inderdaad hoger inschalen op de geluksladder. De Amerikaanse psycholoog Ed Diener, bijnaam 'dokter Happiness', deed er in 2009 onderzoek naar. 455 duizend mensen uit 150 landen werden gevraagd naar hun geluksgevoelens - van de korte momenten tot hun algemene levensgeluk. En ook hier bleek: gelovige mensen zijn gelukkiger dan niet-gelovigen. Ze gaan makkelijker om met negatieve emoties en halen meer voldoening uit hun leven. Of ze moslim, christen, boeddhist of hindoe zijn, maakt eigenlijk niet uit.

Waarom keren we in Europa de kerk dan al decennialang de rug toe? Omdat het uitmaakt wáár je dan precies gelovig bent. Gelovige mensen zijn vooral gelukkiger dan niet-gelovigen in minder ontwikkelde landen. Juist daar waar het leven hard is - met honger, armoede en een lage levensverwachting - heeft religie het grootste effect op geluksgevoelens. Zo hebben gelovigen in Zimbabwe meer positieve en minder negatieve gevoelens dan hun ongelovige landgenoten. In ontwikkelde landen als Japan of Nederland maakt gelovig zijn geen verschil in geluk. Dat is eenvoudig uit te leggen: een van de belangrijkste voordelen van religie is dat het helpt omgaan met angst en stress door onzekerheid.

Daar lijkt ook het antwoord te liggen voor het verschil tussen seculier Europa en christelijk Amerika, stelt Paul Klep, hoogleraar economische en sociale geschiedenis aan de Radboud Universiteit in Nijmegen. 'In de Verenigde Staten is weinig sociale zekerheid, waardoor mensen afhankelijker zijn van kerkelijke organisaties als sociaal vangnet.' Bovendien maakt voor veel Amerikanen het christelijk geloof onderdeel uit van de nationale identiteit - het is het bindmiddel dat die grote verzameling immigranten bijeenhoudt.

Uiteindelijk wint welvaart het van religie. Want juist in de welvarende, seculiere landen - Noorwegen, Zweden, Nederland - is het gemiddeld geluk per land het hoogst.

Religie brengt vrede

Van de christelijke kruistochten tot de opmars van IS: religie is een bron van conflict. Toch is er geen verband tussen hoe religieus en hoe vredig een land is. Kijk naar Noord-Korea: met stip op 1 van meest atheïstische landen, maar het bungelt onderaan de ranglijst als het gaat om vrede. Terwijl boeddhistisch Bhutan en het katholieke Portugal in de top van vredigste landen verkeren. Religie is bovendien zeker niet de belangrijkste bron van conflict. Van de 35 gewapende conflicten in 2013, zo becijferde de Global Peace Index (GPI), gold religie in 14 gevallen als een van de oorzaken - maar nooit als de enige oorzaak: genderongelijkheid, corruptie en politieke instabiliteit zijn belangrijkere verklaringen.

Wat wel opvalt: een grote verscheidenheid aan religies binnen een land lijkt een buffer tegen conflict. Juist in landen met weinig religieuze diversiteit komt veel religieus geweld voor, zoals in Pakistan, Afghanistan, India en Somalië. En hoe meer de overheid religie aan banden legt, hoe vaker geweld in de naam van geloof voorkomt en hoe vaker religieuze minderheden worden onderdrukt. In de 20ste eeuw was het juist het door de staat afgedwongen atheïsme van de brute regimes van Stalin, Mao Zedong en Pol Pot dat miljoenen burgers het leven kostte.

Het komt allemaal neer op machtsverhoudingen, zegt Erin Wilson, directeur van het onderzoekscentrum voor Religie, Conflict en het Publieke Domein van de Rijksuniversiteit Groningen. 'Religie kan een bron van machtsmisbruik zijn, maar ook de bron van verzet tegen onderdrukking.' Zo had de katholieke kerk een belangrijke rol in de Fluwelen Revolutie waarmee de Sovjet-Unie ten val werd gebracht en werd het verzet tegen autoritaire regimes in Latijns Amerika in katholieke kringen in gang gezet. 'Ook de strijd van IS komt uiteindelijk voort uit hoe zij de onderdrukking van moslims zien', zegt Wilson. 'Met religie is het net als met ideologieën: het heeft geen intrinsieke logica van gewelddadigheid of vredelievendheid.'

Maar heeft geweld niet stiekem een heroïsche rol in de Koran, terwijl vrede en respect voor leven centraal staat in het boeddhisme? 'Dat is westerse simplificatie', schrijft Christian Caryl van het Legatum Institute, dat onderzoek doet naar de oorzaken van mondiale welvaart en vrijheid. 'Sinds het begin van het boeddhisme deden gelovigen in oorlogen mee. Militante monniken vochten zowel voor als tegen Chinese leiders en de Japanse Samurai gebruikten de leer als argument om te vechten.' Alle religies delen volgens hem een sterk groepsgevoel onder hun volgers, de heiligheid van menselijk leven en het streven naar beperking van geweld. 'Maar als een groep gelovigen voelt dat die waarden bedreigd worden, kunnen ze daarvan afwijken.'

Een stand van irespecthis op de Muslim Fair in Brussel. Beeld belga
Beeld de Volkskrant

Religie is goed voor de economie

Geloof in een hemel, hel en leven na de dood zijn goede voorspellers van economische groei, schreven Robert Barro en Rachel McCleary in 2009. Het Harvard-onderzoeksduo had voor zestig landen veertig jaar aan economische groeicijfers vergeleken met de veranderingen in religiositeit en deed een aantal opmerkelijke uitspraken. Als het geloof in hemel en hel toeneemt in ontwikkelende landen, neemt de economische groei toe. Maar als mensen vaker religieuze bijeenkomsten bijwonen, stagneert die groei. Dat laatste is logisch, verklaarde McCleary, want bij economische groei wordt tijd economisch gezien kostbaarder en is kerkgang 'verspilling'. Maar naar dat eerste verband bleef het gissen: is het zelfdiscipline, opoffering of het geloof dat een straffende God meekijkt, waardoor gelovigen harder gaan werken?

Al in het begin van de 20ste eeuw schreef de Duitse socioloog Max Weber het economische succes van Noord-Europa en Amerika toe aan het protestantse arbeidsethos: hard werken, afzien van aardse geneugten en winst investeren of aan de armen geven. Later stelden onderzoekers dat die protestantse welvaart vooral te danken was aan de geletterdheid - in de protestantse traditie was het belangrijk zelf de Bijbel te kunnen lezen.

De economische achterstand van islamitische landen wordt juist weer toegeschreven aan de sharia: binnen de sharia-economieën was islamitisch partnerschap belangrijk, zaken deed je binnen de familiekringen. Die kleine samenwerkingsverbanden konden niet op tegen de grote westerse vennootschappen. Bovendien werd volgens het sharia-erfrecht rijkdom gelijk over kinderen verdeeld, terwijl in de Romeinse traditie het geld naar de oudste zoon ging, die daarmee fors kon investeren.

De relatie tussen religie en economie blijft een schimmig gebied, met tegenstrijdige bevindingen. Aan de ene kant wordt religie vaak geprezen om het onderlinge vertrouwen en de gedeelde loyaliteit die het schept - essentieel voor handel en uitlenen van geld. Maar hoe religieuzer een land, hoe minder innovatief het is, ontdekten onderzoekers van de Amerikaanse Princeton-universiteit in september dit jaar. Seculiere landen als Japan en China gaan voorop in de rij van innovatieve landen, terwijl religieuze landen als Portugal, Marokko en Iran achteraan aansluiten. Economische ontwikkeling, gemiddeld opleidingsniveau, buitenlandse investeringen en regels over intellectueel eigendomsrecht maken daarin geen verschil. Ingrijpende ideeën, technische vooruitgang en sociale verandering worden in religieuze landen met meer terughoudendheid en verzet ontvangen, legde betrokken onderzoeker Roland Bénabou uit. In seculiere landen krijgen ontdekkingen en innovaties sneller de ruimte, en die nieuwe kennis werkt volgens Bénabou weer door in het slijten van oude dogma's.

Volgens Sophie van Bijsterveld, hoogleraar religie, recht en samenleving aan de Radboud Universiteit, is ook hier de mate van godsdienstvrijheid de sleutel: 'Nederland en Groot-Brittannië waren ook voor de secularisatie heel vooruitstrevend - er was een staatsreligie, maar ook godsdienstvrijheid. Juist dat laatste lijkt samen te gaan met sociaal-economische vooruitgang.' Dat lijkt aannemelijk: het klimaat in landen met religieuze spanningen en beperkingen in godsdienstvrijheid schrikt investeerders af en doet jonge ondernemers hun heil elders zoeken - ongunstig voor economische groei.

Dat islamitische landen ook nu de sharia grotendeels is aangepast aan het kapitalistisch denken nog achterbleven, wijten wetenschappers dan ook aan de conservatieve politieke regimes. 'In bijna elk Arabisch islamitisch land is een corrupte overheid de grootste vijand van ondernemerschap en de vrije markt', stelt de Franse politicoloog Guy Sorman. 'Die despotische regimes zijn niet te danken aan de islam, maar komen voort uit de dekolonisatiestrijd in de jaren vijftig en zestig die zich verzette tegen het kapitalistische Westen.'

Religie houdt je gezond

Vaker aan God denken kan helpen junkfood te weerstaan, schreven Amerikaanse onderzoekers in het vakblad Journal of Personality and Social Psychology twee jaar geleden. In hun onderzoek vergeleken ze studenten die eerst een 'neutraal' spel hadden gespeeld met studenten die een spel speelden met verwijzingen naar God. De tweede groep wist later in het experiment de verleidingen van ongezond voedsel te weerstaan. Een kwestie van zelfcontrole, concludeerden de onderzoekers, die met gedachten aan God wordt opgewekt.

Religieuze rituelen zoals bidden en gezamenlijk zingen werken ook stressverlagend. Uit Amerikaans en Noors onderzoek blijkt dat regelmatige kerkgangers een lagere bloeddruk hebben dan niet-kerkgangers, met een gemiddeld verschil van twee punten.

De impact van religie op gezondheid is een populair, maar tricky onderwerp. Het gros van het onderzoek wordt gedaan in de VS. 'De globale conclusie is daar: religieuze mensen hebben een stapje voor qua gezondheid. Maar het verband is complex', zegt de Utrechtse godsdienstpsycholoog Joseph Pieper. 'Religie kan preventief werken, doordat gelovigen minder drank en drugs gebruiken en stabielere relaties hebben. Maar dat kan ook liggen aan de sociaal-economische omstandigheden van gelovige mensen, die misschien een beter sociaal vangnet hebben.' Bovendien wordt religie in dit soort onderzoek vaak 'gemeten' op basis van het bijwonen van religieuze bijeenkomsten - wie minder gezond is, zal per definitie minder aanwezig zijn. En vergeet het risico van vertekening niet: 'een gelovige zal niet snel zeggen dat zijn religie niets helpt', stelt Pieper.

Samen bidden werkt stressverlagend, blijkt uit onderzoek. Beeld anp

Religieuze landen zijn autoritair

Houdt religie democratie tegen? Een simpele blik op de wereldkaart doet vermoeden van wel: geseculariseerd en democratisch Europa steekt helder af tegen het autoritaire blok moslimlanden van de Arabische wereld. In zijn beroemde boek The Clash of Civilizations schetst de Amerikaanse politicoloog Samuel Huntington eenzelfde beeld: de wereld is op te delen in beschavingen, met religie als belangrijkste scheidslijn. En die beschavingen botsen onvermijdelijk met elkaar. Waar God bepaalt, wordt volkssoevereiniteit of meerderheidsbeslissing een probleem. Kijk maar: los van de halfslachtige democratische pogingen in Turkije en Pakistan, kreeg de democratie in geen enkel overwegend islamitisch land fatsoenlijk voet aan de grond.

De vraag of sommige religies 'geschikter' zijn voor democratie is voer voor verhit debat. De eerste landen die democratisch werden, zijn de VS, Scandinavië, Groot-Brittannië en Nederland - landen met een protestantse traditie. Dat verband wordt vaak toegeschreven aan de Reformatie: toen de protestanten in de 16de eeuw afstand namen van de dominante katholieke kerk, raakte het christelijk geloof versplinterd. Tolerantie en godsdienstvrijheid werden daardoor min of meer noodzakelijk, en ook op politiek vlak werd overeenstemming zoeken belangrijker. Tel daarbij op de protestantse nadruk op de individuele relatie met God, waarmee iedereen voor God gelijk is, en voilà: de basis voor democratie.

Volgens de Italiaanse hoogleraar recht en religie Silvio Ferrari heeft de seculiere staat niet voor niets in christelijke landen wortel geschoten. Hij gaat daarvoor terug naar de leer. In het christendom geldt dat God bij de schepping elk mens de mogelijkheid gaf zelf goed en kwaad te onderscheiden. Rechten en plichten zijn dus voor iedereen gelijk, zowel voor gelovigen als ongelovigen. Dat is anders in het orthodoxe Jodendom en de (soennitische) islam, waar het recht door God alleen is geopenbaard aan gelovigen - voor hen geldt dus een ander recht dan voor ongelovigen. Volgens Ferrari heeft dat nu nog zijn weerslag: hoewel sommige landen met een christelijke meerderheid volgens de grondwet een staatskerk hebben of het christendom als dominante godsdienst erkennen, definieert geen enkele staat zichzelf als christelijk. Van de landen waarin moslims een meerderheid vormen, omschrijft eenderde zich als islamitische staat en rekent de helft de sharia tot de grondslagen van het staatsrecht.

Hosni Mubarak, de voormalige president van Egypte, tijdens een zitting eind november. Beeld afp

Maar kijk uit met stereotypes, waarschuwt John Anderson, hoogleraar internationale betrekkingen aan de Schotse St. Andrews universiteit en gespecialiseerd in religie en democratie. 'Ja, sommige religieuze groepen leverden een bijdrage aan democratisering. Maar dat zegt meer over de specifieke organisaties en omstandigheden dan over de impact van de religie zelf.' Binnen elke religie bestaan stromingen, en die kunnen meer of minder openstaan voor democratie. Om te zien welke invloed een religieuze traditie heeft op het politieke systeem, moet je kijken welke stemmen op dat moment dominant zijn - de progressieve, of de conservatieve. Zo was het tijdens de Reformatie niet de bedoeling van de hervormers om het idee van één geloofsgemeenschap te ondermijnen, maar was de religieuze verscheidenheid een bijproduct van hun aanpassingen in de leer.

Het autoritaire karakter van veel islamitische landen, stelt Anderson, stamt al uit de tijd van voor de islamitische regimes deze landen veroverden. Het is een erfenis die moderne leiders hebben gebruikt, maar geen directe consequentie van de islamitische leer. Dat zij de liberale democratie vaak afwijzen als een vreemd westers exportproduct met seculiere uitwassen helpt niet mee, maar bewijst niet dat de islam onverenigbaar is met democratie.

De Britse publicist Karen Armstrong, bekend van haar boeken over religieuze geschiedenis, wijst in die discussie op de islamitische principes van shura, ijma en ijtihad: consultatie, consensus, en onafhankelijk denken; principes waarnaar de Egyptische grootmoefti Mohammed Abdu (1849-1905) expliciet verwees om democratische instituties voor het volk begrijpelijk te maken. Wat veel hedendaagse moslims heeft vervreemd van democratie, schrijft Armstrong, is niet religie maar de steun van westerse overheden aan autocratische en mensenrechtenschendende leiders zoals de Iraanse sjah's, Saddam Hussein en Hosni Mubarak.

Beeld de Volkskrant

Blijft staan dat de landen met een staatsreligie bijna allemaal tot de minder vrije landen behoren - niet alleen op religieus vlak, maar ook op het gebied van politieke- en burgerrechten. Ook dat heeft meer met politiek dan met religie te maken, stelt Steven Kettell van de Universiteit van Warwick, die de vrijheid in landen met een staatsreligie onderzocht. Landen met een staatsreligie zijn minder vrij, maar hebben niet per definitie de meest religieuze bevolking en zijn niet per se minder ontwikkeld. Het is volgens Kettell dan ook niet de religie die onvrij maakt, maar de politieke instituties: door de nationale identiteit te koppelen aan geloof en macht te verdelen op sektarische gronden worden ongelijkheid en intolerantie versterkt en individuele rechten geschonden. Volgens Sophie van Bijsterveld, hoogleraar religie, staat en samenleving aan de Radboud Universiteit, is het niet zozeer de vraag of er een staatsgodsdienst is, maar hoe het zit met de positie van andere, niet-dominante godsdiensten. 'Vrije landen als Groot-Brittannië en Denemarken hebben ook een staatskerk, maar dat gaat samen met grote godsdienstvrijheid.'

Het is niet religie, zo lijkt de consensus, die politieke uitkomsten bepaalt. Of democratie slaagt of faalt, is afhankelijk van wie de overhand hebben: voor- of tegenstanders. En religieuze groepen kunnen aan beide kanten van de balans meedoen.

Snelle stijger: Pinkstergemeente

De kerk - was dat geen ouderwets fenomeen dat met uitsterven wordt bedreigd? Onzin, zo laat de opmars van de Pinksterbeweging zien. De relatief jonge stroming binnen het christendom is de snelst groeiende religie ter wereld, met naar schatting 500 miljoen volgelingen wereldwijd - van Azië tot Afrika en Amerika. In Australië opent elke vier dagen een nieuwe Pinksterkerk haar deuren. Brazilië heeft het grootste aandeel met 84 miljoen volgelingen, gevolgd door de VS met 80 miljoen gelovigen. In de Pinksterbeweging ligt de nadruk op een persoonlijke, emotionele ervaring van God. Gebruiken verschillen per gemeente, maar genezing door gebed, uitbundige zang, spreken in 'tongen' - vreemde talen die de spreker nooit heeft geleerd - en openstaan voor visioenen van God zijn gedeelde kenmerken.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden