De verschillen met mijn Nederlandse partner blijken vooral in de dagelijkse dingen te zitten

Het licht aan of uit? Wie gaat er naar de garage? De discussiepunten tussen Hayat en haar Nederlandse man zijn trivialer dan ze dacht.

Beeld Eva Roefs

Mijn man en ik voeren elke avond een subtiele tango uit rond de lichtschakelaars in huis. Hij doet overal lampjes aan, terwijl ik ze allemaal uit wil hebben. Het is een overblijfsel van de brul die ik van mijn ouders hoorde: dfi do (licht uit)! Ik weet niet waar het vandaan komt, maar Marokkanen houden niet van elektriciteit. Je moet het niet in je hoofd halen zomaar ergens een lamp te laten branden. Daar waar in Nederland het gesprek altijd gaat over het weer, hoorde ik vroeger mijn oma altijd met haar buren praten over de elektriciteitsrekening en ook in haar huis hoorde ik overal de roep dfi do!

Mensen denken vaak dat het hebben van een Nederlandse partner grote levensvragen met zich meebrengt, maar toen ik met mijn man ging samenwonen, bleken de verschillen vooral in kleine dagelijkse dingen te zitten. Zo verbaas ik me nog steeds over het gemak waarmee hij met het verschijnsel kou omgaat. Mijn man kan 's ochtends uit bed stappen en zo, hupsakee, ons dakterras oplopen. Op blote voeten wandelt hij de frisse ochtendlucht in en neemt daarbij voor de gezelligheid ons zoontje mee die nog in zijn rompertje loopt. Als mijn moeder dat zou zien, zou ze de hele buurt bij elkaar gillen omdat je volgens haar van blote voeten een longontsteking krijgt. Ik mag van haar nooit zomaar op de grond zitten, dan trekt de kou in m'n botten en krijg ik reuma. Mijn moeder draagt altijd een extra broek en vindt nog steeds dat ik dat ook zou moeten doen. Als ze me in een panty ziet, krijg ik op m'n donder en moet ik onmiddellijk shorts aantrekken, omdat er anders tocht in m'n baarmoeder komt. Levensgevaarlijk.

Door die angst voor kou heb ik mijn ouders nooit ongekleed uit de badkamer zien komen. Zelfs in Marokko, waar het midden in de zomer met gemak 40 graden is, komen mijn ouders volledig ingepakt uit de hammam. Als ik dan in een T-shirtje de 'koele' buitenlucht in loop, verklaart mijn moeder me voor gek. Overigens is het überhaupt ondenkbaar dat ik mijn ouders bloot zou zien rondlopen, want behalve het risico van 'kou in je nieren' - waar m'n moeder het ook regelmatig over heeft - zijn Marokkanen doorgaans preuts. Ik was dan ook in paniek toen een tijdje geleden een vriendin onverwachts op bezoek kwam. Met overslaande stem riep ik naar mijn man in de badkamer - die net uit bad stapte - dat we volk over de vloer hadden. Hij vond dat gezellig en stak vrolijk zijn hoofd om de deur, met slechts een handdoek om z'n middel geslagen. Een heuse trendbreuk met mijn opvoeding. De kans dat bezoek bij mijn ouders tegen het blote lijf van mijn vader oploopt, is ongeveer zo groot als de kans dat ze op zolder een illegale varkensfokkerij houden.

Een ander huishoudelijk dingetje is de zorg voor de auto. Ik ben opgegroeid met het idee dat vrouwen niet in de garage mogen komen en zich nooit, maar dan ook nóóit moeten bemoeien met het ding op wielen dat ons van Amsterdam naar Berkane brengt. Toen ik de trotse eigenaar werd van mijn eerste autootje, maakte ik de beginnersfout zelf naar de Kwik-Fit te gaan voor een APK-keuring. Zeer onverstandig. Mijn vader was woest en kon niet geloven dat ik het in mijn hoofd had gehaald hem zo ijskoud te passeren.

Zolang ik een vader had, mocht ik nimmer een voet in een garage zetten. Tot op de dag van vandaag brengen mijn zussen de auto steevast naar hem toe als er iets moet gebeuren. Bezorgd over de mogelijk dure reparatie haast mijn vader zich dan naar de sloop om daar met andere Marokkaanse mannetjes eindeloos te rommelen met onderdelen die ze uit vier auto's bij elkaar sprokkelen. Tevreden doet hij daarna verslag van wat er allemaal moest gebeuren en hoe het euvel dankzij hem kundig maar goedkoop is opgelost. Hij blij, wij blij.

Ik dacht dat ik mijn man net zo blij maakte door hem niet aan te tasten in zijn functie als Hoofd Autozaken. Ik kan wekenlang met een kapotte ruitenwisser rondrijden, in geduldige afwachting van het moment waarop Afdeling Man het raadzaam acht dat ding te vervangen. Gek genoeg zag mijn man dat heel anders, want hij merkte geïrriteerd op dat ook ik wel wat aandacht mocht besteden aan onze auto. Tja, daar heeft-ie een punt. Ik ga snel mijn vader bellen.

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright. Linken kan altijd, eventueel met de intro van het stuk erboven.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2019 de Persgroep Nederland B.V. - alle rechten voorbehouden