De verlokkingen van Margarita; Casa de la Cultura mist nog een Nederlands zangkoor

Sommigen komen pas uit bed als de bar weer open is. Gratis drinken? Vrouwen? Cocaïne? Een tweede Thailand? Isla de Margarita is de nieuwe hype....

BEN HAVEMAN

ZE KON toch niet slapen door de discodreun en ging haar kerel halen die bij het zwembad aan de rumcola zat. Het liep tegen elven, haar kerel was total loss. Zijn honkbalpetje stond scheef op zijn matjeskapsel. Zijn ballonbuik had de letters Benidorm op z'n prethemd stevig uitgerekt. De roodverbrande armen waren tussen schouder en knokkels gestoffeerd met tatouages. Hij grijnsde van oorring tot oorring. Hij maakte een uitnodigend dansgebaar.

'Schei uit, Johan', hoorde ik haar snauwen. 'Je ken niet meer op je pote staan. Omdat het gratis is, hoef je je eige nog niet lam te zuipe. Wat heb ik dan an je? Allé, kom op.' Johan gehoorzaamde, maar zijn logge lijf luisterde niet. Achterwaarts wankelde hij het zwembad in. Applaus.

In de tropennacht bestond de sterrenhemel voor een flink deel uit symmetrische lichtjes van hoogbouw uit de buurt. Over het podium playbackten vijf jongemannen op de stamptonen van Y.M.C.A. Ze waren verkleed als cowboy, indiaan, piloot, matroos en gewoon travestiet. Voor morgenochtend, las ik, stond stretching op het programma, gevolgd door darttoernooi, watervolleybal, water-aerobics en crazy game. In het vakantieparadijs bij de evenaar is niets aan het toeval overgelaten. Eten en onbeperkt drinken bij de prijs inbegrepen.

Je bent na negen uur vliegen in Venezuela, maar je hoeft niet bij de zwembad-bar vandaan. Je hebt er tenslotte voor betaald. Een weekje Isla de Margarita in het laagseizoen variërend van 1119 tot 1259 gulden p.p.: 'Nergens voordeliger!', claimt touroperator Q International uit Apeldoorn. En dat is helemaal waar.

Margarita International Villages en het tegenover gelegen Margarita Resort bestaan uit laagbouw met een vrolijk-steenrode entree. De serveersters dragen hun schaarse kleding een maatje te klein. Dat hebben wij wel graag. Wij hebben ook graag zee om de hoek. Dat wordt wat lastiger.

Dit park-complex ligt weliswaar aan de Costa Azul (blauwe kust), maar een béétje strand ergens aan de andere kant van de snelweg is in de hitte lastig te belopen. Dat wordt de shuttle. Per shuttle een minuut of tien, ongeveer even ver als een taxirit naar hoofdstad Porlamar. Bijlmerachtige woonbunkers rondom, afgewisseld met braakliggende terreinen vol vuilnis. De thermometer wijst 35 graden aan.

En Nederland komt. Drie rechtstreekse Martinair-vluchten per week gaan er naar het Benidorm van de Cariben.

Arjan, Ted en Peter uit Gorinchem zag ik gisteravond al aan de binnenbar hangen. Helemaal van de wereld. Het is lunchuur en ze lijken niet te zijn weggeweest. De heren proppen bankbiljetten in de hand van de mooie serveerster. Hoezo? Drank was toch inbegrepen? 'Jaaah, bij het zwembad, maar hier niet', is de reactie. 'Bij het zwembad is het bier niet te zuipen. In plastic bekertjes. Getver.'

Peter: 'Wij zitten hier ook voor de serveersters. De wijven zijn hier schitterend. Jammer dat je voor ze moet betalen. Ze zuigen je letterlijk en figuurlijk leeg.'

Ted: 'Voor vijftien dollar mag je een hele nacht blijven. In Porlamar. In die clubs. Wij weten er al aardig de weg.'

Arjen: 'Het zijn geen hoeren hoor. Ze zijn gewoon lekker makkelijk.'

Peter: 'Wat moet je anders? Het landschap hoef je niet te bekijken. Da's niks.'

Ted: 'Maar 's nachts betaal je daar wél acht piek voor een bacootje met heel veel ijs en twee druppels cola.'

Peter is voorman in een fabriek. Ted werkt in de bouw, Arjen in een sportzaak. Zijn vrienden zijn vrijgezel, hij ook: voor een week dan, zegt Arjen met een knipoog. Ted staart geeuwend naar het parapluutje in zijn Banana Mamma. Arjen zegt: 'Voor je het weet, zitten we hier wéér de hele dag. We staan hier niet vroeg op, want voor elf uur 's morgens kun je hier toch niet zuipen.'

Peter: 'Die zon is niet te hebben, recht op je kneiterd.'

Hij heeft de verzekering op zijn lichtblauwe polsbandje al verbroken. 'Dat bandje is verplicht op het terrein. Als ik dat kwijtraak, kost me dat tachtig dollar. Ik wil dat ding 's avonds niet dragen als we in de stad gaan stappen. Want zien die wijven zo'n bandje, dan weten ze: o, die gast komt uit zo'n all inclusive-hotel, die heeft hier wat te verteren. Dan zien ze me gelijk als Caransa.'

'Proost', zegt Ted. 'Op een dagje paradise.'

E N IN DAT paradijs gaat het non-stop van tjoenke-boenke. Zonnebaden bij het klopritme van house. 'Die stampmuziek de hele dag irriteert wel eens een beetje', zegt een ouder echtpaar uit Uithoorn. 'En het brood is hier niks. Droog. Haalt het niet bij thuis.' Vorig jaar waren ze met Dirk van den Broek naar Lloret de Mar geweest. Was slecht bevallen, terwijl ze toch echte Spanjegangers waren. Hier is het ideaal, hier is het goedkoop, ze zijn hier voor de derde keer. Veel gezien. Ze begrijpen niet dat hunnie daaro de hele dag maar bij het zwembad blijven hangen.

'Ik schat dat 50 procent van onze gasten niet weet in welk deel van de wereld ze zitten', zegt Caribisch manager Richard Collin van Q International. 'Er komen mensen naar me toe die klagen: Martinair vliegt wél langzaam, vorig jaar naar de Canarische Eilanden duurde het maar vier uur.'

Maar dan zit je ook op het goedkoopste eiland in het Caribisch gebied. 'Met als gevolg toerisme van een laag niveau. Een zeer laag niveau. Dat is het probleem van het eiland', zegt Arnhemmer Jan Stavast, die tegenover het Hilton een reisbureautje drijft. Hij klaagt steen en been. Nederlanders zullen bij hem geen eiland-excursie boeken voor vijftig dollar. 'Die lopen al om twaalf uur 's morgens ladderzat bij het zwembad te waggelen en verder komen ze nergens. Ze klagen dat er geen boulevard is, want dat zijn ze in Spanje gewend hè, een boulevard.'

Zuipschuiten die andermans vrouw lastig vallen en met hun gelal iedereen uit de slaap houden? Jan heeft het zo vaak meegemaakt, zegt hij. 'Ik heb er met mijn neus bovenop gestaan, ik heb voor die touroperator gewerkt. Ik weet hoe ze die prijs laag kunnen houden omdat het voedsel gerecycled wordt: er worden nooit etensresten weggegooid. Eten van de vorige dag komt in de soep terecht of ze maken er hamburgers van. Lekker hygiënisch, in de tropen.'

Later zal directeur Peter Vesseur van Q International (de Q staat voor Quality) die aantijging als 'te dol voor woorden' ontkennen. 'Klinkklare onzin' Vesseur heeft trouwens nooit gedroomd dat zijn all inclusive-formule (ook in de Dominicaanse Republiek) zó enorm zou aanslaan.

Joop en Thea uit Purmerend zijn pas aangekomen in Coconut Villas, de prijsknaller van het eiland. Gisteren hadden ze vis. 'Vis met saussies', verduidelijkt Thea met een vies gezicht. De badtas onder de arm, een Bouquetreeks-boekje in de aanslag. Dat het hier afgelegen was, was hen verteld. Dat je uitkeek op een elektriciteitscentrale ook. 'Maar van die dingen daar wisten we niet', zegt Joop, wijzend op twee reusachtige opslagtanks die opdoemen achter de muur van de enclave. Zoals in Pernis, maar dan mooi blauw geverfd.

De huizenrijen zijn laag. Beetje Tuindorp-Oostzaan. Het vliegveld is niet ver. Het strand wel. 'Eén kale vlakte hiero', zegt Joop. 'En d'r is geen vervoer naar Rampetamp.' 'Pampatar', verbetert zijn echtgenote. Bij Pampatar, ruim twintig minuten verderop, is strand. Maar de strandshuttle gaat vanochtend niet; er hebben zich te weinig gegadigden aangemeld. Dan maar de bus. Kost maar veertig cent. 'Alleen weet je nooit wanneer of die gaat. En als je een taxi neemt, vliegen de flappen je zak uit.'

Taxi's zijn, net als op Cuba, bejaarde Amerikanen. Van vóór de geldontwaarding. Een half uur rijden van Porlamar ligt volksstrand Playa El Aqua in het noorden. Enkele rit 34 gulden. Het is Pasen en de berm één blikkering van parkeerchaos. Motoren janken voorbij, meiden met halfblote bipsen achterop gekleefd. Caracas recreëert. De stampede van het vasteland kolkt hier aan de vloedlijn voort als een zeven kilometer lange reuzenrups van menselijk vlees tussen koelboxen, kokospalmen, beachblasters, oesterkraampjes, zweet, etensgeuren, kabaal, hartstocht. 'Hola, mi amor'

D OOR HET mulle zand ploetert een indiaan met een toren van tien, twaalf zonnehoeden op het uitgemergeld gezicht. Hij torst een enorm rek met bikinibroekjes. Smekend kijkt hij me aan. Maar ik heb nog vier kilometer te gaan: Porto Fino, het all-in-paradepaardje onder de Nederlandse vakantiereservaten - ver van het gekrioel. Geen groter contrast met daarnet dan de binnenkomst. Het is alsof je een fabrieksterrein oploopt. Maar om de hoek is het een en al vriendelijkheid van bont gekleurde schakel-villaatjes. Palmen. Rust. Op een verwaaid 'Ajaaaax' na.

'In het begin vonden we het hier verschrikkelijk', zegt een Amsterdamse voor haar huisje. 'Niks te beleven. Het strand stelt ook niks voor. We nemen elke dag een taxi naar het grote strand verderop. Daar drinken we ons borreltje. Wij drinken whisky, maar die hebben ze hier niet.' Een generator buldert. 'Er is weer eens stroomstoring geloof ik, maar op den duur hoor je dat lawaai niet meer.'

Op de hacienda van Eddie en Jacqueline Samwel in het landinwaarts gelegen Santa Ana lispelt de wind door de mangobomen. De sinaasappelbloesem geurt. Samwel was tandarts in Zuilichem, in de Bommelerwaard. Verliefd geworden op het eiland, en nu bezig een pension te bouwvakken. In Nederland had hij genoeg van al die chagrijnige bekken. Hollanders? Hij heeft ze in het vliegtuig-gangpad tegen de wc-deur aan zien plassen. Holland is voor hem passé.

'De Margariteéos hier weten wat leven is, ook al hebben ze niks. Die zetten 's avonds hun tafeltje voor het huis, pakken een fles rum en een dominospel, nodigen je uit en dan is het feest.'

Isla de Margarita is een feesteiland, en wel zodanig dat de Nederlandse (honorair) consul Jaap van Adelberg 'een tweede Thailand' vreest. Van Adelberg is een getrainde vijftiger die na zijn tachtig kilometer lange wielerkoers bij de Samwels uitblaast achter een biertje. Hij zegt: 'Nederlanders willen een lekker wijf en lekker coke snuiven. Ze worden op hun wenken bediend. Er lopen hier hartstikke mooie mokkeltjes rond die behalve hun lijf ook graag een paar balletjes cocaïne verkopen. Er zijn hier tien Nederlandse nachtclubs, eentje heet er Het Wapen van Amsterdam, echt waar. Heeft ook een gezellige reputatie.'

'Wat wil je?', zegt de consul. 'Dat spul komt uit buurland Colombia, ook al hebben de jongens van de Amerikaanse Drugs Enforcement Agency hier op de berg nog zo'n fijn radarstation staan om smokkelscheepjes op te sporen. Er zitten hier genoeg Nederlandse drugssmokkelaars. En het sterft hier ook van de Duitsers die door Interpol gezocht worden. Laatst hoorde ik op een borrel: 'Es sitzen hier mindenstens fünfhundert Jahre Knast zusammen.'

gfsfc,60,0,0,0

I N DE gevangenis van San Antonio zitten zes Nederlanders vast. Voor drugs. Een paar keer per week zoekt de consul hen op. 'Met etenswaren, ik voel me soms net Sinterklaas en pastoor tegelijk. Ik heb een vrouwelijke gedetineerde die lijdt aan diarree, syfilis, astma, baarmoederkanker en longenfyseem. Twee weken lang heb ik haar eten gebracht en morgen moet ze naar het ziekenhuis. Prima doktoren, hoor, maar geen spullen, hè. Ik ken een ziekenhuis

arts die nog tienduizend dollar achterstallig salaris tegoed heeft.'

Van Adelberg vertelt over een Duitse vrouw uit Amsterdam die haar vriendin in de cel wilde opzoeken, maar al zonnebadend een tweedegraads verbranding opliep. 'Ze hebben haar in natte lakens met ijswater gewikkeld en dat laken werd meteen weer warm.' De zon gaat onder in Santa Ana als de consul vaststelt dat het toerisme de criminaliteit heeft aangelokt. Hoe kwam hij hier zelf verzeild? Door de belastingvrije status van Isla de Margarita?

De liefde, mompelt de consul. De liefde. En pas toen gemikt op het grote geld. 40 Procent belastingverschil met het vasteland! Van Adelberg handelde in kaas, Willem II-sigaren en Droste chocola, maar ging twee keer door devualatie van de bolivar het schip in. De laatste keer met een partij schoenen. 'Hier zit een slachtoffer van het monopolie

spel.' Grimassend heft hij het glas, de consul. Hij is zo weggelopen uit de boeken van Graham Greene, die dan ook allemaal bij hem thuis staan; in Porlamar, met hoge hekken en tralies om tuin en patio. Tegen de bandidos.

'Hier in ons dorp zijn we beschermd tegen criminaliteit', zegt Jaaps vriend Eddie, triomfantelijk zijn waakhond aaiend. 'Want wíj wonen naast de burgemeester.' Oké, vorige week is een Duitser op het strand neergestoken en beroofd, maar dat gebeurde 's nachts. Dat is om moeilijkheden vragen, waarschuwen ook de touroperators. Want in het donker is er slecht volk uit Caracas op pad; wanneer oom agent een slokje op heeft. 'Ik heb wel eens een agent die mij nota bene escorteerde, naar huis gebracht', zegt de consul. 'Zó laveloos was de man.'

Goedkope drank in overvloed. Water niet. De eilandbevolking blokkeerde een paar weken geleden uit protest de straten, toen menig dorp al weken van water verstoken was. 'Soms komt er een maand lang geen druppel uit de kraan', zegt Gustavo Mata, een kleine aannemer uit Pedro González. 'Maar de hotels zitten nooit zonder. Dát is onze wrok.' Gustavo drinkt een glas met ons mee en wordt steeds melancholieker. Hij fluistert: 'Het is voor ons een koud kunstje om de watertoevoer naar de hotels af te snijden. Maar daar wachten we nog even mee. Nog even.'

'Jullie zijn aardige mensen', roept Eddie Samwel, die zelf even vooruit kan met een volle watertank van 160 duizend liter. Hij slaat Gustavo langdurig op de schouders. 'Ach, Gustavo is zo'n lieve man. Wij gaan goed met de eilanders om. Wij gebruiken ze niet als slaafjes, zoals sommige Nederlanders hier. Of als Duitsers die zeggen: Es sind ja nur Affen.'

Op een ochtend zag Peter Korver hoe een kolibri een bad nam door in een bananenblad vol dauwdruppels naar beneden te roetsen. 'Als ik dat zie, is mijn dag weer goed.' Korver is goudsmid-toeristengids en bewoont met zijn Venezolaanse zoon een 'boomhuis' waarvan de begane grond geheel open is. Laatst moest hij met een gasbrander de mieren te lijf gaan die hem in zijn slaapkamer belaagden. 'Spannender dan mijn vroeger bestaan als jongerenwerker in Alphen aan de Rijn'.

gfsfc,60,0,0,0

K ORVER (41) kent de boom in Los Robles waaraan de wrede Spaanse overheerser Aguirre zijn tegenstanders opknoopte; hij weet in welk huis van Pampatar vrijheidsheld Simon Bolivar de Venezolaanse vlag ontwierp; en weet dat je bij het stalletje van Gladys in El Valle del Espíritu Santo de lekkerste empanadas (maïsbroodjes) haalt, gevuld met haaienvlees, schelpdieren, gehakt of kaas. Als roze suikerwerk van neogotiek praalt hier de basiliek, die in september platgelopen wordt door drommen pelgrims, wanneer het zestiende-eeuwse Mariabeeld een nieuw gewaad aan krijgt.

'Wie écht Margarita wil zien', zegt Peter, 'moet niet aan de toeristenkust blijven, waar ook betonskeletten staan van hotels die nooit worden afgebouwd omdat de eigenaar failliet is gegaan. Kijk: dít is Margarita', en in ex-hoofdstad La Asunción (1565) opent hij een metershoge huisdeur. 'Door zulke voordeuren galoppeerden de Spanjaarden met paard en al naar binnen.' Strijk

licht valt over een schommelstoel met een tandenloze vrouw die giechelend haar kippen voert; het is net alsof je een bladzij opslaat in een roman van Gabriel García Márquez.

Een Spaanse kolonist noemde het eiland naar zijn Oostenrijkse geliefde en Columbus liet er parels opduiken om zijn ontdekkingsreis te bekostigen. Er viel altijd wat te halen, ook voor piraten uit Holland. In het Casa de la Cultura stelt de directrice me voor dat Nederland maar wat terugdoet; ze mist namelijk nog een Nederlands zangkoor bij de viering van vijf eeuwen Margarita, in augustus dit jaar.

Zelfs kinderen kennen de bloederige eilandgeschiedenis uit hun hoofd. Amper staat ons busje stil op een heuvel bij de prachtige baai van Galera, of ze komen aangerend en een indiaans meisje begint spontaan te declameren. Minutenlang. Alleen bankbiljetten kunnen haar stoppen. Alles proeft hier naar traditie, tot en met de cachapas (kaaspannenkoekjes) die je wegspoelt met een mierzoet kokosdrankje.

gfsfc,60,0,0,0

N A VISSERSDORP Juangriego etaleert elk binnenlands dorp zijn eigen huisvlijt: in het ene staan schoentjes voor de deur uitgestald, verderop zijn hangmatten de negotie, en in het derde loop je door een woud van keramiek. De meest schitterende vazen, hoge vazen, allemaal het werk van vrouwen. Wijdbeens boetseren ze de klei tegen hun schoot, meeneuriënd met een salsa van de radio. En de mannen?

Die hebben het te warm en staan zich verderop langs de weg te poedelen, zoals Balinezen bij de kali. In de bergen lijkt het zelfs een beetje op Bali: zo groen, ook al is het dermate droog dat mijn gids nog maar één keer de oranjerode bloemen van de uitbundige bloeiende flamboyant heeft kunnen ontdekken. Nog geen half uur later scheren we per motorboot langs rode en zwarte mangroves. Hier heersen papegaaien, pelikanen en zeearenden, verderop begint het geheimzinnige schiereiland Macanao. De lagune De la Restinga is een verrukking van klaterende stilte.

Vol vuur vertelt gids Peter over de eilandjes Coche en Cubagua waar vroeger parels als duiveneieren vandaan kwamen. Peter is de ideale gids. 'Ik had hier miljonair kunnen zijn', zegt hij, 'als ik in zee was gegaan met de Nederlandse touroperator. Maar mijn Venezolaanse ex-zwager was me te vlug af. Die heeft me belazerd. Ach, misschien maar beter ook. Het is een gehaaide wereld, de reiswereld.' En zo zit hij 's avonds weer in zijn edelsmidse, druk pratend met een Belgische bankier die een plezant souvenierke voor zijn blondine in gedachten had: een nagel van goud.

'Ik lag vanochtend om tien uur pas in bed', zei de dertiger naast me in het vliegtuig. Karel heette hij. Computerprogrammeur uit Gennep. Karel noemde namen van te gekke nachttenten waar je beslist geweest moest zijn; qua alles. Hij was aan reis én appartement 1300 gulden kwijt voor zeventien dagen, inclusief bubbelbad op het balkon. Ga je lekker met je vriendinnetje in liggen. Ideaal. 'Want hotels laten je vriendinnetjes niet binnen', verhelderde hij.

Margarita is te gek-gaaf, wist Karel. Wat hij allemaal ondernomen had? 'Gewoon overdag een beetje met die jongens van het reisbureau ouwehoeren, hè. In het winkelcentrum, lekker koel. Koud pilsje d'r bij. Perfect' Hij leunde opzij naar de stewardess en vroeg: 'Zeg schat, kun je me niet een Blow Job inschenken? Wát? Jij gaat me toch niet vertellen dat je niet weet wat een Blow Job is? Shit! Ben je eigenlijk wel op Isla Margarita geweest?'

Ben Haveman

Meer over

Wilt u belangrijke informatie delen met de Volkskrant?

Tip hier onze journalisten


Op alle verhalen van de Volkskrant rust uiteraard copyright.
Wil je tekst overnemen of een video(fragment), foto of illustratie gebruiken, mail dan naar copyright @volkskrant.nl.
© 2022 DPG Media B.V. - alle rechten voorbehouden